Stond het Huis De Pinto de gemeentelijke plannen nu wel of niet ‘in de weg’?

In de NRC van 18 september 2015 schrijft Erik Schmitz, medewerker van het Stadsarchief Amsterdam, dat het een fabeltje zou zijn dat het behoud van het Huis De Pinto – dit jaar precies veertig jaar geleden – de verkeersweg blokkeerde die de gemeente door de Nieuwmarktbuurt had geprojecteerd. De gemeenteraad had immers al in 1972 een motie aangenomen waarin werd bepaald dat de verkeersweg niet door zou gaan en de buurt volgens het oude stratenpatroon moest worden hersteld. Bovendien was de weg in de plannen van 1953 met een bocht om het huis heen getekend.

Huis de Pinto, Sint Antoniesbreestraat 69, in 1975 (foto Maarten Brinkgreve / VVAB)
Mijns inziens heeft Schmitz de kwestie niet goed begrepen.
Het is inderdaad zo dat het Pintohuis niet op, maar direct naast het in 1953 geplande tracé van de vierbaansautoweg stond. Maar de bocht waar Schmitz over spreekt was nodig om de Jodenbreestraat te verbinden met de geprojecteerde Lastageweg en had helemaal niets te maken met het sparen van het Pintohuis.
Volgens het Wederopbouwplan-1953 zou de gehele Sint Antoniebreestraat, waaronder het Huis de Pinto, van de kaart verdwijnen. De nieuw aan te leggen Lastageweg volgde namelijk een ander tracé in de richting van de Oude Waal. Dit betekende dat het Pintohuis niet in de rooilijn van de nieuwe verkeersweg stond, maar haaks daarop, middenin een nieuw geprojecteerd bouwblok met grote kantoorgebouwen.
De restauratieplannen voor het zeventiende-eeuwse Pintohuis waren richtinggevend voor de raadsmotie uit 1972 en de uiteindelijke redding in 1975 was beslissend voor het uiteindelijke bestemmingsplan waarin de historische rooilijnen wel werden gerespecteerd.
Op het restauratievoorstel van de Stichting De Pinto antwoordde het College van B&W in 1971 dat het behoud van het Huis De Pinto “vooruit[loopt] en in belangrijke mate bepalend [is] voor de vorm en de inhoud van een belangrijk gedeelte van het toekomstige nieuwe bestemmingsplan-Nieuwmarkt” (Brief van B&W aan Stichting De Pinto, 26 november 1971 - in het Stadsarchief).*
De historische verkaveling met gearceerd het Huis de Pinto met de rooilijn van Wederopbouwplan-1953. Uit: Brinkgreve, Schrijvend in het Aalsmeerder Veerhuis 1982
De directeur van de dienst Publieke Werken (P.W.) begreep heel goed dat het restauratievoornemen de plannen van zijn dienst in de weg stond en was geenszins van plan de in 1972 aangenomen raadsmotie uit te voeren. Ondanks deze beslissing van de gemeenteraad schreef hij het jaar daarop aan de wethouder dat het plan van de Stichting
uitvoerbaar was met ‘enkele wijzigingen’, namelijk het verleggen van de rooilijn, inclusief “de verplaatsing van het Huis De Pinto 15 meter naar achteren” (brief d.d. 5 februari 1973 - eveneens in het Stadsarchief).*
Het Pintohuis stond de plannen van P.W. dus zodanig ‘in de weg’ dat de uiteindelijke redding van het monument in 1975 derhalve zou garanderen dat de raadsmotie uit 1972 ook daadwerkelijk werd uitgevoerd. Het behoud van het Huis De Pinto speelde een cruciale rol in het tegenhouden van de verkeersdoorbraak en het redden van de hele buurt. Het behoud maakte de ontwikkeling mogelijk die leidde naar een conserverend bestemmingsplan, waarin geen plaats meer was voor een vierbaansautoweg en grote kantoorgebouwen. De Sint Antoniesbreestraat werd hersteld en er kwam woningbouw in plaats van kantoren, waarvoor de Stichting De Pinto en de Algemene Woningbouwvereniging, gesteund door de Aktiegroep Nieuwmarkt, gezamenlijk optraden. Er kwam zelfs een totaal ander gemeentebeleid. P.W. leed een gevoelige nederlaag en wel vooral dankzij de redding van het Huis De Pinto, de noodzakelijke voorwaarde voor dat succes.

Niks fabeltje.

Walther Schoonenberg

*) Walther Schoonenberg, Hoe de Nieuwmarktbuurt werd gered in: Maandblad Amstelodamum 100 (2013), nr. 1, p. 3-23.

(Uit: Binnenstad 273, november/december 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.