Amsterdamse gevelstenen

Gevelsteen met spinnenwiel - Sint Jacobsstraat 17

In de smalle Sint Jacobsstraat staat op nummer 17 een vroeg zeventiende-eeuwse trapgevel waarvan het deel boven de tweede verdieping nog redelijk gaaf is. Natuurstenen waterlijsten, de sluit- en hoekstenen boven het venster en de twee nisvormige lichtopeningen ernaast geven een indruk van hoe de hele gevel eruit gezien moet hebben. Bij de vergroting van de vensteropeningen zijn de bogen boven de ramen van de eerste en tweede verdieping vervallen en de waterlijsten doorbroken, maar de gevelsteen met een spinnenwiel boven de puilijst heeft gelukkig alle verbouwingen overleefd.

Op 29 april 1606 kocht een zekere Abel Arentsz. dit huis. Het beroep van Abel, zoals vermeld in de overdrachtsakte, was stoeldraaier. Stoeldraaiers waren lid van het St.-Jozefs- of Timmermansgilde waarin, volgens een opsomming in de Stadsbeschrijving van Wagenaar (deel II, pag. 459) afgezien van timmerlieden, ook schrijnwerkers, stoelenmakers, Spaanse stoelenmakers, blokkenmakers, wieldraaiers, lijstenmakers, wagenmakers en ladenmakers verenigd waren. Spinnenwielmakers, een weinig voorkomend beroep, moesten ook lid zijn van het St.-Jozefsgilde.
In 1639 gaat een zoon van Abel Arentsz, Gerrit Arentsz. voor de tweede keer in ondertrouw – Trijntje Dircx, waarmee hij in 1630 in ondertrouw was gegaan, was overleden. In zijn beide ondertrouwaktes wordt als beroep wieldraaier en als adres Sint Jacobsstraat opgegeven. Lange tijd blijft het huis door overerving in de familie, maar in 1756 wordt het door de Nederduits-Hervormde Gemeente verkocht. Pas in een koopakte van 1762 wordt het pand omschreven als ‘huis en erve in de St. Jacobsstraat waar het Spinnenwiel in de gevel staat’, en deze omschrijving komen we ook tegen in 1771 en 1780.
In het stoelenmakersvak bestond een grote variëteit en specialisatie. Van Lennep en Ter Gouw geven in hun tweede deel van De Uithangteekens, in het hoofdstuk ‘Allerlei huisraad’ een opsomming van toen nog aanwezige gevelstenen met stoelen. Een notenbomen tafelstoel, een kraamstoel, een vrouwenstoel(?), een Spaanse stoel, een vouwstoel, een sitstoel, een Haarlemse stoel een ruststoel en een scheerstoel. De specialiteit van stoeldraaier Abel Arentsz. zal bestaan hebben uit het fabriceren van wat sjiekere stoelen met poten, sporten, arm- en rugleuningen en voorzien van draaiwerk. Een mooi voorbeeld van zo’n sjieke stoel – we komen deze ook op zeventiende-eeuwse interieur-schilderijen tegen – is voorgesteld op de gevelsteen ‘De Noteboome Tafelstoel’, een gevelsteen die zich eerder in de Pijlsteeg bevond (Suasso vermeldt de steen met de notitie ‘is door verbouwing vervallen’.)
Daar vroeg-zeventiende-eeuwse spinnenwielen samengesteld waren uit diverse gedraaide houten onderdelen, zullen er in de werkplaats van Abel Arentsz. ongetwijfeld ook spinnenwielen gemaakt zijn. Zijn zoon Gerrit zal zich hier verder in bekwaamd hebben. In een keur van 15 juni 1632, betreffende het proefstuk der wieldraaiers staat dat niemand draaiwerk mag vervaardigen zonder eerst een proef te hebben gedaan. Het proefstuk bestond uit het maken van een goed Hollands of Brabants spinnenwiel.
De gevelsteen in het pand Sint Jacobsstraat 17 is hiermee wel voldoende verklaard.

Onno Boers
met dank aan Hans Brandenburg voor het huisonderzoek

(Uit: Binnenstad 253, augustus/september 2012)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.