Alarm in Amsterdam

Onze Vereniging viert dit jaar haar veertigste verjaardag. We herdenken ook dat Geurt Brinkgreve tien jaar geleden is overleden, op 23 maart. En, om het beeld te completeren, veertig jaar geleden, in maart en april 1975, bereikte de strijd om de Nieuwmarktbuurt een hoogtepunt. Achteraf beschouwd had Brinkgreve de beoogde verkeersdoorbraak toen al van de kaart geveegd door de sloop van het De Pintohuis te verijdelen.
Boekomslag van 'Alarm in Amsterdam' van Geurt Brinkgreve (Amsterdam 1956)

Een meesterzet, zoals zelfs zijn tegenstanders in het inmiddels verdwenen Wibauthuis moesten toegeven. De veldslag die de krakers voerden met het bevoegd gezag heeft minder tastbare resultaten opgeleverd, want de bouw van de metro ging door. Misschien moeten we de kraakbeweging de eer gunnen dat zij het denken over de stadsvernieuwing toen in gunstige zin beïnvloed heeft. Maar zelfs dat betwijfel ik, gezien de ravage die de woningbouwcorporaties sinds 1975 hebben aangericht.

De strijd om de binnenstad

Geurt meende dat alleen een democratisch gekozen gemeenteraad de stad mag besturen. Hij was ooit politicus en voerde de strijd altijd met zijn pen en de wapens die het openbaar bestuur biedt. In 1956 verscheen onder zijn redactie het boek Alarm in Amsterdam. Met als ondertitel: Het lot der oude binnensteden. Het inmiddels wereldberoemde boek van Jane Jacobs, The Death and Life of Great American Cities, zou pas vijf jaar later verschijnen. Brinkgreve had toen al een bundel samengesteld die duidelijk maakte dat de historische binnensteden van grote waarde waren voor de toekomst van ons land. Nota bene Maastricht had de spits afgebeten, met het herstel van de vervallen en verloederde Stokstraat.
In Amsterdam dacht men toen nog heel anders over de binnenstad. Het boek werd besproken door J.P. Mieras in het Bouwkundig Weekblad (1956, p. 358-360), de spreekbuis van de Bond van Nederlandse architecten, de BNA. Afgezien van eigenbelang heeft die bond nooit enige principes gekend. Mieras had sinds 1917 als directeur van de BNA en als redacteur van het tijdschrift alles goedgepraat wat door leden van de bond was ontworpen. Zoals de Architect nog steeds elke maand doet. Hij vond het allemaal aanstellerij. Hoezo alarm? Deze achterlijke meneer Brinkgreve begreep niet dat de automobiel een natuurkracht was, waaraan wij ons hebben te onderwerpen. Waarbij architecten natuurlijk de schone taak kregen om steeds grotere kantoorgebouwen voor de binnenstad te ontwerpen, met bijpassende parkeergarages. Zelfs de toon van het stuk is onaangenaam, intellectueel corrupt tot op het bot pleit de directeur BNA jolig voor de vastgoedmaffia.

De toeristenindustrie

Dom was Mieras natuurlijk niet. Hij begreep dat er een monsterverbond zou kunnen ontstaan tussen de monumentenzorg en het toerisme. ‘Moeten we als waardemeter dat vreemdelingenlegioen aanleggen’, zo vroeg hij zich af, ‘dat Europa aandoet, Amsterdam doorloopt, de Nachtwacht aanstaart en Volendam adoreert?’ Het ‘vreemdelingenlegioen’ is inderdaad een ware plaag geworden. Aan de klassieke cityvorming werd een halt toegeroepen. Maar het kwaad herrijst nu in een nieuwe gedaante: onze stad wordt in bezit genomen door toeristen. Het internationale grootkapitaal, zoals de gestaalde kaders van de CPN dat ooit noemden, heeft de stad wederom in een wurggreep, hotelketens waarvoor ons gemeentebestuur telkens weer deemoedig door de knieën gaat. Alweer een natuurkracht waaraan wij ons hebben te onderwerpen, het is immers werkgelegenheid voor ongeschoolden. En het kwaad heeft inmiddels ook ontdekt dat monumenten geld opleveren. Dat oude Amsterdam moet dus tot in de puntjes verzorgd worden. Hoe meer oude huisjes hoe beter. Maar niet voor gewone Amsterdammers, de slager, de groenteboer en de bakker zijn al verdwenen uit de leuke straatjes. Daar heerst het grootkapitaal. De stad wordt door de toeristenindustrie verbouwd tot pretpark. Deze industrietak groeit mondiaal sneller dan enige andere.
Het normale leven in de binnenstad verkeert in een terminaal stadium. Toch lijkt het alsof ons gemeentebestuur nog niet doordrongen is van de ernst van de situatie. Net als in 1956 heeft men een geheel fout beeld van de sociaal economische toekomst van de stad. Een excursie naar de Costa Brava zou leerzaam zijn. Het spreekt vanzelf dat ‘de ondernemers’ dolgraag nog meer toeristen zien komen. Wie het enorme en vaak luxe aanbod op airbnb bekijkt, begrijpt meteen dat niet alleen sappelende steuntrekkers een kamertje verhuren. Afgezien van het internationale toerisme komen ook massa’s dagjesmensen uit eigen land naar de hoofdstad. En dan nog de meute feestneuzen, die zich volgiet met geheel legale alcohol om vervolgens overlast te veroorzaken. In Amsterdam is het immers altijd carnaval.

Duurzaam?

Niemand zal nog ontkennen dat Brinkgreve in 1956 groot gelijk had. Maar nu klinkt weer die badinerende toon waarmee Alarm in Amsterdam destijds ontvangen werd. Burgemeester en Wethouders zien weinig reden tot zorg, terwijl de hoogste alarmfase eigenlijk al bereikt is. Het valt niet mee om de koers te verleggen, zeker niet als het gaat om een belangrijke tak van bedrijvigheid in de stad. Dat vereist politieke moed. Het pretpark is bovendien geen duurzame stadseconomie, ook al rijden alle trams op groene stroom. Maar ten stadhuize praat men liever over de gebruikelijke lapmiddelen dan over echte duurzaamheid. Hoeveel zonnepanelen zouden er nodig zijn om het linnengoed van al die hotels te wassen? Hoeveel stinkende vrachtauto’s rijden er dagelijks over de Jan van Galenstraat om de hotelkeukens te bevoorraden? ‘Yes and how many times’, om met Bob Dylan te spreken, ‘can a man turn his head, pretending he just doesn’t see?’ Afgezien van de ontwrichting van het sociale leven in de stad, is de toeristenindustrie in wezen een vorm van absurde verspilling. Gewoon thuis een boek lezen, daar begint duurzaamheid.

Vincent van Rossem

(Uit: Binnenstad 270, mei/juni 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.