Atlas voor gemeenten 2015

Alléén de monumentale stad is succesvol

Wat is de aantrekkelijkste stad van Nederland? In de 'Atlas voor gemeenten' worden de vijftig grootste gemeenten vergeleken op tientallen criteria. De Atlas belicht elk jaar een ander thema. Dit jaar worden de voordelen voor erfgoedsteden belicht. Volgens het onderzoeksbureau Marlet groeien steden met een historisch centrum harder en hebben ze minder last van vergrijzing. Ook de huizenprijzen ontwikkelen zich gunstiger in een monumentale stad. Eigenlijk blijken alléén monumentale steden succesvol te zijn in ons land. Niet-monumentale steden blijven duidelijk achter. Dit is echter niet altijd zo geweest en hoeft ook niet altijd zo te blijven.

Het is een interessante conclusie die niet geheel onverwacht komt. Geurt Brinkgreve wist het al in de jaren vijftig, maar hij was zijn tijd ver vooruit. In 1956 verscheen onder zijn redactie het boek Alarm in Amsterdam, Het lot der oude binnensteden. Het wereldberoemde boek van Jane Jacobs, The Death and Life of Great American Cities, zou pas vijf jaar later verschijnen. Brinkgreve's boek maakte duidelijk dat de historische binnensteden van grote waarde waren voor de toekomst van ons land. (1) Hij was een visionair. Uit het onderzoek van Marlet blijkt dat de populariteit van monumentale steden - door hem gedefinieerd als steden met een relatief groot aantal rijksmonumenten - niet vanzelfsprekend is en ook niet van alle tijden. In de periode 1960-1985 nam de bevolking van monumentale steden af. Zo verloor Amsterdam een kwart van zijn bevolking en deze aderlating is onze stad nog steeds niet te boven gekomen. De groei zat in deze periode buiten de steden. Dat was geen natuurramp, maar door bewust beleid tot stand gebracht. De stad werd vies en ongezond gevonden en ongeschikt om in te wonen. Hele buurten werden 'gesaneerd'. In die jaren dachten de meeste mensen dat de stad ten dode was opgeschreven. Toch waren er mensen, zoals Geurt Brinkgreve, die voor de stad nog een toekomst zagen. Dankzij hen is de stad opgeknapt. Pand voor pand werd gerestaureerd. En de stad raakte weer in trek om in te wonen.

Monumentale steden doen het goed

Uit het onderzoek van Marlet blijkt dat monumentale steden sinds 1985 weer in bevolkingsaantal groeien, sterker: alléén monumentale steden groeien. (2) Niet-monumentale steden zijn aan krimp onderhevig. Binnen steden groeien de monumentale kernen, terwijl de niet-monumentale buitenwijken in populariteit achterblijven. Vooral de actieve beroepsbevolking tussen 15 en 64 jaar en daarbinnen de categorie van hoger opgeleiden wordt door de stad aangetrokken. Als gevolg van de aanwezigheid van deze vaak creatieve beroepsbevolking trekt de stad bedrijven aan en daardoor blijft de stad ook sociaal-economisch aantrekkelijk, een zichzelf versterkend proces geïnduceerd door de aanwezigheid van monumenten. Jane Jacobs zei het al in 1961: “New ideas occur in old buildings”. Richard Florida legde in zijn boek The Rise of the Creative Class in 2002 uit waarom dat zo is. Volgens hem hebben hoog opgeleide creatieve mensen een hekel aan de narigheid van slaapsteden; ze willen in leuke steden wonen. Dat wisten we allemaal al, maar het baanbrekende van het onderzoek van Marlet is dat deze theoretische kennis nu empirisch is onderbouwd.
Aan de hand van het register van beschermde rijksmonumenten is een indeling gemaakt in 'monumentale steden', 'niet-monumentale steden', 'ommeland monumentale steden' en 'ommeland niet-monumentale steden'. Bijgaande grafiek geeft de ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking weer voor deze vier categorieën steden: de monumentale steden groeien sterk, terwijl de omgeving van die steden daarvan meeprofiteert, terwijl de groei in niet-monumentale steden en hun omgeving achterblijft. De meest monumentale binnenstad van Nederland, Amsterdam, blijkt ten opzichte van het landelijk gemiddelde het meest extreem te groeien: de afgelopen tien jaar maar liefst 10 %. Als gevolg van deze groei gaat het ook sociaal-economisch goed met deze steden. Werken volgt wonen. De groei van de beroepsbevolking trekt bedrijven aan en niet andersom, wat je intuïtief zou verwachten. Niet-monumentale steden doen het daarentegen duidelijk veel minder goed dan monumentale steden. Niet alleen de tweedeling tussen stad en platteland neemt toe, ook die tussen monumentale en niet-monumentale steden.
Marlet kan zulke conclusies trekken omdat er niet naar statistische correlaties wordt gezocht, maar er een regressieanalyse wordt toegepast, namelijk op paneldata uit de periode 1999-2012. Daardoor kan de causaliteit worden onderzocht en kan aan de hand van controlevariabelen op de invloed van andere factoren worden gecorrigeerd. Ligt de populariteit van monumentale steden bijvoorbeeld niet aan de 'toevallige' aanwezigheid van culturele instellingen, voorzieningen, winkels en een universiteit in deze steden? Uit de berekeningen van Marlet is op al deze factoren gecorrigeerd en is nu wetenschappelijk aangetoond dat louter en alleen (althans 99 % significant) de aanwezigheid van monumenten de populariteit van steden verklaart.

De monumentale meerwaarde is zelfs in geld uit te drukken. Immers, als mensen een monumentale woning of woonomgeving in de stad waarderen, zullen ze bereid zijn om daarvoor extra te betalen. Men is bereid 60.000 euro meer te betalen voor een monument in een monumentale omgeving en 30.000 euro voor een niet-monument in dezelfde monumentale omgeving. Kijk je uit op de panden, die anderen onderhouden, dan ben je bereid daar meer voor te betalen. De monumentale stad heeft zelfs nog een effect op kilometers afstand. Op 10 km afstand is men nog bereid 1000 euro meer te betalen: je kunt immers met de bus of de metro naar de monumentale stad toe. Merk op dat hierbij is gecorrigeerd voor andere factoren. Een monumentale omgeving heeft een meerwaarde voor mensen, nog los van de voorzieningen die zich meestal ook in zo'n monumentale omgeving bevinden. Het geld dat monumenteneigenaren aan de instandhouding van hun panden besteden heeft externe effecten op de gehele stad en zelfs de omgeving, waar de betrokkenen zelf weinig voor terugkrijgen, in ieder geval geen baten, wel lasten in de vorm van toenemende drukte.

Bewoners leveren meer op

Een monumentale stad levert niet alleen inwoners, doorgaans hoogopgeleide, creatieve inwoners op, maar ook toeristen. Marlet heeft tevens onderzocht wat zij de stad opleveren. En dat blijkt teleurstellend te zijn. Het onderzoek heeft het meest extreme voorbeeld bekeken, namelijk Amsterdam, dat niet alleen verreweg de meeste monumenten maar ook de meeste toeristen telt. Welnu, de toeristen genereren in onze stad volgens de berekeningen van Marlet jaarlijks ongeveer ruim 40 miljoen euro aan economische waarde, terwijl de monumenten in totaal zo'n 160 miljoen per jaar weten te genereren, via de bewoners. De bijdrage die het toerisme aan de stad levert staat dus niet in verhouding tot de bijdragen die de monumenten aan het woon- en leefklimaat van de stad leveren. Marlet concludeert dat monumenten van groot belang zijn voor de stad, omdat mensen om die reden graag in de stad wonen, veel minder omdat ze om die reden graag een stad bezoeken.
Deze onderzoeksresultaten hebben belangrijke beleidsconsequenties. Een gemeentebestuur dat er alles op zet om meer toeristen te trekken ten koste van het woon- en leefklimaat van de bewoners loopt het risico de aantrekkelijkheid van de stad voor haar bewoners op te offeren, met catastrofale gevolgen voor het competitieve succes van de stad ten opzichte van andere steden. De populariteit van de monumentale stad heeft immers niet altijd bestaan. In de jaren zestig werd de teloorgang van de oude binnensteden door bewust overheidsbeleid veroorzaakt. De oude stad moest plaatsmaken voor een zakencentrum zonder bewoners. In onze tijd kan er wederom aan de populariteit van de monumentale stad een einde komen door een verkeerd overheidsbeleid, ditmaal gericht op de bevordering van een toeristisch centrum, zonder voldoende rekening te houden met de belangen van de bewoners. Bovendien komen de opbrengsten die het toerisme genereren niet ten goede aan de stad zelf, laat staan dat het onderhoud van de monumenten erdoor kan worden betaald. Het surplus verdwijnt direct uit de stad. Als gevolg van een dergelijke beleidsmatige keuze wordt de basis weggeslagen onder succes van de monumentale stad. Door de bewoners de stad uit te jagen, keert de wal het schip. Volgens Marlet heeft Amsterdam een kantelpunt bereikt. Het succes van de Amsterdam is veroorzaakt door haar monumentale binnenstad maar is niet vanzelfsprekend.

Walther Schoonenberg

Voetnoten:
(1) Vincent van Rossem, Alarm in Amsterdam, Binnenstad 270 (mei/juni 2015)
(2) G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 'De monumentale stad', Atlas voor gemeenten 2015, Nijmegen: VOC uitgevers, 2015

(Uit: Binnenstad 271, juli/augustus 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.