Interview met Hans Entrop

De nieuwe kademuur in het natte Damrak: een ingenieus project

In het stadhuis praat ik met de kademuurspecialist Hans Entrop. Entrop werkt sinds 1975 bij de gemeente Amsterdam en vanaf 2005 houdt hij zich samen met zijn collega Jeroen Oentrich vooral bezig met het vernieuwen van de kademuren in de binnenstad. Zeven heeft Entrop er nu in zijn functie van projectmanager bij de afdeling Projecten van het stadsdeel Centrum vernieuwd. Die in het Natte Damrak was voor hem tot nu toe wel de spannendste, de grootste en de duurste. De nieuwe kademuur is voorgedragen als project van het jaar op de landelijke funderingsdag.

Op en rond het Damrak zijn de werkzaamheden voor de NZ-lijn (Noord/Zuid-lijn) en de Rode Loper nog in volle gang en dan wordt ook nog eens de kademuur in het Natte Damrak vernieuwd. Zat dit in de planning?
Nee, maar toen er al begonnen was met de Rode Loper bleek dat de constructie van de kademuur zo verzwakt was dat er door de extra belasting een gevaarlijke situatie kon ontstaan die niet goed meer opgevangen kon worden. Natuurlijk zijn er aldoor metingen verricht omdat het wegdek verzakte en de trambaan hierdoor iedere keer moest worden opgehoogd, maar op den duur hielp dat niet meer en kwam de kademuur steeds meer onder druk te staan.
Het is jammer dat, toen er met de voorbereidingen van de NZ-lijn werd begonnen, er geen gelegenheid meer was om alle voorzieningen te treffen die nodig waren voor het vernieuwen van de kademuur, zoals de omgeving inlichten en een oplossing zoeken voor het verplaatsen van de rederijen. Dit heeft wel betekend dat, toen men begon met het boren voor de tunnel, er een kademuur aangetroffen werd die erg instabiel was. De boortanden van de tunnelboor draaiden in het rond zonder grip te krijgen in de slappe bodem. De grond heeft men toen laten bevriezen en het heeft ruim een jaar geduurd voordat de grond zo hard was dat de boor zich er vanaf de Prins Hendrikkade schuin onder de kademuur door naar het Damrak doorheen kon vreten.

Het Damrak is een van de oudste delen van Amsterdam. Het werk moest dus met de grootste zorgvuldigheid uitgevoerd worden?
Absoluut. Vroeger was het Damrak het stuk van de Amstel tussen de Dam en het IJ. Via een sluis bij de Dam stroomde de Amstel vanuit het Rokin, rak-in, het Damrak, buitenrak, in en mondde hij uit in het IJ. Hier lag ook een deel van de oude haven van Amsterdam. Waar nu het Centraal Station ligt, stond een rij meerpalen waaraan grotere schepen konden afmeren. In 1845 en in 1883 is een deel van het Damrak, tussen de Dam en de Oudebrugsteeg, gedempt en op de plaats waar nu de Bijenkorf staat, stond tussen 1845 en 1903 de Beurs van de architect J.D. Zocher.
De huidige huizen aan de Warmoesstraat tussen de Nieuwebrugsteeg en de Oudebrugsteeg staan nog met hun achtergevel in het ongedempte deel van het Damrak. Bij de Guldehandsteeg, die het water met de Warmoesstraat verbond, ligt nog een oude waterstoep.

Hoe zijn jullie te werk gegaan om de kademuur te herstellen?
Alles was tot in detail in het bestek beschreven vanwege eventuele risico’s met de tunnel voor de NZ-lijn. Van tevoren was exact bekend hoe er gebouwd moest worden. We doen dit natuurlijk niet allemaal zelf, we werken nauw samen met een extern ingenieursbureau. In dit geval was dat Witteveen + Bos omdat zij ook aan de NZ-lijn werken.
Door het ontbreken van funderingslagen in de grond moest er een aparte constructie bedacht worden om de kademuur te kunnen bouwen. We hebben dat op twee verschillende manieren moeten doen mede vanwege de tunnel voor de NZ-lijn. Dit was maatwerk. Maar het aardige is dat als alles eind oktober van dit jaar klaar is, het verschil niet zichtbaar is. De buitenkant van de kademuur is gemetseld met Bylandtse stenen, een steensoort die tegen alle weersinvloeden bestand is en de dekstenen zijn van Iers hardsteen. Duurzame materialen die vele jaren mee kunnen.
Het eerste stuk van de kademuur, ongeveer de helft, is eigenlijk een ‘nepper’. Het hangt als een soort balkon aan een gevel, omdat we daar door het ontbreken van de zandlaag geen palen konden gebruiken en omdat je geen palen boven een tunnel kan slaan. Dit deel van de muur is opgehangen aan stalen damplanken met een betonnen sloof eromheen en daar zijn de stenen opgemetseld. Het is een soort u-vorm. De bak zit eigenlijk vast aan stangen die onder de trambaan en boven de tunnel doorlopen tot aan de gevels van de panden op het Damrak.
De bijna massieve stangen worden de grond ingeboord, onderaan is een opening en daar wordt een soort vloeibaar beton doorheen gespoten dat uitzet. Het uitgeharde beton zet zich ‘als een wolk’ vast in de grond en daarmee wordt de damplank verankerd. Dit was zeer nauwkeurig werk want je mag niet onder de gevels van de huizen komen omdat je anders funderingspalen kunt raken. Die stangen eindigen op zo’n negentien meter diepte en gaan onder een bepaalde hoek naar beneden. Dat luistert erg nauw, de kademuur moet natuurlijk een stabiel geheel worden mede omdat er ook weer rondvaartboten aan komen te liggen. Er is heel veel geld uitgegeven om voorzichtig te werken. Zo zijn de damplanken bijvoorbeeld grotendeels zover mogelijk de grond in gedrukt in plaats van getrild, want trillen in de buurt van de tunnel zou beweging kunnen veroorzaken. Trouwens de tunnelwand is hier extra dik. Berekend is dat als je een houten paal de grond in zou boren en deze de tunnelwand zou raken, de paal dan zou vergruizen, maar er aan de tunnelwand niets te zien zou zijn. Gelukkig is er niets misgegaan.
Het tweede stuk van de kademuur dat niet meer boven de tunnel ligt is wel op de traditionele manier gebouwd, omdat zich hier wel een vaste ondergrond bevindt. In totaal zijn er twintig palen gebruikt. Daarna is de bekisting gemaakt, de wapening aangebracht, een vloer gestort en daarop een wand gestort. Zo krijg je een L-vormige wand die tenslotte met stenen wordt bemetseld.

Hoeveel heeft het project gekost?
In totaal was er elf miljoen euro voor dit project vrijgemaakt. Kademuren zijn sowieso de duurste projecten voor het stadsdeel. Normaal kost een kademuur van een rak breed – een stuk kademuur tussen twee bruggen – tweeënhalf tot drie miljoen euro. Maar dit is wel een van de duurste stukjes kade van de hele stad. We hadden het geluk dat we mee konden liften op de verzekeringspolis van de NZ-lijn, anders was het onbetaalbaar geworden.

Als de kademuur niet vernieuwd was, wat dan?
Geen idee, maar ik weet wel dat als je iets nieuws maakt en je sluit dit op met iets dat slecht is, het nieuwe niet lang stand houdt. En het idee dat ‘we niet verder kunnen met de Rode Loper omdat die muur slecht is’ was natuurlijk niet te verkopen. Het heeft even geduurd om dit werk voor elkaar te krijgen, maar nu is iedereen tevreden en dat vind ik wel een overwinning. Alle funderingen zijn vernieuwd of gecontroleerd, de grote oude gietijzeren waterleiding is vervangen en ligt onder de rijbaan in plaats van net naast de kademuur, de rondvaartboten liggen weer op hun oude plek, er zijn nieuwe bomen geplant en om het gasreduceerhuisje is een nieuwe mantel gemetseld met stenen in de Amsterdamse School-stijl.

Zijn jullie nog bijzondere dingen tegengekomen in de grond?
Nee, want ten behoeve van de aanleg van de NZ-lijn was de grond al grondig onderzocht door stadsarcheoloog Jerzy Gawronski.

Hoe kom je er in het algemeen achter of een kademuur slecht is en zijn er wel eens calamiteiten?
De buiteninspecteurs van de afdeling Waterbouw houden alles goed in de gaten en doen onderzoek naar de staat van de kademuren, ook controleren duikers regelmatig de kademuren op instortingsgevaar. Daarnaast stelt de afdeling Beheer van de directie Schoon en Heel jaarlijks een beheerplan op voor groot onderhoud.
Calamiteiten zijn er gelukkig weinig, maar het komt wel eens voor zoals een paar jaar geleden op de Herengracht. De kademuur ging hellen en dat betekent dat de kademuur van de vloer, waarop hij staat, begint af te schuiven. Je moet dan direct ingrijpen en binnen zes weken aan de slag om instortingsgevaar en ongelukken te voorkomen. Bij een normale procedure, dus bij planmatig onderhoud, geldt het Walmuurprotocol en dat houdt in dat er voor de vernieuwing van een kademuur gemiddeld zo’n drie jaar uitgetrokken wordt inclusief interne voorbereiding en overleg met de buurt en de eigenaren van de panden.

Hoeveel kilometers kademuur is er in de binnenstad?
Zestig kilometer. De gemiddelde levensduur van een kademuur is zo rond de honderd jaar.

Welke kademuren staan er nu op de rol en hoeveel meter wordt er meestal in een keer vernieuwd?
Voor mij staan nu de oneven kant van de Rechtboomssloot tussen de Oude Schans en de Kromboomssloot en de even kant van de kademuur op de Prinsengracht tussen de Leidsestraat en de Spiegelstraat op het programma. Meestal vernieuwen we een kant van een kademuur tussen een rak, het stuk gracht tussen twee bruggen in wat zo’n tweehonderd meter lang is. Een enkele keer komt het voor dat we beide kanten tegelijk doen. Ook worden er nieuwe bomen geplant, meestal iepen met een omtrek van ongeveer zestig cm en vrij van ziektes. Dat geeft een mooi rustig beeld aan zo’n stuk gracht. Als een kademuur vernieuwd is, hoeft er de eerstkomende honderd jaar niets meer aan gedaan te worden.

Addy Stoel

Foto’s: Wim Ruigrok

(Uit: Binnenstad 267, november/december 2014)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.