Het eerste American Hotel (1882-1900)

Hoe komt Amsterdam eigenlijk aan een American Hotel? Een hotel dat bovendien al gebouwd werd in de jaren 1879-1882, twintig jaar voordat het vervangen werd door het huidige gebouw van W. Kromhout en H.G. Jansen? Amsterdam was in 1882 een van de weinige Europese hoofdsteden met zo’n Amerikaans hotel. En in Nederland was het een van de allereerste gebouwen die qua vormgeving, maar vooral qua opzet, exploitatie en hoteltechniek een duidelijke link had met Amerika.

Toch ging tot nu toe de architectuurhistorische literatuur – onder meer de catalogus bij de Americana-tentoonstelling in het Kröller-Müllermuseum in 1975 – aan dit gebouw voorbij. Wie kon er nou vóór Berlage en vóór het Rotterdamse ‘Witte Huis’, in die achterlijke negentiende eeuw, geïnspireerd zijn geweest door Amerika? Maar met die achterlijkheid viel het wel mee: Nederland was in de negentiende eeuw na Engeland de tweede buitenlandse investeerder in de Verenigde Staten. En samen met Zweden zou ons land een zekere voortrekkersrol op het Europese vasteland gaan vervullen wat betreft de introductie van Amerikaanse gebouwtypen en architectonische vormgeving. Niet toevallig liep in Amsterdam een hotel daarbij voorop. Want voordat Amerika zijn neoromaanse architectuur en later zijn hoogbouw exporteerde, was het op het gebied van de hotelbouw al toonaangevend. Het interessante is dat er een directe link bestaat tussen de pionier van de Amerikaanse hotelbouw, de briljante architect Isaiah Rogers, en de stichter en architect van het American Hotel, Cornelis Steinigeweg. Tijd om het stof eens weg te blazen dat op die laatste figuur is neergedaald.

Het American Hotel van C.A.A. Steinigeweg. Links het politiebureau uit 1881. Aquarel 1883 Tymon Meijer (Stadsarchief Amsterdam)

In de literatuur over de Grand Hotels in Nederland is de oudste geschiedenis van het American Hotel tot nu toe mistig gebleven. Over C.A.A. Steinigeweg (1825-1900), was wel bekend dat hij in Amerika was geweest en dat hij mogelijk zelf de ontwerper van het gebouw was, maar zijn precieze ‘whereabouts’ bleven duister, vooral omdat zijn memoires uit 1892, Amerikaansche Levenservaring, tot nu toe onopgemerkt bleven. Die memoires zijn trouwens een stuk opener over zijn belevenissen in Amerika, waar hij een redelijk succesvol ondernemer en landeigenaar was, dan over zijn wat getroebleerde wederwaardigheden als ondernemer in het sterk op connecties en opleiding steunende Nederland. Daar laat hij namen en plaatsnamen weg of worden slechts een enkele keer initialen genoemd, zodat de historicus het nodige moet reconstrueren.

Gevelsteen bij de ingang aan het Leidseplein. Afgebeeld is het American Hotel van C.A.A. Steinigeweg, zonder koepel op de belvédère.

Cornelis Steinigeweg

Leidsekade 91-93, architect C.A.A. Steinigeweg (1887)

Steinigeweg was een domineeszoon uit Rhenoy in de Betuwe. Duidelijk niet de favoriet van zijn vader, kon hij goed met zijn handen werken en begon hij onderaan in het bouwvak. Hij werkte waarschijnlijk mee aan de bouw van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats in Utrecht, als hulpje van de aannemer, van wie hij ook bouwkundig tekenen leerde. Met de architect, stadsbouwmeester Jan van Maurik, ging hij vervolgens mee naar Amsterdam toen die daar directeur Stadswaterwerken werd. Rond 1847 was hij tekenaar-opzichter bij de bouw van de Hollandsche gasfabriek aan de Weteringschans, onder de architect, oud-stadsrooimeester Theodorus van Outersterp. Ondertussen volgde hij een avondcursus aan de Academie van Beeldende Kunsten en deed hij examens als landmeter en onderwijzer Bouwkunde. Na de dood van zijn moeder, waarbij hem in tegenstelling tot zijn broers en zussen slechts een minimaal erfdeel ten deel viel, vertrok hij in een gammele brik naar Boston, waar hij in januari 1850 aankwam. Eigenlijk had hij naar Indië gewild, maar een relatie van zijn toekomstige schoonfamilie, zelf een oud-planter in Indië, raadde hem Amerika aan, destijds een ongewone keuze.

Steinigeweg beschrijft een avontuurlijke tocht door Amerika, van Boston, via Albany, New York, Philadelphia naar het ‘zeer schoone’ maar snikhete Baltimore, waar hij tijdelijk privé-onderricht in het tekenen gaf. Hij reist door naar de westelijke staten, door Pennsylvania, over de Cumberland Mountains en in een stoomraderboot over de Ohio en de Mississippi. In een stadje bij St. Louis werkt hij enige tijd als landmeter-kaartenmaker voor de Union Pacific Railroad. Maar omdat het nog jaren zou duren voordat hij op die manier in Californië, zijn reisdoel, zou komen, ging hij terug naar Cincinnatti, Ohio, waar hij eerder Isaiah Rogers, een van de meest toonaangevende architecten van het land, had ontmoet. Hij hielp deze naar eigen zeggen bij het vervaardigen van tekeningen van het Burnet House. Dat kan dan alleen in de laatste fase zijn geweest, bij de afbouw, want dit destijds ultramoderne hotel van 550 kamers werd al in hetzelfde jaar 1850 geopend. Steinigeweg maakte een uitbraak van cholera mee, zodat hij Cincinnati verliet en langs het Lake Erie naar Buffalo in het westen van de staat New York reisde. Hij had namelijk eerder in Albany vernomen van de kolonisatieplannen van een groep Amsterdamse regenten uit het protestantse Réveil, onder wie Jan Messchert van Vollenhoven, de latere burgemeester, en John James Teding van Berkhout, de latere wethouder van Publieke Werken. Weliswaar kwam hij met deze groep niet tot overeenstemming, maar het had hem vanaf het begin van zijn reis door Amerika wel geïnspireerd tot het maken van kolonisatieplannen. Hij ging nu op zoek naar geschikte landbouwgronden en vond die op Grand Island, een eiland in de rivier de Niagara bij Buffalo, even ten zuiden van de Niagara-watervallen. Hier kocht hij het jaar daarop grond van de Holland Land Company, een in 1792 gestichte Nederlandse investeringsmaatschappij, waarop hij zich vestigde als leider van een groep van ongeveer 85 overgekomen landverhuizers uit de Betuwe, onder wie nogal wat familieleden. Hij stichtte bovendien een zagerij voor spoorwegbielzen, die leverde aan de New York Central Railroad.

Met een onderbreking van vijf jaar, waarin hij, na de Amerikaanse Burgeroorlog te hebben meegemaakt, in Nederland een mislukt avontuur beleefde als directeur landbouw van een ‘stoombeetwortelsuikerfabriek’ aan de Klingelbeekseweg in Arnhem, zou Steinigeweg tot 1876 op Grand Island blijven. Vanaf 1878 werkte hij in Amsterdam aan plannen voor een Amerikaans ‘boarding house’ aan het Leidseplein. Dit kosthuis had behalve verhuurbare, gemeubileerde flatappartementen met speciale service, ook een stuk of vijftig hotelkamers en op de begane grond een café. Dergelijke kosthuizen kende hij uit eigen ervaring, hij verbleef er onder meer in Cincinnati, Buffalo en New York. Zijn aanvankelijke plan om het hele terrein ten noorden van de Leidsche Barrière – waarop het huidige American Hotel staat – aan te kopen, ging niet door omdat de gemeente op een deel ervan een politie- en brandweerpost wilde bouwen. Om toch nog wat extra ruimte te winnen, ontwierp hij het hotel met vier uitkragende erkers. Daartussen liepen deels ijzeren veranda’s en balkons, een karakteristiek element bij veel Amerikaanse hotels, zoals het beroemde Chelsea Hotel in New York of het Beach Hotel in Galveston. Waarschijnlijk om gezondheidsredenen – hij leed geregeld aan ‘typheuse koortsen’ – , droeg hij de uitvoering op aan de jonge, talentvolle architect Eduard Cuypers, een neef van de Rijksmuseumarchitect. Eduards vader Henri beschilderde de plafonds van het café met wapens van Amerikaanse staten, terwijl A. Graux boven de spiegels de Niagara-waterval schilderde. Boven de ingang hing een reusachtige Amerikaanse adelaar, terwijl enkele balkonconsoles waren gedecoreerd met ‘roodhuiden’. De naam ‘American Hotel’ werd mogelijk ingegeven door een gelijknamig hotel in Buffalo. Al op een van de eerste presentatietekeningen werd het café ‘Americain’ genoemd.

Steinigeweg schrijft in zijn memoires dat hij eigenlijk ongeschikt was voor het managen van een hotel en dat hij bovendien lieden had aangesteld die onbekwaam bleken. In 1883 trok hij zich terug als directeur om tot 1886 commissaris van de NV te blijven. August Volmer, tevens directeur van Krasnapolsky, wist het hotel pas echt tot bloei te brengen. Steinigeweg hield zich voortaan bezig met de bouw en verhuur van een aantal huizen aan de Leidsekade (in ieder geval de nummers 91-93) en, in 1894, met nieuwe ontginnings- en kolonisatieplannen, dit keer in de Great Dismal Swamp bij Norfolk, Virginia, een oud idee van George Washington. Vlak voor de sloop van ‘zijn’ hotel en de nieuwbouw door Kromhout overleed hij in zijn huis aan de Leidsekade nr. 87.

Isaiah Rogers en de Amerikaanse hotelbouw

Pinksteren 1882 was het eerste American Hotel gereed, met de feestelijke ingebruikname van de belvédère op het dak, een ruimte van acht zalen, te bereiken met een personenlift of ‘elevator’ die door een gasmotor werd aangedreven. Vanaf dit punt had men op het vijf verdiepingen hoge gebouw een fraai panorama over Amsterdam. De hoogstwaarschijnlijk ronddraaiende koepel, die gebouwd was boven een lichtkoker in het midden van het gebouw en die als idee duidelijk geïnspireerd was door de grote koepel op Isaiah Rogers’ Burnet House in Cincinnati, werd al na een paar jaar weer afgebroken, maar het laat zien dat Steinigeweg uit was op het technisch meest geavanceerde hotel van Amsterdam. Als tekenaar bij Rogers maakte hij in 1850 kennis met de vooruitstrevendste snufjes op hotelgebied. Burnet House werd door de London Illustrated News ‘the finest hotel in the World’ genoemd, voorzien van al het denkbare hotelcomfort, zoals stromend water, moderne wc’s en badkuipen, spreekbuizen en brandwerende maatregelen als ijzeren vloeren en een soort vroege sprinklerinstallaties. Veel van die noviteiten waren al te vinden in Tremont House in Boston, Rogers’ meest baanbrekende werk, gebouwd in 1827-1829. Het wordt vaak beschouwd als de oorsprong van het moderne hotelwezen, waar voor het eerst gerieflijkheden als stromend water, wc’s, metalen badkuipen, een receptie of hotellobby, afsluitbare kamers, vrij gebruik van zeep en een piccolo of hotelbediende te vinden waren. Dat Amerika de leiding in de hotelbouw nam, was niet zo verwonderlijk gezien de enorme reisafstanden in het land. Veel historische gebeurtenissen, bijeenkomsten en proclamaties vonden in de negentiende eeuw plaats in hotels, die vaak ook tot de best geoutilleerde gebouwen van de stad behoorden. Een stad als St. Louis had rond 1875 al een stuk of zes, zeven grote hotels van meer dan 250 kamers, de meeste in de ‘Italian style’ waarin hotels in die jaren werden gebouwd, een stijl die ook Steinigeweg hanteerde en die wat dat betreft afweek van de oudere ‘Greek Revival’-stijl waarin Rogers nog bouwde.

In veel opzichten zal het eerste American Hotel dan ook een meer Amerikaanse indruk op de beschouwer hebben gemaakt dan de latere schepping van Kromhout, die ontworpen was in een feestelijke mix van neoromaans, neorenaisaance en ‘Arabische renaissance’. Hij maakte er grote indruk mee in de gelederen van het architectengenootschap Architectura et Amicitia, dat al sinds jaar en dag vergaderde en ook zijn secretariaat had in het oude American Hotel. Een reliëf naast de ingang aan het Leidseplein is ter plaatse alles wat nog aan dat hotel herinnert.

Wilfred van Leeuwen

(Uit: Binnenstad 264, mei/juni 2014)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.