Interview met Minne Dijkstra

De historie van de binnenstad is mijn grootste hobby

Minne Dijkstra, sinds eind 2010 voorzitter van de VVAB, kent de binnenstad tot in het kleinste detail. Van huis uit is hij sociaal psycholoog, maar al snel kwam hij voor D66 in de Tweede Kamer terecht. Na 6 jaar verliet Dijkstra de Kamer en was hij van 1973 tot 1985 dagelijks bestuurder en later ook vice-voorzitter van de NOS en tenslotte algemeen directeur van de Wereldomroep. Onbezoldigd was hij jarenlang voorzitter van de stichting Z en van het Gilde. Vanaf 1995 houdt Minne Dijkstra lezingen over de Amsterdamse binnenstad en is hij rondleider bij het Gilde. Een gesprek met een gedreven voorzitter en een enthousiaste en belezen binnenstadsbewoner.

U bent geboren en getogen in Friesland. Wanneer was uw eerste kennismaking met Amsterdam?
Dat was in 1955 om aan de UvA politicologie te gaan studeren. Om eerlijk te zijn herinner ik me er weinig van hoe de binnenstad er toen uitzag. Het moet dramatisch geweest zijn, de Jordaan stond op afbreken, Kattenburg was nog niet gesaneerd; de binnenstad stond te schudden op z’n palen. Wel weet ik me mijn allereerste dag nog goed te herinneren. Direct nadat mijn ouders mij afgeleverd hadden op het Hygiëaplein waar ik een kamer huurde, nam ik tramlijn 24 en stapte uit op het Muntplein. Waarom juist op die plek is me nog steeds een raadsel, maar ik heb vol verwondering staan kijken naar het verkeer en al die prachtige monumentale panden.
Na mijn studie heb ik Amsterdam verlaten om er in 1988 weer terug te keren. Ik trouwde met mijn huidige vrouw, de kinderboekenschrijfster Nannie Kuiper en sinds die tijd wonen we op de Leidsegracht.

Sinds uw terugkeer eind jaren tachtig bent u zich meer en meer gaan verdiepen in het wel en wee van de binnenstad. Vanwaar die belangstelling?
Ik wil altijd graag weten hoe iets in elkaar zit. Toen ik in Friesland woonde onderzocht ik hoe de dorpen ontstaan zijn en hoe de loop van de dijkjes is. Om van Amsterdam, van de historie van de binnenstad, een liefhebberij te maken is niet zo moeilijk. Hoe meer je erover leest, hoe meer je je erin beweegt, hoe genoeglijker het voelt. Vrijwel direct ben ik ook lid geworden van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse binnenstad (VVAB), van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen (VVAG) en van Stadsherstel. In 2000 ben ik stadssociologie gaan studeren om naast het uitpluizen van allerlei archieven en tijdschriften mijn kennis over de stad te verdiepen en verbanden te leggen. Ja, de historie van de binnenstad is mijn grootste hobby.
Een van de leukste manieren om die met anderen te delen is het geven van rondleidingen en lezingen. Ik doe dat nu zo’n kleine twintig jaar. De eerste lezing ging over het meest zuidelijke puntje van de Jordaan. Inmiddels liggen er zo’n negen lezingen op de plank over dit deel van de binnenstad, bij elkaar goed voor zo’n 900 minuten praten, en een stuk of zeven over andere delen.

Waar maakt u de mensen attent op bij uw rondleidingen?
Een van de uitgangspunten bij Gilde is ‘leer de stad lezen’, dat wil zeggen dat als je voor een groot gebouw staat, je dan niet zegt: ‘Kijk, wat een mooi groot gebouw’, maar ‘let ook op de details’. Mijn passie is om mensen meer te laten zien dan dat ze ooit zelf kunnen ontdekken. Het kan een klein detail aan een deur zijn, een stoep, een verhaal over een huis, bijvoorbeeld waarom is de drempel zo uitgesleten.

Het Looiershofje in de Nieuwe Looiersstraat met de gevelsteen IN DE NIWE LOEYEREY.

Wat vindt u het mooiste detail?
Dat is kiezen uit tienduizend dingen, maar laat ik het bij gevelstenen houden en dan is het voor mij de gerestaureerde gevelsteen van het Looiershofje in de Nieuwe Looiersstraat.

Een geheel andere vraag. Waarom bent u voorzitter van de VVAB geworden?
Zelf heb ik er nooit aan gedacht om voorzitter te worden, maar Walther Schoonenberg vroeg mij namens het bestuur en dat is natuurlijk heel eervol. Ik ken hem van de werkgroep Water, waarvan ik lange tijd voorzitter was. Voordat ik besloot het te doen heb ik lang nagedacht, want ik kende de Vereniging niet goed genoeg om direct ja te zeggen. Na veel mensen gesproken te hebben en veel te hebben gelezen over de Vereniging ben ik de uitdaging aangegaan. Een van de belangrijkste dingen die ik vond dat snel moest gebeuren was het aanstellen van een betaalde kracht, en die is er sinds oktober 2011 gekomen in de persoon van Walther Schoonenberg. Voor een grote vereniging is het belangrijk dat er naast alle vrijwilligers die actief zijn iemand is die professioneel overzicht heeft en die de samenhang tussen alle verschillende werkzaamheden kan bevorderen.
Daarnaast is de VVAB een belangrijke speler in het veld als het gaat om beslissingen die met name het stadsdeel Centrum neemt. We hebben een reële toegang tot raadsleden, wethouders, ambtenaren en worden gevraagd en ongevraagd ingeschakeld om advies te geven. Een mooi voorbeeld daarvan is de Structuurvisie Amsterdam 2040. (1) De Vereniging vindt dat hoogbouw in relatie met de monumentale binnenstad moet staan, hoe dichter bij de binnenstad, hoe lager de toegestane hoogte. Deze visie was in eerste instantie niet te verkopen aan de dienst Ruimtelijke Ordening (RO) en aan de verantwoordelijke wethouder, zo wilden ze de stad niet gedefinieerd hebben. Maar uiteindelijk is alles wat wij daarover ingebracht hebben per amendement door de gemeenteraad aangenomen. De kwaliteit van onze stukken konden ijveren met de ambtelijke stukken. Daar ben ik trots op.
Maar nog even terugkomend op de Vereniging en mijn voorzitterschap. Binnenkort vertrekken er twee bestuursleden, waaronder de penningmeester en daarom zijn we nu bezig met het zoeken naar nieuwe bestuurders. Daarnaast vind ik het belangrijk om de kennis die er binnen de Vereniging op alle fronten is – op monumententerrein en op politiek bestuurlijk terrein – te activeren en in te zetten, zodat de VVAB daar haar voordeel mee kan doen.
Een voorbeeld van de aanwezige kennis binnen de vereniging zijn de drie rapporten die uitgebracht zijn over de twee rijksmonumenten, de Tweede Chirurgische Kliniek en het Zusterhuis op het Binnengasthuisterrein. (2) Ik weet zeker dat deze rapporten, maar natuurlijk ook alle andere adviezen, brieven e.d. mede bijgedragen hebben aan het recent genomen besluit om de gebouwen niet te slopen. Na 15 jaar actievoeren is dat een van de mooiste cadeaus voor de binnenstad.

Terug naar de binnenstad. Hoe ervaart u nu de binnenstad in vergelijking met 23 jaar geleden, toen u op de Leidsegracht kwam wonen?
Wat me opvalt is de verbetering van de openbare ruimte en de zorg hiervoor. De binnenstad ziet er beslist beter uit dan toen. De VVAB heeft op veel fronten haar steentje daaraan bijgedragen. Natuurlijk blijft er altijd veel te klagen over fietsen en hondenpoep, maar in mijn ogen is dat ondergeschikt aan het algehele beeld. Alleen gruw ik van de herinrichting van het Rembrandtplein, dat is daar rampzalig fout gegaan. Laat ik hopen dat de toekomstige herinrichting van het Damrak en Rokin van een andere kwaliteit is. Op papier lijkt het erop, nu de uitvoering nog.

In maart is het 250ste nummer van Binnenstad verschenen. Wat denkt u, halen we het 500ste nummer?
Daar twijfel ik geen moment aan. Als je alle nummers die er vanaf de oprichting in 1975 van de VVAB verschenen zijn naast elkaar legt, dan heb je een ongelooflijke schat aan informatie bij elkaar over onze historische binnenstad. Ik put er bij wijze van spreken dagelijks uit voor mijn lezingen en rondleidingen.

Addy Stoel

Voetnoten:
(1) De Structuurvisie Amsterdam 2040 is in boekvorm te koop bij de (Stadsboekwinkel in gebouw De Bazel) of te downloaden hier: Structuurvisie Amsterdam 2040.
(2) Zie: UvA-stadscampus kan gerealiseerd worden met behoud van de monumenten

(Uit: Binnenstad 251, april/mei 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.