Grachtentuinen of parkeerplaatsen?

De Gemeente Amsterdam werd onlangs door de rechter in het ongelijk gesteld in een kort geding, aangespannen door de bewoners van een grachtenblok. Samen met de oudheidkundige verenigingen protesteerden zij tegen een door B&W verleende bouwvergunning voor het maken van een doorgang voor auto's naar het binnenterrein van hun blok, dat nu nog een oase van rust is met zijn mooie tuinen en oude bomen.

De veroordeling houdt ondermeer in dat, hangende de beslissing van de Kroon ten aanzien van een vernietiging van de bouwvergunning, de bouw van deze doorgang moet worden stopgezet.

Verordening voor de oude stad

Er is goede hoop, dat de vergunning inderdaad vernietigd zal worden; het bedoelde blok is nl. één van de tussen de Herengracht en Keizersgracht gelegen zgn. keurblokken. Een in 1964 vastgestelde gemeentelijke verordening voor de oude stad handhaaft de bepaling, dat de achtererven van deze blokken moeten worden aangelegd en onderhouden als tuin. Deze bepaling sluit aan op de voor deze blokken geldende 'willekeuren' uit 1615 en 1663, die stringente bebouwings-voorschriften bevatten, zoals de maximaal'toegestane perceelsdiepte en het verbod de achtererven vol te bouwen.
In de 17e eeuw werd dus ook al verboden het plezier van je buurman in zijn tuin te beperken door bebouwing van je achtererf.
De verordening van 1964 heeft hetzelfde doel: de bewoners van een keurblok het genot van en het uitzicht op een gaaf binnenterrein te verschaffen. Verschillende tuinen in deze keurblokken zijn nog steeds prachtig aangelegd of weer in oude staat teruggebracht, zoals die van het museum Willet-Holthuysen, te bezichtigen vanuit de Amstelstraat. In zo'n 18e-eeuwse tuin vinden we geen echte bloemen. Wel hebben de symmetrische perkjes rond zonnewijzer en beelden vaak bloemvormen, zij het van verschillende kleuren steengruis en geschoren buxus.

Bewoonbaarheid van de binnenstad

Naast de fraaie tuinen, die van belang zijn omdat zij a.h.w. een onderdeel vormen van de architektonische eenheid van een historisch blok, zijn juist de gewone tuinen in onze binnenstad — zonder parken en arm aan speelruimte — belangrijk voor de woonfunktie. De stadsbewoner accepteert de benzinedamp, lawaai en ander ongemak aan de voorkant van zijn huis als hij aan de achterkant daarvan rust en relatief schone lucht kan genieten. Het is dan ook één van de uitgangspunten in het gemeentelijk stedebouwkundig beleid, dat de 'dichtgeslibde' binnenterreinen weer teruggegeven moeten worden aan de bewoners. Waar mogelijk dienen aanbouwsels, bedrijfsloodsen, parkeerplaatsen enz. te verdwijnen.

Gemeenteraad contra B&W

We gaan even terug naar 1964 en lezen in de voordracht van B&W tot het vaststellen van genoemde verordening voor de oude stad, dat deze ten doel heeft om bij het geleidelijk aanpassen van de binnenstad aan de tegenwoordige maatschappelijke behoeften het behoud, herstel en de regeneratie van de onvervangbare en architektonische en stedebouwkun-dige waarden te verzekeren. Deze verordening verbiedt bijvoorbeeld ook het inrichten van winkels aan de Herengracht, Keizersgracht en grote delen van de Prinsengracht, terwijl dit verbod voor bijna de gehele binnenstad geldt ten aanzien van garages. Ook streeft deze het weer aanbrengen van stoepen en pothuizen, waar deze vroeger aanwezig waren, na. De vorm waarin B&W deze goedbedoelde verordening aan de gemeenteraad voorlegden, verschilt echter wezenlijk van de uiteindelijk door de Raad vastgestelde. Het lag nl. in de bedoeling van B&W om een vrijstellingsbevoegdheid te verkrijgen "voor zover betreft het stallen van motorrijtuigen, mits naar hun oordeel het aspekt of het karaktervan het onbebouwde erf niet wordt aangetast..."

Het gevaar, dat op deze manier het "geleidelijk aanpassen van de binnenstad" niet "aan de tegenwoordige maatschappelijke behoeften" van de bewoners tegemoet zou komen en evenmin tot "behoud, herstel en regeneratie" zou leiden, werd gelukkig door de Raad onderkend. Er zijn immers ook al verschillende massieve bouwblokken aan de grachten verrezen, waarvan dan aangenomen zou moeten worden dat B&W deze in overeenstemming achten met het karakter van de oude stad!
In de nu van kracht zijnde verordening treffen we dan ook de volgende zin aan: "Deze vrijstelling kan niet worden verleend voor de onbebouwde gedeelten van de achtererven in de bouwblokken, op de kaart aangegeven met arcering." (te weten: de keurblokken)

Theorie en praktijk

Na het in werking treden van deze verordering hadden B&W het instrument in handen voor verbetering van de situatie. Daarnaast had een goede oplossing voor het parkeerprobleem moeten worden gezocht: b.v. het toewijzen van plaatsen aan de gracht vóór eigen woning of bedrijf.
Er is echter nog niets in deze richting gebeurd, integendeel: de parkeerchaos werd steeds groter en de kwaliteit van de binnenterreinen is verder achteruit gegaan. In de afgelopen 10 jaar zijn verschillende — vaak enorme — parkeerterreinen in keurblokken aangelegd (b.v. dat achter de Carlton-garage, dat ruim de helft beslaat van het keurblok Herengracht / Koningsplein / Reguliersdwarsstraat / Vijzelstraat, en dat achter het ABN-gebouw aan de Vijzelstraat). Dit, ondanks vele protesten van verenigingen die aktief zijn op het gebied van het behoud van de binnenstad en de gedupeerde buren. Van gemeentewege blijkt men deze vorm van parkeren te gedogen; het is immers maar een tijdelijk gebruik van de binnenterreinen, stelt men van die zijde. Maar je zal maar zo'n 10 jaar wonen naast zo'n 'tijdelijke' parkeerplaats, met de stank, het lawaai en de verloedering van de achtererven van dien! Bij het afwegen van de tegengestelde belangen, die van het betrokken bedrijf, dat parkeerruimte nodig heeft en die van de bewoners, die hun woon-genot bedreigd zien, heeft de gemeentelijke overheid steeds aktief meegewerkt om die van eerstgenoemde kategorie te dienen, in strijd met de verordening en ondanks het officiële standpunt dat de woonfunktie in de binnenstad beschermt en versterkt dient te worden.

Vragen in de gemeenteraad

Het raadslid Van de Ven stelde gezien deze inkonsekwentie — inmiddels alweer een jaar geleden — vragen aan B&W over deze kwestie. Hierbij vroeg hij o.a. een overzicht van de gedurende de laatste 10 jaar in dit verband verstrekte bouw- en garagevergunningen. Begin dit jaar kwam hij met een nota over de binnenterreinen.
"Ruim 1/3 van de keurblokken is ernstig aangetast. De verordening blijkt slecht nageleefd te worden. Op korte termijn dient aan deze toestand een einde gemaakt te worden d.m.v. aanschrijvingen om de aangetaste binnentuinen weer in de oorspronkelijke glorie te herstellen", luidde de konklusie. Van de Ven heeft nog steeds geen antwoord gekregen, noch een reaktie op zijn nota.

Binnenterreinen nu toch weer voor de bewoners?

Er is echter een goede kans, dat na bovengenoemde uitspraak van de rechter niet meer op de gebruikelijke wijze nieuwe parkeerplaatsen gedoogd zullen worden. Maar er is ook een andere, wel legitieme, weg om deze toe te staan: in oktober heeft een ontwerp-bestemmingsplan ter visie gelegen voor het gebied Utrechtsestraat/Amstel. In dit gebied liggen 2 keurblokken. In dit bestemmingsplan wordt nadrukkelijk het belang van de binnenterreinen als tuin vermeld. Er is echter in de voorschriften ook een artikel opgenomen, dat B&W ten aanzien van deze terreinen de bevoegdheid hebben tot "het voorzien in parkeergelegenheid op of nabij terreinen, welke naar aard en gebruik in sterke mate een verkeers-aantrekkend karakter hebben...". Als een bepaald bedrijf dus een sterk verkeersaantrekkend karakter heeft, kan het een parkeerterrein op een binnenterrein krijgen! Tegen een ter visie liggend bestemmingsplan kan volgens de wet bezwaar gemaakt worden; van deze mogelijkheid hebben veel bewoners van de buurt en de Bond Heemschut gebruik gemaakt.

Jenny Bierenbroodspot

(Uit: De Lamp van Diogenes 35, dec. 1975.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.