Bescherming historische interieurs komt van de grond

Ruim een jaar geleden werd in Binnenstad aangekondigd dat het stadsdeel Centrum een project wilde beginnen om historische interieurs te beschrijven om aan de hand daarvan de bijzondere historische interieurs in de Amsterdamse binnenstad beter te kunnen beschermen, zodat deze niet zomaar meer in de container verdwijnen of via antiquairs worden verkocht. Dit project komt voort uit de nota ‘Een betere bescherming voor historische interieurs’, die door een aantal deelraadsleden waaronder ondergetekende eind 2010 was ingediend. Deze nota heeft niet alleen tot doel de interieurs te beschrijven en te beschermen, maar wil ook meer bekendheid geven aan het belang van de historische interieurs en opgeslagen historische interieurs (terug)plaatsen. Dat het hard nodig is om tot een betere bescherming te komen blijkt uit eerder in dit blad beschreven verdwenen interieurs, zoals de in 2008 illegaal gesloopte apothekerskasten uit de voormalige drogisterij aan Heiligeweg 42 (Binnenstad 233).

Ook vanwege de recent gewijzigde wetgeving is het noodzakelijk om historische interieurs beter te beschermen. Vanaf 1 januari 2012 is de AMvB inzake de Modernisering van de Monumentenzorg van kracht waardoor er voor verbouwing van niet-monumentale delen van panden geen vergunningplicht meer geldt. De beoordeling of een bepaald onderdeel wel of niet monumentaal is wordt in de praktijk veelal aan de eigenaar overgelaten. Beschrijving van de interieurs en goede handhaving is dan de enige mogelijkheid om verbouwingen die monumentale interieurs aantasten tegen te gaan.
Over de uitvoering van het project in het eerste jaar (2011) kunnen we tevreden zijn. Er is een vliegende start gemaakt. Het project heeft aansluiting gezocht bij het CascoFunderingsOnderzoek (CFO) dat het stadsdeel jaarlijks uitvoert. In dat CFO worden jaarlijks 80 panden bezocht voor onderzoek. Hierbij lopen dan tevens medewerkers van Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) mee om de monumentale waarden van het pand te beschrijven. Zo heeft BMA in 2011 75 panden bezocht waarvan 54 rijks- of gemeentelijk monumenten. Bij 61 panden is vastgesteld dat het historisch casco nog (vrijwel) geheel aanwezig is. Mogelijk is dat aantal nog hoger, maar in enkele gevallen kon de aanwezigheid van een historisch casco vanwege voorzetwanden, verlaagde plafonds en dergelijke niet worden vastgesteld. In 18 panden is de oorspronkelijke structuur van het gehele huis bewaard gebleven. In 13 gebouwen zijn tevens waardevolle interieurs aangetroffen. In 32 panden is een bijzondere interieurafwerking of een zeldzaam en waardevol onderdeel gevonden en in één geval was er zelfs nog een ‘roerend’ onderdeel van historische waarde aanwezig, een vloerkleed. Tenslotte is er in één pand, Singel 112, dat geen status van rijks- of gemeentemonument had, een zó bijzonder interieur aangetroffen dat de procedure tot aanwijzing als gemeentemonument is gestart.
Alle beschrijvingen zijn opgenomen in het ‘Amsterdams Monumenten Informatie Systeem’ (AMIS) van BMA en in het geautomatiseerde systeem van het stadsdeel Centrum.
Beheer en handhaving
Om eigenaren van historische interieurs te stimuleren en te adviseren hun interieur in stand te houden en eventueel te herstellen wordt gedacht aan het instellen van een interieurwacht vergelijkbaar met de Monumentenwacht. Een dergelijke interieurwacht bestaat al in Noord-Brabant en Limburg. Dit idee, dat steun van bijvoorbeeld de provincie Noord-Holland nodig heeft, moet nog van de grond komen.
Terugplaatsen van historische interieurs
Een ander onderdeel van het project behelst het herplaatsen van ontmantelde interieurs. Bij het Amsterdam Museum zijn 21 historische interieurs opgeslagen. Eén daarvan is afkomstig uit Herengracht 132, het pand dat op Nieuwjaarsnacht 2008 is afgebrand. Het museum staat positief tegenover het terugplaatsen van deze interieurs. Gedacht wordt aan een pilot van twee interieurs, waarbij het de voorkeur heeft om interieurs terug te plaatsen op hun oorspronkelijke locatie. Aan diverse mogelijkheden wordt gewerkt, o.a. het aanbrengen van een of twee opgeslagen interieurs in het toekomstige Waldorf Astoriahotel, het complex van de voormalige Mees en Hope-bank tussen de Heren- en de Keizersgracht bij de Utrechtsestraat (zie Binnenstad 247).
Bekendheid geven aan het belang van historische interieurs
Het belang van het behoud van historische interieurs begint door te dringen bij de gemeentelijke organisatie. Alle inspecteurs voor bouw- en woningtoezicht hebben een cursus bij BMA gevolgd. Deze inspecteurs tonen grote betrokkenheid, maar geven tevens aan dat zij over meer specifieke kennis zouden moeten beschikken om bijzondere interieurs te kunnen herkennen.
Voor de bekendheid van het belang van historische interieurs bij eigenaren en gebruikers is een folder gemaakt met tips voor het onderhoud van historische interieurs. Deze folder richt zich op het belang van verantwoord alledaags onderhoud, zodat blijvende schade wordt voorkomen.
Aan de meer algemene bekendheid wordt nog gewerkt.
Conclusie
Het project heeft een goede start gemaakt; in één jaar is veel gedaan. Daarom is het ook een waardevolle pilot voor andere gemeenten in Nederland. Ook vanwege deze voorbeeldfunctie is het van belang dat het project doorgaat. Wel zou, om onnodig verlies van interieurwaarden te voorkomen, het tempo van bezoek en beschrijving nog wat opgevoerd mogen worden. De Amsterdamse binnenstad alleen al kent 8000 monumenten, waarvan de interieurs vaak niet of slechts summier zijn beschreven. Met het huidige tempo duurt het 40 jaar voordat de interieurs van alle monumenten zijn bezocht, de duizenden niet-monumenten, die van buiten niet bijzonder lijken, maar ook een waardevol interieur kunnen bevatten, niet meegerekend. Dat is veel te lang. Aan de hand van de ervaringen uit het afgelopen jaar en de ontwikkelingen in de komende tijd moet gezocht worden naar snellere en uitgebreidere methodes om tot een volledige beschrijving van de interieurs te komen. Daarbij valt op dat het stadsdeel BMA voor elke beschrijving moet betalen. De totale kosten hiervan zijn op jaarbasis € 75.000. In een tijd dat er grote bezuinigingen op het stadsdeel afkomen, is het project dus erg kwetsbaar. Het zou veel beter zijn als het beschrijven van monumentale interieurs een groter onderdeel van de structurele werkzaamheden van BMA zou uitmaken. Hier wreekt zich misschien dat de gemeente en het stadsdeel de Unesco-status van binnenstad nooit als een ‘unique sellingpoint’ hebben beschouwd om bescherming van de monumenten in de binnenstad als een logisch onderdeel van deze status te beschouwen en te promoten. Nu bestaat het risico dat het project, hoewel succesvol, over een paar jaar wordt beëindigd.

Dingeman Coumou

Foto’s: Bureau Monumenten en Archeologie

(Uit: Binnenstad 253, augustus/september 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.