De synagoge opent haar poort: Restauratie van de Portugees-Israëlitische synagoge - Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Restauratie van de Portugees-Israëlitische synagoge

De synagoge opent haar poort

De restauratie van de synagoge aan het Mr Visserplein in Amsterdam is bekroond met de Europa Nostra-award in de categorie restauraties. Nu de restauratie is afgerond, is het complex weer open voor het publiek en toont na de omvangrijke restauratie haar unieke religieuze architectuur en cultuurhistorische schatten in volle glorie. Door de nieuwe ontsluiting van het gebouw is de synagoge toegankelijker dan voorheen en worden bezoekers uitgenodigd zich te verdiepen in de Joodse cultuur.
Exterieur van de Portugese Synagoge (foto Wim Ruigrok) Interieur van de Portugese Synagoge (foto Wim Ruigrok)

De Portugese synagoge, ook wel ‘Snoge’ genoemd, heeft een lange en bewogen geschiedenis. In de zeventiende eeuw vestigden zich een groot aantal sefardisch-joodse immigranten in Amsterdam en ontstond de behoefte aan een grote synagoge. Vanaf 1671 werd een gebouw opgetrokken naar ontwerp van Elias Bouwman (1636-1686). In het rampjaar 1672 moesten de werkzaamheden echter worden stilgelegd wegens politieke onrust en economische problemen. In ditzelfde jaar stagneerde het werk bovendien door een orkaan die de ruiten en de dakbalustrade vernielde. Hierdoor kon de synagoge pas in 1675 in gebruik worden genomen. Het imposante gebouw in Hollands-classicistische stijl was twee eeuwen lang de grootste synagoge ter wereld.
Hoewel de structuur van het gebouw kenmerkend is voor een zeventiende-eeuwse synagoge, zijn het ontwerp en de schaal uitzonderlijk. Rond het monumentale hoofdgebouw, met streng symmetrische voorgevel, liggen een aantal lage bijgebouwen waarin onder meer de wintersynagoge, het mikwa (badhuis), de mahamad (vergaderruimte) en de wereldberoemde bibliotheek ‘Ets Haim’, die in 2003 tot UNESCO-werelderfgoed werd verklaard, zijn gehuisvest.

Uitgangspunten

Ons uitgangspunt bij de restauratie van de synagoge was om het unieke complex in zijn waarde te laten. Vanuit deze zienswijze is het gebouw terughoudend, met respect voor eerdere ingrepen, gerestaureerd. Nieuwe eisen en gebruiksfuncties zijn om deze reden op inventieve en subtiele wijze met respect voor de bestaande structuur van het complex ingepast. 
De restauratie en verbouwing van het synagogecomplex had als doel de toegankelijkheid voor een groot publiek te bevorderen en de gebruiksfunctie van het gebouw te verbeteren. Het complex moest naast het religieus gebruik een educatieve/museale functie krijgen en de studiefaciliteiten moesten worden uitgebreid. Het creëren van openheid en duidelijkheid is hierbij uitgangspunt geweest.
Onze keuzes voor ingrepen werden beïnvloed door de gebruikswensen van vier verschillende groepen: de religieuze gebruikers, de werknemers en bezoekers van de kantoren en de bibliotheek en de museumbezoekers. Daarbij was grote behoefte om deze vier groepen naast elkaar te laten functioneren zonder dat ze elkaar zouden storen. Om deze reden is ervoor gekozen om de routing binnen het synagogecomplex zodanig aan te passen dat een scheiding in gebruik mogelijk werd. Leidend bij al deze keuzes was om de historische structuur zo veel mogelijk te respecteren.

De synagoge

De synagoge is vrijwel volledig in originele staat behouden. In de loop van de tijd hebben slechts enkele verbouwingen plaatsgevonden. Tussen 1773 en 1774 kreeg de synagoge een aanbouw aan de oostzijde die geïnspireerd was op de destijds fameuze maquette van de Tempel van Salomo door de Amsterdamse rabbijn Leon ‘Templo’. Bij deze verbouwing zijn twee uitstekende hangkamers verwijderd om twee trappenhuizen naar de vrouwengalerij aan te brengen, die door boognissen met elkaar zijn verbonden. Deze constructie wordt ondersteund door de enorme uitlopende steunberen aan de achterzijde van de synagoge. Daarnaast zijn de oorspronkelijke glas-in-lood-vensters bij een restauratie tussen 1852 en 1854 vervangen door grote gietijzeren ramen.
Eén aspect heeft de restauratiekeuze bemoeilijkt, namelijk de staat van de fundering. De gevels van de synagoge zakken namelijk harder dan de vier kolommen binnenin het gebouw. Het is normaal dat een gebouw in Amsterdam als geheel iets zakt. Dit verschijnsel kan ook bij de synagoge worden geconstateerd. De eerste zandplaat, waarop de synagoge is gefundeerd, daalt elk jaar iets. Het feit dat de muren iets meer zakken dan de middenkolommen is logisch te verklaren; de belasting op de houten palen onder de bouwmuren is namelijk veel hoger dan die onder de natuurstenen kolommen. Als deze zetting de komende 50 jaar doorzet zullen de kolommen minder gezakt zijn dan de bouwmuren. De vervorming die daardoor in de kapconstructie optreedt kan echter zonder grote schade aan te richten door de houtconstructie opgevangen worden. Het uitvoeren van funderingsherstel zou daarentegen grote gevolgen hebben voor de gemetselde tongewelven onder de synagoge. Omdat de zetting de komende jaren gering is en geen schade aan het gebouw oplevert, hebben wij er voor gekozen geen funderingsherstel uit te voeren.
Doordat de synagoge een onbeschoten kap heeft is de kans op lekkage groot. Op een aantal plaatsen zijn de houten kapconstructies daarom vervangen. Om de ventilatie in de kap te waarborgen, is er echter geen folie onder de pannen aangebracht. Wel is een groot deel van de dakpannen herlegd om een betere sluiting en waterdichting te krijgen.
Grote problemen deden zich voor bij de zandstenen kroonlijst van de synagoge. Bij een voorgaande restauratie is gebruik gemaakt van een verkeerd verfsysteem, waardoor het zandsteen aan het verzanden was. De synagoge is geheel in de steigers gezet en al het natuursteen en metselwerk is nagelopen. Vooral de gietijzeren ramen vroegen extra aandacht en behandeling omdat het roestende ijzer een grote bedreiging vormde voor het metselwerk en de beglazing.

Bijgebouwen

Bibliotheek Ets Haim bij de Portugese Synagoge. De bibliotheek werd in 2003 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst (foto Wim Ruigrok)

Zo helder als de structuur van de synagoge is, zo onduidelijk is die van de bijgebouwen. De grote hoeveelheid aanpassingen maakte het moeilijk om de situatie in kaart te brengen. De zeventiende-eeuwse structuur is nog duidelijk zichtbaar in het gevelmetselwerk. Zeventiende-en achttiende-eeuwse gravures en schilderijen laten zien dat er destijds minder kozijnen aanwezig waren en dat dit van oorsprong kruiskozijnen waren. De huidige raamopzet stamt waarschijnlijk uit het midden van de achttiende eeuw. De zijvleugels waren van oorsprong open galerijen die in de negentiende eeuw grotendeels zijn dichtgezet en aangepast. Ook na de ontmanteling is geen oorspronkelijke balklaag aangetroffen.
Een moeilijkheid vormden de moderne installaties, die geplaatst moesten ten behoeve van de gewenste luchtvochtigheid in de museale ruimten en de bibliotheek ‘Ets Haim’, maar in conflict waren met de historische structuur en de gewenste uitstraling van het gebouw. Dit conflict is opgelost door zorgvuldig de plaats van de installatiekasten te kiezen en het leidingverloop dusdanig in te passen dat deze eigentijdse ingrepen zo onzichtbaar mogelijk blijven. Om deze reden is de koelinstallatie in het dak geplaatst.
Een andere belangrijke keuze is de nieuwe ontsluiting van het gebouw. Om het gebouw meer openheid te verstrekken en voor een groter publiek toegankelijk te maken is ervoor gekozen om de oorspronkelijke toegangspoort aan de voorzijde van het complex op het Jonas Daniël Meijerplein weer in ere te herstellen. Deze poort heeft een ruime entree en geeft centrale toegang aan alle gebruikersgroepen. Wanneer het gebouw gebruikt wordt, staan de grote houten deuren van de poort open zodat van buiten af zicht is op de binnenplaats en de ingang van de synagoge. Er is bewust gekozen voor één ingang voor zowel gebruikers als bezoekers. In de benodigde beveiliging is voorzien door een glazen portaal in de poort te plaatsen waarin een uitsparing is opgenomen voor de bewakingsruimte en een camerainstallatie. Achter dit glazen veiligheidsportaal vindt de kaartverkoop plaats aan een nieuwe balie. Daarna heeft de bezoeker de gelegenheid om het complex vrij te exploreren.
De vraag naar meer ruimte is opgelost in de bijgebouwen. Bij de herfundering van deze bijgebouwen is de kelder uitgediept en ook onder het poortgebouw is extra ruimte gecreëerd. De ruimtes zijn met elkaar verbonden tot één doorlopend geheel. Zo is er een unieke mogelijkheid voor een museale opstelling ontstaan in de vorm van een open depot. Deze ruimte is ingericht door het bureau Kossmann.De Jong. Bovendien is er in de bijgebouwen plaats gevonden voor een ontvangstruimte, garderobe en toiletten. Al deze ruimtes zijn bereikbaar gemaakt door het plaatsen van een nieuwe buitentrap, waardoor het mogelijk werd om deze op subtiele wijze te ontsluiten zonder de bestaande historische structuur aan te tasten en om grote groepen bezoekers te ontvangen.

Het complex is zo gerestaureerd dat het religieus gebruik is geoptimaliseerd en de aantrekkingskracht en gastvrijheid voor bezoekers is vergroot. Bezoekers en passanten worden uitgenodigd om kennis maken met het gebouw, zijn bijzondere historie en de joods- religieuze gebruiken en achtergronden, zonder dat de restauratieve ingrepen in het oog springen of inbreuk doen op het historische beeld. 
De synagoge is klaar voor een nieuwe toekomst.

Kees Doornenbal
architect bij Rappange & Partners architecten

Restauratieplannen en ontwerp: Architectenbureau Rappange & Partners te Amsterdam dat tevens de uitvoering door aannemersbedrijf Konst & Van Polen heeft begeleid.
Aan de restauratie van de Portugese synagoge werd in het jaar 2012 een Europa-Nostra Award toegekend.

(Uit: Binnenstad 252, juni/juli 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.