Het ontvangstgebouw van Vredenhof

De vermarkting van een begraafplaats

De begraafplaats Vredenhof aan de Haarlemmerweg werd in de jaren 1896-1897 op initiatief van de Aansprekersvereeniging aangelegd voor de bewoners van de overvolle Jordaan en de nieuwe westelijke stadsuitbreidingen. Het was niet meer dan ‘een kwartier gaans’ vanaf de Haarlemmerpoort. Dat was te doen, in elk geval was het een fractie van de afstand tot de vijf jaar eerder geopende, totaal mislukte Nieuwe Westerbegraafplaats bij de Petroleumhaven, nog voorbij de huidige Coentunnelweg. Vredenhof werd aangelegd op een smal stukje grond in de gemeente Sloten door landschapsarchitect Leonard Springer; het bijbehorende ontvangstgebouw-met-aula was een schepping van Abraham Salm GBzn. Salms markante gebouw wordt momenteel bedreigd door respectloze horecaplannen, die met gestrekt been tegen de schilderachtige architectuur van het gebouw ingaan. Er komt onder meer een grote serre-aanbouw en sloop van diverse gezichtsbepalende onderdelen dreigt. Het gebouw is geen gemeentelijk monument, mogelijk omdat het tijdens de gemeentelijke monumenteninventarisatie geheel wit was gesausd en de constructieve accenten van rood metselwerk niet zichtbaar waren. Tijd om de bijzondere kwaliteiten ervan eens te noemen, met als doel het alsnog op de gemeentelijke lijst te krijgen, waarop het evident thuishoort.

Precies dertig jaar geleden nam ik het gebouw op in het hoofdstuk over de negentiende eeuw in de architectuurgids Amsterdam Architecture – A Guide (1987). De gids was een initiatief van Guus Kemme, die aan de negentiende-eeuwse architectuur evenveel aandacht wenste te besteden als aan de zeventiende, achttiende en twintigste. Dat was destijds behoorlijk revolutionair, tot dan toe werd dit tijdvak simpelweg overgeslagen of begeleid door allerlei onzinnige pejoratieve waardeoordelen. Met zijn selectie van 50 gebouwen was Amsterdam Architecture het eerste chronologisch-systematische overzicht dat van de negentiende-eeuwse architectuur in Amsterdam verscheen. En tussen die 50 gebouwen stond Vredenhof vermeld.

In de stijl van een villa

Het ontvangstgebouw aan de achterzijde, gezien vanaf de begraafplaats. Prentbriefkaart circa 1907, coll. auteur.
Het ontvangstgebouw aan de voorzijde met wachtkamers 1ste en 2de klasse, op de verdieping dienstwoningen.

Als reden van opname vermeldde ik kortweg dat het ontvangstgebouw ontworpen was in de villastijl van architect Salm en daarmee verwant aan monumentale villa’s als Corvin in Hilversum (inmiddels gesloopt) en Ma Retraite in Zeist. Aangezien Amsterdam verder geen villa’s of andere gebouwen van Salm in die stijl heeft, is dit het enige Amsterdamse voorbeeld. Het totale oeuvre van vader en zoon G.B. en A. Salm is een van de meest eclectische uit de negentiende-eeuwse architectuurgeschiedenis. Het reikt van Franse en Hollandse renaissance tot Russischa izba-stijl, Venetiaanse gotiek en romaans-byzantijns-oriëntaalse mengstijlen. Het meest modern en origineel zijn de villa’s die Salm jr. in de jaren negentig van de negentiende eeuw en de eerste jaren van de twintigste bouwde. Hierin wist hij een duidelijk herkenbare, persoonlijke stijl te ontwikkelen, geënt op het moderne Franse eclecticisme van Émile Vaudremer en Paul Sédille. De meeste villa’s kenmerken zich door levendige verspringingen van flauw hellende, separate dakvlakken en geprononceerde dakoverstekken. Van één specifieke villastijl kan niet gesproken worden, daarvoor zijn de inspiratiebronnen te divers. Sommige, zoals Ma Retraite in Zeist gaan met hun belvédères duidelijk terug op Italiaanse renaissancevoorbeelden als de Villa Borghese en de Villa Medici in Rome. Andere, zoals de Villa Casparus in Weesp en de villa aan de Heresingel in Groningen lijken meer geïnspireerd op oriëntaalse voorbeelden, zoals de Ottomaanse architectuur aan de Zwarte Zee (Bachtsjisaray op de Krim) en de Bosporus. Dat laatste is niet zo vreemd als je bedenkt dat Salms leermeester aan de Parijse École des Beaux-Arts, Vaudremer, zich voor deze architectuur bijzonder interesseerde. Bovendien ging Salm, nadat hij in 1883 voor zijn ontwerp voor het Blindeninstituut in de Vossiusstraat de Russische Stanislasorde opgespeld had gekregen, zich steeds meer verdiepen in de architectuur van het Russische rijk, met als resultaat onder meer de kleurrijke tramremise aan de Amstelveenseweg in izba-stijl. Het is waarschijnlijk ook geen toeval dat zijn villa’s overeenkomst vertonen met de laatnegentiende-eeuwse zomervilla van de Romanovs in het tegenwoordige Georgië, het Likanipaleis.

Dat Salm zijn villastijl gebruikte voor een funerair verzamelgebouw met een aula (destijds een novum), wachtkamers en directeurs- en doodgraverswoningen, ligt voor de hand, gezien de band met de natuur en de nabijheid van een parkachtige, lommerrijke omgeving met treuriepen, zuiltaxussen en ander dennen- en loofhout. Wie het gebouw rond 1900 vanuit de stad naderde – er bestaat een niet-reproduceerbaar kalenderplaatje van – zag in de verte tussen jong geboomte een villa-achtig, lichtgekleurd gebouw met een torentje, een lage voorzijde en een hoge achterzijde waarin hoge kapelramen. De huidige kleurstelling van de gevel benadert waarschijnlijk de oorspronkelijke. Een witte stuclaag met oranjerode baksteenaccenten komt ook voor in andere werken van Salm rond de eeuwwisseling, waaronder de Vereenigingskapel aan de Oude Enghweg in Hilversum. Zeker is dat de kozijnen en luifelportieken met rijk gesneden balusters geen witte, maar een donkere kleur hadden. De portieken aan de achter- of aulazijde had oorspronkelijk nog een extra houten voorbouw, een soort baldakijn, bestemd voor de wachtenden of voor de dragers die de lijkkist vanaf de katafalk in de aula naar het graf droegen. Het sierlijke klokketorentje op het dak is op dezelfde wijze vormgegeven als de torentjes op veel Hilversumse villa’s en koetshuizen van Salm.

Zijraampje in de luifel aan de achterzijde (foto: auteur)

Vredenhof was de zoveelste samenwerking tussen Springer en Salm. Leonard Springer had eerder in Amsterdam naam gemaakt met de Nieuwe Oosterbegraafplaats en het Oosterpark en was dus een voor de hand liggende keuze voor Vredenhof. Salm kende hij als architect van verscheidene villa’s waarvoor hij tuinen had ontworpen, waaronder Ma Retraite en Casparus. Het huidige Vredenhof laat nog tal van slingerpaden uit de tijd van Springer zien, al is de situatie rond het ontvangstgebouw sterk gewijzigd. Oorspronkelijk lag het langgerekte gebouw op een smal perceel in de as van een toegangslaan, een as die zich achter het gebouw voortzette alvorens de begraafplaats zich verbreedde. Vandaar ook de twee opvallende luifelportieken aan voor- en achterkant, respectievelijk voor de wachtkamers 1ste en 2de klasse en de aula, met zijn paarse glas-in-loodramen. Bij de verbreding van zowel de Haarlemmerweg als van de begraafplaats in de jaren twintig is het voorterrein ingekort en de ingang meer oostelijk opgeschoven, zodat men nu het ontvangstgebouw schuin van opzij nadert vanaf de gemetselde vleugelbrug. Het fraaie gesmede hek verving het door Springer ontworpen exemplaar. De sloot die vanaf het begin de gehele begraafplaats omgeeft roept onbedoeld associaties op met de Styx uit de Griekse mythologie.

Vermarkting

De vermarkting van het dodenrijk – die zich kennelijk niet door de ‘Styx’ laat afschrikken – heeft al tot woedende reacties van nabestaanden, buurtbewoners en Jordanezen geleid. Maar de eigenaar, de PC Hooft Groep, gaat gewoon door en schijnt de omgevingsvergunning al binnen te hebben. Amsterdam moet alsnog overgaan tot plaatsing van het gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst. Hilversum bezat ooit een stuk of tien villa’s van vader en zoon Salm, maar die zijn in de afgelopen halve eeuw een voor een gesloopt. Moge dat een afschrikwekkend voorbeeld zijn voor Amsterdam. En wie nog twijfelt aan de betekenis van de progressief-eclectische architectuur van de Salms, die leze nog eens de inleiding die Auke van der Woud in 1997 schreef in de catalogus bij de tentoonstelling over deze architecten in het Stadsarchief.

Wilfred van Leeuwen

(Uit: Binnenstad 280, maart/april 2017)

Literatuur:
Guus Kemme (ed.), Amsterdam Architecture – A Guide, Bussum 1987.
J.J. Kuyt et al., G.B. Salm & A. Salm GBzn. Bouwmeesters van Amsterdam, Amsterdam/Rotterdam 1997
Margriet de Roever, Jenny Bierenbroodspot, De begraafplaatsen van Amsterdam, Amsterdam 2004
Constance Moes, L.A. Springer. Tuinarchitect. Dendroloog. 1855-1940, Rotterdam 2002
Algemeen Handelsblad, 08.04.1897

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.