XXXIII. Natuurstenen onderpuien

In het laatste kwart van de achttiende eeuw, de ’hernieuwd’ classicistische periode, werd het mode om bakstenen gevels met een natuurstenen onderpui te bekleden. Geen basement op de souterrainhoogte met bijbehorende stoep, zoals beschreven in de vorige aflevering van deze rubriek (Binnenstad 249), maar een natuurstenen pui over de volle verdiepingshoogte. Deze ontwikkeling ging niet uit van de steenhouwersateliers, maar van architecten en opdrachtgevers. Ook de verandering van de Lodewijk XV-stijl naar de Lodewijk XVI-stijl schijnt van bovenaf uit deze kring te komen. Welke natuurstenen onderpuien zijn in Amsterdam nog te vinden en wat zijn de stijlkenmerken?
Foto 1: Herengracht 502

Klassieke architectuurvormen

Afb. 1: Felix Meritis, Keizersgracht 322-324

Architect Jacob Otten Husly (1738-1796) rondde in 1761 zijn studie in Parijs af en was in 1765 een van de oprichters van de Amsterdamse tekenacademie. In 1768 maakte hij een studiereis naar Parijs. Als aannemer/architect bouwde hij in 1771 het natuurstenen stadhuis van Weesp in Lodewijk XVI-stijl. Bekend werd hij door zijn bekroonde ontwerp uit 1787 voor Felix Meritis aan de Keizersgracht, een gebouw met klassieke vormen in Lodewijk XVI-stijl zonder stoep (afb.1). Stadsbouwmeester J.E. de Witte verbouwde in 1773 een aantal huizen op de Dam met een gevel in dezelfde stijl; tot de afbraak in 1912 stond het bekend als ‘Commandantshuis’. Andere geleerde bouwmeesters zoals Abraham van der Hart, Bartholomeus W.H. Ziesenis en Leendert Viervant beschikten over een internationale collectie architectuurboeken met kostbare plaatwerken. Deze bouwmeesters werkten eveneens met klassieke vormen in de Lodewijk XVI-stijl. De stadsbouwmeester A. van der Hart (1747-1820) verbouwde omstreeks 1790 het huis Herengracht 478, waarbij hij de ondergevel met een natuurstenen onderpui bekleedde (tek.1). De huidige onderdorpels dateren, evenals de T-vensters, uit de tweede helft van de negentiende eeuw. De afsluitende band/lijst aan de bovenkant van deze pui is nog eenvoudig (zie inlas tekening). Een jaar later verbouwde hij het tegenwoordige huis van de burgemeester, Herengracht 502, waarvoor hij wederom een natuurstenen onderpui ontwierp (tek.2). De oorspronkelijke horizontale roeden zijn inmiddels uit de vensters verdwenen. De afsluitende band van deze onderpui is nu rechthoekig (foto 1). Een ander overeenkomstig voorbeeld met een cordonband is Herengracht 468. Deze eerste toepassingen vonden steeds meer navolging, ook gestimuleerd door het architectuurtekenonderwijs. Dit ging zelfs zover dat bij verbouwingen stoepen werden verwijderd en vervangen door verhoogde puien. De hoofdingang werd dan naar de begane grond of het souterrain verlegd, zodat er op de bel-etage een woonkamer met zicht op de gracht kon worden gesitueerd. De beklede onderpui van Herengracht 571 dateert uit het laatste kwart van de achttiende eeuw (tek.3). Deze ontwikkeling zet zich door in de empirestijl. In de lestekeningen van het architectuuronderwijs uit omstreeks 1790 zijn hier diverse voorbeelden van te vinden (tek.4).

Tek. 1: Herengracht 478 Tek. 2: Herengracht 502
Tek. 3: Herengracht 571 Tek. 4: Les

Negentiende eeuw

Foto 2: Herengracht 573 Foto 3: Frederiksplein 12
Afb. 2: Voorbeeld ontwerpgevel 1812

In de Franse tijd werd er de eerste jaren weinig gebouwd en ook de stad heeft toen niet veel laten bouwen. Het bouwkundige tekenonderwijs werd gegeven in de avonduren door particuliere architecten. Architect Jan van Straaten gaf in 1812 een boekje uit met door hem bedachte voorbeelden van woonhuisgevels, die nagetekend konden worden. Daarbij lag de hoofdingang steeds op de begane grond en deze werd omgeven door een natuurstenen onderpui (afb.2). Ook in het eerste kwart van de negentiende eeuw werden nog veel, vaak slecht onderhouden, stoepen gesloopt, waarbij de ingang steeds werd verlegd naar de begane grond en de ondergevel voorzien van een eenvoudige natuurstenen onderpui. Voorbeelden hiervan zijn Keizersgracht 647 (tek.5) en Herengracht 575 t/m 577. Herengracht 573, in 1868 ontworpen door Isaac Gosschalk, is een voorbeeld van een ingang op de begane grond uit het derde kwart van de negentiende eeuw (foto 2). Bij eenvoudige smalle woonhuizen uit het midden van de negentiende eeuw werd de onderpui soms in combinatie met pleisterwerk uitgevoerd, zie Leidsegracht 66 (tek.6). In 1884 verbouwde architect J.W. Meyer Keizersgracht 162, waarbij hij een nieuwe voorgevel in neoclassicistische stijl ontwierp met een natuurstenen ‘rustica’-onderpui. Deze pui is aan de bovenzijde afgesloten met een kroonlijst. Een ander fraai voorbeeld zijn de gevel en onderpui van Frederiksplein 12 uit 1885 van W. Langhout, bekleed met ‘blokstreep’-pleisterwerk en natuursteen (foto 3).

Tek. 5: Keizersgracht 647 Tek. 6: Leidsegracht 66
Tek. 7: Herengracht 206 - 214 Tek. 8: Keizersgracht 369

Twintigste eeuw

Foto 4: Prins Hendrikkade 159 Foto 5: Damrak 37

In het begin van de twintigste eeuw werden bakstenen gebouwen regelmatig voorzien van natuurstenen onderpuien in een Nederlandse variant van de art nouveau of jugendstil. Prins Hendrikkade 159 (1902-1903) van de architecten Gebr. Van Gendt A.L. zn. is hier een voorbeeld van (foto 4). Daarnaast werden ook nog steeds hele gevels bekleed met een combinatie van natuursteen en pleisterwerk. Een belangrijk voorbeeld in Amsterdam is het kantoorpand Damrak 37-38 uit 1903-1904 van architect J.W.F. Hartkamp (foto 5). Bij het later gebouwde pand Herengracht 199-201 (1917-1919) van architect F.W.M. Poggenbeek is een natuurstenen ‘rustica’-onderpui met erker sterk beïnvloed door het Nieuwe Bouwen van H.P. Berlage. Kantoorgebouwen voor financiële instellingen uit het eerste kwart van de twintigste eeuw werden nog vaak ontworpen in een klassieke stijl, met bakstenen pilasters, lijstgevels met timpaan of attiek en natuurstenen onderbouw of pui. Voorbeelden hiervan zijn Keizersgracht 573-575 van architect J.A. van Straaten en Herengracht 206-214 (1918) van de Gebr. Van Gendt A. L. zn. (tek.7). Meestal zijn deze onderpuien in graniet uitgevoerd.

Foto 6: Leidsebosje 6, afbeelding uit ca 1948 (W & W)

Ook in de Amsterdamse school-stijl werden onderpuien en ingangspartijen vooral in graniet uitgevoerd, zie bijvoorbeeld de ingang van het kantoorgebouw Atlanta van architect F.A. Warners (1928) aan het Leidsebosje nr. 6 (foto 6; hist. afb. uit Wattjes en Warners). Ook in de wat strakkere Amsterdamse school-stijl uit de jaren dertig werden nog onderbouwen en -puien gebruikt, zoals bij het gebouw Keizersgracht 369 van architect J. van der Steur uit 1940 – eveneens in graniet uitgevoerd (tek.8). Aangezien het vaak uiterst duurzame architectuurelementen betreft, zijn er in Amsterdam gelukkig nog veel natuurstenen onderpuien bewaard gebleven.

Theo Rouwhorst

Tekeningen: Theo Rouwhorst
Foto’s: Wim Ruigrok

Literatuur:
P. Spies e.a., Het Grachtenboek deel 1 en 2, Den Haag 1991 en 1992.
H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam, Amsterdam 1993.
R. Meischke e.a., Huizen in Nederland, Amsterdam/Zwolle 1995.
C.P. Krabbe, Ambacht Kunst Wetenschap, Zwolle 1998.
C.P. Krabbe en Hillie Smit, Het huis van de burgemeester in Amsterdam, Bussum 2011.
J.G. Wattjes en F.A. Warners, Amsterdams bouwkunst en stadsschoon, Amsterdam 1948.

(Uit: Binnenstad 250, maart 2012)

Vorige aflevering: XXXII. Gevelbasementen (Binnenstad 249)
Volgende aflevering: XXXIV. Waterlijsten en lekdorpels (Binnenstad 251)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.