'Daer de Amerout uythangt'

Amstel 242: woonhuis van architect K.P. Tholens

Aan de Amstel, schuin tegenover de Hermitage - het voormalig Diaconie Oudevrouwen en -mannenhuis - staat een tamelijk onopvallend woonhuis, dat door zijn rode verfhuid toch nog enige aandacht trekt. Het is Amstel 242, in de redengevende omschrijving aangeduid als 'pand met gevel (XVIIIA) onder rechte lijst (XIXa). Versierde stoep met Lod. XIV balusters. Deur, -kalf en snijraam, in houten omlijsting XIXa'. In dit pand woonde tussen 1918 en 1968 de bekende architect Karel Petrus Tholens (1882-1971), ontwerper van onder andere de rooms-katholieke kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in de Chasséstraat (Chassékerk).

Bouwgeschiedenis

Foto: Wim Ruigrok

De oorspronkelijke tien bouwterreinen aan dit gedeelte van de Amstel tussen Keizersgracht en Kerkstraat, werden in 1668 door de stad in veiling gebracht. Hoewel alle kavels direct werden geveild, duurde het in sommige gevallen nog lang voordat er huizen op verrezen. Ook werden de kavels met een breedte van 26 voet en een diepte van 119 1/2 voet gesplitst, zodat er uiteindelijk geen tien, maar vijftien percelen bebouwd zouden worden. Amstel 242 is in 1672 gebouwd als gezamelijk bouwproject van meestertimmerman Samuel van der Hagen en meestersteenhouwer Pieter Pietersz van Kuijck. Op de kaart van Jacob Bosch uit 1681 is het reeds afgebeeld: drie ramen breed, met beletage, twee bovenverdiepingen en een kap, wat ongeveer overeenkomt met de huidige situatie. Uit een notariële akte van 1713 blijkt dat het huis toen bekend stond onder de aanduiding, 'daer de Amerout [smaragd] uythangt'. Samuel J. van der Hagen bewoonde het huis tot zijn overlijden in 1713. De achttiende-eeuwse gevel is mogelijk gerealiseerd in opdracht van Geertruid Cromhout (eigenaresse sinds 1715), Jan Louwrense de Hooghe (eigenaar sinds 1727) of de broers Johannes Vriends en Simon Vriends, die het pand in 1744 kochten en respectievelijk kopergieter en 'Engelsch Lacq Fabriquer' van beroep waren. Laatstgenoemde dreef zijn negotie vanuit de kelder van zijn woonhuis, wat wij weten uit advertenties uit de Amsterdamsche Courant van januari 1774, waarin zoon Simon jr. bekendmaakt de lakfabriek van zijn in 1773 overleden vader voort te zetten 'in 't zelve Huis op de Binnen-Amstel, tusschen de Keizersgragt en Kerkstraat, te Amsterdam'. Het huis vererft vervolgens nog tot 1843 in de familie maar wordt dan verkocht. In 1895 wordt Amstel 242 uiteindelijk aangekocht door Josephus Antonius Verheijen (1837-1924), afkomstig uit Gouda, die vooral bekendheid geniet als organist van de Mozes en Aäronkerk. Verheijen was tevens muziekonderwijzer en dirigent en voorts mede-oprichter en president van de Nederlandse Organisten Vereniging. Vermoedelijk was Verheijen verantwoordelijk voor de grote verbouwing die het pand achter de voorgevel een sterk negentiende-eeuws karakter verleent: suitewanden, trappen, een steile (asymmetrische) mansardekap en aan de achterzijde, op de tweede verdieping, een uiterst curieuze houten uitbouw op jukken ten behoeve van een badkamer met toilet. Documentatie van deze verbouwing is helaas niet aangetroffen. Wel is er een vergunning uit 1899 voor 'het gedeeltelijk herstellen en vernieuwen van den oude en onvoldoende fundeering van het perceel', al is het niet bekend wat deze ingreep precies behelsde. Ook na zijn verhuizing naar Amsterdam bleven de banden met Gouda hecht, mede doordat Verheijen daar enkele woonhuizen bezat.

Uitsnede uit de getekende deelplattegrond van Amsterdam door Jacob Bosch (1681). Het vijfde huis ten zuiden van de Keizersgracht is Amstel 242 (Stadsarchief Amsterdam) Kaarsnis in het trappenhuis van Amstel 242 (foto: Joost Tholens)

Tijdperk Tholens

Voor het onderhoud en verbouwingen aan deze panden maakte Verheijen gebruik van de diensten van timmerman Cornelis Theodorus Tholens (1839-1931). Het is daarom niet ondenkbaar dat deze ook Amstel 242 onder handen heeft genomen. De betrekkingen tussen beide heren waren blijkbaar niet alleen zakelijk van aard, want Tholens' zoon Karel trouwde in 1912 met Verheijens dochter Margaretha Francisca Maria (1887-1927). Karel Tholens betrok in 1918 met zijn gezin het huis van zijn schoonvader en verkreeg het na diens overlijden in eigendom. Enkele jaren later wordt de keukenuitbouw aan de achterzijde van het pand vervangen en kregen de interieurs hier en daar een eigentijdse uitmonstering, zoals vaste banken in de muziekkamer en gebrandschilderde glas-in-loodramen in de voorkamer op de beletage. Indien zijn vader het huis inderdaad heeft verbouwd, speelde piëteit voor diens werk mogelijk een rol in zijn terughoudende aanpak. In 1932 werd het souterrain verbouwd voor huisvesting van het architectenbureau van Tholens. Diverse belangrijke projecten, zoals de Sint Augustinuskerk aan de Postjesweg en de rooms-katholieke ambachtsschool Don Bosco aan de Polderweg, beide gesloopt, zijn hier op de tekentafels ontstaan. Tholens' jongste zoon Joost, televisie-documentairemaker, kocht het huis in 1968 en laat het in overleg met zijn vader en onder supervisie van de interieurarchitecte E. Bout-Van Blerkom in 1971 moderniseren. De beletage en de eerste verdieping kregen een nieuwe, lichte indeling, maar de bovenverdiepingen bleven min of meer intact. Ook bijzondere elementen, zoals het fraaie stucplafond in de vestibule, een oude kaarsnis in het trappenhuis en de genoemde privaatuitbouw, bleven behouden. Dit jaar is het huis verkocht en is er na 120 jaar een einde gekomen aan het 'tijdperk-Tholens'.

David Mulder

(Uit: Binnenstad 272, september/oktober 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.