De Haarlemmer Houttuinen

Een wijk die teloorging

Een spoorwegviaduct, een katholieke droomwereld en zogenaamde revolutiebouw naast de riante Westerdokstraat. Alleen het spoorwegviaduct en de Posthoornkerk herinneren nog aan dit beeld. Anno 2016 leidt een non-descripte verkeersweg van het Singel naar het Haarlemmerplein. Had Jacob Olie de onvoltooide Posthoornkerk nog kunnen vastleggen achter een forse driemaster in het ongedempte Westerdok, in 1870 sloot de bouw van het viaduct tussen het Haarlemmerplein en het Centraal Station de binnenstad definitief af van het IJ. Het gemeentelijk verkeersplan uit 1931 projecteerde een doorbraak tussen de Prins Hendrikkade en het Haarlemmerplein (1) en rond 1970 verdween de negentiende-eeuwse bebouwing aan Haarlemmer Houttuinen van de kaart.

Het leven in deze verloren wijk is vastgelegd in een documentaire van de Dienst der Publieke Werken uit 1961 en de film De Weense Nachtegaal van Roelof Kiers uit 1968, waarin de melancholieke sfeer in de woning van deze uit Wenen afkomstige zangeres raak is getroffen: achter de vitrage denderen de treinen voorbij en aan het einde van de lm steekt de hoofdpersoon een kaarsje op in de Posthoornkerk.

Doorbraak Haarlemmer Houttuinen

De doorbraak van de Haarlemmer Houttuinen was een stedenbouwkundig monstrum. Het zeventiende-eeuwse bouwblok tussen de Korte Prinsengracht en het Haarlemmerplein werd geamputeerd tot aan de achterkant van de Haarlemmerdijk. De bebouwing langs het spoor waar de bewoners en de treinreiziger elkaar in de ogen konden kijken verdween geheel van de kaart. Hoewel de zeventiende-eeuwse bouwblokken tussen het Singel en de Korte Prinsengracht onaangetast bleven, werd ‘de nieuwe uitleg’, het negentiende-eeuwse tussengebied met de Westerdokstraat, vernietigd. Deze in wezen planloze doorbraak was echter een waar eldorado voor verkeerskundigen. Een weg op poten met een viaduct over de Korte Prinsengracht zou leiden naar het Haarlemmerplein. Daar zou een ingewikkeld spel van ‘fly-overs’ vorm geven aan de aansluitingen op Marnixstraat en de Haarlemmerweg. In de Zuiderkerk konden de Amsterdammers, ook zij die moesten verkassen, kennis nemen van dit utopische stadsbeeld en zich verbazen over de voorgenomen verplaatsing van de Haarlemmerpoort – het lijkt wel Boekarest tijdens Ceausescu – naar de ingang van de Haarlemmerdijk.
Maar de realiteit is weerbarstig. In 1971 reduceerden bezuinigingen de verhoogde weg tot een viaduct over de Korte Prinsengracht met op- en afritten aan weerzijden. Het resultaat was een stedenbouwkundig niemandsland onder het viaduct bij het Bickerseiland. De keermuur van het talud achter de Posthoornkerk maakte de eens zo levendige straat tot een randgebied of rampgebied met parkeerplaatsen. De nu flink opgegroeide iepen zijn niet bij machte het verlies te vergoeden.
Na de sloop van de woonblokken, was de vraag: wat nu? Bedrijfsruimten achter de winkelstraat van de Haarlemmerdijk? Maar de tijd wisselde van spoor; bewoners, gesteund door jonge architecten, kwamen in verzet tegen de technocratische omgang met de binnenstad als plaats voor kantoren en verkeerswegen. Journalisten als J.J. Vriend en K. Wiekart gaven bekendheid aan het fenomeen ‘Bouwen voor de buurt’ in de vakbladen Wonen-TABK en Plan. Ook Han Lammers veegde als journalist in De Groene Amsterdammer de vloer aan met het Amsterdamse gemeentebestuur. Maar deze Saulus werd, zoals bekend, een Paulus. In actiecomités als ‘de Westelijke Eilanden’, de Overleggroep Haarlemmerbuurt, de Jordaan en de Dapperbuurt werden het herstel van de bestaande stad en de versterking van het woonkarakter de nieuwe uitgangspunten. De gedwongen uittocht van Amsterdammers naar Almere en Purmerend kreeg een politiek alternatief. Plannen voor de ‘herbouw’ – de nieuwbouw op het braakliggende gebied – van de Haarlemmer Houttuinen werden in de, zelf met ondergang bedreigde, Posthoornkerk tentoongesteld. Vanaf 1981 kwam de bouw op gang. Herman Hertzberger ontwierp de nieuwe straatwand, Jouke van den Bout ‘de koppen’ aan de dwarsstraten, Arne van Herk en Cees Nagelkerke ‘de witte huisjes’ aan de Nieuwe Houttuinen, EGM (W. Eykelenboom, G. Gerritse en A. Middelhoek) het torengebouw op de hoek van de Buiten Oranjestraat. Na versmalling tot stadsstraat kreeg de weg een tracé aan weerszijden van het voormalige Rijksadministratiegebouw aan de Droogbak. Dit gebouw heeft, althans gedeeltelijk, de stedenbouwkundige structuur gered, door te blijven staan, te vergelijken met het Huis De- Pinto in de Nieuwmarktbuurt. De Westerdokstraat kon, althans in naam, herrijzen in het nieuwbouwcomplex van Rudy Uyttenhaak (1986-1989). De aldus versmalde weg kreeg een tramtracé, dat in de lijn van het gehele Houttuinen project geen aansluiting kreeg op de bestaande railinfrastructuur. De Duitse uitdrukking ‘Gescheiterte Hoffnung’ zou hier gepast zijn. Niet uitgesloten is dat het viaduct over de Korte Prinsengracht verwijderd zal worden. Dan is de cirkel weer gesloten. (2)
Vanwege de natuurstenen ornamenten en de flankerende leeuwenbeelden aan de monumentale landhoofden en onderdoorgangen, leek het bakstenen spoorwegviaduct, een ontwerp van A.L. van Gendt (1835-1901), in zijn vormgeving op het nog bestaande viaduct van Antwerpen Centraal. (3) Na latere verbouwingen is die pracht verdwenen. Tussen circa 1875 en 1890 kwam tussen de bestaande Houttuinen en het nieuwe viaduct een nieuwe wijk tot stand. Hoewel de nieuwe percelen met drie tot vier bouwlagen niet verschilden van vergelijkbare particuliere bouw in de Kinkerbuurt en De Pijp, bezorgde de ligging aan het spoor de Houttuinen een slecht visitekaartje aan de hoofdstad. Tussen het Singel en de Korte Prinsengracht was meer ruimte; het daar gerealiseerde bouwblok van de Wester-dokstraat was uitzonderlijk door de royaal bemeten woningen.

Het ‘Posthoorncomplex’ aan de Haarlemmer Houttuinen (foto: Wim Ruigrok)

Het Posthoorncomplex

Omringd door stoom en scheepsbedrijvigheid ontstond aan de Houttuinen een middeleeuwse droomwereld. Een geslaagde grondaankoop had pastoor J.M. IJzermans in staat gesteld om zijn schuilkerk ‘De Posthoorn’ aan de Prinsengracht, op de hoek met de Brouwersgracht, te vervangen door de zo lang gewenste nieuwbouw. De bouw van de nieuwe Posthoornkerk en pastorie (P.J.H. Cuypers, 1861-1863) was slechts de eerste fase. Zijn opvolgers gaven met de bouw van vijf scholen en een klooster gestalte aan een omvangrijk katholiek universum, dat van grote stedenbouwkundige betekenis werd voor de binnenstad. Tot de bouw van de beide fronttorens in 1887-1889 lag de kerk inpandig achter de Haarlemmerstraat, mysterieus verborgen achter een poortje. Naast de koorpartij van de kerk staat de pastorie, die om het transept is gebouwd. Cuypers vertaalde het smalle zeventiende- eeuwse Amsterdamse koopmanshuis naar een eigentijdse woning voor de pastoor en zijn kapelaans in de uitwendige vormgeving van de laatgotische woonhuisarchitectuur. (4) De inwendige ‘communicatie’ loopt langs een traptoren, met toegang tot de kerk. Een uitkragende arkeltoren, als tweede en directe toegang tussen de eerste verdieping en de grote zaal, domineert in belangrijke mate het gevelbeeld. De toegepaste gordel- en korfbogen als ontlastingsbogen boven de vensters brengen de genoemde hertaling ook in het stadsbeeld tot uitdrukking. De vensters hebben kruiskozijnen met een deels negentiende- eeuwse en laatgotisch roedeverdeling. Hier gaf Cuypers zijn proeve van het stadswoonhuis. Het silhouet van kerk en pastorie aan de Houttuinen bleef niet onopgemerkt: ‘Van het uiterlijk der kerk lijkt mij de choorpartij het meest aantrekkelijk, waar men boven den choorpolygoon den achtkanten lantaarn ziet oprijzen, waar men ook de karaktervolle pastorie ziet, met het ronde hangtorentje dat de trap bergt, met de deftig-hooge en diepe stoep met de betrekkelijk kleine vensters, een stukje romantisch gothieke woonhuisbouw, dat aan de fantaizie van Gustave Dorée doet denken’. (5) Het complex groeide, eerst door uitbreiding met het buurpand - met de lijstgevel –, in 1873 vervolgens door de bouw van de eerste school in 1875, Haarlemmer Houttuinen 5. Deze neogotisch timmermansgevel van J.W. ter Berg lijkt een zwak ontwerp naast Cuypers’ pastorie. A.C. Bleys (1842-1912), F.M.J. Caron (1866-1945) en J.P.I. (Jos) Hegener (1864-1933) gaven vorm aan de uitgroei tot een waar Posthoorncomplex door de bouw van vijf scholen en een klooster. Bleys ontwierp het Sint-Antoniagesticht, Haarlemmer Houttuinen 53 (1890) en het belendende klooster op de nummers 55-59 (1891) met een gelaagde gevelcompositie op een forse rustica en een trapgevel. (6) Bleys, de architect van de Sint- Nicolaaskerk, vestigde zich op Haarlemmer Houttuinen 44a – nu helaas gesloopt – , dat hij in 1880 verbouwde met een ’tijdloze’ achtergevel met gietijzeren balkons. In dezelfde buurt ontwierp hij het robuuste hoekpand Droogbak 13. (7) Hij was dus parochiaan van De Posthoorn en ontwierp voor de kerk de biechtstoelen (1886) en leverde de kruiswegstaties (1889). Het gevelbeeld toont de onderling verschillende reectie van Cuypers en Bleys op het verleden en hun inspiratiebron. Cuypers richtte zich naar de Franse architect Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879) in diens herinterpretatie van de gothiek, wat af te lezen is aan de kerk en de pastorie. Het Sint-Antoniagesticht en het klooster, Haarlemmer Houttuinen 53-55-59 (1890-1891), van Bleys kregen een gelaagde gevelcompositie met trapgevel op een forse rustica. Deze gelaagdheid lijkt te verwijzen naar de bouwsporen van ‘Vredenburgh’ aan de Oudezijds Achterburgwal, dat in 1883-1890 door zijn eigen nieuwbouw is vervangen. (8)
Caron ontwierp in 1894 de Sint-Antoniaschool voor meisjes, Haarlemmerstraat 132- 136, met een rijk geproleerde gevel in neogotische trant op een robuuste granieten plint. (9) Enkele jaren geleden schreef Vincent van Rossem over deze gevel: ‘Het getuigt van uitgesproken eigenzinnige stilistische opvattingen. Diverse historische motieven worden door elkaar heen gebruikt en zo is een zeer rijk gevelbeeld ontstaan dat zich stilistisch moeilijk laat duiden’. (10) Caron bouwde veel aan de Haarlemmerdijk en -straat, o.a. ontwierp hij als huisarchitect van V&D in 1906 het reeds lang gesloopte winkelpand Haarlemmerstraat- Korte Prinsengracht. In 1911 vormde de bouw van de Normaalschool voor meisjes, Korte Prinsengracht 17-19, het sluitstuk van de parochiële scholenbouw in het Posthoornbouwblok, ditmaal niet door Caron maar door architect Jos. Hegener. Hij gaf dit grote schoolgebouw een andere uitwendige vormgeving dan de neogotiek van de school van Caron. Het werd een fors schoolgebouw in gele baksteen. Hij gaf deze nieuwbouw een historisch karakter door het beeld van de Eenhoorn in de topgevel als verwijzing naar de nabijgelegen Eenhoornsluis. De zusters Poenitenten-Collectinen van Roozendaal verzorgden het onderwijs in de scholen en konden langs een hooggelegen luchtbrug vanuit hun klooster aan de Houttuinen het schoolgebouw bereiken. Bij de recente herbestemming is dit onderdeel verwijderd.
Ook dit katholieke universum, waar het kerkgebouw, als in een middeleeuwse stad het middelpunt, zijn omgeving domineerde, ontkwam niet aan amputatie. Met de afbraak van de bebouwing aan de overzijde van kerk en pastorie verdween ook de parochiële Sint-Josephschool voor jongens met onderwijzerswoning, Haarlemmer Houttuinen 24, ook een schepping van Bleys uit 1880. (11) Aan de achterzijde kreeg deze school aan Westerdokstraat 35 een uitbreiding door Caron in de strakke ‘modernistische’ trant van zijn oeuvre rond de eeuwwisseling. Het laat-negentiende-eeuwse Posthoorncomplex veranderde van een katholiek universum in een stadsrand aan het spoor. De invoeging van dit complex in het bestaande zeventiende-eeuwse havenfront was tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw niet onomstreden. Maar dat de identiteit van de Haarlemmerbuurt nu mede door dit katholieke universum wordt bepaald heeft te maken met de paradigmawisseling die recent door Gabri van Tussenbroek is beschreven. (12)

Guido Hoogewoud

Voetnoten:
1. ‘Voorlopig schema van verkeersverbeteringen in de binnenstad’, ‘Nota stadsontwikkeling en verkeer’, Gemeenteblad 1931, I, 252-273 in: V. van Rossem, Het Algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam, geschiedenis en ontwerp, Rotterdam 1993, p. 191.
2. Oost-Westlijn, voorstel voor een comfortabele fietsroute van Haarlemmerpoort naar Funen, publicaties Stadsdeel bestuur Centrum 2013, vergaderstukken, raadsvoorstellen 29 januari 2013-K.
3. Het genootschap ‘Leeuwen van het Centraal Station’ heeft na een zoektocht van zes jaar de zestien inmiddels verdwenen leeuwen weer kunnen traceren.
4. ‘Vondelhoven’ aan de Vondelstraat (1870-1871) is in 1971 samen met de belendende NH Koepelkerk gesloopt voor de bouw van het Marriott Hotel.
5. J. Kalf, Het Werk van dr. P.J.H. Cuypers 1827-1917, Amsterdam 1917, p. 14.
6. Zie voor de scholenbouw: De Tijd, 20 november 1897.
7. T. van der Kooij, P. van Dael, Vroomheid op de Oudezijds. Drie Nicolaaskerken in Amsterdam, 1988.
8. Op een tekening door Gerrit Lamberts uit 1818 is de oorspronkelijke gevel afgebeeld (SAA).
9. Verslag van de opening in De Tijd, 2 februari 1894.
10. Vincent van Rossem, ‘François Marie Joseph Caron (1866-1945)’ in: Binnenstad 237 (dec. 2009).
11. H.R. Hendriks te Oss was de laagste inschrijver voor fl. 48,200. Hij was ook de aannemer voor de Sint-Nicolaaskerk.
12. Gabri van Tussenbroek, De mythe van de onveranderlijkheid, veranderende opvattingen over Amsterdamse monumenten, oratie, 9 dec. 2015.

(Uit: Binnenstad 274, januari/februari 2016)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.