De Reede van Texel

Eeuwenlang was Texel een soort voorpost van Amsterdam. Schepen lagen op de rede van Texel, bij het dorp Oudeschild, te wachten op een gunstige wind om uit te varen. Ook werd het befaamde Texelse water uit de Weezenputten aan boord gebracht voor de lange reis. Het eiland bestond toen voornamelijk uit zand omdat de grote Eierlandse Polder nog niet was gemaakt.

De banden tussen Texel en de Amsterdamse haven zijn na het verdwijnen van de grote zeilschepen verbroken, hoewel het wonderlijke Noordhollandsch Kanaal de herinnering aan de oude route nog enige tijd in leven hield. Met het Noordzeekanaal verdween Texel denitief achter de horizon van het leven in Amsterdam. Alleen de oorlogsvloot, die in de gloriejaren van de Republiek vaak voor de rede van Texel lag, bleef achter in Den Helder. Toch is het eiland nog steeds heel dichtbij, het is een ideale plek om met enige distantie over architectuur en stedenbouw te schrijven.

Ook op Texel staan oude gebouwen; het kerkje in Den Hoorn dateert uit 1649. De Noorderkerk in Amsterdam is niet veel ouder. Toen ik nog in Amsterdam woonde, voerde de dagelijkse route langs de Noorderkerk, een monument voor de hervorming, die dit jaar haar vijfde eeuwfeest viert. De kerk in Den Hoorn is kleiner maar toch altijd zichtbaar op wandelingen in de omgeving. En welbeschouwd enorm groot voor een dorp dat destijds maar een handvol huizen telde. De handelsgeest was natuurlijk de ware drijfveer van de Republiek, het zeilende wereldrijk, maar het geloof moet toch een belangrijke bron van inspiratie zijn geweest. Daarbij is het misschien nuttig om te bedenken dat ook Europa na de hervorming lange tijd verscheurd werd door religieuze twisten die achteraf beschouwd tamelijk onbegrijpelijk zijn.

Het is de bedoeling dat 'De Reede van Texel' een rubriek wordt waarin verschillende onderwerpen de revue passeren. De titel 'overpeinzingen van een gepensioneerde architectuurhistoricus' zou passend zijn geweest, maar Texel speelt ook een rol en was een bewuste keuze. Niet alleen om de snel groeiende meute toeristen in Amsterdam te ontvluchten. Het landschap rond Den Hoorn doet nog aan van Jan van Goyen denken, het is leeg, er is een verre horizon, met de twee torenspitsjes van Den Burg die schitterend oplichten als het laatste zonlicht over de velden strijkt.

De gepensioneerde architectuurhistoricus denkt vaak na over zijn vak en de geschiedenis van dat vak, die natuurlijk bestaat uit boeken. Omdat de restauratie van onze vervallen boerderij nog in volle gang is, staan alle boeken bij de verhuizer in de opslag. Dat is een merkwaardige ervaring, want boeken zijn toch oude vrienden, of in elk geval vertrouwde bakens in een gedachtegang. Natuurlijk staat google altijd klaar om te helpen, maar dat is toch iets anders dan een ordening in de boekenkast die je eigen geheugen weerspiegelt. Hopelijk komt er een dag waarop die boeken weer onder handbereik zijn, om te mijmeren over de vraag wat die inmiddels verouderde vakliteratuur nog te bieden heeft.

De restauratie is ook een enerverende ervaring. Van de oorspronkelijke boerderij, een gemeentelijk monument, blijft niet veel over, omdat in feite al het houtwerk verrot was. Alleen de draagconstructie, bij een stolpboerderij is dat een vierkant met houten kolommen en schoren, blijft behouden, de kap moest grotendeels vernieuwd worden, net als alle raamkozijnen. In zo'n oude boerderij liggen eigenlijk geen bruikbare vloeren, dus ook alle vloeren zijn nieuw, van beton op twaalf centimeter piepschuim voor de isolatie. Het wordt in feite een nieuw huis, hoewel daar in het exterieur bijna niets van te zien is. De oude dakpannen worden nu al teruggelegd. Het is in feite een patiovilla van houtskeletbouw rond een open vierkant met een plat dak, ook conform de voorschriften geïsoleerd, onder de niet geïsoleerde en zichtbare kap van de boerderij.

Maar vervolgens rijst de vraag over de detaillering van het interieur. Op het internet blijkt een rijk aanbod te bestaan van al dan niet authentieke schouwen, tegels en wat dies meer zij. Als groot bewonderaar van de Engelse architect C.F.A. Voysey koos ik als zoekterm 'Voysey replaces'. Dus nu is er in Engeland een antieke houten schouw besteld met bijpassende namaak tegels. In Engeland wordt ook een tweedehands Aga fornuis voor ons opgeknapt, met nieuw donkergroen (racing green) email. En om het nog Engelser te maken blijken ook de mooiste tegelvloeren gemaakt te worden in het land van Voysey. Natuurlijk gebruiken we de oude paneeldeuren, voor zover aanwezig, maar welk hang- en sluitwerk past daarbij? Namaak boerenspul van zwart ijzer? Dat deed Voysey, maar hij ontwierp het zelf, voor prachtige deuren van blank eikenhout, en liet het smeden door de lokale smid. In Nederland moet je anno 2017 toch naar Weijntjes, die alles ook in heel mooi en min of meer tijdloos messing levert. En dan zijn er nog wasbakken, kranen, een aanrecht enzovoort. Het is een wonder dat er ooit perfecte en beeldschone huizen zijn gebouwd. Architectuur is het ultieme kunstwerk, functioneel en toch bovenaards.

Over architectuur en stedenbouw wordt in onze samenleving weinig nagedacht. In de dagelijkse praktijk moeten ontwerpers altijd snel een antwoord geven op vragen die vooral van nanciële aard zijn. Maar diep in hun hart weten architecten en stedenbouwers natuurlijk heel goed waarom mensen graag in een monument aan de Herengracht wonen, of in een huis van Voysey. Schoonheid is een bron van menselijk geluk, iedereen weet het, en toch is schoonheid in de gebouwde omgeving doorgaans een sluitpost.

Vincent van Rossem

Afbeelding boven: Schepen op de Reede van Texel, gezien vanuit het Nieuwediep (tek. Ludolf Bakhuyzen, eind 17de eeuw, coll. Provinciale Atlas Noord Holland)

(Uit: Binnenstad 279, januari/februari 2017)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.