Drukte in het pretpark

De laatste tijd krijgt het onderwerp ‘drukte in de binnenstad’ in de publieke discussie steeds meer aandacht. Dankzij het recente rapport Drukte in de binnenstad 2012 van het gemeentelijke onderzoeksbureau O+S kan die discussie voortaan op objectieve gronden worden gevoerd, want O+S verkondigt geen opinies maar levert feiten en cijfers aan (1). Uit hun onderzoek blijkt onder meer dat ‘drukte’ voor het eerst bovenaan het klachtenlijstje van de Amsterdammers staat (2). Ook toeristen wordt het te bar, de ATCB (de vroegere VVV) constateerde vijf jaar geleden al dat het aantal klachten van toeristen over de drukte sinds het voorafgaande onderzoek meer dan verdubbeld was (3). Het is dus geen kwestie van zeurende bewoners, maar een reëel probleem.

Het stadsdeelbestuur meent echter dat het allemaal best meevalt en de centrale stad blijft miljoenen pompen in citymarketing. Daardoor zal het de komende jaren nog veel drukker worden, met als gevolg nóg meer overlast voor bewoners en toeristen. De groei en bloei van Amsterdam is een groot goed, maar de vraag rijst of aan de neveneffecten daarvan wel voldoende aandacht wordt besteed. Redenen genoeg om eens uitvoerig aandacht aan deze problematiek te besteden.

Gezellige drukte?

Café Hoppe op het Spui. Doordat het hele trottoir is bezet kunnen passerende voetgangers er niet meer langs (foto Wim Ruigrok).

Afgaande op de website van het stadsdeel is er niets aan de hand: "Het overgrote deel van de bewoners ervaart de drukte als gezellig (73%), acht procent vindt het stadsdeel vervelend druk". Dit gaat echter niet over de bewoners van de binnenstad, maar over álle Amsterdammers. Dus inclusief al die honderdduizenden die in andere stadsdelen wonen en zelden of nooit iets van drukte of lawaai in de binnenstad merken. Maar van de 84.500 binnenstadbewoners zelf mijdt bijna de helft op bepaalde tijdstippen de binnenstad. Die meer dan 40.000 mensen stemmen dus met hun voeten (4), net als de 135.000 Amsterdammers die vanwege de drukte Koninginnedag niet in de binnenstad vieren en de 26.000 die daar dan wegblijven vanwege de onveiligheid of andere invloeden die met de drukte meegroeien. (5) Het percentage binnenstadbewoners dat evenementen gezellig vindt kelderde sinds 2001 van 58% naar 36% en bij de rest van de Amsterdammers van 67% naar 37% (6). Onder deze geënquêteerden bevinden zich ook al die mensen die in buurten wonen waar nooit evenementen plaatsvinden. Het loopt de spuigaten uit met die evenementen. Hoewel slechts minderheden overlast ondervinden (7) mag het stadsdeelbestuur de overlastproblematiek niet blijven bagatelliseren. Men kan bijvoorbeeld de 13.000 binnenstadsbewoners die volgens O+S overlast van evenementen ervaren toch niet in de kou laten staan omdat daar 30.000 anderen tegenover staan die evenementen gezellig vinden? (8) Temeer niet omdat een grote meerderheid van die 13.000 mensen daar het hele jaar door overlast van ondervindt (9). Het denken in meerderheden en minderheden dient om het staande beleid te verdedigen en deugt niet. Bij stankoverlast of teveel herrie door machines in woonbuurten wordt ook niet in meerderheden en minderheden gedacht. Ook als maar één gezin ’s nachts regelmatig uit de slaap wordt gehouden moet dat serieus worden genomen, ongeacht wie de veroorzaker is.

Een funeste optelsom

De bevolking van de binnenstad groeide van 2002 tot 2012 met 5.500 personen en in heel Amsterdam met 55.000 (10). Het aantal bezoekers van culturele instellingen in de binnenstad nam toe van 12,4 miljoen per jaar tot 14,6 miljoen (11). Wanneer men de bezoekers aan de musea aan het Museumplein en de tien grootste binnenstadsfestivals meetelt, liep het aantal op van 16,7 naar (minstens) 22,2 miljoen personen (12). Ook het aantal deelnemers aan congressen met binnenstadsbezoekers nam sinds 2001 toe van 25.000 tot 32.000 (13). Al met al zijn in het centrum op een gemiddelde dag 34.000 dagbezoekers en hotelgasten aanwezig (14). Het gaat dus om een optelsom van veel factoren die elk op zich de schaal van de weegschaal niet doen doorslaan, maar gezamenlijk doen zij dat wél.
In 2010 vergunde het stadsdeel 115 grote evenementen (15). Volgens Nieuw Amsterdams Peil waren het er zelfs 160, ofwel drie per week (16), maar B&W wil het aantal evenementen niet verkleinen. Hoewel een geluidsniveau van 85 dB(A) volgens de gemeente schadelijk is voor de volksgezondheid zijn in de binnenstad 58 evenementen toegestaan met dat aantal ‘decibellen’, plus 15 evenementen tot maximaal 90 dB(A) (17). Een geluidssterkte van 85 dB(A) komt overeen met het geluid van een rij zware vrachtwagens op 15 meter afstand (18) en geldt o.a. voor de Appeltjesmarkt (19). In werkelijkheid dreunde de bas-beat van het laatste festival aldaar meer dan een halve kilometer ver door. Degenen die tot twaalf uur ’s nachts aan de volumeknoppen draaien zijn kennelijk de baas. Ook op het water - reden waarom in deze raadsperiode twee van de vijf leden van één deelraadsfractie zijn verhuisd (20).
In 2008 waren er 888 terrassen in de binnenstad, in 2010 al 947 (21). De stijging met 59 stuks bestond bijna helemaal uit ‘maatwerk’, dus in het voordeel van de aanvragers afwijkend van de formele regels (22). Momenteel zijn er al meer dan 1000 terrassen (23). Geen wonder dat circa 40.000 binnenstadbewoners ooit overlast hadden van terrassen; bijna 2,5 keer zoveel als in 2001 (24).
De groei komt ook tot uiting in de vervoerscijfers. Tegenover de daling met 16% van het aantal auto’s dat de Singelgracht passeerde staat een stijging van het aantal passages per fiets met 50% en idem per brommer met 126% (25). Het aantal passagiers van zee- en riviercruises verdrievoudigde zelfs, van 175.000 naar 562.000 (26).

Hotels

Kaartje uit de Hotelnota 2012 van het stadsdeel. Alleen in de rode, gele en blauwe centrumgebieden zijn onder bepaalde voorwaarden hotels toegestaan.

Wie meer bezoekers wil trekken moet meer hotels bouwen, dat heeft de gemeente goed begrepen. Het aantal hotelkamers steeg in Amsterdam sinds 1997 van 14.500 naar 24.200 (27) en het aantal hotelovernachtingen sinds 2001 van 8 naar 10 miljoen per jaar, wat volgens B&W moet doorgroeien naar 10,6 miljoen in 2014 (28). Van 2006 tot 2015 moesten er 9.000 hotelkamers bij komen, waarvan 1.000 in de binnenstad (29). Dat werd gepresenteerd als tegemoetkoming aan de binnenstad, omdat het de spreiding zou bevorderen. Maar de gasten van de 8.000 nieuwe hotelkamers buiten de Singelgracht komen vanzelfsprekend óók massaal naar het centrum. De doelstelling van 9000 hotelkamers erbij wordt eind 2014 voor 95% gehaald, maar volgens B&W is dat nog niet genoeg en zal het vanaf 2016 gewoon doorgaan, in lijn met de verwachte groei van de vraag, al groeit het aantal hotelovernachtingen in Amsterdam momenteel al het snelst van alle steden in Europa (30). De VVAB heeft in 2011 op goede gronden bezwaar aangetekend tegen de hotelplannen voor de binnenstad (31). Daar nam het aantal hotels sinds 1997 toe van 170 naar 248 (32), zodat de binnenstad momenteel twee keer zoveel hotels telt als de drie steden Rotterdam, Den Haag en Utrecht samen (33). Dit onder regie van het gemeentebestuur, dat het stadsdeel in 2008 op de vingers tikte omdat het daar niet snel genoeg ging. Waarop het stadsdeel besloot tot een forse uitbreiding van het gebied waar nieuwe hotels in principe acceptabel zijn.
Helaas houdt het stadsdeelbestuur zich niet aan zijn eigen hotelnota van 2012. In september is er namelijk een convenant gesloten met de UvA, waardoor het onder voorwaarden mogelijk kan worden een hotel in het Bungehuis te vestigen (34). Ook heeft een ontwikkelaar het plan opgevat om van het gebouw van de Weekbladpers aan de nog rustige Raamgracht een hotel te maken, waarop volgens hem door de betrokken wethouders van stad en stadsdeel positief is gereageerd (35). Beide opties zijn echter in strijd met zowel de hotelnota (zie kaartje) als met het bestemmingsplan. De hotelnota was al bij voorbaat lek geprikt door een uitzonderingsclausule die vestiging van hotels met een bijzondere formule weer wél mogelijk maakt. Hoewel de eigenlijke procedures nog moeten beginnen zijn dit toch signalen dat het gewoon door blijft gaan. Volgens de toelichting op het bestemmingsplan zullen nog meer hotels tot een monocultuur leiden en ten koste gaan van een gevarieerd en levendig stadshart (36), maar in de praktijk gebeurt dat toch en verliezen buurten hun specifieke karakter.

Amsterdam is trots op zijn plaats in de wereldtoptien van congressteden (37) en op zijn zevende plaats op de ranglijst van Europese toeristensteden (38). Maar er zijn ook andere lijstjes. Op een ranglijst van 24 grote Europese steden met het aantal hotelovernachtingen per inwoner staat Amsterdam bovenaan (39) en op de ‘vervuilingslijst’ van tien grote Europese steden bijna, want volgens die lijst is alleen Dublin nog meer vervuild dan onze stad (40).

Schema met doelstellingen uit de nota Beleidsplan Binnenstad, 1993

Het beleid

Amsterdam besteedt veel geld aan citymarketing. In de concept-gemeentebegroting 2014 is 4,2 miljoen euro gereserveerd voor de Stichting Amsterdam Marketing (41) t.b.v. de metropoolregio, 1,5 miljoen voor het evenementenfonds, 1,3 miljoen voor het aantrekken van nieuwe bedrijven, 400.000 voor o.a. de Clipper Amsterdam, 400.000 voor congressen, 300.000 voor onderzoek t.b.v. toerisme en acquisitie en 200.000 voor o.a. Holland Casino (42). Samen met nog wat kleinere postjes: 8,9 miljoen. Het promotiebeleid is zeker succesvol uit oogpunt van commercie en werkgelegenheid, maar in de begroting staat zwart op wit dat daaraan geen risico’s zijn verbonden (43). Tien jaar geleden dacht men daar nog anders over, in het Beleidsplan Binnenstad 1993 (44) realiseerde men zich de risico’s van de nagestreefde versterking van de centrumfunctie terdege (zie schema).

De schadelijke gevolgen van het voorgenomen beleid trachtte men te voorkomen door op drie vlakken verbetering na te streven, namelijk 1e de kwaliteit van de historische binnenstad, 2e veiligheid en leefbaarheid en 3e autoluwe bereikbaarheid. Van deze drie is uiteindelijk vooral de leefbaarheid het kind van de groeirekening geworden. Natuurlijk valt er over het beleid van het stadsdeel en de centrale stad veel goeds te melden, zoals het 1012-beleid, het verplaatsen van Ajax-huldigingen naar Zuidoost, het driestappenplan om horeca-overtredingen te beteugelen, de sluiting van illegale hotels en de recente maatregelen tegen alcoholmisbruik. Maar dat neemt niet weg dat drukte en overlast in de binnenstad een onaanvaardbaar niveau hebben bereikt en tegelijkertijd een verwaarloosd probleem zijn geworden. Ook al doordat er niet op acquisitie wordt bezuinigd maar wél op handhaving. Op papier resteert voor elk terras op het trottoir een doorloopbreedte van 1.50 meter, in de praktijk worden voetgangers vaak de rijweg opgedrongen. Op papier mogen terrassen niet langer zijn dan de gevelbreedte, in de praktijk wordt lustig uitgewaaierd. In theorie mogen terrassen geen geluidsoverlast veroorzaken, maar dat geldt niet voor het menselijk stemgeluid terwijl het avondlijke en nachtelijke geschreeuw op straat juist de ergste hinder oplevert. Vanaf 1 november mag terrasmeubilair buiten de openingstijden niet op straat staan, maar dat lappen veel terrashouders aan hun laars. Zelf geeft het stadsdeel bij wijze van ‘maatwerk’ regelmatig vergunningen af die in strijd zijn met het reguliere beleid. En tenslotte: al twintig jaar worden de horecaregels versoepeld onder voorwaarde dat eerst de handhaving op orde moet zijn, wat al twintig jaar niet lukt. Het systeem van regelgeving en handhaving is zo lek als een mandje.

Authenticiteit en integriteit

De schoonheid van Amsterdam, stadsgezicht met oude gevels op het Spui.

Eén van de Unesco-voorwaarden voor het werelderfgoed is het behoud van authenticiteit en integriteit. Verdraagt de huidige situatie zich daar nog wel mee? Tijdens het seizoen wordt het straatbeeld gedomineerd door bont geschilderde toeristenbussen, plastic waterfietsen, partyboten met muziek, fietstaxi’s, groepen gele, groene en blauwe huurfietsen en de niet-weg-te-krijgen bierfiets. Daar komt het sfeereffect bij van vlaggen, wapperende banieren aan brugleuningen, bossen megaparasols en de meer dan 1000 terrassen met hun niet altijd even bescheiden uitrusting. De bloemenmarkt is een mega souvenirboulevard geworden en sommige stegen en smalle straten zijn herschapen in openluchtrestaurants waar men zich als passant een indringer voelt. De karakteristieke stenen boogbruggen worden sinds jaar en dag geaccentueerd door rijen lampjes, alsof ze zonder lampjes niet de moeite waard zouden zijn. Een rij grachtengevels waarachter één hotel schuilgaat wordt gedegradeerd tot decor. De openbare ruimte wordt in beslag genomen voor niet-openbaar gebruik en dus geprivatiseerd. Dat het Engels oprukt is geen probleem, maar als die taal het Nederlands verdrijft is dat iets om over na te denken. Zo heet het aloude Amsterdams Historisch Museum nu op zijn Engels Amsterdam Museum, dat geen ingang meer heeft maar een entrance en geen museumwinkel maar een museumshop. Al met al gaat het gekoesterde authentieke beeld van de binnenstad steeds meer schuil achter een toeristische facade. Waarom eigenlijk? Komen de toeristen naar hier voor het toerisme of voor Amsterdam? Volgens ATCB-onderzoek komt 40% in de eerste plaats voor de grachtengordel en komt men in grote meerderheid sowieso voor culturele doeleinden (45). Naarmate de binnenstad meer trekken van een pretpark gaat vertonen zal de meerderheid van de toeristen die nu nog voor de grachten en musea komen worden afgeschrikt en zullen de bierfeestgangers juist worden aangetrokken.
In toeristensteden als Barcelona en Venetië is het helemaal misgegaan, zoals tijdens het congres van 18 oktober in de Duif is aangetoond door respectievelijk de Spaanse hoogleraar prof. dr. Sabate en zijn Italiaanse collega prof. dr. Secchi, die zelfs opmerkte dat Venetië inmiddels geen stad meer is. Laat het met onze binnenstad zo ver niet komen!

Hendrik Battjes

Vijf aanbevelingen

  1. Herzie het hotelbeleid door in de binnenstad géén nieuwe hotels meer te vergunnen.
  2. Wijk niet af van bestemmingsplannen voor hotel- of horecadoeleinden en ga voor nieuwe vestigingen niet langer uit van de marktvraag maar van de opnamecapaciteit van de stad.
  3. Laat de handhaving niet afhangen van bewijs voor overlast, maar handhaaf consequent bij objectief vast te stellen overtredingen en betaal de eventuele extra kosten daarvan uit de royale pot voor citymarketing.
  4. Verplaats evenementen die zich daarvoor lenen naar andere stadsdelen en verlaag het maximaal toegestane geluidsniveau naar een sterkte die niet schadelijk is voor de gezondheid, dus 80 dB(A) (46).
  5. Bewijs Amsterdammers, niet-Amsterdammers en buitenlanders gastvrijheid door te concurreren op kwaliteit.

Literatuur

  • Beleidsplan 1993 [Gem. Amsterdam, Beleidsplan Binnenstad, november 1993]
  • Hotelnota 1997 [Gem. Amsterdam, De effecten van hotelbouw op de binnenstad van Amsterdam, oktober 1997]
  • Hotelnota 2007 [Gem. Amsterdam, Nota Hotelbeleid 2007-2010, vastgesteld door B&W 20-7-2007]
  • Strategische Visie [Gem. Amsterdam, Strategische visie Amsterdamse Binnenstad, 27-11-2001]
  • Evenementennota 2008 [Gem. Amsterdam, Buitenevenementen in de binnenstad, 9-6-2008]
  • Begroting 2014 [Gemeente Amsterdam, Begroting (concept), oktober 2013]
  • Trendrapport 2004 [Stadsdeel Centrum, Trendrapport 2004, juli 2005]
  • Evaluatie terrassenbeleid 2008 [Stadsdeel Centrum, Evaluatie terrassenbeleid 2008, 10-5-2011]
  • Trendrapport 2011 [Stadsdeel Centrum, Trendrapport 2010-2011, oktober 2011]
  • Hotelnota 2012 [Stadsdeel Centrum, Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015, 27 maart 2012]
  • Drukterapport 2001 [O+S, Druk in de Binnenstad??? maart 2001]
  • Drukterapport 2013 [O+S, Drukte in de binnenstad 2012, een vergelijking met 2001, augustus 2013]
  • Overlast op het water 2013 [O+S, Overlast op het water, januari 2012]
  • O+S jaarboek 2012 [O+S, Amsterdam in cijfers 2012, november 2012]
  • O+S jaarboek stadsdelen 2012 [O+S, Stadsdelen in cijfers 2012, november 2012]
  • ATCB 2008 [ATCB Bezoekersprofiel 2008, maart 2008]

Noten

  1. Het rapport Drukte in de binnenstad 2012, een vergelijking met 2001 dateert van augustus 2013.
  2. In het Drukterapport 2001 werd de drukte pas als vijfde genoemd, zie Drukterapport 2013, pag. 6.
  3. ATCB 2008.
  4. Drukterapport 2013, pag. 7. Van de bewoners van de binnenstad zegt 48% de binnenstad op bepaalde tijdstippen te vermijden, dus 0,48 x 84.500 = 40.500 personen.
  5. Drukterapport 2013, pag. 86. Van alle 790.000 Amsterdammers viert 37% = 292.000 Koninginnedag niet of elders, waarvan 46% = 135.000 vanwege de drukte en 8% vanwege onveiligheid plus 1% vanwege te veel dronken mensen, samen 9% = 0,09 x 292.000 = 26.000 mensen vanwege die factoren.
  6. Drukterapport 2013, pag. 30.
  7. Drukterapport 2013, pag. 6: Onderzocht is in hoeverre evenementen, verkeer, dagjesmensen, winkelend publiek en horecapubliek tot gezellige drukte of tot overlast leiden. Rond de helft van de gebruikers van de binnenstad vindt dat deze bronnen van drukte leiden tot gezelligheid. Een minderheid vindt de bronnen van drukte overlastgevend. O+S verbindt hieraan terecht geen conclusie over de vraag of de overlast gezien dit gegeven wel of niet acceptabel is, evenmin als zij dat doen bij de eerdergenoemde percentages van 73% resp. 8%.
  8. Drukterapport 2013, pag. 30. Van de binnenstadsbewoners ondervindt 16% overlast van evenementen, d.i. 0,16 x 84.500 = 13.500 binnenstadsbewoners, waar tegenover 36% ofwel 0,36 x 84.500 = 30.500 evenementen gezellig vindt.
  9. Drukterapport 2013, pag. 29.
  10. Trendrapport 2002, pag. 39 (betr. Centrum 2002) en O+S Jaarboek 2012, pag. 55 en 66 (betr. overige).
  11. Drukterapport 2013, pag. 8.
  12. Zie de specificatie bij de literatuurlijst.
  13. Drukterapport 2013, pag. 8. Het aantal congressen nam in deze periode toe van 107 tot 145.
  14. Drukterapport 2013, pag. 82. Van de 200.000 mensen die op een gemiddelde dag in het centrum aanwezig zijn is 17% dagbezoeker of hotelgast, ofwel 0.17 x 200.000 = 34.000.
  15. Trendrapport 2011, pag. 41.
  16. Website NAP 20 oktober 2010: "… de evenementen die Amsterdam aandoen zijn talrijk. In 2010 zijn het er 160 in stadsdeel Centrum, een recordaantal. In 2009 waren er 128 evenementen, in 2008 127. De evenementen met minder dan honderd bezoekers waar geen vergunning voor nodig is, zijn er bovendien niet bij opgeteld. En ook de tientallen festiviteiten rond Koninginnedag zijn niet meegerekend".
  17. Evenementennota 2008, pag. 7 par. 1.6 (betr. niet verkleinen) en idem pag. 12 e.v. par. 2.3 (aantallen). In de nota ontbreken de gegevens van sommige evenementen, er zijn dus misschien nog meer evenementen mogelijk van 85 of 90 dB(A). De afkorting dB(A) is een definitie van decibels die naar geluidssterkte is gecorrigeerd voor de gevoeligheid van het menselijke oor (Wipikedia).
  18. L.R.E. Kinsler e.a., Fundamentals of Acoustics, Wiley 1982, tabel 12.2. Volgens bepaalde sites waaronder ‘Hoe hard klinkt een decibel’ is 85 dB(A) de sterkte van een F16A op 1500 meter hoogte en de evenementennota 2008 spreekt op pag. 44 van het geluid van een motor of bromfiets, gemeten op 25 meter afstand van de bron, In de nota wordt soms ook gewerkt met de afstand tot de gevel. De vrachtwagendefinitie is mij als meest geschikte definitie aangereikt door een emeritus hoogleraar natuurkunde.
  19. Evenementennota 2008, pag. 14.
  20. Overlast op het water 2013 par. 4. Driekwart van de binnenstadsbewoners ervaart ‘wel eens’ overlast van de drukte op het water, tegen slechts een kwart in 2004. O+S bagatelliseert deze verdrievoudiging door te benadrukken dat 69% van de binnenstadsbewoners positieve associaties heeft met de grachten. De overlast betreft voornamelijk muzieklawaai en vuil. In de binnenstadsrayons West en Stadshart ervaart 85% resp. 79% die overlast. De gemeente tracht het muzieklawaai te beteugelen door een wijziging op de verordening op het binnenwater: Open vaartuigen mogen geen versterkt geluid meer aan boord hebben. Elke vorm van versterkt geluid dat overlast geeft voor anderen is verboden (Waternet 2-7-2012).
  21. Trendrapport 2011, pag. 61.
  22. Evaluatie terrassenbeleid 2008, pag. 3-4. Van de 59 nieuwe terrassen zijn er 57 vergund als maatwerk, dus maar twee conform het reguliere beleid. Volgens pag. 4 van de nota komt 59 terrassen overeen met 16,6% van alle terrassen, maar uitgaande van ca. 1000 terrassen komt 16,6% neer op ca. 166 i.p.v. 59 terrassen.
  23. Volgens ambtelijke informatie van 31-10-2013 waren er medio 2013 al 999 terrassen vergund.
  24. Trendrapport 2011, pag. 61. In 2010-2011 had 53% nooit overlast van terrassen, dus 0.47 x 84.500 = 39.715 wél, terwijl het percentage dat die overlast ondervond sinds het onderzoek van 2001 steeg van 20% tot 47%.
  25. Drukterapport 2013, pag. 9. De percentages betreffen de periode 2001-2009.
  26. Drukterapport 2013, pag. 8-9.
  27. Hotelnota 1997, pag. 9 (betr. 1997), O+S jaarboek 2012, pag. 321 (betr. 2012). Het aantal hotelbedden in Amsterdam steeg sinds 2002 van 37.000 naar 52.000 (O+S Jaarboek 2012, pag. 322).
  28. O+S Jaarboek 2012, pag. 325 (betr. 8,1 miljoen in 2001 en 9,75 miljoen in 2011), concept begroting 2014, pag. 204-205 (betr. de uit ATCB-cijfers afgeleide verwachte 10,3 miljoen in 2013 en de doelstelling 10,6 in 2014), ATCB Nieuws 60902013 (le kwartaal 2013 al 2,3 miljoen). De groei van bed & breakfast en de forse groei van legale en illegale short stay zijn niet verwerkt in de statistieken, dat komt er dus nog bij.
  29. Begroting 2014, pag. 202.
  30. Begroting 2014, pag. 202 (betr. voornemen B&W) en persbericht ATCB (nu: Amsterdam Marketing) van 6-9-2013 (betr. snelste groeier), volgens welk bericht het aantal hotelovernachtingen het eerste kwartaal van 2013 10,7% hoger was dan die van het eerste kwartaal 2012.
  31. Brief VVAB, Inspraakreactie Concept Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015 Amsterdam, 30-11-2011.
  32. Hotelnota 1997, pag. 9 (betr. 1997), Drukterapport 2013, pag. 78 (betr. 2012).
  33. Hotelnota 2012, pag. 9 betr. aantallen 2010. Centrum 238 hotels, Den Haag 55 hotels + Rotterdam 50 + Utrecht 17 = drie steden samen = 122 hotels ofwel 51,2% x 238. Aangezien het aantal hotels in Amsterdam Centrum sneller groeit dan elders staat het wel vast dat de drie steden nu ongeveer de helft van het aantal hotels van het Amsterdam Centrum hebben.
  34. Concept convenant Bungehuis d.d. 24-9-2013, goedgekeurd in stadsdeelcommissie Bouwen en Wonen van 8-10-2013.
  35. Mededeling van een deelnemer aan het buurtoverleg dat door de initiatiefnemer was belegd.
  36. Concept-convenant Bungehuis (zie voorvorige noot) par. 4.5.1.
  37. Bericht IAmsterdam 15-5-2013.
  38. Site Dashboard Citymarketing, toeristisch kader Amsterdam, sturing op toerisme.
  39. Hotelnota 2012, pag. 10.
  40. Onderzoek door Irish Business Against Litter, oktober 2007, door O+S gepubliceerd 12-9- 2008. Eind 2007 heeft IBAL (een Ierse organisatie die pleit voor een schoon milieu in Ierse en andere Europese steden) tien Europese steden bezocht, waaronder Dublin en Amsterdam. In elk van deze steden werden 200 locaties onder de loep genomen, vooral toeristische trekpleisters en de omgeving daarvan.
  41. Volgens een persbericht van ATCB van 25 juni 2013 zijn ATCB, Uitbureau en Amsterdam Promotion gefuseerd tot één nieuwe organisatie, de Stichting Amsterdam Marketing, die de economische belangen van de metropoolregio behartigt.
  42. Begroting 2014, pag. 205-206.
  43. Begroting 2014. pag. 203.
  44. Beleidsplan 1993, pag. 20. In de ‘strategische visie’ van 2001 zijn deze doelstellingen door B&W onverkort overgenomen. Deze visie was bedoeld als overdrachtsdocument voor het toen nog op te richten stadsdeel.
  45. Trendrapport 2011, pag. 58 en ATCB 2008.
  46. Evenementennota 2008, pag. 44.

(Uit: Binnenstad 261, november/december 2013)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel 2 reacties op dit artikel.

dank voor dit heldere artikel, heel feitelijk.

 coby groenestein 14/3/2014 10:24:38

Als kersvers lid van de VVAB dank ik u voor dit informatieve artikel. Het doet me goed te zien hoe hartstochtelijk schoonheid en integriteit worden beschermd!

 J. Wijsman 11/3/2014 13:46:01

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.