Geloof en Liefde in de Koestraat

Tegenover het Wijnkopersgildehuis aan de Koestraat staan drie forse huizen die omstreeks 1736 tegelijk werden gebouwd. De fraai gesneden deurkalven zijn versierd met voorstellingen van het Geloof, de Liefde en de Hoop. De eerste twee, genummerd 7 en 9, werden in 1963 door Diogenes aangekocht, en zijn in restauratie. Bij het afbikken van de oude pleisterlaag bleek in de westelijke bouwmuur van nr. 7 op de 2de en 3de verdieping een grote halfronde boog in het metselwerk te zitten. In tegenstelling tot de andere muren die in 1736 nieuw opgetrokken werden, heeft men toen blijkbaar die ene muur laten staan, en daar ingebalkt.

Binnen de boog was de muur van slechte kwaliteit, slordig uitgevoerd als vulling en niet als dragend metselwerk. Wat kan dat geweest zijn?

Omstreeks 1450 lag in de strook tussen de O.Z. Achter- en de Kloveniersburg-wal het uitgebreide kloostercomplex Ste Maria Magdalena in Bethaniën, van de Barndesteeg tot voorbij de Bethaniënstraat. Het was een strenge gemeenschap, bekend als een toevluchtsoord voor bekeerde zondaressen. De Kloosterkapel heeft ongeveer het terrein beslagen van de latere panden Koestraat 1 t/m 11. Na de Alteratie werd het schip van deze kerk ingericht tot Latijnse School, en het koor tot rektorswoning.

Toen in 1679 de Latijnse School verhuisde naar het Singel, verkocht het stadsbestuur de gebouwen aan de Koestraat.
De Hervormde Kerkeraad maakte zich zorgen dat het complex in Roomse handen zou komen, en dan zijn oude bestemming kon terugkrijgen. Daarom werd het in delen geveild. De kunstschilder-uitvinder Jan van der Heyden kocht het grootste stuk van het v.m. schip van de Kloosterkerk, en richtte daar zijn woonhuis in, met op de binnenplaats een brandspuiten-fabriek. De rektorswoning in het v.m. koor, kreeg een nieuwe bestemming als herberg, maar werd in 1736 afgebroken om plaats te maken voor de huizen Geloof, Hoop en Liefde. Uit een opmetingstekening die in 1867 werd gemaakt van het huis van Jan van der Heyden, voordat het werd gesloopt, weten wij dat het pand toen nog het hoge dak van de vroegere kloosterkapel had, en daaronder een houten tongewelf.
De boog die werd gevonden in de bouwmuur van Koestraat 7, moet dan de afsluiting geweest zijn die tegen het tongewelf werd aangemetseld toen beide delen van de kapel op de grens van de nrs. 5 en 7 werden gesplitst. Ter weerszijde van de muur zijn de resten van de kloosterkapel gesloopt, rechts in 1736 en links in 1867. Het metselwerk heeft echter de sporen bewaard; de hoogte en de breedte van de verdwenen kerk. Dit stukje geschiedenis is even zichtbaar geworden, het werd opgemeten en gefotografeerd, om daarna onder nieuw pleisterwerk te worden verborgen, want de woningen in de Koestraat moeten een gave zijwand hebben.

In het jaarboek-1960 vah Amstelodamum heeft ir. R. Meischke de historie van de Koestraat en de merkwaardige gebouwen die er stonden nauwkeurig beschreven.
Van wat er nog staat is het Wijnkopersgildehuis veruit het belangrijkste. Het initiatief om in dit vergeten Bethaniënbuurtje met behulp van monumentenzorg de woonfunctie te herstellen kwam van de stichting Diogenes.
De gemeente nam de gedachte over en stelde een bestemmingsplan Bethaniënbuurt vast, dat echter op grote tegenstand stuitte, omdat het de dichtgebouwde binnenterreinen veel te drastisch wilde leegslopen. Ook van Koestraat 7-9-11 moesten de achterhuizen verdwijnen. Gelukkig daagde beter inzicht: het restauratieplan voor het Geloof en de Liefde met achterhuizen werd goedgekeurd en het kwam in sept. '74 in uitvoering. De verwaarloosde, uitgewoonde panden worden nu grondig hersteld en van modern woongerief voorzien. De indeling in 6 woningen blijft echter gehandhaafd. Een belangrijke verbetering is dat het achterhuis nu ramen krijgt naar de Hoogkamersgang, een binnenterrein dat sinds enkele jaren half-openbaar is als toegang naar het café Cul de Sac, gevestigd in een oud pakhuis dat ook voor het bestemmingsplan moest verdwijnen. Achter Cul de Sac is nu eindelijk de restauratie in gang gekomen van de panden Barndesteeg 4 en 6, waarvan de gothische gewelfkelders nog uit het Bethaniënklooster afkomstig zijn, terwijl daarboven de ruimte van de 18-de eeuwse schuilkerk de Ooievaar bewaard bleef.

Langzaam gaat de herleving van de Bethaniënbuurt zich aftekenen. Hendrick de Keyser begon met het Wijnkopersgildehuis, Diogenes herstelde Koestraat 34-36 en Barndesteeg 15, Aristoteles Bethaniëndwarsstraat 18, Stadsherstel Kloveniersburgwal 6-8 en 38-40, het buurthuis de Moriaen in de Bethaniënstraat herrees, de gemeente is bezie met Barndesteeg 4-6, de eerste particuliere restauraties zijn zichtbaar. Bij dit eindeloze geduldwerk stuit men overal, in de verkaveling en in de gebouwen, op een historie die teruggaat tot het verdwenen klooster van de "bekeerde susteren van Bethaniën". Geloof en Liefde in de Koestraat, het is een mooi motto bij deze omvangrijke restauratie.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 32, juni 1975.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.