Jan Paul Frederik van Rossem 1854-1918
Willem Johannes Vuyk 1855-1918

De rubriek Amsterdam 1900 zou niet compleet zijn zonder mijn verre familielid J.P.F. van Rossem. Als ik de genealogie goed begrijp, was Adriaan van Rossem (1731-1805), koopman in tabak te Rotterdam, onze laatste gemeenschappelijke voorouder. Daarna behoren we tot twee afzonderlijke takken van een gezamenlijke stamboom.
Herengracht 148 hoek Leliegracht

Cornelis, de zoon van Adriaan, geboren te Rotterdam in 1754, was predikant. Diens zoon, Hendrik Willem van Rossem (1784-1850) studeerde medicijnen in Groningen, werd regent van de Sint Pietersgasthuizen in Amsterdam en diende aldaar de Illustere School als hoogleraar chemie en natuurlijke geschiedenis. Hij kreeg in 1815 een zoon, Cornelis, die medicijnen studeerde in Leiden en zich vervolgens als arts vestigde in Amsterdam. Deze Cornelis was de vader van Jan Paul Frederik. Helaas vermeldt de genealogie alleen dat Jan architect was en officier schutterij van 1879 tot 1889. Waarom hij als telg uit een nette en veelal academisch gevormde familie koos voor het wat avontuurlijke beroep van architect blijft duister. Over zijn opleiding doet de familiegeschiedenis geen uitspraak. Het is echter niet erg waarschijnlijk dat de enige architect in de familie Van Rossem zijn loopbaan begonnen is als timmerjongen. H.P. Berlage, een leeftijdgenoot, maakte natuurlijk dezelfde keuze, maar van hem weten we dat hij door zijn ouders naar de deftige Eidgenossische Technische Hochschule in Zürich werd gestuurd om te studeren.

Van Rossem en Vuyk

Over Willem Johannes Vuyk weten we alleen dat hij in Purmerend geboren was. Toen nog een piepklein en wonderschoon oud stadje in Noord-Holland. Van Rossem en Vuyk zouden gezamenlijk een groot oeuvre opbouwen, met name in Amsterdam, maar ook een flink aantal gebouwen in Zaanstad is van hun hand. Zij waren beiden lid van Architectura et Amicitia, Vuyk ook actief in het bestuur. Gezien de stroom opdrachten van Amsterdamse ondernemers en gezeten burgers lijkt het toch dat vooral de zoon van dokter Cornelis van Rossem, met opa Hendrik Willem op de achtergrond, over een uitgebreid sociaal netwerk in de stad beschikte. Een van hun eerste gezamenlijke werken was Herengracht 395, op de hoek met de Beulingsloot, een kantoor voor een boter- en kaasexporteur uit 1882. In hetzelfde jaar realiseerden zij ook een rijtuig- en zadelmagazijn, Kerkstraat 28-30. Het bureau had veel werk, maar Carré moet toch in 1887 een hoogtepunt zijn geweest voor beide nog jonge architecten. Een jaar later bouwden zij Sarphatistraat 11, een fraai huis voor de Amsterdamse elite en net als Carré inmiddels een rijksmonument. In 1900 ontwierpen Van Rossem en Vuyk voor de weduwe J.C. Reich Herengracht 148A-Leliegracht 2. Dat was hun eerste en tegelijkertijd laatste poging om Berlage te volgen in zijn streven naar een nieuwe architectuur. Net als andere architecten die in deze rubriek hebben gefigureerd, kon het succesvolle duo de radicale vernieuwingen die Berlage introduceerde niet volgen. En dat was ook niet de wens van hun clientèle, de nouveau riches van Amsterdam.

De Koningslaan

Sarphatistraat 11 had al aangegeven in welke richting het werk van Van Rossem en Vuyk zich zou ontwikkelen. Zij hadden talent voor modieuze architectuur, huizen voor bemiddelde burgers die eigentijds wilden zijn zonder enig risico te nemen op het gebied van goede smaak. Het bureau glorieerde tenslotte buiten de binnenstad, in de Koningslaan. Daar realiseerden beide architecten een reeks villa’s die inmiddels zo goed als vergeten zijn door architectuurhistorici maar die destijds door succesvolle Amsterdammers beschouwd werden als toonaangevende bouwkunst. Het bureau maakte in 1901 een bebouwingsplan voor de noordzijde van de Koningslaan met riant gesitueerde kavels direct aan het Vondelpark. Daar bouwden zij zelf een aantal dubbele villa’s waaronder Koningslaan 18-20 (1905), 22-24 (1905) en 26-30 (1901). Deze architectuur is stilistisch moeilijk te duiden, de detaillering is duidelijk beïnvloed door de jugendstil, maar het exterieur van met name 26-30 doet weer denken aan een Engels landhuis. In nummer 26 is echter ook een stijlkamer in Lodewijk-XVI-stijl gerealiseerd. Het interieur van dit huis is goed bewaard gebleven. Het resulterende beeld is pittoresk en charmant, maar bepaald niet hemelbestormend in architectuurhistorische zin. De twee architecten moeten echter bijzonder goed verdiend hebben met hun ontwerppraktijk want na de oplevering in 1905 namen zij hun intrek in Koningslaan 22-24. Klaarblijkelijk waren ook de persoonlijke verhoudingen tussen beide partners goed.

'Waar zijn wij aangeland?'

Deze vraag stelde Berlage in 1912, filosoferende over de stand van zaken in de Nederlandse bouwkunst. Optimistisch was hij niet en voor zijn doen erg kritisch. In zijn ogen was er een gevaarlijke tendens om terug te keren naar de historiserende bouwstijl ‘van de periode 1860-1880’, en dat leek hem een zeer betreurenswaardige ontwikkeling. Daarbij werd een van de laatste ontwerpen van het bureau Van Rossem en Vuyk expliciet genoemd, namelijk de voormalige Nederlandsch-Indische Handelsbank uit 1912, Singel 250, hoek Raadhuisstraat. Die kritiek moet onaangenaam zijn geweest. Zij solliciteerden met dat ontwerp waarschijnlijk naar de lucratieve opdrachten voor grote moderne kantoorgebouwen die in Amsterdam doorgaans naar het bureau van A.D.N. en J.G. van Gendt gingen. Vooral bankbedrijven hadden een sterke voorkeur voor dergelijke stijlimitaties.
Met Singel 250 kwam echter een einde aan de productieve samenwerking. In 1916 verhuisde Jan van Rossem naar Baarn, een jaar later vertrok zijn partner naar Zandvoort. Het harde oordeel van Berlage over hun werk wordt tegenwoordig niet gedeeld, integendeel, hun architectuurhistorische faam is groeiende. Ook Singel 250 heeft een plaats gekregen op de Rijksmonumentenlijst, evenals het grafmonument voor de familie Carré op Zorgvlied uit 1891. Diverse andere gebouwen zijn op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Vincent van Rossem

Vorige aflevering: Cornelis A. Bombach Czn. (1857-1917) (Binnenstad 250)
Volgende aflevering: Roelof Kuipers (1855-1922), Tjeerd Kuipers (1857-1942), Foeke Kuipers (1871-1954) (Binnenstad 253)

[Amsterdam 1900]

(Uit: Binnenstad 251, april/mei 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.