Hoe moet er in de binnenstad gebouwd worden?

De eerste "hearing" in de geschiedenis van het Amsterdamse Gemeentebestuur is achter de rug. Toen de 16de augustus 1967 tegen middernacht de raadzaal en de tribunes leegstroomden, was de zucht van verlichting aan gemeentelijke zijde hoorbaar. Vier uur lang hadden de woordvoerders van architecten- en kunstenaarsorganisaties, van de zogenaamde oudheidkundige verenigingen, het wijkcentrum en de Kamer van Koophandel hun hart gelucht over het bouwen in de binnenstad. En het loog er niet om.
Grachtenwand anno 1966: de Universiteitsbibliotheek aan het Singel Grachtenwand anno 1725: grachtenhuizen op de Herengracht

Natuurlijk waren de sprekers het niet op alle punten met elkaar eens over de het vorige jaar door drie raadsleden voorgestelde nadere uitwerking van de welstandsbepaling, en het hierover uitgebrachte pre-advies van B. en W. De architecten voelden weinig voor gedetailleerde voorschriften die hun vrijheid van vormgeving zouden belemmeren en de woordvoerders van de Kamer van Koophandel kwamen op voor de belangen – en dus de expansiebehoeften – van de in de binnenstad gevestigde bedrijven. Deze verschillende kijk op het vraagstuk deed des te sterker de eenstemmigheid tot uitdrukking komen in de kritiek op het gemeentebestuur. "Nooit tevoren heeft het Amsterdamse stadsbestuur in het openbaar zo'n felle kritiek te slikken gekregen uit een zo eensgezind front van zich samen sterk voelende aanvallers" (De Volkskrant); "het ontbreekt het gemeentebestuur aan een visie op de toekomstige ontwikkeling van de binnenstad; bij het bepalen van een beleid voor het bouwen in het hart van de stad is de achtergrond onduidelijk; er moet een structuurplan voor de binnenstad komen. Dit waren enkele van de kritische conclusies van deskundigen…" (Het Parool); "Als er… iets zonneklaar (in bestuurskringen het daglicht nauwelijks verdragend) aan het licht is gekomen, dan is het wel dat de brede groep deskundigen uit de Amsterdamse burgerij… op niet mis te verstane wijze haar vertrouwen heeft opgezegd in het tot dusver door de gemeente gevoerde binnenstadsbeleid." (Algemeen Handelsblad); "De hearing… is uitgelopen op een frontale aanval van vrijwel alle specialisten en deskundigen die het woord kregen op het binnenstadsbeleid dat de laatste jaren in de hoofdstad gevoerd wordt." (De Tijd). Dit zijn enkele citaten uit de uitvoerige persverslagen.

Zal er nu iets veranderen? Zeker niet direct. De notulen van de hearing gaan naar de Raad voor de Stedebouw en pas daarna komt de zaak terug in de gemeenteraad. Dat biedt het voordeel van een zorgvuldiger voorbereiding en de kwade kans dat het probleem tenslotte zo doodgepraat is dat men alles bij het oude laat. En dat is nu precies wat niet gebeuren mag. De stelling van de Nota Brinkgreve – Nipperus – Rossen was in het kort deze: er vertoont zich de laatste jaren een fatale tweeslachtigheid tussen het restaureren en het nieuwbouwen in de binnenstad, terwijl juist de totaliteit van het stadsbeeld de grote waarde van het oude Amsterdam vormt. Aan de bepaling dat het bouwen in overeenstemming moet zijn met het karakter van de binnenstad wordt onvoldoende de hand gehouden. Het zou dus nodig zijn zowel de richtlijnen als de samenstelling der commissie te herzien, en daarvoor kan het best een werkgroep worden ingesteld waarin behalve architecten, ambtenaren en raadsleden ook beeldende kunstenaars zitting hebben. De stelling dat het op het ogenblik verkeerd gaat en dat er in overleg tussen gemeentelijke instanties en deskundigen uit de burgerij gezocht moet worden naar middelen om hierin verbetering te brengen, werd door de hearing volledig bevestigd. Dat de kritiek zó van alle kanten en zó fel loskwam is in de eerste plaats toe te schrijven aan het feit dat het gemeentebestuur te weinig luistert naar wat er leeft onder de bevolking en tezeer aan ambtelijke onfeilbaarheid gelooft. De hearing had iets van een explosie, men zou kunnen zeggen dat met een harde klap de deksel van de doofpot is afgesprongen. Dat was bar nodig. Want de binnenstad van Amsterdam is een gemeenschappelijk bezit van onschatbare waarde voor ons en onze kinderen. Om dat door de huidige kritieke situatie van bouwvalligheid, verkeerschaos en ruimtenood heen te loodsen, is een grote openheid in de discussie en een samenwerking van alle positieve krachten nodig.

(Uit: De Lamp van Diogenes 2, sept. 1967)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.