Amsterdam 1900: IJme Gerardus Bijvoets (1837-1901) - Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

IJme Gerardus Bijvoets (1837-1901)

Een 'B-architect'

In Binnenstad 238 (Natuurstenen gevels) kwam de architect IJme Bijvoets ter sprake. Niet in erg positieve bewoordingen. Zijn ontwerp voor Spuistraat 88a uit 1876 werd genoemd in een artikel over natuurstenen gevels. Dat bleek een geval van plagiaat te zijn. Het opmerkelijk goede ontwerp, in de trant van het moderne Franse eclecticisme, was een kopie van een winkelpand in Brussel. En Bijvoets keek wel vaker heel aandachtig naar het werk van collega’s.

Het Hotel Adrian uit 1878, Kalverstraat 33-Rokin 28, inmiddels een gemeentelijk monument, leek sterk op hotel-café Mille Colonnes aan het Rembrandtplein, ontworpen door de architect I. Gosschalk. Dit gebouw is afgebroken, net als het winkelpand in Brussel, dus Bijvoets heeft in elk geval voor de architectuurgeschiedenis nog nuttig werk gedaan door kopieën te maken van originele ontwerpen. Veel Griekse beelden kennen we immers ook alleen maar van Romeinse kopieën.

Gebouw Mercurius, Prins Hendrikkade 20-21 (foto Thomas Schlijper)

Maar wie was deze Bijvoets? In het bovengenoemde artikel wordt hij gekwalificeerd als een ‘B-architect’. ‘Volstrekt onbeduidend was de zeer productieve Bijvoets echter niet’, zo gaat de auteur verder. ‘Zijn bekendste werken zijn de mini-passage in gebouw Mercurius, Prins Hendrikkade 20-21, en het bedrijfshoekpand De Ruyterkade 106, lange tijd café De Zeilvaart, het laatste in een wat onbehouwen Hollandse renaissancetrant’. Beide ontwerpen hebben een plaats op de rijksmonumentenlijst gekregen. Bijvoets was een architect die veel bouwde en niet bijzonder origineel was. Daarom verdient hij zeker een plaats in de rubriek 1900, die immers een licht wil werpen op de vele Amsterdamse architecten die niet wereldberoemd zijn geworden.

Doorsnee architectuur

Het gebouw Mercurius aan de Prins Hendrikkade, voltooid in 1883, is ongetwijfeld het bekendste gebouw van Bijvoets. Helaas heeft het meest bijzondere onderdeel, de ‘Passage Central’, maar kort bestaan. Passages waren overdekte winkelstraten, in Parijs resteren er nog vele. In Den Haag kan men ook een schitterend voorbeeld bekijken, tussen de Spuistraat en het Buitenhof. De ‘Passage Central’ was een commerciële mislukking en verdween al in 1886. Ook het enorme ‘Hotel du Central’ op de verdiepingen was geen succes en werd in 1896 omgebouwd tot kantoorgebouw. Aan de Nieuwendijk is nog iets te zien van de oorspronkelijke ingang van de passage. De gevel aan de Prins Hendrikkade in rijk gedecoreerde eclectische stijl, ongetwijfeld naar een buitenlands voorbeeld, en met het beeld van Mercurius bovenin, biedt nog altijd een imposante aanblik.
Het bovengenoemde bedrijfsgebouw aan de De Ruyterkade was een betrekkelijk laat ontwerp, gebouwd in 1884, en de toen modieuze ‘Hollandse renaissancetrant’ was nieuw voor Bijvoets. Vandaar de inderdaad wat onbehouwen detaillering. Nog weer later werk, bijvoorbeeld het onopvallende ontwerp voor Kerkstraat 131, gedateerd maart 1894, laat zien dat hij zich na enige tijd toch bekwaam had aangepast aan de door Gosschalk geïntroduceerde mode.
Zijn vroegere werk laat weer een ander beeld zien. Rapenburg 101 was een van zijn eerste ontwerpen, de tekening is gedateerd 1869. Bijvoets, afkomstig uit Friesland, woonde toen drie jaar in Amsterdam. Dit woonwinkelhuis is uitgevoerd in de sobere eclectische stijl die toonaangevend was in Amsterdam gedurende de jaren zestig van de negentiende eeuw. Bijvoets kopieerde ook zijn eigen werk want Haarlemmerstraat 65 lijkt sterk op Rapenburg 101. Later, in 1880, ontwierp hij een uitbreiding voor Haarlemmerstraat 65-67 door de gevel min of meer te verdubbelen. De stijl was toen wel heel erg uit de mode. In 1873 volgde een deftig woonhuis aan de Sarphatistraat, nummer 68. En ook hier werd weer gekopieerd want Bijvoets bouwde op nummer 78 vrijwel exact dezelfde gevel. Voor deze deftige herenhuizen paste hij een rijkere eclectische stijl toe, met forse lijsten in wit pleisterwerk rond de ramen. De pui is uitgevoerd in natuursteen. Amstel 182, gebouwd in 1877, behoort ook tot dit genre. De drie-eenheid Leidsekade 78-79-80 laat zien dat er begin jaren tachtig gesproken kan worden van een definitieve keuze voor de Hollandse renaissancetrant, het ontwerp is gedateerd januari 1885. Deze woonhuizen zijn echter veel zuiniger gedetailleerd dan het gebouw aan de De Ruyterkade. Vier jaar later verrees Rokin 66, eveneens conform de regels van de nieuwe mode.
Bijvoets bouwde ook buiten de binnenstad, bijvoorbeeld villa’s in Amstelveen. Maar het meest opmerkelijke waren de drie kerken die hij ontwierp voor het Bisdom Haarlem. Deze zijn namelijk uitgevoerd in de stijl van de neogotiek. Dit was, althans voor kerkgebouwen, natuurlijk ook mode, maar het is toch opmerkelijk dat de ontwerper van eclectische en heel gangbare Amsterdamse nieuwbouw ook in staat was om iets geheel anders te bouwen. De driebeukige kruisbasiliek met een kloeke toren in Nederhorst den Berg mag toch wel een prestatie van formaat worden genoemd. Ook voor dit ontwerp zal Bijvoets aandachtig naar voorbeelden gekeken hebben, die waren ruimschoots voorhanden in Nederland, maar dan nog vereist het vakmanschap om een dergelijke kerk te bouwen. Hij ontwierp ook de gebrandschilderde ramen, en daarbij zal het hem zeker van pas zijn gekomen dat zijn vader glazenmaker was.

Er werkten in Amsterdam veel B-architecten en deze rubriek heeft inmiddels aan een aantal van hen aandacht besteed. Ook Bijvoets was een schoolvoorbeeld. Zijn collega G. van Arkel was misschien wat creatiever, zie Keizersgracht 766, maar een echte A-architect was hij zeker niet. Het werk van vader en zoons Baanders toonde evenmin veel originaliteit. Zelfs C.B. Posthumus Meyjes sr. was welbeschouwd bepaald geen genie, zijn markante kantoorgebouw Herengracht 179-189 is vooral belangrijk omdat het herinnert aan ‘De Algemeene’, een gebouw van H.P. Berlage aan het Damrak, pal tegenover de Beurs, dat verdwenen is. Natuurlijk kan de geschiedenis van de moderne architectuur in Nederland samengevat worden in drie grote namen: P.J.H. Cuypers, Berlage en Gerrit Rietveld. Maar die formule doet zeker geen recht aan wat er in de Amsterdamse bouwkunst werkelijk tot stand is gebracht tussen 1850 en 1940.

Vincent van Rossem

(Uit: Binnenstad 242, oktober 2010)

Vorige aflevering: Dirk van Oort (1862-1933) (Binnenstad 240)
Volgende aflevering: Joseph Herman (1862-1937) (Binnenstad 245)

[Amsterdam 1900]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.