Frascati Amsterdam

logement, veiling, concertzaal, toneelzaal (deel 1)

Op de plaats van het Frascati Theater aan de Nes stond eens het Maria Magdalenaklooster. Een deel van het klooster kwam na de alteratie in 1578 in bezit van het Leprozenhuis, dat hier het logement de Stad Lion begon. Kort voor 1820 kreeg het complex de naam Frascati en onder die naam had het uiteenlopende bestemmingen. In 1879 verbouwde architect A.L. van Gendt het toenmalige theater Frascati tot verkooplokaal. Net als vóór die ingreep vormt de grote zaal sindsdien het hoogtepunt van het complex. Gert Eijkelboom en Gerrit Vermeer doken in de geschiedenis van het complex en doen hier alvast kort verslag van hun bevindingen.
Afb. 1. Een in 1850 gemaakte schets van de gotische versieringen uit 1847 in de grote zaal. De decoraties werden vervaardigd door terracottafabriek E.C. Martin in Zeist. Afb. 2. De grote zaal van (Nieuw) Frascati (circa 1825).

Het voormalige Maria Magdalenaklooster kwam na de alteratie in 1578 deels in bezit van stedelijke instellingen, deels verkocht de stad de percelen aan particulieren. Het deel waarop het huidige Frascati staat, werd grotendeels eigendom van het Leprozenhuis, dat er het logement De Stad Lion exploiteerde. Op 16 december 1768 verzochten de regenten van de Leprozen het stadsbestuur De Stad Lion te mogen veilen. De gebouwen waren zozeer in verval geraakt, dat herstel al te duur zou worden. Jan Smit werd op 16 februari 1769 de nieuwe eigenaar van het complex. In die tijd hielden diverse grote makelaars in de grote zaal van het logement hun veilingen. In deze jaren vormden het Oudezijds Heerenlogement, de Brakke Grond en De Stad Lion tezamen een belangrijk veilingcentrum. (1) Eind april 1790 kocht Johannes Franc van den Corput het logement voor zestienduizend gulden. Hij programmeerde er elke dinsdag- en vrijdagavond een spectaculaire voorstelling met elektrisch vuurwerk. De laatste voorstelling was op 31 januari 1791. Kort daarop hield het logement op te bestaan. Bij de veiling van twee huizen aan de overkant van de Nes in maart 1792 is sprake van 'het gewezene Logement de Stad Lion'. (2)

Frascati's in Amsterdam

In het begin van de negentiende eeuw zat er een Logement Frascati in het huidige Oudezijds Voorburgwal 302, dat grensde aan de achterzijde van de grote zaal van De Stad Lion. Het stond op de plaats van de vroegere kloosterkapel van het Maria Magdalenaklooster en had ongeveer dezelfde afmetingen. Deze gelegenheid organiseerde, net als het latere Frascati in de Nes, muziekfeesten. Het bleef nog zeker tot 1813 open. (3) Later vestigde zich in dit pand het lokaal De Duizend Kolommen.
In ieder geval vóór 1820 werd De Stad Lion omgedoopt tot salon Frascati, waarin muziekfeesten werden gegeven. Van het interieur verscheen in 1825 een lithografie (afb. 2). (4) In de zaal stonden vier zuilen van de Toscaanse orde. Halverwege sloot op de zaal een buffet aan. Daar recht tegenover bevond zich een balkon, dat plaats bood aan muzikanten. De zaal maakte een weelderige indruk door de voorname aankleding, die teruggreep op de achttiende-eeuwse Lodewijk XVI-stijl. De reusachtige kroonluchters met gasverlichting droegen bij aan het gevoel van luxe. Op deze prent heet de zaal Nieuw Frascati, ongetwijfeld ter onderscheid van het eerdere logement Frascati aan de Oudezijds Voorburgwal.

Voorloper van het Concertgebouw

Na het overlijden van directeur Jacob Geijkema werd Frascati in augustus 1830 door de eigenaar geveild. Na deze verkoop bleef het lokaal in bedrijf onder de naam Frascati. De nieuwe directeur G.P.J. Lans organiseerde in de grote zaal gekostumeerde bals en concerten met lichte dansmuziek, vooral van Johann Strauss. Weduwe M.R. Daane, sinds 1830 de eigenaresse van het complex, trouwde in 1834 met de begenadigde fagotspeler J.E. Stumpff. Hij nam eind jaren dertig de directie van Frascati over en breidde de programmering uit met serieuze muziek, ook van Nederlandse componisten als J.B. van Bree. Daarbij trad hij zelf vaak op als fagottist of als dirigent. Stumpff trad niet alleen op in zijn eigen lokaal, maar in vrijwel alle muziekgelegenheden in Amsterdam en daarbuiten in Utrecht, Den Haag en Rotterdam. (5)
In 1840 plaatste Stumpff in de grote zaal een verwijderbare houten wand, waardoor de ruimte naar believen kon worden gesplitst. Deze gesplitste zalen bood Stumpff ook te huur aan: 'Drie Zalen, geschikt voor het houden van Collegiën, Concerten, Bals, Partijen enz., als eene voor 3- à 400, eene voor 200, en eene voor 60 Leden'. Op de prent die Stumpff liet maken van de kermisversiering van 1841 valt te zien er in dat jaar nog nauwelijks iets aan de zaal was gewijzigd. (6) Dat veranderde in de zomer van 1842, toen een verbouwing plaatsvond. De verbeteringen die bouwmeester M. Versteeg uit Zeist doorvoerde zijn te zien op de prent die Stumpff uitgaf ter gelegenheid van de kermis in 1842. (7) Het rijkelijk toegepaste groen onttrekt de wanden grotendeels aan het zicht, maar de vier middenzuilen zijn verdwenen en het voordien vlakke en lage plafond bereikte door toepassing van een spiegelgewelf en door toevoeging van een vrij hoge rand daarboven, een veel grotere hoogte. In het plafond zaten acht cirkels voor de kroonluchters. De openingen in de rechthoekige stroken in het plafond stonden in verbinding met een ventilatiesysteem, dat zeer effectief bleek. De twee concerten die Franz Liszt (op piano forte), bijgestaan door de zanger G. Rubini met een leerlinge, er in december 1842 gaf, duiden er op dat Frascati mede door deze luxe voorziening uitgroeide tot de belangrijkste concertzaal in Amsterdam. (8)

De Gotische Zaal

In augustus 1843 kwam een extra kofekamer gereed, met een interieur in neogotische stijl. (9) Later verkocht Stumpff hier punches en andere gekoelde lekkernijen. Een gotische aankleding kreeg ook de grote zaal in 1847. Een schets uit 1850 toont de zaal in deze nieuwe gedaante (afb. 1). (10) Zelf noemde Stumpff de vernieuwde zaal 'eene School voor de Bouwkunde.' De verschillende onderdelen toonden de gotische bouwkunst van de dertiende tot en met de vijftiende eeuw, inclusief de vermenging met de 'weelderigen en prachtigen bouwtrant der Mooren'. (11) Zo waren de gebruikelijke Soirées Champêtres dat jaar in de 'Style Ogivale'. Mogelijk heeft Stumpff de zaal zelf ontworpen. Architect Servaas de Jong, die kort voordien over de gotiek had gepubliceerd, vervaardigde de detailtekeningen. (12) Eveneens in 1847 kocht Stumpff het pand Oudezijds Voorburgwal 304 om hier een vestibule in te richten, wat 'voor de bezoekers van dat lokaal in rijtuigen van een groot gemak [zou] zijn'. (13) Voordien veroorzaakten de vele rijtuigen meer dan eens opstoppingen en ongemakken in de smalle Nes. De in 1848 geopende restauratie bevond zich mogelijk in dit nieuwe gedeelte van het complex.

Kermis: de Grote Zaal als lusttuin

Tijdens de jaarlijkse kermis in september, die twee weken duurde, voorzag Stumpff zijn zaal traditiegetrouw van weelderige decoraties. Hierin stak hij alle andere lokalen steeds weer naar de kroon. Het vele groen bezorgde de bezoekers de illusie dat zij zich in een tuin bevonden. Elk jaar kwamen er zeldzamer gewassen en bloemen, stonden er meer beelden, waren er meer gaslichten en verrezen er grotere waterpartijen. In 1847 kocht Stumpff voor de kermis de schaalmodellen van beeldhouwer Louis Royer (1793-1868) voor het beeld van Willem de Zwijger uit 1847 voor het Plein in Den Haag, en voor het Rembrandtbeeld, dat pas veel later op de Botermarkt (het huidige Rembrandtplein) in Amsterdam geplaatst zou worden. Een bijzondere attractie tijdens de kermis vormde de Eau-de- Colognefontein, waar Stumpff in 1843 mee begon. De Eau-de-Cologne à la Frascati was te koop bij leveranciers in heel Nederland. (14) Vanaf 1855 kregen de kermissen als decoratie telkens een enorme waterval, waarvan advertenties vermelden, dat deze 'gedreven' werd 'door de Stoommachines der Duin-Waterleiding bij Leyduin, boven Haarlem'. Elk uur zou de waterval 30.000 kannen 'frisch helder duinwater' uitstorten, 'schitterend verlicht door duizend gasvlammen'. Met de in 1851 opgerichte Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij onderhield Frascati een bijzondere band. Stumpff was als grondeigenaar in 1850 bij de oprichting ervan betrokken en de vergaderingen daarvoor vonden plaats in Frascati. Er kwamen in de stad vanaf 1853 overal standpijpen waar Amsterdammers voor een cent een emmertje water konden tappen. Kennelijk beschikte Frascati over een eigen standpijp. (15)

Schouwburg Frascati

Vanaf 1851 vonden de eerste evenementen plaats in de mede door Stumpff opgerichte Parkzaal in het huidige Wertheimpark. Deze spectaculaire zaal was gebouwd naar ontwerp van W.A. Froger. In 1859 verhuisde Stumpff met al zijn muziekactiviteiten naar de Parkzaal. Na een verbouwing opende Frascati aan de Nes op 10 oktober 1859, ruim twee weken na de kermis, zijn deuren weer, maar nu als Schouwburg Frascati. De immer energieke en niet te stuiten Stumpff liet zich ook nadien nog geregeld horen in de Nes. Zo verzorgde hij er op 23 oktober 1859 met de Amstel-societeit en het Frascati-orkest dramatische en muzikale voordrachten en ook later komen we hem in Frascati nog tegen met zijn orkest. (16)

Gert Eijkelboom en Gerrit Vermeer

[Deel 2]

Voetnoten:
1 Stadsarchief gemeente Amsterdam (SAA), 369, Archief van het Sint Jorishof, Leprozenhuis en Oude Mannen- en Vrouwengasthuis, nr. 405. Stukken betreffende de verkoop van het huis Stad Lions in de Nes. 1768–1769; index Transportakten voor 1811: NLSAA- 21693820; Amsterdamse Courant, 15 augustus 1789.
2 SAA, index Transporten voor 1811, NL-SAA-21712074. Rotterdamse Courant, 25-11-1790; Amsterdamse Courant, 18 januari 1791, 13 en 24 maart 1792.
3 Advertentiën, aankondigingen en verschillende berigten van Amsterdam, 12, 15 en 16 juli 1813.
4 W.H. Hoogkamer, 'Nieuw Frascati', aquatint vervaardigd naar een tekening van C. de Kruijff.
5 Opregte Haarlemsche Courant, 31 juli 1830. Algemeen Handelsblad, 17 augustus 1833, 5 december 1833, 9 augustus 1834, 8 september 1834, 4 december 1835, 18 en 15 augustus 1835, 11, 17 en 18 maart 1836, 10 september 1836; 24, 25 en 26 februari 1836, 11 maart 1836, 3, 4 en 25 februari 1837.
6 G.F. Eilbracht (tekening), Desguerrois & Co (steendruk), 'Souvenirs aux soirées musicales champêtres pendant la foire de 1841 au salon Frascati d'Amsterdam' (prent), SAA, coll. Atlas Dreesman.
7 Jacobus W.A. Hilverdink, 'A la Mémoire des Soirées Champêtres pendant la foire de 1842 au Salon Frascati d'Amsterdam' (prent), SAA.
8 De Avondbode, 12, en 28 augustus 1840; AH, 15 augustus en 8 september 1840; AH, 28 en 31 maart, 21 mei, 11, 14 en 24 augustus 1842; AH, 5 december 1842.
9 Algemeen Handelsblad (AH), 1 augustus 1843, 7, 8, 11, 12, 13, 14, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 25 september 1843.
10 Frascati in 1850, Schets van het interieur van Frascati met neogotische versieringen, Nes 59, (tekening, 190 x 314 mm), SAA, coll. Atlas Dreesmann.
11 AH, 8 september 1847; Nieuwe Rotterdamsche Courant, 10 september 1847.
12 Servaas de Jong, Bijdrage tot de kennis der Gothische Bouwkunst of Spitsbogenstijl in Nederland, Amsterdam 1847.
13 AH, 12 juni 1847
14 AH, 25 september 1843.
15 AH, 18 januari 1850, 8 en 10 september 1855; J.A. Groen, Een cent per emmer. Het Amsterdamse drinkwater door de eeuwen heen, Amsterdam z.j., p. 67.
16 AH, 17 oktober 1859 en 10 december 1859.

(Uit: Binnenstad 272, september/oktober 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.