De hotelstop en andere sprookjes

Er zit de laatste tijd beweging in het Amsterdamse hotelbeleid. Anders dan een jaar geleden wil het gemeentebestuur de groei van het aantal hotels in Amsterdam nu echt afremmen. Maar desondanks zullen er in de stad de komende jaren nog wel 100 hotels bij komen, waarvan 25 in de toch al overvolle binnenstad [1]. Dat klinkt nogal tegenstrijdig en roept om uitleg.
Amsterdam als toeristische trekpleister. (foto: Wim Ruigrok)

Op 20 mei vorig jaar publiceerde B&W de nota Stad in Balans. Amsterdam wilde tot de internationale top van meest aantrekkelijke regio’s in Europa blijven behoren en daarvoor was groei een belangrijke voorwaarde. De nadelen daarvan moesten worden opgelost door "adequate maatregelen", bijvoorbeeld door de stad groter te maken. Klagende bewoners moesten zich maar eens realiseren dat zij zelf ook debet waren aan die hinderlijke drukte [2].

Positieve ontwikkelingen

Inmiddels klinken er andere geluiden vanuit de Stopera. Drukte wordt niet meer gedefinieerd als 'een kwestie van perceptie', maar wordt als serieus probleem gezien. Het hotelbeleid wordt samen met andere logiesvormen als short stay en vakantieverhuur voortaan in één beleidspakket behandeld [3]. Het nieuwe overnachtingsbeleid moet o.a. zorgen voor een rem op de groei van het aantal hotels in Amsterdam en er zijn streng ogende maatregelen aangekondigd om dat doel te bereiken. Zo geldt voor de hele stad in plaats van 'ja, mits' voortaan het principe 'nee, tenzij'. Er zal alleen ruimte worden geboden aan 'nieuwe, innovatieve en kwalitatieve' initiatieven en aanvragen zullen worden getoetst op criteria als duurzaamheid, sociaal ondernemerschap en hun bijdrage aan het vestigingsklimaat voor bedrijven. Nieuwe plannen zullen tijdig aan de buurt worden voorgelegd, waarna het verslag van het buurtgesprek bij het dossier zal worden gevoegd (!). Als het adviesteam dat de plannen moet beoordelen een aanvraag afwijst zal zo’n plan geen doorgang vinden. De gemeentelijke hotelloods zal zich voortaan vooral op kwaliteitsaspecten richten en er is wat minder geld uitgetrokken voor citymarketing [4].

Het toekomstige, door Rem Koolhaas ontworpen hotel bij het RAI-gebouw wordt 91 meter hoog en zal 650 kamers tellen. Een aansprekend voorbeeld van spreiding. (©epa)

Dat de stemming bij de Amsterdamse politici de laatste tijd is omgeslagen is ook gebleken bij de gemeenteraadsvergadering van 9 maart. Men was het erover eens dat de groei overlast met zich meebrengt en dat dat pijn doet. Tegen de veronderstelling dat de problemen met betere handhaving wel op te lossen zouden zijn, werd vooral scherp stelling genomen door de burgemeester, getuige zijn volgende uitspraak. "Als iemand in bad gaat en het badwater dreigt over te stromen omdat er meer toegevoegd wordt dan er afgevoerd wordt via het bekende gaatje bovenaan de badrand, dan kunt u zeggen dat er heel veel dweilen aangerukt moeten worden, omdat de badkamer erg nat wordt. Dat zou ik handhaving willen noemen. U kunt ook de kraan iets dichter draaien. Dan werkt u aan de oorzaak. In dit debat hebben veel mensen gepleit voor veel dweilen en veel personen die gaan dweilen en die onderzoeken hoe ze nog beter kunnen samenwerken om te dweilen. Dat is echter escapisme" [5]. Terecht legt de burgemeester hier de vinger op de zere plek. In het verleden zijn de regels maar al te vaak verruimd onder het motto dat de nadelen daarvan ondervangen zouden worden door betere handhaving.

En nu de realiteit

Wie de drukte echt te lijf wil gaan moet rigoureus stoppen met de huidige hotelbouwpolitiek en met citymarketing. Het is namelijk niet zo dat de groei van het toerisme tot gevolg heeft dat er in Amsterdam steeds nieuwe hotels bij komen zoals B&W schrijft [6], het is andersom. Zonder al die nieuwe hotels was het toerisme geen probleem geworden. Er wordt ook veel heil verwacht van spreiding [7]. Dat helpt echter alleen voor zover de onvermijdelijke groei van het wereldtoerisme wordt afgeleid naar bestaande hotels en attracties elders. Daarentegen zal elk nieuw hotel in de regio of in de buitengewesten van Amsterdam de druk op de binnenstad verhogen. Dat geldt ook voor het stimuleren van nieuwe toeristische trekkers in de regio en voor de aanstelling van een regionale hotelloods, die potentiële locaties in de regio in beeld zal brengen en initiatieven door de gemeentelijke bureaucratieën zal loodsen [8]. Dit zal niet helpen, want geen toerist maakt een verre vliegreis om de omgeving van zijn hotel in IJmuiden te verkennen. Wie een hotelkamer in de regio Amsterdam boekt, komt heus voor de binnenstad.

Het verkleinde budget voor citymarketing zou beter anders kunnen worden besteed. De burgemeester heeft zich ook in die geest uitgelaten: "Ik heb misschien wel veertig toeristenseminars in het buitenland geopend, van Mumbai tot Beijing tot Sao Paolo. Ik doe het niet meer. Ten eerste is het in de stad veel te druk. Ten tweede komen de toeristen toch wel. 300 miljoen Chinezen staan op het punt om tot de middenklasse toe te treden" [9]. Helaas ziet het er echter naar uit dat een raadsmeerderheid blijft geloven in citymarketing, aangezien een motie om nut en noodzaak daarvan te heroverwegen op 9 maart is verworpen [10].

Sprekende cijfers

HotelnotaPlanning
1981150 kamer/jaar
1993400 kamer/jaar
1997600 kamer/jaar
20071000 kamer/jaar
20161100 kamer/jaar
afb. 1. Geplande nieuwe hotelkamers [22]

Als we kijken naar de aantallen, ontstaat een weinig rooskleurig beeld; de groei van het aantal hotels en hotelkamers blijft onverminderd doorgaan (afb. 1 en 2). De gemeente heeft door de jaren heen diverse hotelnota’s uitgebracht, waarvan de eerste in 1981 is verschenen [11]. In al die nota’s luidt de eindconclusie dat er méér hotels moeten komen. Als er onderbezetting is geconstateerd, maar ook als er overbezetting is. Als er minder is gebouwd dan gepland moeten er hotelkamers bij komen, maar ook als dat wél is gelukt. Als de hoteliers om meer hotelkamers vragen, wordt die wens ingewilligd, maar als ze vrezen dat er teveel hotels komen maakt dat geen indruk. Alle nota’s zijn feitelijk gebaseerd op de verwachte groei van het toerisme, per saldo is het aantal hotelkamers dat erbij moest komen daar steeds kritiekloos op afgestemd. Door de jaren heen resulteerde dat alles in steeds megalomanere plannen, met als voorlopig hoogtepunt de hotelnota van 2007. Voor de negenjarige periode tot 2016 stonden er 9.000 kamers op het programma, waarvan 1.000 in de binnenstad [12]. Die doelstelling werd ruimschoots gehaald, zo werden er bijvoorbeeld in het topjaar 2015 in de stad niet 1.000 maar 3.000 kamers gerealiseerd [13].

Het woord 'planning' behoeft toelichting. Om te beginnen bouwt de gemeente zelf uiteraard geen hotels. Het gaat dus slechts om een richtlijn voor het aantal vergunningen per jaar, wat afhankelijk is van de vraag vanuit de markt en van de wervingsactiviteiten van de gemeente. In 2016 is er niet zozeer sprake van planning als wel van verwachtingen: B&W houdt rekening met 6500 nieuwe hotelkamers tot 2022 [14]. De aangekondigde rem op de groei van het aantal hotels in Amsterdam heeft tot dan namelijk geen enkel effect [15] en het is zelfs zeer de vraag of dat effect er daarna wél zal zijn. Want als de groei van het aantal hotelkamers achterblijft bij de vraag zullen er weer meer Airbnb-appartementen komen, aldus B&W [16] – dat daarmee een argument aanreikt om over een paar jaar gewoon op de oude voet door te gaan, want wie wil er nou nog meer Airbnb? Al met al heeft B&W wel een zeer lange remweg en zoals bekend leiden al te lange remwegen gemakkelijk tot ernstige ongelukken, een angstaanjagend vooruitzicht. Het stopsprookje heeft plaatsgemaakt voor het remsprookje.

afb. 2. Hotelkamers en inwoners, groei t.o.v. 1980 [23]

Het stadsdeel Centrum vindt dat B&W harder op de rem moet trappen. Begrijpelijk, want van 2007 t/m 2015 zijn er in dat stadsdeel véél meer hotelkamers bij gekomen dan de geplande 1.000 [17]. In een gesprek met de verantwoordelijke wethouder Ollongren heeft de bestuurscommissie onlangs gepleit voor een totale stop in het Centrum [18], al moet dat met een korrel zout worden genomen. Het stadsdeel handhaaft immers de ooit voor Centrum-oost gemaakte uitzondering, ook daar zullen dus weer enkele nieuwe hotels verrijzen. Daar komt bij dat de uitzonderingen voor 'unieke concepten' zoals design-, boutique- of cultuurhotels gehandhaafd zullen blijven, aangezien de gemeenteraad een motie heeft afgewezen om daarmee te stoppen [19]. Het stadsdeel gaat er echter vanuit dat de nieuwe criteria voor 'nee, tenzij' zo streng zijn dat er vrijwel geen hotel meer bij zal komen in de binnenstad [20]. Afgezien dan van die 25 nieuwe hotels die er nog wél bij zullen komen omdat de aanvragen al liepen [21]. Een curieus argument, want onlangs heeft de gemeente nog voor de rechtbank betoogd dat de Wittenberg (zie: Short Stay in de Wittenberg?) geen enkel recht kon ontlenen aan het gegeven dat de aanvraagprocedure al geruime tijd liep, waarom geldt dat dan niet voor de hotelaanvragen die nog niet zijn vergund?

De gevolgen

Voor een nieuw hotel moet soms een bestaand pand worden gesloopt. Artist impression van het ontwerp voor de Heinekenhoek (MVSA-architecten)

Het effect van 36 jaar hotelbeleid is gevisualiseerd in bijgaande grafiek, waarin de curve die het aantal hotelkamers weerspiegelt steeds steiler oploopt. De veronderstelling dat de behoefte aan nieuwe hotelkamers steeds kleiner wordt naarmate er meer bij komen ligt voor de hand, maar helaas werkt de dynamiek juist omgekeerd: naarmate er méér hotelkamers bij zijn gekomen moeten er kennelijk nóg meer bij komen. Volgens B&W is het aantal hotelkamers in Amsterdam tussen 2004 en 2014 met 45% gestegen als reactie op de stijging van het aantal toeristen in die periode met 58% [24]. In werkelijkheid is het natuurlijk andersom, die enorme toename is het succes van jarenlange gemeentepolitiek. In de grafiek is ook te zien dat de groei van het aantal inwoners in het niet valt bij de groei van het aantal hotelkamers. Daarom is het nogal flauw om de bijdrage van de bewoners aan het steeds groter wordende drukteprobleem in de discussies te betrekken. Als het aantal hotels vanaf 1980 even langzaam was toegenomen als het aantal inwoners zou het onderwerp drukte niet op de agenda hebben gestaan, want dan zouden er sedertdien in plaats van ongeveer 20.000 hotelkamers nog geen 1.500 bij zijn gekomen. Het aantal toeristen en andere bezoekers groeit evenredig met het aantal hotelkamers. Volgens een schatting van Stad in balans komen er momenteel 17,6 miljoen bezoekers per jaar naar Amsterdam [25] en zal het aantal overnachtingen van 7,2 miljoen per jaar in 2014 stijgen naar 10 miljoen in 2020. Volgens een deskundige zal het aantal toeristen vanaf 2014 in 15 jaar verdubbelen [26], wat ongeveer eenzelfde stijgingspercentage betekent en neerkomt op meer dan 30 miljoen [27] bezoekers in 2030. Het zijn duizelingwekkende aantallen, waar de binnenstad ook zijn portie van meekrijgt. Al die ramingen en schattingen gaan er impliciet vanuit dat sowieso onderdak geboden moet worden aan alle wereldburgers die graag naar Amsterdam willen komen. Laten we hopen dat de gemeenteraad bij de besluitvorming over het nieuwe beleid tot andere conclusies komt.

Handhaving

Ook handhaving is een factor die in een beschouwing over het logiesbeleid aandacht verdient. Er is meer geld voor beschikbaar gekomen en dat heeft tot duidelijk zichtbare resultaten geleid. Vorig jaar zijn er tot en met november al 163 hotelappartementen gesloten wegens brandonveiligheid en zijn er om die reden of wegens woningonttrekking 109 boetes opgelegd [28]. Dat er op andere fronten vaak weinig terechtkomt van handhaving is geen wonder, want van de 953 gemeentelijke handhavingsambtenaren van vijf jaar geleden zijn er 250 wegbezuinigd [29].

Gelet op de enorme opbrengsten van de toeristenbelasting is dat niet goed te begrijpen. In 2009 droeg die belasting nog 'slechts' 22 miljoen bij aan de gemeentelijke schatkist, de teller staat nu op 60 miljoen en dat kan oplopen tot wel 75 miljoen in 2020 als het toerisme hier zo hard blijft groeien als de afgelopen jaren het geval was [30]. Het toeristengeld klotst over de plinten, maar wordt besteed aan algemene doeleinden. De drukte zal door meer en betere handhaving niet verminderen, maar de overlast door de logies- en horecasector inclusief terrassen wél. Het stadsdeel wil graag meer handhavers, maar krijgt er het geld niet voor en dat is onbegrijpelijk.

Internetaanbieders

Net als andere toeristensteden krijgt Amsterdam steeds meer te maken met vakantieverhuur, B&B en Short Stay. Die sector drijft op het boeken via internet en heeft daarmee de wind in de zeilen. Behalve Airbnb zijn er nog ongeveer vijftig andere internetaanbieders en het gaat om flinke aantallen. Volgens officiële gegevens had Airbnb in januari van dit jaar 11.334 locaties te huur met naar schatting ongeveer 40.000 bedden, ofwel 62% van het aantal hotelbedden. Gezien de veel lagere bezettingsgraad komt dat overeen met 15% van de hotelovernachtingen [31]. Iets om over na te denken, want Airbnb en soortgenoten groeien als kool. Short stay wordt langzamerhand afgebouwd en B&B geeft weinig overlast, maar vakantieverhuur is zeer problematisch omdat dit allang geen vakantieverhuur meer is. Het is prima dat mensen hun huis tijdens hun vakantie aan anderen verhuren, maar dat vriendelijke gebruik verwordt steeds meer tot een verdienmodel waarbij schaarse woonruimte commercieel te gelde wordt gemaakt. Dat is één van de factoren waardoor de woningprijzen in Amsterdam zo ongezond hoog worden, met territoriale tweedeling als gevolg [32]. De gemeente zet verschillende middelen in om het onheil te keren. Zo wordt overleg gepleegd met zustersteden die met hetzelfde probleem worstelen. Ook streeft men naar een meldingsplicht voor verhuurders van vakantiewoningen en naar verkorting van de maximale verhuurtermijn van 60 naar 30 dagen [33]. Voor beide is een wetswijziging nodig en het is te hopen dat dat lukt, want pas dan kan er adequaat worden gehandhaafd. Amsterdam heeft een tijdje terug een Memorandum of Understanding afgesloten met Airbnb, een soort samenwerkingscontract waarvan de gemeenteraad het fijne niet mag weten [34]. Voorstanders verdedigen die overeenkomst met het argument dat de stad via Airbnb elk jaar € 5,5 miljoen aan belasting incasseert, tegenstanders vrezen dat de stad zich daardoor juist laat gijzelen [35]. Zij vragen zich bijvoorbeeld af waarom de gemeente accepteert dat Airbnb weigert de gegevens af te staan op grond waarvan de gemeente zou kunnen handhaven. Het Memorandum lijkt het begin van een doodlopende weg. In andere toeristensteden gelooft men niet in sprookjes, zo wil Parijs in navolging van Berlijn boetes opleggen tot € 100.000 [36]. Dat is andere koek!

Conclusie

In de Stopera worden de klachten over overlast en drukte eindelijk serieus genomen. Dat werd zo langzamerhand ook wel tijd, want die klachten dateren al van 1997, toen een gemeentedienst in een rapport over de effecten van hotelbouw op de binnenstad tot de conclusie kwam dat er misschien wat beter geluisterd moest worden naar de weloverwogen adviezen van wijkcentrum d’Oude Stadt [37]. De eindconclusie moet luiden dat het stadsbestuur zijn goede wil toont, maar niet echt doorpakt. Als de gemeenteraad zijn koers niet verlegt zal de hotelbouw op de oude voet doorgaan en zit Amsterdam in 2030 opgescheept met zo’n 30 miljoen bezoekers per jaar, zijn de grachtengevels verworden tot decors die je net zo goed door kartonnen gevels kunt vervangen en is het Paleis het enige gebouw op de Dam en omliggende straten waar je geen Nutella, kaas, klompjes of molentjes kunt kopen. Een deeleconomie die bloeit ten koste van de stad en zijn inwoners.

Hendrik Battjes

Literatuur

Hotelnota's gemeente Amsterdam
- 1981: Een bedrijfseconomische beschouwing over de hotellerie in Amsterdam, 1981 [achterin nota 1985].
- 1985: Nota Hotelbeleid 1985-1989, 3-10-1986.
- 1997: De effecten van hotelbouw op de binnenstad van Amsterdam, Dienst Binnenstad/Lagroup, okt. 1997.
- 1999: Nota Hotelbeleid 1999-2003, 26-1-1999, vastgesteld door B&W 18-12-1998.
- 2007: Nota Hotelbeleid 2007-2010, vastgesteld door B&W 20-11-2007.
Overige gemeente Amsterdam
- Rapportage particuliere vakantieverhuur, ongedateerd, behandeld in raadscommissie BW 15-4-2015
- Stad in balans, startdocument, 28-5-2015.
- Voortgangsrapportage Stad in Balans, januari 2016
- Voordracht betr. Vaststellen herziening van het Amsterdamse deel van de regionale hotelstrategie 2016-2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid, 15-3-2016. [NB Een aangepaste versie van de nota Van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid d.d. 7-6-2016 met bijbehorende voordracht is verschenen ná het ter perse gaan van dit artikel].
- Evaluatie toeristische verhuur van woningen, Vakantieverhuur, short stay en Bed and Breakfast, ongedateerd, behandeld in commissievergadering Bouwen en Wonen 13-4-2016.
- Voordracht betr. Evaluatie verhuur van woningen 15-3-2016.
Stadsdeel Centrum
- Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015, deel I, Beleidskader, 27-03-2012 en II, Beleidsregels, concept 11-10-2011.
- Grenzen aan het Hotelbeleid, Aanvullingen op het Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015, 19-11-2013.
- Twee brieven van het stadsdeel aan wethouder Ollongren betr. advies op de herziening van de regionale hotelstrategie, beide gedateerd 31-3-2016.

Voetnoten

[1] Website gemeente A'dam, Nieuw overnachtingsbeleid Amsterdam, 13-04-2016: "Dat betekent dat er de komende jaren naar verwachting nog zo’n 100 hotels bijkomen in Amsterdam, waarvan 25 in de binnenstad'' .
[2] Zie o.a. Stad in Balans p. 2 (internationale top), 4 (groei) en 37 (zelf debet).
[3] Voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 1 en 4.
[4] Citymarketing: € 7,6 miljoen in 2012 (jaarrekening 2012 p. 518) en € 4,9 miljoen in 2016 (begroting 2016 p. 177), wat slechts ca. 40% is van de begroting van de regionale stichting Amsterdam Marketing (Antwoordbrief B&W 17-6-2015 n.a.v. schriftelijke vraag raadslid Ruigrok), welke stichting zijn focus heeft verlegd van stad naar regio (website Amsterdam Marketing). Overige verwijzingen zie voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 1 en 2.
[5] Notulen raadsvergadering 9 maart 2016 p. 43.
[6] Voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 9.
[7] Idem p. 1 (2x "spreiding"), 2 ("regionale hotelloods" en "regionale leisureloods"), 4 ("spreiding") en 6 ("gezamenlijk ontwikkeling van hotels in de regio stimuleren" en "nieuwe toeristische trekkers buiten het Centrum").
[8] Idem p. 2.
[9] Notulen raadsvergadering 9 maart 2016 p. 45.
[10] Idem p. 31 en 42, verworpen motie nr. 200 van de raadsleden Nuijens (GL) en Boutkan (PvdA) met het voorstel om te onderzoeken "of het voortbestaan van Amsterdam Marketing nog gewenst is en zo ja, wat de actuele taakstelling van Amsterdam Marketing zou moeten zijn en welke rol het kan spelen in het herstellen van de balans in de stad".
[11] Zie literatuurlijst en noot 22.
[12] Hotelnota 2006-2010 p. 6.
[13] Voortgangsrapportage Stad in Balans p. 5 ("toevoeging van 3.000 kamers aan de hotelvoorraad [...] in 2015 [...]). Van 1-7-2014 tot 1-7-2015 was de toename 29.152 - 26.287 = 2.865 kamers (site OIS, Dasboard Toerisme).
[14] Zie noot 22.
[15] De geplande groei in Amsterdam van 2007 t/m 2015 was 1.000 kamers/jaar (zie noot 12) en de verwachte groei van 2016 t/m 2021 is ca. 1.100 kamers/jaar (zie noot 22). Volgens B&W zou de "aanpassing van het beleid vooral na 2020 voelbaar" zijn (voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 9), alsof het nieuwe beleid vóór dat jaar wél gevolgen zou krijgen.
[16] Voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 9-10.
[17] In 2006 waren er 10.101 hotelkamers in het Centrum (Nota Hotelbeleid 2007-2010 p. 61), wat per 1-1-2016 was toegenomen tot 12.517 (Hotelmonitor p. 4), dus 2.516 erbij terwijl er 1.000 waren gepland (Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015 deel I p. 14). Strikt genomen moeten de destijds nog niet gerealiseerde 235 stuks van de vorige hotelnota (Grenzen aan het hotelbeleid p. 4) hiervan worden afgetrokken, maar dan resteert nog steeds een overschrijding met 1.281 stuks ofwel 128% (11.516 - 235 = 1.281 op 1.000), terwijl er na 1-1-2016 nog eens bijna 1.000 kamers bij zullen komen (zie noot 21).
[18] Brief 31-3-2016 van bestuurscommissie aan wethouder Ollongren: "Wij pleiten voor een complete hotelstop in het Centrum". Zie ook noot 20.
[19] Notulen raadsvergadering 9 maart 2016 p. 33 en 49, verworpen motie nr. 201 van de raadsleden Boutkan (PvdA) en van Soest (PvdO, ouderenpartij) met het voorstel aan B&W om "een plan voor te leggen aan de raad om de hotelstop in het Centrum echt te waarborgen door nieuwe hotels onder de noemer van unieke concepten niet langer toe te staan".
[20] Tweede brief stadsdeel aan wethouder Ollongren van 31-3-2016: "U heeft verteld dat u verwacht dat [...] nieuwe hotelinitiatieven in de binnenstad niet meer gehonoreerd worden", waarmee afstand is genomen van de wens voor een totale hotelstop uit de eerste brief van die datum, want anders had de wethouder zich wel akkoord verklaard met de gevraagde hotelstop van noot 18.
[21] Website gemeente A'dam, Nieuw overnachtingsbeleid Amsterdam, 13-4-2016. In het Centrum worden nog 967 kamers gerealiseerd (Voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 2).
[22] Geplande aantallen hotelkamers in Amsterdam:
- 1981: in 6 a 7 jaar 950 (hotelnota 1981 p. 11) = 150/jaar
- 1985: in 4 jaar 1.000 (hotelnota 1985 p. 15) = 250/jaar [NB In de gedrukte versie van dit artikel staat in afb. 1 per abuis 1993 i.p.v. 1985].
- 1997: in 5 jaar 2.300 á 3.900 (Effecten van hotelbouw p. 18) = 460 à 780 ofwel ca. 600/jaar
- 2007: in 9 jaar 9.000 (Nota Hotelbeleid 2007-2010 p. 34) = 1.000/jaar
- 2016: in 6 jaar 6.542: tussen 2016 en 2022 een totaal van 6542 kamers (voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 8), dus in de 6 jaren 2016 t/m 2021: 6542/6 = 1090/jaar. [NB andere vermeldingen in dezelfde voordracht: 6542 kamers tot 2022 (p. 2), 6542 kamers in de periode 2016 t/m 2022 (p. 4) en tot 2020 ca. 6.500 kamers (p. 9); beide laatste vermeldingen kloppen dus niet, hoewel ook ontleend aan de Hotelmonitor pag. 4: "Dat betekent dat op basis van de huidige stand van zaken van 1 januari 2016 tot aan 2022 naar verwachting zo’n 9.500 kamers in de MRA worden gerealiseerd waarvan er zich 6.500 in de gemeente Amsterdam bevinden", dus "tot aan" i.p.v. "tot en met"].
- 2020: 29.152 op 1-7-2015 (site OIS, Dasboard Toerisme) en 30.777 op 1-1-2016 (Hotelmonitor p. 2), dus tot 1-7-2020 in 4,5 jaar + 4,5/6 x 6.542 = 35.100 per 1-7-2020.
[23] Aanwezige aantallen hotelkamers in Amsterdam:
- 1980: 4100 + 5917 = 10.017, afgerond 10.000 (nota 1981, aangehaald in nota 1985 p. 13)
- 1984: 4122 + 5839 = 9.961 (nota 1985 p. 13) = 99,5% van 1980
- 1997: 15.745 (nota 2007-2010 p. 21) = 157% van 1980
- 2002: 17.156 (nota 2007-2010 p. 21, zie daar ook voor 1997-2002)
- 2015: 29.152 (site OIS Dashboard toerisme, zie daar ook voor 2002-2015)
- 2020: 35.100 (zie vorige noot) = 351% van aantal 1980.
Aantal inwoners Amsterdam in enkele peiljaren: 1980: 716.967; 1990: 695.221; 1998: 718.175 ofwel 100,2% van 1980; 2015: 822.272 ofwel 115% van 1980 (t/m 2015 Amsterdam in cijfers, jaarboeken O&S/OIS resp. 2016 OIS-site, tabel 1.1b, Bevolking 22 gebieden en stadsdelen l januari 2012-2016). Bevolking 2020: 870.000 (Stad in balans p. 16) ofwel 121% van 1980.
[24] Voordracht hotelstrategie 15-3-2016 p. 9.
[25] Stad in balans p. 16
[26] Mathijs Bouw in Amsterdam, Anticipating the future van Stephan Hodes, 2015, p. 67.
[27] Uitgaande van 17,6 miljoen bezoekers in 2014 (Stad in balans p. 16) en het gegeven dat er nu meer dan 1 miljoen Airbnb-overnachtingen méér zijn dan waar in 2014 mee werd gerekend, leidt een gematigde groei van 2,5% à 3,5% per jaar tot 28 à 32 miljoen bezoekers in 2030, in welke bandbreedte ook de groeiverwachting van mevr. Ollongren goed past, te weten 23,6 miljoen bezoekers in 2025 (Herman Stil, Nog steeds wordt hotel na hotel aangekondigd, Het Parool 29-2-2016, en Michiel Couzy, Het wordt tijd om de groei af te remmen, interview met de wethouder over haar nieuwe hotelbeleid, idem 9-1-2016). Ter vergelijking: het aantal geregistreerde hotelovernachtingen zal tot 2020 met 5,6% per jaar toenemen (zie noot 30) en volgens de PvdA gemeenteraadsfractie zou het aantal bezoekers van 30 miljoen al in 2025 zijn bereikt (Volkskrant 10-4-2016 en 15-4-2016, Teletekst ca. 10-4-2016). Toelichting groei Airbnb: in 2014 waren er 7.000 Airbnb woningen waarin 0,6 miljoen overnachtingen (Rapportage particuliere vakantieverhuur p. 2 en bijlage 5), inmiddels zijn er 14.200 Airbnb-woningen met 2 miljoen overnachtingen (Van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid p. 3, NRC 31-5-2016, NRC 28-5-2016), dus alleen via Airbnb al 1.4 miljoen overnachtingen méér dan in 2014. Daarbij is de recente groeiverwachting van 475% in het laatste jaar (Kees Kraaijeveld in VN van 18-6-2016) nog buiten beschouwing gelaten.
[28] Voortgangsrapportage stad in balans p. 5.
[29] Notulen raadsvergadering 9 maart 2016 p. 45.
[30] Opbrengst toeristenbelasting in 2009 € 22,2 miljoen (begroting 2011 p. 384 ), opbrengst 2015 oorspronkelijk begroot op € 35 miljoen en later op € 45,4 miljoen, waarna uiteindelijk € 60,8 miljoen is ontvangen (jaarrekening 2015 p. 277), in 1 jaar dus + 25,8 miljoen. Aantal geregistreerde overnachtende hotelbezoekers groeit van 7,2 miljoen in 2015 naar 10 miljoen in 2020 (Stad in balans p. 16,waar abusievelijk "+10" staat i.p.v. "10") dus met 5,6%/jaar; cf. dat % stijgt opbrengst toeristenbelasting van € 60,8 miljoen in 2015 naar € 80 miljoen in 2020, wat na aftrek van € 5 miljoen i.v.m. een eenmalige extra ontvangst van € 5 miljoen in 2015, in 2020 € 75 miljoen oplevert, waarbij de extra opbrengstenstijging door Airbnb etc. (zie noot 27) nog niet is meegeteld.
[31] De genoemde aantallen en procenten zijn ontleend aan p. 9 van de voordracht hotelstrategie van 15-3-2016. Volgens recente berichten gaat het echter om veel grotere aantallen (zie noot 27) en ook werden er vorig jaar al 20.000 woningen illegaal worden verhuurd (Ton Damen, De samenleving wordt bedonderd, Het Parool 1-6-2015).
[32] Uit een ING-rapport van 25-4-2016 (behandeld in gemeenteraadscommissie wonen 18-5-2016) blijkt dat 1 op de 6 woningbezitters in Amsterdam zijn huis voor vakantieverhuur benut, waarmee men € 350/maand kan verdienen en waardoor de lasten van een extra hypotheek van € 100.000 betaalbaar zijn, terwijl het effect op de huizenprijzen kan oplopen tot tientallen procenten.
[33] Voordracht Evaluatierapport 15-3-2016 p 2.
[34] Zie o.a. Evaluatierapport toeristische verhuur p. 28. e.v., waar ook is vermeld dat de fiscale vaststellingsovereenkomst niet openbaar is.
[35] Bijv. de raadsleden Groot Wassink en Nuijens van Groen Links in een brief in Het Parool.
[36] Diverse persberichten, o.a. Juurd Eijsvogel, Berlijn, Illegale verhuur:100.000 boete (NRC 2-5-2016) en Michiel Couzy, Airbnb overal onder vuur: boetes, een verbod, extra belastingen en invallen etc. (Parool 9-5-2016); volgens dit laatste artikel overweegt ook Parijs een boete van 100.000 euro.
[37] De effecten van hotelbouw op de binnenstad van Amsterdam p. 31 en 34.

(Uit: Binnenstad 276, mei/juni 2016)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.