In Memoriam Hans 't Mannetje 1944-2016

'NOMEN EST OMEN' - de naam is een voorteken - wisten de Romeinen al. In die zin was het misschien voorbestemd dat Hans 't Mannetje, een naam afgeleid van de zestiende-eeuwse huisnaam 'Mannitgen in de Maen', als beeldhouwer zijn medium bij uitstek zou vinden in de gevelsteen en ons een prachtig oeuvre zou nalaten van 236 stenen, waarvan 70 in Amsterdam.

Grootste bekendheid onder de Amsterdammers geniet waarschijnlijk zijn vrolijke 'Vissenboom' op de Lindengracht. Mijn eigen favoriet blijft zijn eersteling, in 1971 geplaatst in de zijgevel van het ternauwernood van de sloop geredde Claes Claeszhofje. Het is verbluffend hoe in deze steen al alle elementen aanwezig zijn die zijn werk tot en met de laatste steen hebben gekenmerkt: helderheid van ontwerp, virtuoos hakwerk, zorgvuldigheid van belettering en subtiele gelaagdheid van betekenissen. De vluchtige voorbijganger kan er de herbestemming als huisvesting van muziekstudenten uit opmaken, de aandachtige beschouwer voelt in het apperende windscherm ook de kwetsbaarheid van de musicus, en - met de wetenschap van nu - ook van het kunstenaarschap in het algemeen, die Hans in zijn eigen beroepsuitoefening zou ondervinden.

Maar zover was het in 1971 nog lang niet. Hans stond net twee jaar aan het hoofd van Restauratieatelier Uilenburg, het centrum voor kunstambachten, gebaseerd op het eigenzinnige leertraject dat hij na enkele jaren Rijksacademie zelf had afgelegd. Eerst als jongmaatje op het atelier van stadsbeeldhouwer Hildo Krop en later in zijn eigen restauratiepraktijk had hij de waarde ondervonden van de dagelijkse omgang met de ornamentiek en vormentaal van de zeventiende en achttiende eeuw, en van de samenwerking met oudere vaklieden. Dat leertraject bleek ook op anderen een grote aantrekkingskracht te hebben. Restauratieatelier Uilenburg ontwikkelde zich tot een inspirerende leerplek voor vele aankomende vaklieden en kunstenaars en vervulde in de grote restauratiestroom van die jaren een steeds belangrijker rol als uitvoerder van decoratieve onderdelen van restauratieprojecten in het hele land.
Tot begin jaren tachtig de neergang begon. Opdrachten bleven uit door de economische crisis en doordat in de monumentenzorg de wetenschappelijke, conserverende benadering steeds meer de overhand kreeg, wat handvaardigheid met guts en beitel zoals op Uilenburg werd onderwezen minder belangrijk maakte. In 1986 viel uiteindelijk het doek. Het atelier werd geliquideerd en een illusie armer trok Hans zich terug in Dronten om afstand te nemen van Amsterdam en van de monumentensector, en zich te bezinnen op zijn toekomst als beeldend kunstenaar.

Zijn eigen monumentaal werk was in de Uilenburgperiode voornamelijk beperkt gebleven tot de gevleugelde marmeren sfinxen bij de ingang van het Wertheimpark. Maar haast ongemerkt was tussen de bedrijven door wel een oeuvre ontstaan van bijna veertig gevelstenen. Hans besloot zich te concentreren op de verdere ontwikkeling van deze bijzondere vorm van bouwbeeldhouwwerk, die ook onder andere Uilenburgers navolging vond, en zette met het voornemen 300 gevelstenen op zijn naam te brengen een nieuwe stip op de horizon.
Het uitbreiden van zijn netwerk naar nieuwe doelgroepen kostte tijd, maar gaandeweg wist hij via contacten met woningcorporaties en zorginstellingen een nieuw afzetgebied te vinden. Opdrachten kwamen uit het hele land en waren steeds vaker bestemd voor nieuwbouwprojecten. Hij betreurde het dat gevelstenenstad Amsterdam het in dit opzicht liet afweten, maar via zijn oude, aan de restauratiepraktijk gerelateerde netwerk kwamen er toch nog regelmatig nieuwe stenen tot stand. Zijn laatste Amsterdamse stenen waren die met de Kroon- en Ritterlantaarn in de Nieuwe Uilenburgerstraat, vlakbij de Uilenburgersjoel waar hij ooit begon.
Beeldhouwen in steen is geen comfortabele bezigheid. Toch ging Hans daar tot voor kort onverstoorbaar mee door. In de loop van 2015 voelde hij echter dat zijn jaren gingen tellen. Hij voltooide zijn laatste steen en sloot zijn atelier. Nog geen jaar later, op 71-jarige leeftijd, overleed hij.

Ina Wilbrink, redacteur van De Gedachtenis, nieuwbrief van de Stichting ter bevordering van de moderne gevelsteen

(Uit: Binnenstad 276, mei/juni 2016)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.