Interview met Tim Killiam

Voor altijd verknocht aan de Amsterdamse grachten

In zijn ruime studio in de Kerkstraat ontmoet ik de in New York geboren Tim Killiam. Met veel passie vertelt hij hoe hij in Amsterdam terecht is gekomen en waarom hij zo van de Amsterdamse grachten houdt. Killiam studeerde architectuur aan de Carnegie Mellon University in Pittsburg. Een kleurrijk en veelzijdig persoon.

Wanneer ben je naar Amsterdam gekomen?
Dat is inmiddels al weer bijna zo’n 40 jaar geleden. Toen ik met mijn boot in Boulogne-sur-Mer lag, heb ik de grootste en belangrijkste beslissing in mijn leven genomen. Ik kon terugvaren naar huis of naar Amsterdam gaan. Ik koos voor het laatste. Waarom? Kort daarvoor had ik op doorreis van Göteborg naar Brussel een nacht in Amsterdam doorgebracht en toen bedacht dat ik hier absoluut terug wilde komen. Zo is het gebeurd en ik ben nooit meer weggegaan. Dat was in 1974.
Na terugkomst in Amsterdam ontmoette ik een Nederlandse vrouw. Met haar ben ik samen gaan wonen in de Kerkstraat. Gelukkig kon ik ook gelijk gaan werken. Mijn vriendin, eveneens architect, kende veel vakgenoten en via haar kreeg ik opdrachten om perspectieftekeningen te maken. In die tijd werd dat nog niet zoveel gedaan, hoewel je juist op een driedimensionale tekening goed kunt zien of een ontwerp wel of niet passend is. Tijdens het tekenen ontdek je vaak dat bepaalde constructies niet uitgevoerd kunnen worden.

Maar de meeste mensen kennen u toch als de maker van het Grachtenboek, dat in 1978 verschenen is?
Dat vind ik leuk om te horen. Het was een idee van journalist Ewald Vanvugt die zoiets in Venetië had gezien. Ik vond het een grandioos idee, want de grachtengordel is uniek. Geen twee monumenten zijn hetzelfde, het zijn allemaal individuele juweeltjes. Ik wilde graag dat het een pocketuitgave werd, zodat je met het boek in de hand langs de gevels kon lopen, een naslagwerk voor op straat. Bovendien zijn de gevelwanden van de even en oneven zijde van een gracht steeds tegenover elkaar afgebeeld, zodat je aan het boekje kon aflezen welke gevels ook in werkelijkheid tegenover elkaar staan. Daarbij was het nog een heel gepuzzel om ervoor te zorgen dat er geen tekeningen op de middenvouw van het boek kwamen te staan en dat geen halve gevels op de uiteinden van de pagina’s zouden worden afgedrukt. Maar zo is het uitgevoerd, met teksten van Hans Tulleners.

Prinsengracht bij de Passeerdersstraat in 1976 en 2011 (tekening: Tim Killiam)

Hoe bent u precies te werk gegaan, want het is een monnikenwerk om ieder pand te tekenen?
Vele zondagochtenden achter elkaar gingen we gewapend met een keukenladder en een Yashica-grootbeeldcamera langs de grachten en legden we gevelrij na gevelrij vast. In die tijd waren er natuurlijk nog geen digitale foto’s, dus alles werd in een donkere kamer afgedrukt, op een tafel met een helling om de vertekening eruit te halen die bij de opnames was ontstaan doordat je de camera enigszins achterover moet houden om een pand te fotograferen. Daarna werden alle foto’s aan elkaar geplakt tot lange stroken en vervolgens overgetrokken op calqueerpapier. Omdat ik onmogelijk alles in mijn eentje kon tekenen, ontwikkelde ik één tekenstijl zodat anderen me konden helpen. Zo zijn er samen met een aantal vrienden 3.000 gevels getekend. In totaal 600 tekeningen. Het is prachtig om ze zo af en toe weer eens te bekijken.

Na de Grachtengids heeft u nog meer boeken gemaakt. Was dat ook zo’n enorm werk?
In 2000 heb ik een groot platenboek en een kleine pocket gemaakt over het Singel en in 2001 een groot platenboek in kleur over de Herengracht. Voor deze boeken vormde de gedigitaliseerde versie van de oorspronkelijke tekeningen van de Grachtengids de basis. Ik heb de tekeningen allemaal in de computer ingevoerd en zo nodig bijgewerkt. Het aardige was dat ik nu ook stoeppalen en gevellantaarns kon toevoegen. De stad is als een levend monument uitgebeeld; de huizen zijn bewoond en er brandt licht achter de ramen.

Veel Amsterdammers kennen u van de Paaspuzzel in het Parool.
Ik vind het ontzettend leuk om die te maken. De eerste Paaspuzzel is in 1979 ontstaan. Mijn doel is om mensen op de been krijgen, de grachten op, de stegen in, zodat ze kennismaken met onze mooie historische binnenstad. Bij de laatste puzzel moest men beelden van Mercurius zoeken. Het is ongelooflijk hoe vaak deze god van de handel en de reizigers in allerlei vormen en gedaanten is uitgebeeld. De puzzeltocht schijnt echt een familie-uitje te zijn, men trekt daar soms een hele dag voor uit.

U heeft ook tekeningen voor het nieuwe Grachtenmuseum gemaakt. Waar hangen die nu in het museum?
Langs de wanden in de kamer met het poppenhuis. De grachtenwand die daar is ontstaan is compilatie van huizen langs verschillende grachten. In een aantal tekeningen zijn kijkvensters aangebracht. Daardoor kan je als het ware in een huis naar binnen kijken en zien wat zich achter de gevel afspeelt, of afgespeeld heeft, want er is gebruik gemaakt van historische foto’s uit het Stadsarchief om het interieur uit te beelden. Dat poppenhuis is overigens ook prachtig. Het is echt de moeite waard om een keer in Herengracht 386 te gaan kijken. Je beleeft daar waarom de grachtengordel zo uniek is, en waarom het gebied na 400 jaar nog steeds zo springlevend is.

Leidsegracht hoek Keizersgracht (foto: Tim Killiam)

Als ik zo in uw studio rondkijk, heeft u aan ideeën geen gebrek. Wat ligt er allemaal nog op de plank?
Ik zou het leuk vinden als mijn grachtenhuisbadkamertegels geproduceerd zouden worden. Daarnaast ben ik een grote database aan het opzetten van Amsterdamse bouwbeeldhouwkunst die voor iedereen toegankelijk moet worden. Je komt de meest ‘bizarre’ beesten tegen. Mijn advies aan iedereen is dan ook: kijk goed omhoog en geniet van dit rijke openbare bezit.
Maar het allerbelangrijkste vind ik dat alles wat ik tot nu toe gemaakt heb, de originele tekeningen, de foto’s, de calques, het digitale werk enzovoort bij elkaar blijft en voor iedereen toegankelijk wordt; het is een schat aan informatie. Ik ben er nu over aan het nadenken hoe dat vorm moet krijgen. Ik hoop dat ik een instantie kan vinden die mijn materiaal over de binnenstad voor iedereen toegankelijk wil maken. Dat is mijn droom.

Tot slot. Welke plaatsen in de binnenstad zou u graag met de lezers van Binnenstad willen delen?
Naast de grachten natuurlijk, in ieder geval het Prinseneiland en het Bickerseiland, en ook de Leidsegracht op de hoek met de Keizersgracht, evenzijde. Wat ik eveneens van ongekende schoonheid vind is het Entrepotdok. In de oude binnenstad zou ik tenslotte nog het stuk gracht bij het Binnengasthuisterrein willen noemen, als je vanaf het Rokin naar de Oudezijds Achterburgwal vaart, dan waan je je net in Venetië.

Addy Stoel

(Uit: Binnenstad 247, augustus 2011)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.