De Pindaboot aan de Amstel

Aan het Amstelveld – één van de mooiste pleinen in de binnenstad – ligt sinds kort een opvallende nieuwe woonark in de vorm van een pinda. Deze woonark is er gekomen vanwege een positief advies van de Welstandscommissie. Op 20 oktober 2010 werd de vergunning verleend. Het advies van de commissie luidde: ‘Geen bezwaar – De aangeleverde informatie overtuigt de commissie zodanig, dat zij afwijken van de criteria gerechtvaardigd vindt. De woonark is van hoogwaardige kwaliteit wat betreft vorm, functie en materialisering en levert een positieve bijdrage aan de omgeving. Ondanks de opmerkelijke en afwijkende vorm heeft de ark een terughoudende uitstraling en past daardoor op de locatie aan het Amstelveld. De detaillering ondersteunt het ontwerp waardoor de visuele kwaliteit die getekend is in de uitvoering ook gehaald wordt.’

Opmerkelijk is dat in eerste instantie een meer passend ontwerp was ingediend, een ark die althans nog het idee gaf elk moment weg te kunnen varen. Daar had de Welstandscommissie bezwaar tegen, met als argument: ‘De grachten in de binnenstad vormen een kwetsbaar gebied en vanuit het beschermd stadsgezicht worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de bebouwing en de bebouwde omgeving’. Vermoedelijk vond men het ontwerp schijnheilig en te historiserend, het leek wel op een boot, maar het was geen boot. Er lijkt dus expliciet aangestuurd op een detonerend post-modern ontwerp.

Pindaboot aan het Amstelveld (foto Walther Schoonenberg)

Steeds sterker krijg ik het idee dat opdrachtgevers, die meer vrijheid hebben en niet door commissies worden gekoeioneerd, zelf voor gepastere oplossingen zouden kiezen. Hier is, na een aantal negatieve adviezen in de periode van juni 2009 tot maart 2010, uiteindelijk een ‘vernieuwend’ ontwerp ingediend, kennelijk omdat men van het gedoe met de welstandscommissie af wilde zijn.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet helemaal terecht is de zwarte piet uitsluitend bij de Welstandscommissie te leggen. Deze woonark is ook het gevolg van het door de gemeenteraad vastgestelde vervangingsbeleid voor woonboten, dat bepaalt dat arken door arken mogen worden vervangen. Vanwege het feit dat de Welstand ‘quasi-schepen’ wil voorkomen, leidt deze beleidsregel eigenlijk vanzelf tot de situatie dat nieuwe arken een moderne en uitdagende uitstraling krijgen. Het was heel anders geweest als arken alleen door (echte) schepen mochten worden vervangen; deze aantasting van het stadsgezicht had dan niet kunnen optreden, eenvoudigweg omdat nieuwe arken niet waren toegestaan.
Zo’n de facto-uitsterfbeleid zou in het Unesco Werelderfgoed-gebied voor de hand moeten liggen. Anders slibben onze grachten, hét gebied met hoge cultuurhistorische waarden, langzamerhand vol met nog meer pinda’s en wie weet wat voor andere detonerende objecten. In het kerngebied van de Unesco zouden alleen (echte) schepen moeten liggen en daarnaast zou het op veel plaatsen ook veel leger moeten worden – zeker bij pleinen die aan het water liggen zoals het Amstelveld. ‘De grachten in de binnenstad vormen een kwetsbaar gebied en vanuit het beschermd stadsgezicht worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de bebouwing en de bebouwde omgeving’. Dit vraagt van hen die iets toevoegen geen overdreven vormwil maar een bescheiden houding ten opzichte van wat reeds bestaat. Vanuit het oogpunt van het stadsgezicht is een quasi-schip vaak minder schadelijk dan een op zichzelf beschouwd wellicht ‘kwalitatief’, maar ten opzichte van de omgeving uitdagend ontwerp. De ‘Nieuwe Gerrit’ op het Singel tegenover de Ronde Lutherse Kerk is ook een wangedrocht, maar springt veel minder in het oog dan de Pindaboot.

Kortom, deze noot moet worden gekraakt.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 267, november/december 2014)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.