Amsterdamse gevelstenen

Sint Nicolaasstraat 21

't Beemster Varken

Toen Hendrick van Heek, van beroep wijnkoper, eigenaar werd van dit pand in de Sint Nicolaasstraat, luidde de omschrijving in de oudste bewaard gebleven koop/verkoopakte (1695): 'een huis en erf, zijnde een perserij en lakenbereiderij, en woonhuis tezamen, gelegen in de Sint Nicolaasstraat waar DE OJEVAAR in de gevel staat'.

Verkopers waren de erven van Gerrit Swart, in leven lakenbereider en -perser. Hieruit concluderen wij dat het huis aanvankelijk een 'industriepand' was en dat wijnkoper Hendrick van Heek het als belegging kocht. In 1735 verkochten de erven van Van Heek het pand op hun beurt. De omschrijving in de koop/verkoopakte luidde: 'een huis met twee achterhuizen en erven, waar DE OJEVAAR in de gevel staat en kalanderij gedaan werd'. Kennelijk was de lakenbereiderij inmiddels uit het pand vertrokken.
Nieuwe eigenaar van het pand en de andere opstallen werd Christoffel Lotman, van beroep spekkoper. We kunnen veilig aannemen dat Christoffel Lotman kort na aankoop de oude bebouwing heeft vervangen en het huidige pand Sint Nicolaasstraat 21 liet bouwen, waarbij hij de gevelsteen met het pronte varken met z'n krulstaartje en de tekst t BEEMSTER VARKEN liet aanbrengen als reclame voor zijn bedrijf.

Het nieuwe, drie vensters brede pand heeft boven de hoge houten pui nog twee verdiepingen en een zolderetage met vliering, en wordt bekroond door een fraaie, met beeldhouwwerk gedecoreerde halsgevel. De gevelsteen met het Beemster varken bevindt zich in het fries boven de pui, onder het middenvenster van de eerste verdieping. De stenen onderdorpel van dit venster vormt als het ware een extra lijst van de steen. De forse svormige krullen aan de zijkanten verraden de hand van een vaardige steenhouwer. In 1875-1880, toen Jhr. Suasso al wandelend door de stad zijn Gevelstenen schetsboek samenstelde, noteerde hij in de Sint Nicolaasstraat elf panden met gevelstenen en zelfs één pand met drie gevelstenen. Van deze 13 gevelstenen zijn er vandaag de dag nog vijf ter plekke aanwezig, te weten: op nr. 14, een steen met een krakeling en drie beschuiten uit 1554, op nr. 21 t BEEMSTER VARKEN, op nr. 38 IN DRIE BOONSTRVYCKE, op nr. 51 IN DE BARCK 1626 en op nr. 58 T SERNAEMS KOFFIVAT. De bijzondere steen met de vijf vrouwenguren, IN DE VYF SINNEN, die zich op nr. 25 bevond, is sinds 1921 te bewonderen in de achtergevel van Herengracht 320-324 en DE BLAUWE HAAN uit 1731 van nr. 48 verhuisde na een brand in 1944 naar De Cuserstraat 13 in Buitenveldert. De steen INT ROODE SCHAAP, afkomstig van nr. 2-4, werd in 1791 herplaatst in de zijgevel van Vijzelgracht 1, als eerbetoon aan C. Schaap, opzichter van Bureau Monumentenzorg, die zich voor de reconstructie van dit pand heeft ingezet.

Onno Boers

met dank aan Hans Brandenburg voor het huisonderzoek
Foto's: Frank Lucas

(Uit: Binnenstad 279, januari/februari 2017)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.