Boekbespreking

De vertelde stad

Het Amsterdam van de schrijver F. Bordewijk (1884-1965) is niet het Amsterdam van de vrolijke ansichtkaarten, de VVV en de rondvaartboten. Het is een spookstad, of in elk geval een stad van stemmingen en sferen. Langs gevelstenen, sloppen en paleizen voert de lezer aan de hand van Bordewijk door Amsterdam, in vijf wandelingen, waarvan vier met name langs sloppen in de oude stad en een door de troosteloosheid van het negentiende-eeuwse Amsterdam.

Wie de stad goed kent, kan in gedachten met de schrijver meelopen. Het zijn allemaal locaties die men in de werkelijkheid terug kan vinden, maar toch beschrijft Bordewijk een stad die alleen in zijn fantasie heeft bestaan, een vaak beklemmende en soms zelfs angstaanjagende wereld. Zijn fictie voegt een dimensie toe aan de stedelijke werkelijkheid, de innerlijke belevingswereld van bewoners. Dat is een probleem waaraan kunsthistorici zich zelden of nooit wagen. De wandelingen zijn dan ook beschreven door een neerlandica. Het gaat alleen zijdelings over Amsterdamse gevelstenen, sloppen en paleizen, de citaten uit het werk van Bordewijk vormen de kern van deze gids. Deze citaten zijn noodzakelijkerwijs te kort, maar vaak treffend en sporen aan om niet alleen te gaan wandelen maar vooral ook de boeken ter hand te nemen.

Bordewijk, geboren in het laatste kwart van de negentiende eeuw, heeft een heel ander Amsterdam gezien dan de hedendaagse beschouwer. De oude stad kende toen nog echte sloppen en achterbuurten die hem fascineerden. Het is een terneerdrukkende omgeving, waarin de vele eeuwen van bewoning het leven verduisteren. Bordewijk beschrijft bijvoorbeeld de Uilenburgergracht als volgt. "Daar, op de vliering onder de hanebalken, keken we tussen de daken door uit over een breed en ver binnenwater, rechthoekig, zonder kade, nergens zichtbaar voor voetganger of voertuig, de cementen pakhuismuren zó in de gracht, rimpelloos, uitgestorven, een plas lood, een blik op gene zijde van het leven". Op de Kadijken, die nu zo monter bewoond worden, huisden schimmen. Als plattegrond van de stad gebruikte hij de Atlas van Loman uit 1876. Die gaf inderdaad het Amsterdam van zijn vroege jeugdjaren weer, herinneringen die voor zijn literaire werk bepalend zouden zijn. De ingrijpende modernisering van de oude binnenstad moest toen nog beginnen. Zeer veel, zoals het huis waarin de kleine Ferdinand woonde aan het Singel, is inmiddels verdwenen. Hij liep over de Warmoesgracht naar zijn school aan de Keizersgracht, die ook is afgebroken.
Maar bovenal is de sfeer verdwenen van de toenmalige stad en juist dat maakt deze wandelingen zo boeiend. Niet alleen op de Kadijken is alles veranderd, maar ook in de Haarlemmerhouttuinen en in de Jordaan. Bordewijk hield van de Jordaan, wat hem er niet van weerhield om deze oude volkswijk te karakteriseren als een gekmakend labyrint van smalle straatjes, uitkomend op de Lijnbaansgracht, en de "achterkanten der vale huizen aan de Marnixstraat als een torenhoog bastion". Dat is niet die leuke gezellige Jordaan waarin men tegenwoordig zo graag woont. De schrijver had een scherp oog voor het licht unheimische, waarover Anthony Vidler een boek heeft geschreven: The Architectural Uncanny (1992).
Wanneer de hoofdpersoon in Bloesemtak (1955), een architect, op bezoek gaat bij een steenhouwer die aan de Westerstraat woont, in een achterkamertje op nr 178, kijkt hij even uit het raam en ziet de Noorderkerk oprijzen boven het daklandschap. Dat beeld doet hem denken aan de befaamde ets die Hercules Seghers heeft gemaakt van het uitzicht op die kerk vanuit zijn woning aan de Lindengracht. Het is een wonderlijk stadsgezicht dat, zoals veel werk van Seghers, op een ondefinieerbare wijze onheilspellend is. Ook een blik op "gene zijde van het leven". Bordewijk beschouwde hem als de "geheimzinnigste van de Meesters". En ook zijn eigen verbeelding van Amsterdam kan wel als geheimzinnig gekwalificeerd worden. Het is een vreemde stad, die de moderne lezer wel kent maar tegelijkertijd niet echt herkent. Daarom vormt de literatuur een interessante bron voor de studie van steden, zij het een lastig te hanteren bron, want een schrijver is geen cartograaf en evenmin fotograaf.

Wie meer wil lezen over de stad in de literatuur kan terecht bij Volker Klotz, Die erzählte Stad (1969), waarin verschillende meesterwerken uit de wereldliteratuur besproken worden. Onder meer Notre-Dame de Paris (1831), waarin Victor Hugo het middeleeuwse Parijs beschrijft dat voor zijn ogen werd afgebroken door de stadsvernieuwers. Manhattan Transfer (1925), van John Dos Passos, een epos over New York. En Berlin Alexanderplatz (1929), het boek van Alfred Döblin dat iedereen kent van de fenomenale verfilming door Werner Fassbinder. Klotz laat zien dat de stad, het meest complexe bouwwerk dat mensen gemaakt hebben, een diepgaande invloed heeft gehad op het moderne denken. In dit verband moet misschien ook Walter Benjamin genoemd worden, die in zijn onvoltooide Passagenwerk heeft geprobeerd om de raadselen van de passages in Parijs te doorgronden, geïnspireerd door de surrealistische vertelling Le paysan de Paris (1926) van Louis Aragon. Zijn kaartenbakken zijn lang na de oorlog, waarin hij zelfmoord pleegde, toevallig teruggevonden in de Franse Bibliothèque Nationale en na vele jaren moeizaam redactiewerk in 1983 gepubliceerd: Das Passagenwerk. Benjamin beschreef de passages graag als een fantasmagorie, Bordewijk gebruikt hetzelfde woord om het door hem bewonderde Paleis voor Volksvlijt en de bijbehorende Galerij aan te duiden. Benjamin heeft ook veel aandacht aan het Parijs van Baudelaire besteed, onder meer "Charles Baudelaire. Ein Lyriker im Zeitalter des Hochkapitalismus", Gesammelte Schriften, Band I.2.

Vincent van Rossem

Ina C. Schermer-Vermeer, Langs gevelstenen, sloppen en paleizen. Het Amsterdam van Bordewijk, Deel 19 in de reeks literaire wandelingen, Uitgeverij Bas Lubberhuizen Prijs: € 17,90

(Uit: Binnenstad 247, augustus 2011)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.