Boekbespreking

De grachten van Amsterdam

Ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de grachtengordel verscheen in 2013 een aantal interessante boeken, zoals ‘De wereld aan de Amsterdamse grachten’ van Pieter Vlaardingerbroek, ‘Grachtenhuizen’ van Arjan Bronkhorst en last-but-not-least ‘De grachten van Amsterdam’ van Rob van Koen Kleijn, Ernest Kurpershoek en Shinji Otani. Het laatste boek, een dikke pil van vier cm dik, mag de lang verwachte opvolger worden genoemd van het ruim twintig jaar geleden verschenen ‘Grachtenboek’. De gehele Amsterdamse grachtengordel werd voor dit boek door Shinji Otani opnieuw gefotografeerd. Deze bijzondere uitgave kon verschijnen dankzij Rob van Zoest van kunsthistorisch bureau D’ARTS, die er jarenlang aan heeft gewerkt en de klus kon klaren dankzij de medewerking van diverse specialisten.

Mijn bespreking is misschien niet helemaal objectief, want zelf heb ik ook een kleine bijdrage aan het boek mogen leveren. Het nieuwe grachtenboek is opgedragen aan de bewoners. Het is nadrukkelijk geen boek voor kunsthistorici, zoals De wereld aan de Amsterdamse grachten dat eigenlijk wel is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er een zeer beperkte literatuurlijst is opgenomen en er geen voetnoten in voorkomen, wat ikzelf wel jammer vind. Het oude Grachtenboek uit 1991 kan dus niet door het nieuwe worden vervangen. Wel bevindt zich achterin het boek een verklarende woordenlijst waarin ruim honderd begrippen worden gedefinieerd. De nadruk van het boek ligt ook niet louter op de architectuurhistorie. Zo is er veel aandacht voor bewoners en verhalen. Het personenregister bestaat maar liefst uit 3.100 namen, waaronder enkele heel beroemde als Casanova en Mozart, maar ook de personen die we kennen van schilderijen in het Amsterdam Museum en die dankzij dit grachtenboek tot leven komen.

Allereerst wat harde feiten. Het boek begint met enkele korte beschouwingen van de belangrijkste specialisten op dit gebied van dit moment, zoals Boudewijn Bakker, Jaap Evert Abrahamse, Kees Zandvliet, Ben Speet, Barbara Laan en Vincent van Rossem: stuk voor stuk juweeltjes van inzicht en reflectie. De slotzin van Van Rossems beschouwing over het vernieuwingsproces van de twintigste eeuw luidt: ‘Anders dan Koolhaas beweert, lijkt het alsof de oude binnenstad juist het perfecte evenwicht verbeeldt tussen behoudzucht en stedelijke dynamiek’, een boodschap die niet vaak genoeg verteld kan worden. Daarna volgt de systematische bespreking van 21 grachten, van het Singel tot de Prinsengracht en van de Brouwersgracht tot het IJ. De grachtenwanden zijn helder en duidelijk (en in kleur!) gefotografeerd door Shinji Otani, in de winter, want de bomen, doorgaans hinderlijke obstakels voor elke fotograaf, vallen nauwelijks op. Wel zie ik hier en daar wat vervormingen, ongetwijfeld veroorzaakt door het digitaal aan elkaar plakken van de foto’s; de verhoudingen van de gevels kloppen niet altijd, dus pas op met het vergelijken van hoogte- en breedtematen. Eigenlijk storen de geparkeerde auto’s nog het meest, want hierdoor is soms moeilijk te zien of een grachtenhuis nog een hoge stoep heeft of niet. Een opvallend verschil met het Grachtenboek uit 1991 is dat het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1768 niet gereprocudeerd is, hieraan is slechts één pagina besteed. Die pagina had beter achterwege gelaten kunnen worden omdat die, zonder de afbeeldingen, niets toevoegt. Anderzijds is het wel begrijpelijk dat men deze keuze heeft gemaakt, want Caspar Philips beperkt zich tot de Heren- en Keizersgracht en een stukje Brouwersgracht, terwijl het nieuwe grachtenboek betrekking heeft op alle grachten van het Unesco-gebied, in totaal veertien kilometer grachtenwand. Zelfs de Nieuwe Achtergracht wordt niet vergeten. Door het rubriceren van huisnummers is op overzichtelijke wijze aangegeven welke grachtenhuizen in de tekst worden besproken.

Jacob de Wit, Allegorie op de geschiedenis, 1754, uit de bibliotheek van het huis De Pinto, Nwe Herengracht 99 (depot van het Amsterdam Museum).

De fotoredactie is subliem, zodat er ook voor het oog veel te genieten is. Hoewel de nadruk niet ligt op een zo volledig mogelijk overzicht van alle monumentale interieurs, staan de belangrijkste er wel in. Zo is bijvoorbeeld het vrijwel onbekende plafond van Piet Mondriaan op Keizersgracht 608 niet vergeten, een vroeg figuratief werk met kinderhoofdjes. Buitengewoon blij ben ik met het feit dat de Nieuwe Heren- en Keizersgracht, de grachtengordel dus voorbij de Amstel, niet zijn vergeten. Daar staan enkele buitengewoon belanghebbende grachtenhuizen, waar nog veel te ontdekken valt. Zo staat het recent ontdekte laat-zeventiende-eeuwse stucplafond van Nieuwe Herengracht 99 er bijvoorbeeld in (zie p. 92-93), zij het niet expliciet genoemd, maar de rijke achttiende-eeuwse stucwerkdecoraties van nummer 143-145 helaas niet. Een nieuw inzicht is dat deze huizen hun rijkste pronkzalen aan de voorzijde hadden, vanwege het uitzicht op de groene Plantage. Terecht wordt ook het opmerkelijke verhaal over een schuilsynagoge op de Nieuwe Keizersgracht verteld. Wel heb ik enkele foutjes aangetroffen, maar dat is onvermijdelijk met een naslagwerk van deze omvang.
Kortom, we hebben er weer een belangrijk naslagwerk bij. Overbodig te zeggen dat het boek niet kan ontbreken in uw bibliotheek, of u nu kenner of liefhebber bent. Een mooi Kerstcadeau!

Walther Schoonenberg

Koen Kleijn, Ernest Kurpershoek en Shinji Otani. De grachten van Amsterdam. Gebonden, hardcover, één leeslint, 464 pagina’s, 880 afbeeldingen in kleur (waaronder 180 fotostrips van de grachtenwanden). Uitgeverij Thoth, Bussum. Prijs: € 99,50 (na 1 januari 2014: € 119,50)

De Herengracht tussen de Raadhuisstraat en de Leliegracht. Boven: Grachtenboek van Caspar Philips. Onder: De grachten van Amsterdam, 2014.

(Uit: Binnenstad 261, november/december 2013)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.