Eduard Cuypers (1859-1927)

In de reeks ‘Amsterdam 1900’ heb ik in een onbewaakt ogenblik beloofd om nog eens aandacht te besteden aan Eduard Cuypers, de zoon van Henri Cuypers, een oudere broer van de grote P.J.H. Cuypers.

Henri was decoratieschilder en verhuisde in 1876 van Roermond naar Amsterdam, in het voetspoor van zijn succesvolle jongere broer, die al in 1865 naar de hoofdstad was verhuisd. Terwijl de twee broers eendrachtig aan het Rijksmuseum werkten, werd Eduard door zijn oom opgeleid tot architect. In 1881 begon hij een eigen bureau in Amsterdam dat dankzij goede contacten in een gefortuneerd milieu en zijn feilloze gevoel voor de smaak van deze opdrachtgevers een groot succes zou worden. Vrijwel tegelijkertijd begon ook zijn leeftijdgenoot H.P. Berlage (1856-1934) een bureau. Terwijl Ed. Cuypers successen vierde als Amsterdamse society-architect kende de carrière van Berlage moeilijke momenten, maar hij kreeg tenslotte met het beursgebouw een hoofdrol in de architectuurgeschiedenis. De reputatie van Ed. Cuypers raakte in de vergetelheid.

Spui (foto Wim Ruigrok)

Cuypers specialiseerde zich in modieuze architectuur, zoals zoveel verstandige ontwerpers die niet verteerd worden door de ambitie om een werkelijk fundamentele bijdrage aan de bouwkunst te leveren. Zijn beroemde oom had dat min of meer toevallig gedaan door de neogotiek in Nederland te introduceren, en het rationalisme van Viollet-le Duc, waarmee een einde kwam aan de geheel vermolmde traditie van het classicisme. Eduard koos niet voor de neogotiek maar bediende zich onder meer van de Hollandse neorenaissance, die Isaak Gosschalk na 1870 populair had gemaakt. Berlage deed dat ook. Aanvankelijk waren zij vooral tijdgenoten, nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Beiden waren zelfverzekerd genoeg om de architectuurgeschiedenis op hoogst avontuurlijke wijze te plunderen. Cuypers ontwierp in 1888 een weelderig woonhuis voor een schatrijke mevrouw, Sarphatistraat 5, dat stilistisch niet onderdeed voor het winkelhuis dat Berlage enkele jaren eerder had gebouwd op de hoek van het Spui en de Kalverstraat. De twee jeugdige architecten excelleerden in een soort sprookjesarchitectuur. Het huis van Cuypers is afgebroken.

Herengracht 595-603 (foto Stadsarchief Amsterdam)

Berlage zette in de loop van de jaren negentig koers naar de zakelijkheid van het beursgebouw waarmee hij wereldberoemd zou worden. Maar Cuypers bouwde al tien jaar voordat de beurs werd geopend een revolutionair modern winkelhuis op het Spui, aanbesteed in juli 1891. Niet echt een wolkenkrabber, maar hij was duidelijk goed op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen in Amerika. Het is nog steeds een spectaculair gebouw, de detaillering doet echter meer denken aan de negentiende dan aan de twintigste eeuw. De Beurs was in velerlei opzicht traditioneler, maar Berlage vermeed juist in de details systematisch elke verwijzing naar de geschiedenis van de bouwkunst. Hij maakte een principiële keuze, terwijl Cuypers koos voor vernieuwing in een meer conventionele vormentaal. De Amsterdamsche Bank die hij eind jaren negentig realiseerde, Herengracht 595-603, ook gesloopt door vandalen, was een knap compromis tussen de architectuur van het grote Amsterdamse grachtenhuis en vernieuwing, de noodzaak om moderne kantoorgebouwen te bouwen. Hij maakte een fraaie gevel, geheel uitgevoerd in zandsteen, die natuurlijk niet voldeed aan de strenge beginselen die Berlage met de Beurs introduceerde. Na de afbraak in 1966 schreef de gerespecteerde architectuurcriticus K. Wiekart dat het eclecticisme van Cuypers volkomen waardeloos was.

Twee opvallende huizen

Honthorststraat 20 (foto Wim Ruigrok)

Vlak voor de eeuwwisseling bouwde Cuypers een huis voor zichzelf, Jan Luijkenstraat 2, op de hoek met de Stadhouderskade. Het belendende huis, 2A, werd verhuurd. De architect was vrijgezel en woonde gelijkvloers, het architectenbureau resideerde op de verdiepingen, alsmede een deel van zijn kunstnijverheidsatelier. Hij toonde zich een ware eclecticus door weer voor een nieuwe vermenging van stijlen te kiezen, waarbij vooral de Engelse landhuisbouw een bron van inspiratie was. Ook in de interieurs, inclusief ‘cosy corner’, gaf Engeland de toon aan. Die keuze, zeker voor een woonhuis, lag min af meer voor de hand, omdat het Engelse landhuis en de architect Norman Shaw in heel Europa bewonderd werden. De Duitse architect Hermann Muthesius publiceerde in 1908 zelfs een driedelig standaardwerk, Das englische Haus. Met Honthorststraat 20, villa Alsberg, realiseerde Cuypers in 1906 een woonhuis dat zelfs in Engeland de toets der kritiek had kunnen doorstaan. Dat geldt trouwens ook voor Hobbemastraat 12, ontworpen door A.W. Weissman en voltooid in 1904. Hoewel Engelse architecten met de ‘free style’ nog radicaler afweken van architectonische conventies, was villa Alsberg voor Nederlandse begrippen een opvallende verschijning. Het huis staat op een plint van ruwe natuursteen, de hoofdverdiepingen zijn uitgevoerd in metselwerk en het geheel wordt overkapt door een zolderverdieping met vakwerk. De interieurs, uiteraard tot in de kleinste details ontworpen door Cuypers, getuigden van een rijkdom die alleen de grootste grachtenhuizen konden evenaren. Tot slot moet het gebouw van het Algemeen Handelsblad genoemd worden, Nieuwezijds Voorburgwal 234-240, dat uit 1903 dateert, het jaar waarin de Beurs van Berlage werd geopend. Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar. Terwijl Berlage had gestreefd naar ernst, ontwierp Cuypers juist een gevel die uitbundig was, zo niet frivool, voor een gebouw dat overigens een heel functioneel karakter had.

Henry-Russell Hitchcock

Het wonderlijke oordeel van Wiekart uit 1966 over het werk van Ed. Cuypers is karakteristiek voor de wijze waarop in die jaren gedacht werd over de architectuur van de negentiende eeuw. De ideeën van Berlage waren nooit grondig bestudeerd maar wel heilig verklaard en het leek alsof de triomf van het modernisme hem na de Tweede Wereldoorlog definitief gelijk had gegeven. Men wist natuurlijk niet dat Berlage al in de jaren twintig grote bedenkingen koesterde inzake het werk van jeugdige bewonderaars als Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud. Hij begreep de architectonische opvattingen van Ed. Cuypers veel beter dan de experimenten uit die periode.

De architectuur van de negentiende eeuw verdween gaandeweg in de enorme slagschaduw van Berlage, ook bijzonder succesvolle architectenbureaus als Van Gendt en Ed. Cuypers werden vergeten. Zelfs de architectuur van P.J.H. Cuypers was tenslotte onbegrijpelijk geworden voor mensen als Wiekart. Daarin kwam pas verandering toen een groep jonge en eigenwijze architectuurhistorici in 1984 het Cuypers Genootschap oprichtte. Zij pleitten voor een herwaardering van de negentiende-eeuwse architectuur. Toch had de Amerikaanse architectuurhistoricus Henry-Russell Hitchcock al vele jaren eerder een lans gebroken voor Ed. Cuypers, in zijn handboek Architecture Nineteenth and Twentieth Centuries (1958). Dit boek gaf nog een heel evenwichtig beeld van beide eeuwen, zonder modernistische vooroordelen. Het wordt geheel ten onrechte niet meer gelezen door jonge architectuurhistorici. Maar Cuypers kreeg vooral een vermelding omdat J.M. van der Meij, Michel de Klerk, en Piet Kramer in zijn bureau tot architect waren opgeleid. De Amsterdamse School, zo redeneerde Hitchcock, moet beschouwd worden als de belangrijkste bijdrage van Ed. Cuypers aan de architectuurgeschiedenis. Helen Searing zou deze gedachte later uitwerken in een feestbundel voor Hitchcock, In Search of Modern Architecture. Henry-Russel Hitchcock (1982).

Searing ziet het eclecticisme van Cuypers als wegbereider voor de Amsterdamse School, met name de woonhuizen die in het bovenstaande genoemd zijn. De ondogmatische benadering van de bouwkunst binnen het bureau bood jonge medewerkers ongetwijfeld de ruimte om eigen ideeën te ontwikkelen. Zij konden bovendien beschikken over een goede bibliotheek waarin de internationale architectuurtijdschriften ter inzage lagen. Cuypers moedigde hen aan om daar gebruik van te maken. De Engelse invloeden zijn al genoemd, maar ook de Duitse massawoningbouw moet van belang zijn geweest voor de architectuur van de Amsterdamse School. Het rijk geïllustreerde overzicht van Albert Gessner, Das deutsche Miethaus, was in 1909 verschenen en werd al snel besproken in het Nederlandse tijdschrift Klei. In 1910 volgde een bespreking in het Bouwkundig Weekblad. De woningbouw van De Klerk aan het Johannes Vermeerplein en de Gabriël Metsustraat uit 1912 is ondenkbaar zonder die voorbeelden. De inspiratiebron voor het spectaculaire Scheepvaarthuis, dat Van der Meij, De Klerk en Kramer direct daarna bouwden, met een betonconstructie van het bureau Van Gendt, is niet direct aanwijsbaar, zoals ook de beroemde blokken van De Klerk aan het Spaarndammerplantsoen zich moeilijk laten herleiden tot aanwijsbare voorbeelden. Maar Hitchcock had zeker gelijk toen hij suggereerde dat Cuypers een sfeer had gecreëerd voor jonge architecten om derge- lijke ongehoorde experimenten aan te durven.

Naar een andere architectuurgeschiedenis

De Nederlandse architectuurgeschiedenis blijkt minder rechtlijnig te zijn dan Wiekart en vele anderen dachten. Berlage heeft nooit echt school gemaakt, zijn architectuur was onnavolgbaar. Tal van tijdgenoten hebben na de Beurs pogingen gedaan, maar gaven het al snel weer op. Tien jaar na de opening van het beursgebouw moesten zijn bewonderaars mismoedig concluderen dat de hoop op een ommekeer in de Nederlandse bouwkunst was vervlogen. Zij konden niet bevroeden dat Van der Meij, De Klerk en Kramer die ommekeer alsnog zouden bewerkstelligen, op een geheel andere wijze. Berlage had geen sympathie voor de Amsterdamse School, zoals hij ook weinig heil zag in het modernisme. Toch zou zijn stedenbouwkundig plan voor Amsterdam Zuid uitgevoerd worden met de architectuur die in het bureau van Cuypers was voorbereid. Berlage gaf dat ruiterlijk toe toen hij eind november 1923 sprak aan het graf van De Klerk. Dankzij de schitterende straatwanden van de Amsterdamse School was zijn ontwerp voor de nieuwe stadsuitbreiding een eclatant succes geworden. De villa van Ed. Cuypers aan de Honthorststraat werd daarbij natuurlijk niet gememoreerd. Het particuliere woonhuis speelde geen rol meer. De architectuurgeschiedenis van de twintigste eeuw zou in het teken staan van de stedenbouw en de massawoningbouw. Na Berlage heeft ook C. Van Eesteren, de ontwerper van het Algemeen Uitbreidingsplan, gewezen op de betekenis van de Amsterdamse School voor de ontwikkeling van de Amsterdamse stedenbouw.

Inmiddels kunnen we dankzij het Cuypers Genootschap ook het werk van Ed. Cuypers zelf weer op eigen merites waarderen. Vooralsnog heeft niemand de moeite genomen om een doorwrocht overzicht te schrijven van de Amsterdamse architectuur tussen 1870 en 1940. De resterende gebouwen zijn inmiddels op de monumentenlijst geplaatst, maar een architectuurgeschiedenis ontbreekt. We moeten het nog steeds doen met het intrigerende hoofdstuk, getiteld ‘De eeuw van het eclecticisme’, dat J.H.W. Leliman in 1920 heeft toegevoegd aan de vierde druk van het handboek Geschiedenis van de bouwstijlen in de hoofdtijdperken der architectuur, dat de Delftse hoogleraar E. Gugel al in de negentiende eeuw had gepubliceerd. Het wordt tijd voor een nieuwe geschiedenis van de moderne architectuur in Amsterdam.

Vincent van Rossem

Literatuur:
Andrew Saint, Richard Norman Shaw, London 2010 (1976) revised editon.
Bert Gerlagh, ‘Eduard Cuypers en Amsterdam’, in: Jaarboek Amstelodamum 2007.
Jos Smit, ‘Schauseiten, blinde muren en cosy corners’, in: J. Gawronski, F, Schmidt, M.-Th. Van Thoor (red), Monumenten & Archeologie 4 (2005).
Vincent van Rossem, ‘De stad gebouwd’, in: Martha Bakker e.a. (red), Amsterdam in de tweede gouden eeuw, Bussum 2000.
Manfred Bock, ‘Tussen Berlage en de Amsterdamse School’, in: Jan de Vries (red), Nederland 1913, Amsterdam 1988.
Alistair Service (ed.), Edwardian Architecture and its Origins, London 1975.

Vorige aflevering: H.P. Berlage (1856-1934) (Binnenstad 264)

[Amsterdam 1900]

(Uit: Binnenstad 269, maart/april 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.