In memoriam

Gustav Leonhardt 1928-2012

Toen Gustav Leonhardt op 16 januari van dit jaar overleed, ging er een schok door de internationale muziekwereld. Een levende legende was nu legende geworden. Maar ook Amsterdam verloor een legendarische figuur, een geniaal musicus, die teruggetrokken leefde in het Bartolottihuis aan de Herengracht en die zijn stem liet horen als de schoonheid van Amsterdam dreigde te worden aangetast.
Foto: Maarten Brinkgreve

Leonhardts liefde voor de muziek was misschien wel even groot als zijn liefde voor de architectuur. Beide kunsten zijn verwant, immers gebaseerd op verhoudingen: in de muziek op die van toonafstanden, de intervallen, in de architectuur op die van afmetingen. In renaissance en barok is er veel over die verwantschap geschreven. In die tijdperken was Gustav Leonhardt thuis als weinig anderen. Hij straalde ook iets uit van een beschaafd mens uit die tijd: ietwat gereserveerd, nooit op de voorgrond tredend, nooit gehaast, nooit blijk gevend van hard te werken, zijn grote kennis overdragend in soms achteloze opmerkingen, kortom, hij gaf een voorbeeld van het onvertaalbare begrip ‘sprezzatura’, zoals Castiglione dat in 1528 omschreef in zijn boek ‘Il Cortegiano’ (De hoveling). Als Leonhardt speelde – op clavecimbel of op orgel – speelde zijn liefde voor architectuur mee. Niemand kon de structuur van een muziekstuk beter in klank weergeven dan hij. En dat met een volstrekte vanzelfsprekendheid.

De banden tussen Gustav Leonhardt en het Aalsmeerder Veerhuis zijn oud en hecht. Veertig jaar lang was hij bestuurslid van de stichting Diogenes en vanaf 1965, het jaar van de oprichting, zat hij in het bestuur van de stichting Claes Claesz. Hofje. Ook bij de oprichting van de stichting Jan Pietersz. Huis in 1979 was hij als bestuurslid present. Toen hij zesenzeventig was geworden, vond hij het genoeg: in oktober 2004 trok hij zich uit de drie besturen terug. Zijn adviezen, zijn wijze raad, zijn kritische opmerkingen, soms zijn uitvallen naar moderne tijden, hadden volgens mij drie uitgangspunten: maatschappelijke betrokkenheid, liefde voor de stad Amsterdam en strijd voor het behoud van schoonheid. 
Over het eerste punt kunnen we kort zijn. De plicht om iets voor de maatschappij te doen geldt voor iedere burger. Elk individu maakt deel uit van een groter geheel; hij of zij dient zich dus ook te bekommeren om het algemeen belang, in welke vorm dan ook. Bij de familie Leonhardt was dat iets vanzelfsprekends. De liefde voor Amsterdam zal bij Gustav Leonhardt vroeg zijn gewekt. Zijn overgrootvader legde de grondslag voor de later steeds verder uitgebreide collectie Amsterdamse tekeningen en prenten die bekend is geworden als de Atlas Leonhardt. Met tekeningen van kunstenaars als Abraham Storck, Jan de Beijer of Reinier Vinkeles, om een paar namen te noemen, en talloze topografische prenten en oude stadsplattegronden is hij bij wijze van spreken opgegroeid. Toen al is de basis gelegd voor zijn fabuleuze kennis van de stad Amsterdam. Hij kende zijn Dapper, zijn Wagenaar en hij wist hoe mooi Amsterdam ooit was geweest en wat er van die schoonheid inmiddels was verdwenen.

Men kent in de mate dat men liefheeft, ik meen dat de spreuk oorspronkelijk van Augustinus stamt. Ook Leonhardts kennis kwam voort uit zijn grote liefde voor de stad. Hij liep met die kennis nooit te koop, maar die bleek uit alles wat hij zei of schreef. Dikwijls verscholen in een voetnoot, zoals zijn opmerking over de kleuren van de keizerskroon op de toren van de Westerkerk (in zijn boek over het Huis Bartolotti waarin hij in 1971 met zijn vrouw Marie en drie dochters was komen wonen, pag. 68, noot 2) of zijn opmerking over de kleur van plafondruimten tussen de balken (hetzelfde boek pag. 38, noot 2). (1) In de bestuursvergaderingen van de stichting Diogenes betekenden zijn opmerkingen altijd een verbetering van een restauratieplan. Wanneer hij, door concertverplichtingen ergens in de wereld, niet aanwezig kon zijn, werd een plan alleen voorlopig goedgekeurd. Definitieve goedkeuring kwam pas als hij ernaar had gekeken en er zijn zegen aan had gegeven. Hij waarschuwde voor wansmaak als het egaal zwart verven van een mooie bakstenen muur of voor het donker schilderen van vensterroeden.

Leonhardts immense kennis beperkte zich niet tot Amsterdam. Hij was een echte Europeaan, iemand die volkomen thuis was in de Europese geschiedenis en de Europese cultuur. Hij kon enthousiast vertellen over een zilveren beker van een van de Jamnitzers, over een tekening van Bartholomeus Spranger of over ornamenten aan de gevels van de Lutherse Mariakerk in Wolfenbüttel uit 1608. Het zal niet velen bekend zijn dat hij vorig jaar nog een aanvulling maakte op zijn in 2006 afgesloten (en met de hand geschreven) Alphabetisch-chronologische lijst van portretten van beeldende kunstenaars en architecten tot ca. 1800. Een werk van lange adem, zoals hij me schreef: ‘ongeveer 30 jaren ben ik hiermee bezig geweest, een prettige obsessie.’ Die grens – tot 1800 – is kenmerkend voor Gustav Leonhardt. In zijn boek over het Huis Bartolotti (pag. 143) schrijft hij een interessante zin over een van de bewoners van het huis, een zekere heer Van Tarelink, die er in 1805 was komen wonen. Leonhardt schrijft: ‘Van Tarelink schijnt tot de velen behoord te hebben die slechts genoten van het gratuite beneficium van hun tijd, waarin het middelmatige nog qualiteit bezat en zelfs het zwakke niet onaangenaam hoefde aan te doen.’ Inderdaad: de zeventiende en achttiende eeuw, Leonhardts lievelingseeuwen, hebben niets lelijks voortgebracht. Natuurlijk waren er wat onbeholpen uitziende gevels en kunstvoorwerpen, er was een soort boerenbarok, maar er bestond niets wat echt lelijk was. Lelijkheid heeft pas in de 19e eeuw haar intrede gedaan. Vandaar ook zijn afkeer van de term ‘historisch gegroeid’, een leerstuk in de monumentenzorg. Wanneer een gave en mooie gevel ontsierd wordt door een latere en lelijke toevoeging, moet de oorspronkelijke schoonheid worden hersteld.

In 1996 verscheen zijn boekje Amsterdams Onvoltooid Verleden, wederom getuigend van een verbluffende kennis. De tegenstelling tussen twee ramen (op pag. 14 en 15) brengt ons het schaamrood op de kaken. Is ons collectieve gevoel voor schoonheid in twee eeuwen zó verzwakt? Lang geleden, nog in De Lamp, de voorganger van Binnenstad, schreef hij over moderne ramen 'die zich voordoen als uitgekrabde ogen'. (2) Ik heb het beeld nooit vergeten (zou het iets zijn voor de Vereniging om Leonhardts boekje opnieuw uit te geven?). Het was ook zijn gevoel voor schoonheid dat hem naar de pen deed grijpen om in een brief aan Binnenstad 233 (maart 2009) zijn verontwaardiging te luchten over de restauratie van Herengracht 233. Zijn brief eindigde met de uitroep ‘Schande, schande, schande’. Dat was, voor zover ik weet, zijn laatste openbare pleidooi voor een zorgvuldig en liefdevol omgaan met het Amsterdamse stadsschoon.

Niet alleen de muziekwereld, ook de wereld van architectuur en beeldende kunst is na Gustav Leonhardts dood armer geworden. Stemmen als de zijne worden te zelden gehoord; de wereld en Amsterdam zullen hem missen. Op de clavecimbels die door de zeventiende-eeuwse Vlaamse Ruckersfamilie werden gebouwd – trouwens, ook op instrumenten van andere bouwers – staan vaak spreuken en dikwijls het motto ‘Soli Deo Gloria’, God alleen de eer. Johann Sebastian Bach schreef deze tekst in afgekorte vorm (S.D.G.) boven veel van zijn werken. Het was uiteindelijk ook Gustav Leonhardts motto, een overtuiging van waaruit hij leefde. Met dat geloof liep hij evenmin te koop, maar hij getuigde ervan in een door hemzelf geschreven toespraak die werd voorgelezen in de afscheidsdienst op 24 januari jongstleden in de Westerkerk. Schoonheid als gave Gods? Gustav Leonhardt – en Bach – hebben ervoor gezorgd dat ook wij over deze vraag nadenken.

Willem Sutherland

Voetnoten:
(1) G. Leonhardt, Het huis Bartolotti en zijn bewoners, Amsterdam 1979.
(2) G. Leonhardt, 'Woonhuisramen in Amsterdam' in De Lamp 36 (febr. 1976), pag. 3.

(Uit: Binnenstad 251, april/mei 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.