Gesprek met Jaap den Hollander over het maken van kleuren

Hoe maak je verf? Je gaat naar een verffabriek of speciaalzaak voor kunstenaarsbenodigdheden waar verfstoffen in poedervorm worden verkocht en kiest een aantal kleuren. In die winkels staan rekken vol potten pigmentpoeder en kan je je vergapen aan een oneindige hoeveelheid kleurnuances: de helderste kleuren van de regenboog en alle mogelijke schakeringen daar tussen. Om verf te maken vermeng je het pigmentpoeder met een bindmiddel en voor een optimaal resultaat moet je deze massa nog met een loper inwrijven tot een pasteus en samenhangend geheel. Maar wie dat doet, maakt het zichzelf wel moeilijk, want de meeste verf is gewoon te koop in blikken of tubes, waarin je de verf bovendien gemakkelijk kan bewaren. Alleen wie pigmenten of bindmiddelen wil gebruiken, die in de verfindustrie niet (meer) worden toegepast, neemt de moeite om zelf verf te maken. Voor het gemak ga ik er dan vanuit dat die historische verfstoffen gewoon kant en klaar in de winkel verkrijgbaar zijn, maar wat als dat niet het geval is?
Jaap den Hollander met lade zelfgemaakte aquarelblokjes naar Goeree Verlichteriekunde (foto Wim Ruigrok) Aquarelkistje uit 1821 (foto Wim Ruigrok)

Met Jaap den Hollander spreek ik over de vraag hoe pigmenten vóór de industriële revolutie van circa 1850 werden vervaardigd. Dit onderwerp heeft mijn interesse gewekt omdat men van enkele historische kleuren alleen door de oorspronkelijke productiewijze een betrouwbaar beeld kan krijgen. Sommige pigmenten zijn tegenwoordig vanwege hun zeldzaamheid of giftigheid niet of nauwelijks meer leverbaar, en áls men dan flink in de buidel heeft getast om deze aan te schaffen en de moeite heeft genomen om ze fijn te wrijven, blijft men onzeker over het resultaat. Het 'Spaans groen' bijvoorbeeld, dat tegenwoordig wordt gemaakt, is pure koperacetaat, zo puur en zuiver, dat dit pigment eigenlijk geen goed beeld geeft van hoe deze kleur er in de zeventiende of achttiende eeuw moet hebben uitgezien. Jaap den Hollander ben ik tegengekomen op het internet. Hij heeft een fantastische website (members.ziggo.nl/jcdhollander) met prachtige foto's, waarop hij aan de hand van bronnenmateriaal en empirische proeven historische teken- en schildertechnieken en -materialen in beeld brengt, en in zijn atelier getuigen vele potten en potjes met verzamelde bodemvondsten, bessen en galnoten enz. van zijn passie. Ik vraag hem hoe hij bij dit onderwerp is gekomen.
'Toen ik op de lagere school zat, wilde ik archeoloog worden. Misschien kwam dat wel door het buiten spelen als kind op opgespoten stukken zandgrond in de Rivierenbuurt in Amsterdam tijdens de aanleg van de Utrechtsebrug over de Amstel. In dat zand was van alles te vinden: van pijpekoppen, potscherven, stenen tot botten. Uiteindelijk ging ik geen archeologie studeren, maar naar de kunstacademie. Als tekenleraar en docent vakdidaktiek tekenen ben ik gaan graven in gedrukte bronnen die handelen over de overdracht van kennis en kunde van vooral tekenvaardigheid. Intussen liet het letterlijke graven naar pigmenten en krijtsoorten me in vakanties echter niet los. De mooiste souvenirs waren grondmonsters van pigmenten en krijtsoorten die ik onderweg kon bemachtigen.'

Gezaagd tekenkrijt

Diverse rode okeroxiden. (foto Wim Ruigrok)

'Onderdeel van mijn zoektocht naar rood 'natuurkrijt' is mijn hypothese dat tekenaars in het verleden met andere materialen werkten dan wij nu en dat die materialen en de daarmee samenhangende technische mogelijkheden ook daadwerkelijk een verschil kunnen maken.In 1984 heb ik een tentoonstelling bezocht in het museum van Epinal. Hier hing een aantal ragfijne tekeningen op klein formaat, die onmogelijk te maken zijn met het krijt dat tegenwoordig verkrijgbaar is. Sinds begin 2011, ruim veertig jaar na mijn academietijd, ben ik dat krijt op het spoor gekomen, dat wil zeggen brokken okerrode Rötelsteen in allerlei nuances uit Theley in het Saarland, die gezaagd kunnen worden en vervolgens geslepen, zodat je er heel fijn mee kunt werken. De vondst van dat krijt heeft geleid tot een uitgebreide studie van dit materiaal, waarmee mogelijk Rembrandt e.a. hebben getekend, maar dat voor de meeste hedendaagse kunstenaars totaal onbekend is.'

Aquarelkisten

Bessen van Rhamnus saxatilis, verzameld om schietgeel te maken. (foto's: Jaap den Hollander)

'De volgende stap was dat ik een antieke aquarelkist kocht waarin een aantal verfblokjes ontbraken. Die ontbrekende blokjes wilde ik graag aanvullen en zo ben ik op zoek gegaan, eerst naar welke pigmenten precies in de kist hebben gezeten en vervolgens naar recepten om die verfblokjes te maken. Enkele lege antieke aquarelkistjes heb ik zo kunnen vullen met zelfgemaakte verfblokjes, samengesteld uit in de tijdsperiode passende pigmenten en gomsoorten. In die mahoniehouten kistjes zitten nu weer de oorspronkelijk oude, soms heel giftige, maar wel bijzondere pigmenten en kleurstoffen, die je verder alleen nog in restauratie-ateliers aantreft. Hoe vaak kom je geen lege tekendozen of schilderskisten tegen? Familieleden denken in de eerste plaats aan iemands artistieke werk. De kisten worden vaak nog wel bewaard, maar de inhoud daarvan is dan weggegooid in de vuilnisbak. De inhoud kan echter ook een waardevol onderdeel vormen van een artistieke nalatenschap. Ik hoop dat mijn aquarelverfkistjes met hun toebehoren en de (spanen) doosjes met gezaagde en geslepen krijtstiften en hun houders, als een soort tijdcapsules een langer leven zijn beschoren.' Daarnaast heeft Jaap een lade met aquarelblokjes gemaakt, gebaseerd op de kleuren die genoemd worden in Verlichteriekunde (1668) van Wilhelmus Goeree, een handleiding voor het schilderen met waterverf. Dit geschrift handelt weliswaar over water- of aquarelverf, maar een deel van deze pigmenten is niet anders dan de verfstoffen die men voor buitenschilderwerk gebruikt.

Kleur- en verfstoffen

Fabricage van verdigris door koperplaatjes aan gebogen twijgen boven een laagje azijn te hangen, zoals o.m. beschreven door Vitruvius (foto Jaap den Hollander). Door dit proces oxideert het koper. De koperaanslag kan als pigment worden gebruikt. Door blootstelling aan ammoniadamp wordt het pigment blauw (foto Wim Ruigrok).

Voor aquarelverf wordt als bindmiddel meestal gebruik gemaakt van gom. Voor de vervaardiging van verf op waterbasis kunnen zowel kleur- als verfstoffen worden gebruikt, dat wil zeggen zowel oplosbare stoffen als nietoplosbare pigmenten. De in water oplosbare kleurstoffen werden dan vaak op aluin neergeslagen. In olieverf - en dus ook in huisschilderverf - werden doorgaans alleen verfstoffen (pigmenten) gebruikt, met die kanttekening dat huisschilderverf behalve watervast ook lichtecht moest zijn en bovendien betaalbaar. De pigmenten voor buitenschilderwerk verschilden echter niet van die voor 'kunstschilderwerk' - de soort verf wordt niet door de pigmenten, maar door het bindmiddel bepaald (lijnolie, ei, lijm of gom etc.). Tot in de twintigste eeuw maakten veel schilders zelf hun verf. Dat kan men nu natuurlijk ook nog doen door pigmenten met een bepaald bindmiddel te mengen, maar ook deze gekleurde poeders waarvan men de verf maakt zijn op een bepaalde manier tot stand gekomen. Verschillen de moderne synthetische kleuren ook van de historische?
Jaap den Hollander: 'De vervaardiging van pigmenten uit gekleurde aarden en gesteenten is in zekere zin onveranderd. De aarden zijn goedkoop en worden nog steeds gebruikt omdat ze eigenlijk niet goed zijn na te maken. Ze worden al eeuwen op bepaalde locaties gedolven. De kleur wordt bepaald door de herkomst; van de rode ijzeroxiden bijvoorbeeld is de chemische formule steeds gelijk, maar afhankelijk van 'verontreinigingen' en de hitte waaraan zij zijn blootgesteld, zien zij er steeds anders uit. De gekleurde aarden en gesteenten hoeven alleen gewassen, gezuiverd en fijngemalen te worden, waarna ze direct tot verf kunnen worden gemengd.'
'Daarnaast kon men ook in de oudheid al op chemische wijze felgekleurde pigmenten maken, zoals Egyptisch blauw, menie en verdigris. Veel van deze pigmenten worden vanwege hun giftigheid tegenwoordig niet of nauwelijks meer vervaardigd. Loodwit en loodmenie zijn bijvoorbeeld in Nederland niet meer in de handel, maar de lichtkracht en duurzaamheid van loodwit en de roestwerende werking van menie zijn ongeëvenaard.
Met name een aantal organische pigmenten en kleurstoffen vind ik echter fraaier dan de moderne synthetische imitaties. Daarbij moet je denken aan lakmoes, gemaakt van korstmossen, rode kraplak van meekrap, en een gele kleur die ik zelf van wegedoornbessen heb gemaakt. Moderne kleurstoffen hebben vaak wel dezelfde naam, maar een andere samenstelling. Zij zijn meestal kleurkrachtig en stabieler dan de historische, maar ook egaler en ze missen een zekere kleurdiepte.'

Verfrecepten

'Na mijn pensionering had ik de tijd om zowel historisch als praktisch dieper in het onderwerp te duiken. Van zoveel mogelijk proeven en onderzoekjes heb ik foto's gemaakt en het lesgeven heb ik eigenlijk gewoon voortgezet via mijn website.' Naar aanleiding van het overzicht op zijn website van pigmenten die voorkomen in diverse historische bronnen tot circa 1850 vraag ik of het zijn opzet is om een soort overzicht te maken van het gebruik van verf- en kleurstoffen door de eeuwen heen, maar Jaap antwoordt dat er al voldoende van zulke overzichten bestaan. Door relaties met (kunst)historische, onderwijskundige of technische aspecten wil hij vooral aan een aantal historische materialen en teken- en schildertechnieken een breder perspectief geven.
'Afijn, ik ben dus een aantal historische recepten gaan uitproberen. Vanaf de oudheid is beschreven waar men verfstoffen kan vinden en hoe bepaalde kleuren worden gemaakt, ook van pigmenten die ontstaan door chemische reacties zijn recepten overgeleverd. Vitruvius beschrijft bijvoorbeeld al de oxidatie van lood en koper, chemische processen die ook wel in de natuur voorkomen, maar onder speciale omstandigheden versneld kunnen worden opgewekt.'

Receptenboeken

Azuriet- en malachietafzetting op een brok kalksteen. Proces van verpulveren, fijnmalen en wassen (levigatie, centrifugatie en decantatie) van azuriet (foto's: Jaap den Hollander)

Ook in middeleeuwse receptenboeken wordt beschreven hoe men synthetische pigmenten en verfstoffen kan vervaardigen. Jaap heeft zelf een Nederlandse vertaling gemaakt van De coloribus faciendis / Over het maken van kleuren, een geschrift van Petrus de Audomaro, dat vermoedelijk uit de twaalfde of dertiende eeuw dateert. Het lijkt in de eerste plaats geschreven voor illuminatoren, die zelf pigmenten maakten. Een deel hiervan was al in de Oudheid bekend, maar het bevat tevens een aantal onbekende recepten. Enkele hiervan zijn onvolledig of onnavolgbaar, omdat we ze niet meer begrijpen of niet weten welke plantensoort of zelfs welk pigment precies in een recept wordt aangeduid, maar de meeste zijn goed uit te voeren.
In het geschrift van De Audomaro wordt bijvoorbeeld beschreven hoe men 'azurium' kan bereiden, een gesteente, vermoedelijk azuriet. Azuriet is het belangrijkste blauw dat Jeroen Bosch (circa 1450-1516) in zijn schilderijen heeft gebruikt. 'Nadat de Hongaarse mijnstad Rudabánya in 1526 door de Turken was verwoest, werd azuriet wegens toenemende schaarste duurder. Het wordt dan vervangen door andere blauwen en men vindt een pigment van dezelfde chemische samenstelling als azuriet, dat echter synthetisch werd vervaardigd.' Behalve het recept voor het maken van 'azurium' bevat het manuscript van Petrus de Audomaro geen beschrijving van bereiding van pigmenten uit gekleurde aarden of minerale gesteenten. Het gaat voornamelijk over het maken van verf- en kleurstoffen uit andere grondstoffen, dat wil zeggen over synthetische pigmenten uit lood, koper en de vervaardiging van vermiljoen uit kwik en zwavel. Daarnaast worden aanwijzingen gegeven hoe je inkt en verf kunt maken met behulp van plantenextracten of -logen, zoals een groene inkt uit camperfoeliebessen, kraplak uit meekrapwortels (Rubia tinctorum), een geel dat gebruikt wordt om goud te imiteren van de stampers van de saffraancrocus (Crocus sativus), een purperkleur, gemaakt door houtskool van de iep te logen met urine en een bloedrode lak uit de gom van klimop (Hedera helix) gekookt in urine.
In de middeleeuwen maakten schilders en illuminatoren waarschijnlijk nog veel verf- en kleurstoffen zelf, maar de Italiaanse schilder Cennino Cennini adviseert rond 1400 al om de vervaardiging van bepaalde pigmenten niet zelf ter hand te nemen omdat dat teveel tijd kost, en in de zestiende en zeventiende eeuw konden ook de Hollandse kunst- en huisschilders de meeste pigmenten gewoon kopen bij een apotheker, drogist of bij een in één of enkele kleuren gespecialiseerde verf'fabriek'. Sommige recepten waren ingewikkeld of hield men zorgvuldig geheim om een monopolie te behouden. Zo is het recept voor het maken van vermiljoen wel bekend, maar hoe de vervaardiging precies in z'n werk ging werd slechts in kleine kring doorgegeven. Vanaf de zestiende eeuw ontstond er in Europa een markt voor zogenaamde 'secreetboeken': praktische hand-boeken voor ambachtslui en thuisgebruik, gebaseerd op verfrecepten die eerder in manuscriptvorm circuleerden. Het Secreetboeck (1601) van de arts Carolus Battus, dat grotendeels teruggaat op een vijftig jaar ouder Duits tractaat van Valentin Boltz, is hier een bekend Nederlands voorbeeld van. 'Het is niet helemaal duidelijk of de hierin geopenbaarde 'verborgenissen' duiden op de geheime receptuur dan wel op de mysterieuze wijze waarop stoffen van eigenschap en kleur kunnen veranderen, maar ook de enorme toename van onze chemische kennis neemt niet weg dat de kleurtransformaties die in de recepten staan beschreven 'geheimen der natuur' zijn, die blijven fascineren'.

Juliet Oldenburger

(Uit: Binnenstad 275, maart/april 2016)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.