Herengracht 550-552

Nieuwbouw uit 1968 geplaatst op de monumentenlijst

Herengracht 550-552 ziet er veel ouder uit dan het in werkelijkheid is. Dit negentiende-eeuws ogende grachtenpand werd in 1968 gebouwd in opdracht van de bank Mees & Hope naar ontwerp van architect J. Trapman. Het negentiende-eeuwse uiterlijk wordt vooral bepaald door de afsluitende kroonlijst, die dateert van circa 1870 en afkomstig is van het voormalige pand dat gesloopt is. Deze lijst is hergebruikt en over de gehele breedte van de nieuwbouw gekopieerd. Vanwege een achttiende-eeuwse stijlkamer is dit voorbeeld van historiserende architectuur op 18 januari 2011 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.
Herengracht 550-552 (foto Thomas Schlijper)

Objecten kunnen alleen op de rijksmonumentenlijst worden geplaatst als zij langer dan vijftig jaar geleden zijn gebouwd, maar voor gemeentelijke monumenten bestaat dit criterium niet. Toch komt het zelden voor dat een gebouw uit 1968 op de monumentenlijst komt. Aanleiding voor de monumentenplaatsing was de bouwvergunning die het vastgoedbedrijf DVM b.v. aanvroeg. De voormalige panden van de Mees & Hope bank, Herengracht 542 t/m 556 en Keizersgracht 679 t/m 689 – dat wil zeggen vrijwel het gehele rak tussen de Reguliersgracht en de Utrechtsestraat – kwamen in 2008 in handen van dit vastgoedbedrijf. De projectontwikkelaar wil de panden verbouwen tot een luxe vijfsterrenhotel, naar voorbeeld van andere grachtenhotels zoals Hotel Pulitzer aan de Prinsengracht en Hotel Ambassade aan het Herengracht, maar dan in een nog hoger marktsegment. Het hotel gaat onderdeel worden van de ‘luxury brand’ van de internationale Hilton Groep. Of daar behoefte aan is in Amsterdam, laat ik in het midden. Ook of er een betere bestemming aan dit voormalige bankgebouw – met een enorme oppervlakte – kan worden gegeven, is een moeilijk te beantwoorden vraag. Wonen zou natuurlijk het beste zijn, maar er is een bewust beleid in Amsterdam om te beletten dat kantoorpanden groter dan 1000 vierkante meter een woonbestemming krijgen.

Plattegrond van het nieuwbouw-bankcomplex van J. Trapman (1967/68). Uit: Heemschut 44 (1967): p. 82-91.

Wat dat betreft loopt er een rode draad door het gemeentebeleid. Het Voorontwerp van de Tweede Binnenstadsnota (1) uit 1968 stond nog geheel in de traditie van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935, de Wederopbouwplannen uit 1953 en de Eerste Nota Binnenstad van 1955. De belangrijkste doelen waren cityvorming en stadsvernieuwing. Het Voorontwerp stelde een strikt functionele indeling van de binnenstad voor. De grachtengordel werd bestemd als zakencentrum, terwijl de woonfunctie werd gelokaliseerd in de Wederopbouwgebieden zoals de Nieuwmarktbuurt en de Jordaan. De transformatie van als woonhuizen gebouwde grachtenhuizen tot kantoren werd in de jaren zestig ‘regeneratie’ genoemd. Daarmee werd ‘een aanpassing van de indeling, gericht op een nieuw gebruik van de panden’ bedoeld, waarbij ‘het bewaren van een wand belangrijker is dan het bewaren van een geïsoleerd perceel’. Wie wil begrijpen wat daaronder precies werd bedoeld, moet een blik werpen achter de gevels van de ogenschijnlijk goed bewaarde grachtenpanden Herengracht 546 t/m 554. Van de historische grachtenhuizen achter deze gevels resteert vrijwel niets meer. In opdracht van Mees & Hope werd een volkomen nieuw bankgebouw opgetrokken: een betonnen complex waar de gevels als een soort schijnfaçade tegenaan zijn geplakt. Bovendien werd bij deze verbouwing de keurtuin tot aan de Keizersgracht onderkelderd, zodat men het gebouw vanaf een doorgang door het eveneens nieuw opgetrokken Keizersgracht 689 eveneens met de auto kon bereiken.

In totaal bestaat het complex uit negen historische grachtenkavels. Vreemd genoeg zijn de meeste panden in 1968 op de rijksmonumentenlijst gehandhaafd, terwijl daar bij de verbouwing feitelijk weinig van was overgebleven. 
Het door J. Trapman ontworpen bankcomplex bestaat uit een groot staalskelet, waar de bewaard gebleven individuele grachtengevels aan zijn opgehangen. Omdat Herengracht 550-552 een nieuwe historiserende gevel kreeg, werden die panden destijds van de monumentenlijst geschrapt, de prijs die men destijds voor de ‘regeneratie’ moest betalen. Men was al blij dat het stadsbeeld bewaard bleef. Architect Trapman verdedigde deze ingreep in Heemschut als een ‘zeer positieve bijdrage’ die de bank leverde aan ‘de werkgelegenheid in de city, en dat zonder het beeld van de oude stad te verstoren’. (2) Op de plattegrond, die Trapman in Heemschut liet afdrukken, is te zien op welke wijze de parcellering werd doorbroken, namelijk door een verkeersroute in het complex, die dwars staat op de gebruikelijke, namelijk evenwijdig aan de gracht. Op deze manier konden de panden met elkaar worden verbonden.

De zaal met beschilderde behangsels in Herengracht 550 (foto Walther Schoonenberg) Pronkkast in de zaal, verscholen achter een beschilderd behangsel (foto Walther Schoonenberg)

Het was wel bekend dat er in Herengracht 550-552 een bijzondere stijlkamer bewaard was gebleven, afkomstig van het in 1968 gesloopte pand. (3) Eveneens zijn monumentale onderdelen als het achttiende-eeuwse trappenhuis en de zeventiende-eeuwse plafondschilderingen in Herengracht 548 behouden gebleven, maar dat pand prijkt, mede om deze reden, nog steeds op de rijksmonumentenlijst. De stijlkamer in Herengracht 550-552 betreft de zaal van het achterhuis van Herengracht 550, die op ingewikkelde wijze op zijn plaats bleef, terwijl de rest van het gebouw werd gesloopt. In het al genoemde artikel in Heemschut staat een foto van de in een staalskelet opgehangen zaal. Het gaat om een zaal uit circa 1768 met een plafond en betimmeringen in de vormgeving van de Hollandse Lodewijk XV-stijl waarvan de wanden zijn bespannen met beschilderde behangsels. Deze behangsels zijn gesigneerd en gedateerd: Jacob Maurer, 1768. Beschilderde behangsels zijn in Amsterdam uiterst zeldzaam. Er bestaan nog maar circa twintig grachtenhuizen met dergelijke schilderingen. Boven de deuren bevinden zich nog twee bovendeurstukjes, zogenaamde witjes, van Abraham van Beesten, eveneens gesigneerd en gedateerd. De zaal bleek zo goed bewaard gebleven dat er voldoende reden was om Herengracht 550-552 op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Niet dat de stijlkamer wordt bedreigd: de eigenaren beschouwen de kamer zelf ook als buitengewoon waardevol; het zal straks als een authentiek element deel uitmaken van het interieur van het hotel. Dat dit het énige authentieke element van dit gebouw is, is op zich ook veelzeggend; dat vertelt ons namelijk iets over de wijze waarop de ‘cityvorming’ vorm moest krijgen. In de jaren zestig en zeventig is echter zoveel schade aan de binnenstad toegebracht, dat dat uiteindelijk resulteerde in een totale omslag in het denken over de historische stad.

Walther Schoonenberg

Naschrift. Toen dit artikel werd geschreven was nog niet bekend dat het zich hier gevestigde hotel het wereldberoemde Waldorf-Astoria zou worden.

Voetnoten:
1. Voorontwerp van de Tweede Nota over de Amsterdamse binnenstad. Amsterdam: Gemeenteblad 1968, bijlage C.
2. J. Trapman. 'Restauratie of regeneratie.' Heemschut 44 (1967): p. 82-91.
3. Vier Eeuwen Herengracht. Amsterdam: Genootschap Amstelodamum, 1976: p. 598-599.

(Uit: Binnenstad 247, augustus 2011)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.