Interview met Vincent van Rossem - Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Interview met Vincent van Rossem

'Heemschut had en heeft steevast gelijk'

Ton Kootpenning voor Vincent van Rossem

Onze hoofdredacteur Vincent van Rossem ontving op 1 februari tijdens het debat 'Hoop of Sloop' in De Balie de Ton Kootpenning, de hoogste onderscheiding van de Erfgoedvereniging Heemschut. Hij kreeg de penning voor zijn nooit aflatende, kritische houding ten opzichte van ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor het unieke stedenbouwkundige en monumentale karakter van Amsterdam. Vincent is architectuurhistoricus en verbonden aan het gemeentelijk Bureau Monumenten & Archeologie (BMA). Hij promoveerde op de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren en het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) en sinds 2010 is hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Parkeerproblematiek op de gracht

In gebouw De Bazel spreek ik met Vincent over Heemschut, ondoordachte afbraak, het behoud van niet-populair erfgoed en een duurzame binnenstad.

De Ton Kootpenning die sinds 1972 uitgereikt wordt, is de hoogste onderscheiding van Heemschut en bedoeld voor personen die zich op een bijzondere wijze inzetten voor het behoud van erfgoed en voor monumentenbescherming. Heb je enig idee waarom je de penning kreeg?
Het was zorgvuldig binnenskamers gehouden, dus ik was volkomen verrast en ook wel even uit het veld geslagen. Het is een eervolle onderscheiding, waar ik trots op ben. De afgelopen 15 jaar heb ik mijn best gedaan voor het behoud van het erfgoed en vooral ook voor het niet-populair erfgoed, de naoorlogse woonwijken en de zogenoemde lelijke kantoorgebouwen waarvoor nog een groot aantal mensen staan te applaudisseren als die afgebroken zouden worden.

Je hebt ook een prachtig essay geschreven over het in 1911 opgerichte Heemschut. Wat is de rode draad in je verhaal?
De titel ‘Het grote gelijk van Heemschut’ zegt het eigenlijk al: Heemschut had en heeft steevast gelijk. Als je alle jaargangen van hun tijdschrift doorbladert dat zie je dat monumentenzorgers een vooruitziende blik hebben en niet, zoals zo vaak gezegd wordt, de vooruitgang tegen willen houden. Zij zijn het, die pleiten voor een beschaafde wereld, terwijl bijvoorbeeld de vastgoedwereld en vaak ook de politiek beslissingen neemt die maatschappelijk niet verantwoord zijn. Op foto’s en tekeningen in het tijdschrift is te zien hoe erg een pand of een gebied er soms aan toe was, waar Heemschut zich dan voor inzette en wat het geworden is.
Een mooi voorbeeld van hoe een verkeerd genomen politiek besluit weer teruggedraaid is, is de haven in Breda. Deze werd voor de bouw van een ondergrondse parkeergarage en een autoweg gedempt. Dit bleek allerminst een succes. Veertig jaar na dato is de haven in oude glorie hersteld. Al die lokale bestuurders, - of dat nu in Breda, Den Bosch, Venlo of noem maar een willekeurige stad op -, die zitten een hele dag zaken te doen met ‘bevriende’ aannemers en projectontwikkelaars. Dat schijnt normaal te zijn, maar dat is nu juist het grootste probleem van de gemeentepolitiek geworden. De onafhankelijkheid is ver te zoeken. Ze nemen besluiten die de gemeenschap niet dienen. Ik hoop dat de huidige crisis de vastgoedwereld voorgoed de nek heeft omgedraaid.
Trouwens alle nummers van het tijdschrift staan op een CD, ik kan hem iedereen warm aanbevelen. Het is een geweldig overzicht van wat er in pakweg honderd jaar in monumentenland is gebeurd.

Het gebouw van architectenbureau MVRDV in Geuzenveld

Even terug naar het begin van ons gesprek. Kun je een paar voorbeelden noemen van het niet-populier erfgoed en ‘lelijke’ gebouwen?
Het Wibauthuis aan de Wibautstraat bijvoorbeeld, het getuigt van een zeldzame onverschilligheid om dat af te breken. Het gebouw symboliseerde een aspect van de geschiedenis van Amsterdam, vooral van de dienst Publieke Werken natuurlijk. Daarnaast is het slopen van constructief goede panden in deze tijd van milieuproblemen dom. In de naoorlogse woonwijken Slotermeer, Geuzenveld en Osdorp is hetzelfde gebeurd. Geuzenveld is zo goed als afgebroken, daar is niet veel meer van over. In Geuzenveld hebben ze, op een paar na, de prachtige portieketageflats van de architect Van Tijen (Willem) gesloopt. Er werd gezegd dat deze huurwoningen slecht waren en vervangen moesten worden door koopwoningen. Ja logisch, want daar kun je geld aan verdienen! De laagbouw is weliswaar blijven staan, maar de gevels zijn door een laag ISPO onherkenbaar gemaakt. Met stip waren het de mooiste portieketageflats van Nieuw West. Want wat deed Van Tijen? Hij wist dat hij op esthetisch gebied geen wereldwonder was en daarom vroeg hij aan de architect Gerrit Rietveld, met wie hij goed bevriend was, om even goed naar het totaal te kijken en die deed dan een paar ingenieuze ingrepen. Je zag bij die portieketageflats duidelijk verwantschap met flats van Rietveld in Utrecht.
In een ander deel van Geuzenveld stonden de drie zogenoemde ‘haken’ van de architect Merkelbach (Ben). Die hebben ze ook gesloopt en daar staat nu dat vreselijke gebouw met die twee gaten van de hand van het buro MRDV. Je moet van Merkelbach houden, het is een beetje stugge architectuur, maar het waren prima woningen. Er wordt altijd gesuggereerd dat portieketagewoningen maar drie kamers hebben, dat is niet waar. Er zijn ook grote vijfkamerflats met vaak ook twee 2 wc’s. En dat is gewoon sociale woningbouw. Beter kun je het niet hebben.
Ik heb er veel aan gedaan om het tij te keren en gelukkig is er inmiddels een kleine groep groeiende die inziet dat slopen niet de juiste oplossing is.

Hoe kan er dan toch nog zoveel gesloopt zijn in Nieuw-West?
De politiek had te veel geloof in de corporaties. Alles was goed, want ze dachten dat er veel geld zat. Op een gegeven moment, ik geloof in 2007, werd het ParkStad akkoord gesloten, waarbij de facto het bestuur overgedragen werd aan particuliere ondernemingen. Dat was natuurlijk volkomen dwaas. Je praat niet alleen over stenen, maar ook over de inrichting van de openbare ruimte en gebouwen met een sociale functie. Het ging zelfs zo ver dat bij wijze van spreken sloopbesluiten niet meer door de gemeenteraad genomen. De politiek werd gewoon overbluft en gechanteerd. Het waren niet te beschrijven toestanden. De politiek heeft zich dood laten maken en in feite functioneert de democratie dan niet. Jaren geleden heb ik wel eens in het Parool gezegd dat er bij de corporaties veel mis was. Dat werd me toen niet in dank afgenomen, maar die profetie is helaas maar al te waar geworden.

Is er inmiddels wel een kentering opgetreden?
Ja, gelukkig is er mede door de waarderingskaarten beweging in gekomen. Voor alle panden is de architectuurorde van 1 tot 4 is vastgelegd. De ordekaarten zijn mede bedacht voor een verbetersysteem. Het ging niet zozeer om slopen, maar om het te goedkoop verbeteren. Met de Beter Verbeter subsidie, bedacht door Ab Vos, directeur van de vm. Woningdienst, is het behoud en herstel van het oorspronkelijke aanzicht van de gevel van architectonisch waardevolle panden in de gordel '20-'40 en de 19e eeuwse wijken dan mogelijk.

Heeft de hele stad een waardering gekregen?
Bijna de hele stad zoals die tussen de late middeleeuwen en 1970 tot stand is gekomen, is gewaardeerd. We zijn gestart met de Gordel '20-'40 en daarna kwamen de 19e-eeuwse Ring en het AUP gebied erbij. Voor de binnenstad is speciaal de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht gemaakt omdat de gehele binnenstad binnen de Singelgracht op 1 februari 1999 aangewezen is als beschermd stadsgezicht. De ordekaarten en de daarbij behorende voorschriften worden gebruikt als toetsingskader bij het ontwikkelen en beoordelen van bouwplannen.
Aardig is ook nog wel om te memoreren dat er tijdens de uitvoering van het gemeentelijk monumentenproject dat in 1997 van start ging 900 monumenten bij zijn gekomen. Op de Rijkslijst stonden er veel te weinig.

Je hebt je intensief bezig gehouden met het samenstellen van het gemeentelijk monumentenproject, was je ook zou nauw betrokken bij de waarderingskaarten voor het AUP-gebied?
Absoluut, ik geef om moderne architectuur, ik zie liever een modern gebouw dan zo’n neorenaissance-achtig ding. Samen met Jeroen Schil, die ook bij het bureau BMA werkt, ben ik er eindeloos mee bezig geweest. Jeroen is zo iemand die op een hele mistige dag op 200 meter afstand ziet dat een flatgebouw ergens in de verte een Groosman (Ernest) is. Geweldig vind ik dat. We hebben een mooie waarderingskaart gemaakt. Er zullen wel mensen zijn die vinden dat het allemaal te hoog gewaardeerd is, maar de tijd zal leren dat ze ongelijk hebben.

Eerste Goudsbloemdwarsstraat 7 Tweede Goudsbloemdwarsstraat 28

Ben je tevreden over de gang van zaken in de binnenstad? Wordt er toch niet ondanks de duidelijke regelgeving meer gesloopt dan ons lief is?
Het gaat redelijk goed met de binnenstad. Over het algemeen heerst er binnen stadsdeel Centrum een beschaafde sfeer. Dat rouwdouw-denken van nieuw is beter dan oud’ dat ebt weg. Er wordt veel zorgvuldiger nagedacht over wel of niet slopen. In het stadhuis weten ze dat onze vereniging met argusogen naar hun verrichtingen zit te kijken. En door het beschermd stadsgezicht bemoeit bureau BMA zich met alles, zelfs bij een orde 3 pand kom ik op bezoek.

Tegenwoordig zie je wel steeds vaker in de binnenstad dat er historiserend gebouwd wordt. Is dat een ramp of een zegen voor de binnenstad?
Ik ben er niet dol op, maar aan de andere kant is het een redelijk goede noodoplossing, soms is het beter dan een hele foute oplossing. Dat zie je bijvoorbeeld in de Eerste Goudsbloemdwarsstraat, dat pand met die enorme glasgevel op nummer 7, dat is een volkomen waardeloos ding. Dat hadden we beter niet kunnen doen denk ik dan. Terwijl er in de Tweede Goudbloemdwarstraat op nummer 28 historiserend nieuw is gebouwd. Heel keurig gedaan, mooi steentje, alleen een wonderlijke hemelwaterafvoer. Toch vind ik dit een betere oplossing. Dus ik kan wel met het beleid van de VVAB leven om op te passen met moderne architectuur in de oude binnenstad.

De Effectenbeurs van Jos Cuypers op het Beursplein 5

Kun je gebouwen aanwijzen waar mensen eens goed naar moeten kijken?
Eigenlijk is ieder gebouw de moeite waard om naar de kijken. Mensen doen dat veel te weinig. Ik doe dat de hele dag door, ook naar gebouwen die ik al duizend keer gezien heb. Als ik op het Spui ben, kijk ik altijd even naar het gebouw van Ed Cuypers waar Esprit in zit. En kijk ook niet alleen naar de Beurs van Berlage, maar juist ook eens naar de Effectenbeurs van Jos Cuypers.
Zelf twijfel ik nog al eens over de waarde van de architectuurgeschiedenis. Je kunt je zelfs afvragen of die wel bestaat. Iemand maakte samen met de opdrachtgever een gebouw waarvan zij dachten dat het mooi was. En om er dan achteraf allerlei ontwikkelingsmodellen op los te laten waardoor de Effectenbeurs er niet toe doet en de Beurs juist een geniaal gebouw is, ja dat gaat me toch wel wat te ver. Zo mooi is de Beurs nu ook weer niet. Iedereen praat elkaar na: O, o die Berlage, prachtig, maar als je dan vraagt wat is er dan precies zo bijzonder aan, dan kunnen ze het niet uitleggen.

Het nieuwe Standaardgrachtenprofiel ingevoerd door wethouder Guusje ter Horst

Van de stenen naar de openbare ruimte. Je maakt je steeds kwader over de geparkeerde auto’s langs de grachten. Wat is het probleem, de aanblik of de vervuiling?
Beide natuurlijk, ik fiets iedere dag over de Leliegracht via de Herengracht naar mijn werk op de Vijzelstraat. Het is een volkomen waanzinnige bende op de grachten die in belangrijke mate door auto’s veroorzaakt wordt. Je ziet de ene na de andere SUV. Nooit kun je een normale foto van een gracht maken. Ik heb vaak overwogen om van bijvoorbeeld de Herengracht een fotoreportage te maken op de ooghoogte van een kind. Ik denk dat iedereen zich dan te pletter schrikt.
Daarnaast zijn het natuurlijk enorme milieuvervuilers. Iedereen heeft de mond vol over een duurzame stad en dat betekent dan zo’n zonnecollector op het dak van een monument. Maar een SUV die meer dan 2 ton weegt en per kilometer meer energie verbruikt dan het peertje in mijn bureaulamp in een heel jaar, schijnt heel normaal te zijn. Ik vind het van een grote hypocrisie getuigen. De politiek moet bewust kiezen en het gebruik stimuleren van elektrisch vervoer over de weg en op het water. Maar nee, het zijn angsthazen, wel belijden met de mond maar verder niets.
Toen de bekende Amerikaanse historicus Lewis Mumford Amsterdam in 1958 bezocht, was hij diep geschokt dat wij de grachten als parkeerplaats gebruikten. Het beleid is niet veranderd. Waarom niet? Omdat het bakken geld in het laatje brengt. Schandalig, de auto is de heilige koe. Ook de milieubeweging zwijgt als het graf over auto’s terwijl we allemaal weten dat de auto de ergste vorm van verspilling is. Hoe zwaarder een auto is, hoe meer CO2 uitstoot. Dat gaat exponentieel omhoog bij het gewicht van een auto. Bereken eens hoeveel fijnstoftroep je iedere dag inademt. Het ergste is dat mijn kleinkinderen die troep al van jongs af aan binnenkrijgen.
Daarnaast is het nodeloos slopen van gebouwen bepaald niet duurzaam, wekenlang rijden vrachtauto’s heen en weer, ook voor het nieuw te bouwen complex. Als je eens wist wat dat aan CO2 uitstoot en aan milieubelasting oplevert, dan breek je nooit meer een complex af dat ook goed bruikbaar is voor andere functies. En zand en grind raken ook een keer op.
Door nu een keuze te maken voor een drastische vermindering van het autoverkeer en het tegengaan van onnodige slooppartijen, profileert Amsterdam zich als duurzame stad. Je zult zien dat de binnenstad binnen tien jaar wereldwijd nog meer geroemd wordt om haar monumentale en stedenbouwkundige schoonheid en schone lucht.

Addy Stoel

(Uit: Binnenstad 258, mei/juni 2013)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.