Warmoesstraat 139: Effectenhandel en volksvermaak

Veel redengevende beschrijvingen van oudere monumenten geven slechts een vaag idee van wat een rijksmonument inhoudt. Warmoesstraat 139 is zo’n geval. In de kunstwereld geniet het gebouw bekendheid als galerie W139, maar dat is niet zozeer vanwege de monumentale waarde. De beschrijving van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed spreekt van een complex, bestaande uit een deel a met ‘een negentiende-eeuwse gepleisterde gevel die ter hoogte van de eerste verdieping door de oorspronkelijke klossenlijst wordt afgesloten’ en ‘een fragment van eenvoudige, doch harmonische architectuur die van oudheidkundige waarde is’ en daarnaast vermeldt deze een deel b, ‘een laag gebouw links ervan met eveneens gepleisterde gevel onder geknikte lijst (3e kwart 19e eeuw)’. (1) Niet genoemd en minder bekend is de ruime zaal met toneeltoren die nog achter dit pand en de buurpanden 141 en 143 schuilgaat en de bijzondere geschiedenis daarvan. Het complex speelde in de negentiende eeuw een belangrijke rol in de geschiedenis van de effectenhandel in Amsterdam en bood tussentijds en nadien ook onderdak aan een verscheidenheid aan populair volksvermaak.
De vroegere entree aan de Warmoesstraat uit 1869 naar ontwerp van P.F. Laarman.

Voor 1832 waren Warmoesstraat 139, Warmoesstraat 137c en d (links van 139) en het pand daarachter gelegen aan de Zwartlakensteeg, in bezit van Wolterus Dorens, die daar een ‘onderneming van publieke verkoping’ had. (2) Het huidige nummer 139 beschikte toen over een dwarspand dat zich uitstrekte achter de nummers 141 en 143. Daarachter lag een ruime tuin waar ook een aantal vroegere percelen aan de Zwartlakensteeg onderdeel van vormden. In de tuin stond een tuinhuis. In het uiterst dicht bebouwde binnenterrein van het Blaauwlakenblok – het bouwblok tussen de Warmoesstraat, de Oudezijds Voorburgwal, de Sint Jansstraat en de Sint Annenstraat – vormde de omvangrijke tuin een van de laatste groene enclaves.

Sociëteit De Vereeniging

Het eerste bericht dat de Sociëteit De Vereeniging in het pand huisde, stamt uit 1846. De sociëteit stond ook wel bekend als de Aannemers-Sociëteit. Op 12 maart 1846 plaatste Sociëteit De Vereeniging in de krant een oproep voor een kastelein per 1 mei of eerder, liefst gehuwd en zonder kinderen. Alleen personen die in staat waren tot betaling van een borgtocht van 1.000 gulden en bewijzen van ‘eerlijk en braaf gedrag’ konden overleggen kwamen in aanmerking.(3) In het lokaal De Vereeniging op Warmoesstraat 139 vonden allerhande bijeenkomsten en activiteiten plaats van organisaties en verenigingen. Zo was er op zondagavond 26 maart 1848 een verloting van 1.500 voorwerpen, gemaakt door de Maatschappij tot Werkverschaffing aan den Spaarzamen Ambachtsman. (4) Ook de handel huurde het lokaal. Op maandag 16 juni 1849 ging er een enorme hoeveelheid hout van het bedrijf Althius & Co van de hand, die lag opgeslagen op de Oude Schans en de Wallen’. (5)
Op de kaart van de Warmoesstraat in de buurtatlas van 1854 stond de nu nog steeds aanwezige theaterzaal daar al en is de uitgestrekte tuin achter Warmoesstraat 139 helemaal volgebouwd. (6) Of de zaal er ook al was in 1846 is niet duidelijk. Van de latere bouwactiviteiten aan het complex Warmoesstraat 139 resteren enkele tekeningen van architect P.F. Laarman. Uit 1866 stamt een ontwerp voor een op de achttiende eeuw gebaseerd breed huis met een verdieping en laag schilddak in de stijl van Lodewijk XVI. (7) Het huis bevatte naast andere ruimten een danszaal, een vertrek met biljart en een buffet. De tweede tekening toont een plattegrond, waaruit de situering van het nieuwe huis valt af te leiden. Een langgerekte gang, die aangebracht moet zijn op de plaats van het huidige Warmoesstraat 137c en d , voert naar de achtertuin, waar, dwars op de gang, het nieuwe of verbouwde sociëteitsgebouw en de zaal stonden. Het ontwerp van Laarman voor de nog bestaande gevel aan van Warmoesstraat 137c end, ook gemaakt voor societeit De Vereeniging, dateert uit april 1869. (8) Deze gevel bevatte de poort voor de lange gang dwars door het huis, die naar achteren voerde. Door deze poort met gang hoefden bezoekers niet meer door Warmoesstraat 139 om de zaal te bereiken.

Plattegrond van het Theater De Vereeniging voor de verbouwing door de Gebr. Van Gendt in 1904. Het Nieuwe Instituut, archief Van Gendt (Stadsarchief Amsterdam).

Effectenhandelaren

Tot de gebruikers van het lokaal De Vereeniging behoorde ook de effectenhandel. Handelaren in obligaties en effecten handelden vanouds in de gewone beurs, tussen andere handelaren. Aan het einde van de achttiende eeuw kregen de handelaren in waardepapieren echter steeds meer behoefte aan onderlinge reglementering. De beursvloer was in principe openbaar terrein en iedereen kon meedoen. Niet van iedereen waren echter de antecedenten bekend, wat grote risico’s met zich meebracht. Daarom kwam omstreeks 1785 de Sociëteit tot Nut des Obligatiehandels tot stand voor de handel onderling. Hiervan splitste zich in 1833 de Nieuwe Handel-Sociëteit af, die net als de oudere sociëteit dagkoersen ging noteren om de handel doorzichtiger te maken. Een week na de oprichting op 18 maart 1833 nam de sociëteit twee zalen in gebruik in een huis op de hoek van het Rokin en Gapersteeg. De ruimte beneden diende voor de handel, de ruimte boven bood plaats aan gezelligheid. (9) De verhuurder van het huis, J.R. Mulder, verzorgde de inrichting en trad op als kastelein. De Nieuwe Amsterdamsche Courant deed verslag van de inwijding van het nieuwe lokaal op 30 april van dat jaar, het inmiddels verdwenen pand Warmoesstraat 180: ‘Gisteren avond heeft de Nieuwe Handel-Societeit haar nieuw en schoon lokaal in de Warmoesstraat plegtig ingewijd. De inrigting van de onderscheidene deelen van dit waarlijk prachtige lokaal is zeer smaakvol en doelmatig; zij doet de ontwerpers en bestuurders eer aan. De verzamelde leden beaamden dan ook ten volle den dank, dien een hunner aan het bestuur deswege toebragt. De plegtigheid werd besloten door een luisterrijk soupé, waarbij gulle en gepaste vrolijkheid heerschten en hetwelk tot laat in den nacht voortduurde.’ (10)

Het naast elkaar bestaan van twee verenigingen met elk hun eigen regels en noteringen, leidde tot de nodige verwarring. Op donderdag 2 oktober 1856 vergaderden daarom meer dan 200 effectenhandelaren in het lokaal De Vereeniging op Warmoesstraat 139 om aan deze onwenselijke toestand een eind te maken. Zij installeerden het Algemeen Beurs-comité voor Publieke Fondsen, die de verenigingen moest samenvoegen. In 1857 kwam zo de Effectensociëteit tot stand. Tegelijkertijd kwamen er nieuwe bepalingen voor de leden en verscheen er een officiële prijscourant. De sociëteit zette zich daarnaast in voor een eigen beursgebouw. (11)
In 1876 ging het nog steeds zelfstandig bestaande Algemeen Beurscomité samen met de Effectensociëteit, waaruit de Vereeniging voor den Effectenhandel voortkwam. De statuten bepaalden dat leden op de beurs en in het sociëteitsgebouw alleen met medeleden mochten handelen. Dat wilden de handelaren liefst in een eigen gebouw. In het Verenigingslokaal Warmoesstraat 139 vond op maandag 4 juni 1877 nog de Buitengewone Algemeene Vergadering voor de benoeming van een lid van het bestuur plaats. Nadien hield de Vereeniging voor den Effectenhandel de ledenvergaderingen in het Nutsgebouw aan de Kloveniersburgwal. In 1881 werd het gebouw ‘De Vereeniging’, Warmoesstraat 139, openbaar geveild. Enkele particulieren, waaronder bestuursleden van de Vereenging voor den Effectenhandel, zagen dit als een buitenkans en besloten het gebouw te kopen, om er later misschien een eigen beurs te kunnen bouwen. De kopers deden het complex, dat een oppervlakte besloeg van 347 m, tegen de kostprijs van 86 duizend gulden over aan de Vereeniging voor den Effectenhandel. Deze bleef gevestigd op nummer 180, dat weer voor drie jaar werd gehuurd. Nummer 139 ging voorlopig voor telkens een jaar in de verhuur, om zoveel mogelijk speelruimte te behouden en er een effectenbeurs te kunnen vestigen zodra dat opportuun zou zijn. (12) Het jaarverslag over 1882 vermeldt dat het lokaal Warmoesstraat 180, zowel uitbreiding als verbetering behoefde. Dit gebouw huisvestte toentertijd een sociëteit voor de leden, de bestuurskamer, de secretarie, het archief en de bibliotheek. In hetzelfde jaar besloot het gemeentebestuur mede onder druk van de effectenhandelaren in beginsel tot het bouwen van een nieuwe beurs, waar de effectenbeurs een onderdeel van zou vormen. In 1884 schreef de gemeente een prijsvraag uit voor een gebouw op het Damrak, maar enkele jaren later bleek dat er van de plannen voorlopig niets terecht zou komen.

Variététheater tot 1891

De zuidzijde van het vroegere Lokaal de Vereeniging met vooraan de toneeltoren, en daarachter de eigenlijke zaal met de vier rechthoeken, die de vroegere nooduitgangen markeren.

In deze periode huurde de theateronderneming van directeur W.A. Muller het complex op nummer 139, waar hij zelf ook ging wonen. Het poortgebouw van Laarman uit 1869 diende nog steeds als ingang voor het theater en de naam Lokaal de Vereeniging bleef gehandhaafd. Het Nieuws van de Dag beschreef het theater als volgt: ‘een volkstheater, dat onmiddellijk grooten toeloop had. Het weggaan van vele leden van het gezelschap, de veranderde eischen van den tijd deden hem besluiten niet meer drama’s, enz., te laten vertoonen, maar kleine operettes en vaudevilles, verder Hollandsche dames en heeren en die uit vreemde landen te doen zingen, of in de gelegenheid te stellen hunne lichaamskracht of lenigheid te laten bewonderen, of de menigte te verbazen door goocheltoeren en alle non plus ultra’s op den beganen grond en daarboven. De menigte, voornamelijk bestaande uit den kleinen burgerstand, aangelokt door het nietbehoeven te betalen van entree, vulde avond aan avond de zalen. De directeur maakte door verkoop van consumptie de beste zaken. Alleen aan bier werd er jaarlijks 80 duizend liter verbruikt. Het geheim der exploitatie school in de orde en regelmaat, het streng scheiden van tooneel en zaal door den directeur. ‘De Vereeniging’ werd het populairste en winstgevendste theater uit de geheele stad ...’. (13) In 1887 was er ook een Anatomisch Museum en in 1888 een Panorama International, waar bijvoorbeeld voor 30 cent een voorstelling van ‘Lustslot Chiemsee van den Koning van Beijeren’ bekeken kon worden. (14) Daarnaast waren er allerlei concerten en gemaskerde bals, komieken, bals met travestie, en in 1891 kon het publiek er zelfs een getatoeëerde dame bewonderen. (15) Voor de speciale gelegenheden vroeg Muller een bescheiden entree.

De vroegere zaal vanuit de uitbreiding uit 1909, gezien in de richting van het dichtgezette toneel.

Sociëteit voor effectenhandelaren

In 1890 raakte het geduld van de effectenhandelaren over de moeizaam verlopende beurskwestie op en kwamen de plannen voor een eigen effectenbeurs in een stroomversnelling. Architect A.L. Van Gendt maakte eind 1890 een ontwerp voor de verbouwing van het complex Warmoesstraat 139 tot effectenbeurs. (16) Om daarvoor voldoende ruimte te verkrijgen nam De Vereeniging opties op de naastgelegen panden. Ze wilden het complex nu hoe dan ook zelf betrekken en zegden de huur met Muller op per 1 mei 1892. Die toonde zich echter ‘niet zeer geneigd het gebouw spoedig te verlaten’ en moest, tot ergernis van het verenigingsbestuur, met enige druk tot vertrek worden bewogen. (17) Muller had ook dwarsgelegen door architect Van Gendt en de beoogde aannemer voor de verbouw van het pand, de firma Cerlijn & De Haan, niet toe te laten. De uitbater ruimde uiteindelijk toch het veld. Onder de oude vertrouwde naam De Vereeniging ging het theater door op Kalverstraat 122, in een vroeger meubelmagazijn, dat daartoe een grondige verbouwing had ondergaan.
Mede onder druk van het initiatief van de effectenhandelaren besloot de gemeente alsnog op het Damrak een nieuw beursgebouw te laten verrijzen. Het uitstappen van de effectenhandelaren uit de beurs zou, door het wegvallen van de huurinkomsten, voor de gemeente een kse nanciële aderlating betekenen. Juist de financiering was steeds het heikele punt geweest. De plannen voor een eigen effectenbeurs konden hierdoor in de ijskast. De Vereeniging besloot echter wel haar zetel te verplaatsen van Warmoesstraat 180 naar haar nieuwverworven eigendom op nummer 139. In januari 1892 besloot De Vereeniging het complex daarvoor in te richten volgens een verbouwingsplan van architect A.L. van Gendt. (18)
Nog één keer zouden de plannen voor de vestiging van een effectenbeurs in de Warmoesstraat opborrelen. Voor de vergadering van de beurscommissie op 16 december 1895 bracht voorzitter Treub een locatievoorstel in voor de nieuwe beurs, dat Van Ogtrop, de toenmalige voorzitter van de Vereeniging voor den Effectenhandel, al eerder had geopperd. Dit plan vergde de aankoop van een terrein tussen het Damrak tot aan de Oudezijds Voorburgwal, over de Warmoesstraat heen, voor acht à negenhonderdduizend gulden. Vanwege de noodzakelijke onteigeningen meende de gemeentelijke beurscommissie echter dat het voorstel teveel onzekerheden met zich meebracht.
Op 4 februari 1896 gaf het college van B en W gaf de architect H.P. Berlage opdracht de bouw te onderzoeken van een nieuwe beurs op de locatie van de prijsvraag van 1884, het reeds gedempte deel van het Damrak. Berlages beursgebouw kwam in 1903 gereed. Warmoesstraat 139 ging in dat jaar meteen in de verkoop. De vrees van de effectenhandelaren werd echter bewaarheid: de nieuwe Beurs van Berlage voldeed niet aan hun eisen. Tien jaar later kregen zij alsnog hun eigen gebouw waar ze al zo lang naar streefden, het welbekende Beursplein 5 van Jos.Th.J. Cuypers, dat zijn deuren in 1913 opende.

De Kadastrale minuut uit 1832 met Warmoesstraat 139 op nummer 856 en Warmoes-straat 137 c en d op nummer 657. Op het binnenterrein had Warmoesstraat 139 een ruime tuin.

Opnieuw Feestgebouw en theater

Theaterdirecteur Muller bleef ondertussen actief in het vermaak. In 1896 was hij directeur van de Parkschouwburg, in 1897 nam hij de likeurstokerij en wijnhandel De Druif over en aan de Zeeburgerdijk startte hij in 1901 een wielerbaan. Toen in 1903 Warmoesstraat 139 weer beschikbaar kwam, aarzelde hij niet dit complex te kopen om daar zijn vroegere bedrijf weer voort te zetten. Een verbouwing door de Gebroeders Van Gendt volgde in februari 1904, waarbij ook een brandgang door het pand Warmoesstraat 145 werd aangebracht. Op 30 april 1904 vond de opening plaats. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad beval het Théater De Vereeniging zijn lezers herhaaldelijk aan: wie een prettige avond wilde doorbrengen, moest er naar toe. (19) Later trad de bekende humorist Leon Boedels hier op.
In 1909 volgde nog een verbouwing door de Gebroeders Van Gendt, waarbij de nevenruimtes bij de zaal werden getrokken, hiervan gescheiden door drie zuilen, ongeveer zoals nu nog te zien is. Het ontwerp dateert van mei 1909. In dat jaar deed cabaretier Eduard Jacobs een poging zijn gloriedagen, die hij in de Quellijnstraat in de Pijp beleefde, te doen herleven. Hij vestigde hier de Artisten-Sociëteit De Sphinx, maar al snel moest hij zijn poging opgeven. (20) In juli 1912 vertoonde de Beurs Bioscope er doorlopende voorstellingen. (21) Pianospel luisterde de nog stomme films op. Er werd geen entree geheven, maar het publiek was wel verplicht een consumptie te gebruiken. Al het jaar daarop ging de filmzaal failliet. Daarna vestigde het Cabaret Bonbonnière zich in het gebouw, met strijkorkest en een warme keuken tot twee uur in de nacht. Het Palais de Danse, dat daarop volgde, ging prat op een zomertuin. Deze dansgelegenheid maakte in 1916 plaats voor de Amsterdamse Folies-Bergère met Tziganer Orkest Kalman en de Kleine Club, die tot 4.00 uur open bleef. Naar verluidt zakte Prins Hendrik hier graag door en verdween hij menigmaal onopvallend in een koetsje dat klaarstond in de Zwartlakensteeg. In 1922 volgde de katholieke Keur Bioscoop met 600 stoelen, die al weer na een half jaar dicht ging. De gloriedagen van het lokaal waren voorbij.

Expositieruimte W139

Het vroegere complex De Vereeniging werd eigendom van de Bijenkorf, die het een tijd als pakhuis gebruikte en het later in bezit hield met het oog op een voorgenomen uitbreiding in het Blaauwlakenblok. In 1979 kraakten beginnende kunstenaars Warmoesstraat 139. De begane grond en het theater daarachter gebruikten ze als een alternatieve expositieruimte. Hieruit kwam de stichting W139 voort, die het pand door architect Vincent Smulders liet renoveren. In 2007 kwam het gereed. Naast expositieruimte in de vroegere theaterzaal, bevat het complex kantoren. Vanaf de binnenplaats is nog duidelijk de toneeltoren van de vroegere zaal te herkennen, waarin zich tegenwoordig woningen bevinden. In de zijgevel aan de zuidzijde bevinden zich nog altijd vier rechthoeken die de vroegere nooduitgangen markeren. Warmoesstraat 139 zelf is een diep huis uit omstreeks 1550 (22) met zadeldak, dat in de negentiende eeuw een ondiep, hoog voorhuis kreeg. In 1958 werd dat voorhuis verlaagd, maar in 2007, bij de renovatie van het Blaauwlakenblok, trok architect Smulders het weer op tot zijn negentiende-eeuwse hoogte. Achter nummer 139 loopt sinds de middeleeuwen vanaf de Oudezijds Voorburgwal de smalle Zwartlakensteeg die, voor zover bekend, altijd al stuitte op de huizen aan de Warmoesstraat en daardoor nooit een echte verbindingsweg vormde. De vroegere nooduitgang langs het theater, die op de Warmoesstraat uitkwam via een gang dwars door nummer 145, dient nu als een van de ingangen van het binnenterrein van het Blaauwlakenblok. Ook de oudere gang onder nummer 137c en d door is nog steeds in gebruik.

Gerrit Vermeer en Gert Eijkelboom
(tekst en foto’s)

Voetnoten:
1. http://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/php/monument_pdf.php?OBJnr=328911.
2. Oorspronkelijke aanwijzende tafel der grond-eigenaren en der onbebouwde en gebouwde vaste eigendommen, […], volgens het kadaster. Gemeente Amsterdam, Sectie G, genaamd Nieuwmarkt. Onder nummer 856.
3. Nieuwe Amsterdamsche Courant, Algemeen Handelsblad, donderdag 12 maart 1846.
4. Nieuwe Rotterdamsche Courant, maandag 27 maart 1848.
5. Vrijdag 13 juli 1849, Nieuwe Amsterdamsche Courant, Algemeen Handelsblad.
6. Stadsarchief Amsterdam: negentiende-eeuwse buurtatlassen, Buurt I, 1854, B00000030130.
7. Stadsarchief Amsterdam, Archief van de Rooimeesters, later Bouwopzichters.
http://stadsarchief.amsterdam.nl/archief/5220/199 (005220901160 en 005220901868).
8. Stadsarchief Amsterdam, Ontwerptekening met aanzicht en doorsnede voor het vernieuwen van de voorgevel van de sociëteit, Archief van de Rooimeesters, later Bouwopzichters, 10 april 1869 t/m 21 april 1869, Warmoesstraat, afbeeldingsbestand 005220901436.
9. A.W. de Jong, Gedenkboek 1876-1926 van de Vereeniging van den Effectenhandel, Amsterdam 1926.
10. Nieuwe Amsterdamsche Courant, Algemeen Handelsblad, 1 mei 1846.
11. Nieuwe Amsterdamsche Courant, Algemeen Handelsblad, no 7736, 30 september 1856; Nieuwe Rotterdamsche Courant, 83ste jaargang, no 134, Zaterdag15 mei 1856.
12. De Amsterdammer. Dagblad voor Nederland, 3-5-1883; jaarverslag Vereeniging voor den Effectenhandel over 1883.
13. Het Nieuws van den Dag, vrijdag 22 april 1892.
14. Algemeen Handelsblad, 5-12-1887; Het Nieuws van den Dag 14-4-1888, 17-4-1888.
15. Nieuwe Amsterdamsche Courant, Algemeen Handelsblad, 64 jaargang, no 19642, vrijdag 27 november 1891
16. Het Nieuwe Instituut, Rotterdam, GEND 236. Onuitgevoerd ontwerp in opdracht van de Vereeniging voor den Effectenhandel, 1890.
17. Notulen bestuursvergaderingen Vereeniging voor den Effectenhandel.
18. Het Nieuws van den Dag, 6739, donderdag 21 januari 1892.
19. Nieuw Israëlitisch Weekblad 40 (1904), nr. 20, onder Kunstnieuws; Nieuw Isr. Weekblad, vol. 40 (1905), nr. 35.
20. De Telegraaf 1-5-1909.
21. Theo Bakker: http://www.theobakker.net/pdf/bioscopen3.pdf.
22. Gabri van Tussenbroek, ‘Historisch Hout in Amsterdamse monumenten’ in de publicatiereeks Amsterdamse Monumenten 3. Uitgave Bureau Monumenten & Archeologie, Gem. Amsterdam, noot 32.

(Uit: Binnenstad 269, maart/april 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.