A-sociale monumentenmaniakken?

In het februari-nummer van de Jordaankrant, een uitgave van het wijkcentrum, stond een artikel van Durk Schilstra, waaruit hier enkele passages zijn geciteerd. Ik schreef de redaktie dat ik haar zou kunnen dagvaarden wegens smaad ("het opzettelijk aanranden van iemands eer of goede naam"), maar dat ik inplaats daarvan publikatie verlangde van een weerwoord.

Aangezien dit weerwoord nog niet in de Jordaankrant werd afgedrukt, staan enkele citaten ook op deze bladzijde, evenals een korrektie in het Parool van de zijde van Stadsherstel. Wel kwam Schilstra in het april/mei nr. van de Jordaankrant terug op zijn aantijgingen aan het adres van Aristoteles. In een gesprek met de directeur was hem gebleken dat het allemaal niet zo zwart was als hij dacht...
Een stukje polemiek kan zijn nut hebben. Een dom verhaal vol onjuistheden kan ertoe bijdragen dat sommige zaken in de repliek worden rechtgezet, en dan beter bekend zijn. Er zijn mensen te over die al dat gedoe over het karakter en de sfeer van de binnenstad, monumentenzorg voorop, pure nonsens vinden, zoals er ook mensen zijn die subsidies voor toneel, muziek of musea maar als een overbodige luxe liefhebberij beschouwen. Wie er zo over denkt, moet het hardop durven zeggen, en niet met smoesjes aankomen dat het geld beter aan iets nuttigers besteed had kunnen worden. Wie de monumentenzorg aanvalt omdat, gegeven het huidige loon- en rentepeil, de huursubsidieregelingen nog niet soepel genoeg funktioneren om daarvan de consequenties op te vangen, is aan het verkeerde adres. Wanneer hij bovendien, zoals Schilstra deed, zijn-ongenoegen uit in onwaarheden, dan wordt het een zuur, onwaarachtig, quasi-sociaal gekanker, dat het herstel van de Jordaan, voor oude en nieuwe bewoners, alleen maar schaadt.

Uit een artikel van D. Schilstra in de Jordaankrant, februari 1975:
..... Triomfantelijk schrijft de lamp van Diogenes dat de wederopbouw van het huizenblok waarin het de Pinto-huis staat... "een eerste aanzet tot rehabilitatie van de Nieuwmarkt is." Het komt ons voor dat een dergelijk prestige-projekt wel het laatste is waar de Nieuwmarkt behoefte aan heeft. Al de genoemde organisaties, en niet te vergeten Stadsherstel, zijn ook in de Jordaan aktief. Ook hier is het van hetzelfde laken een pak. Wat ze klaar spelen is misschien wel mooi, maar levert geen enkele bijdrage aan de oplossing van de woonproblemen in onze buurt.
..... De huren van de Stadsherstel-huizen zijn voor de gewone Jordaner niet te betalen. Ze zijn zelfs zo hoog dat van een pas gerestaureerd huis aan de Egelantiersgracht (nog) niet alle etages zijn verhuurd. Nu is f 600,— a f700,— voor één etage natuurlijk ook wel erg veel. Diogenes is waarschijnlijk de redelijkste van de genoemde organisaties. Meer bedenkingen hebben we tegen het Claes Claesz Hofje.
..... Kosten noch moeite zijn gespaard om alles weer in de 17-de eeuwse staat terug te brengen. Huizen die al jaren afgebroken waren of er vijf jaar geleden heel anders uitzagen, zijn weer opnieuw opgetrokken zoals ze er waarschijnlijk vroeger hebben uitgezien. Van één huis was zelfs niets meer bekend dan een vage schets. Maar het staat er alsof het zo uit de 17-de eeuw is weggelopen. Dat is natuurlijk je reinste kitsch. De enorme subsidies hadden beter voor woningen met betaalbare huren kunnen worden gebruikt. Want, het verhaal wordt eentonig, Jordaners wonen er niet in het Claes Claeszhofje. Wel hebben de omwonenden jaren in de rotzooi mogen zitten tijdens de bouw. ..... Het bontst van allemaal maakt de stichting Aristoteles het. Deze stichting is gewoon een ordinaire beleggingsmaatschappij. Vermogende mensen steken geld in een projekt van de stichting en ontvangen uit deze belegging dividend. Alles kennelijk onder het motto: Sla dividend uitje monument. Uit deze voorbeelden, er zijn er nog veel meer te noemen, blijkt duidelijk de asociale instelling van de Amsterdamse monumentenherstellers. Ze zijn voor onze buurt even gevaarlijk als de spekulanten, waarover we het in deze krant al eens eerder gehad hebben. Hun hoofddoel is de Jordaan terug te brengen naar de staat waarin de buurt in 1650 was. Ten koste van alles, ook van de buurtbewoners. ..... De nog bestaande monumenten moeten zoveel mogelijk blijven. Maar ze moeten wel op een zinnige manier worden gerestaureerd. Geen monumenten met balken uit een door de bliksem getroffen Drentse boerderij en deuren uit een afgebroken Gelders landhuis. Monumenten mogen best op een 20-ste eeuwse manier worden verbouwd. Dat laat dan meteen iets over de geschiedenis van het huis zien en dat is eigenlijk veel boeiender dan een stijlzuivere gevel en interieur. In ieder geval moeten we bij de monumenten geen dingen gaan op- of aanbrengen — voor veel geld — die er misschien ooit eens op of aan zijn geweest. De overheid moet restauratieplannen vooral beoordelen op deze overbodige toevoegingen, die de monumenten onbetaalbaar maken.Voor deze zaken zou geen subsidie meer moeten worden gegeven.

Uit het Parool 'Amsterdams logboek'
De heer J.M. Hengeveld, direkteur van Stadsherstel schrijft: Noch het een noch het ander is juist. De woningen werden direkt na oplevering per l december verhuurd. De huren lopen op van f 375 per maand (2 kamers, keuken, badkamer) tot f 675 (4 kamers, keuken, badkamer). Naar zijn oordeel behoren de huurders ook niet tot de zgn. elite-klasse. Er wonen o.m. twee sociaal- werksters, een werkneemster bij de N.S. en een studentenechtpaar.

Als voorbeeld van zijn bezwaren noemt Schilstra het Claes Claesz Hofje, waar "kosten noch moeite gespaard zijn om alles in de 17-de eeuwse staat terug te brengen". Dit complex bestond in 1968, toen het werk begon, uit bouwvallen, en een opslag van lompen en oud ijzer aan de Tuinstraat die de omgeving veel last veroorzaakte. Er woonden nog twee gezinnen die door bemiddeling van Diogenes in de omgeving een betere woning kregen. Nu zijn hier 23 panden hersteld of herbouwd met een 100-tal bewoners: studenten aan de instellingen voor kunstonderwijs, onderwijzers, bejaarden, verpleegsters, kunstenaars en enkele akademici. De vraag of zij in de Jordaan geboren zijn is hen nooit gesteld; sommigen misschien wel, het merendeel zeker niet. Zij voelen zich thuis in de Jordaan, en zijn "buurtbewoners" geworden, evenals de mensen die in de Nieuwmarktbuurt zijn gaan wonen en daar uit hun woningen geslagen werden voor de metro. Het argument van B & W in de Nieuwmarktbuurt dat alleen "autochtonen" meetellen, past bij de denktrant van een afgelegen dorp, niet in een grote. stad, waar men zelden sterft in zijn geboortehuis. Of de heer Schilstra in de Jordaan geboren is weet ik niet.

Dan die hoge kosten door het terugbrengen van 17-de eeuwse onderdelen. Ik kan de heer Schilstra gerust stellen; de enkele 17-de eeuwse geveltoppen die herplaatst zijn (die van Tuinstraat 45, afkomstig van een 70 jaar geleden gesloopt huis aan de Nieuwendijk, werd teruggevonden in Zierikzee!) hebben bij elkaar minder gekost dan de schadeloosstelling van het lompenbedrijf. De geveltoppen werden gesubsidieerd, de ontruimingskosten niet. Van beide begrotingsposten profiteren alle omwonenden en voorbijgangers. Wat naar verhouding het duurste is, dat zijn nu juist de zaken, die er in de 17-de eeuw niet waren, zoals centrale verwarming, veel douche's en w.c.'s, elektrische keukens, warm- en koud-waterleidingen, kortom al de installaties die net zo goed gemaakt moeten worden in de restauratie als in de nieuwbouw, en waarvoor monumentenzorg dan ook geen subsidie geeft. Dat iemand zonder ervaring met restauratiebegrotingen dat niet weet, is begrijpelijk. Het is dan alleen onverstandig om de mensen die de ervaring wel hebben voor "asociaal" uit te maken. Bouwen in de binnenstad is nu eenmaal duur. De eerste woningen die in overleg met het buurtcomité op het Bickerseiland tot stand kwamen, hebben f 80.000,- tot f 90.000,- per stuk gekost. Dat is niet goedkoper dan een gemiddelde restauratie. Hoe hoog de huur dan wordt is een zaak van subsidie, en wel van Volkshuisvestingszijde.

Het waren — en dat is de hoofdzaak — de "monumentenmaniakken" die met de restauraties begonnen toen verder iedereen, ook de oude bewoners, de Jordaan nog als een verloren buurt beschouwden, die toch vroeg of laat door sanering zou moeten verdwijnen. Nu staan er honderden gerestaureerde huizen van stichtingen en particulieren. De herstelbeweging is op gang gekomen.

Uit dezelfde monumentenzorg-hoek is het projekt-de Pinto afkomstig. Temidden van de afbraakellende is daar één werk in uitvoering. Dat is de restauratie van het Huis de Pinto, een van de mooiste panden van de stad, bestemd voor buurtbibliotheek met jeugdafdeling, en de herbouw van Zwanenburgwal 8-10-12, met 12 bejaardenwonmgen. "Een prestige-project waar de buurt geen behoefte aan heeft", schrijft de heer Schilstra. Jammer toch.
Sommige mensen weten zo goed waar anderen behoefte aan hebben, en wat andere mensen moeten doen.
Het bezwaar van de monumentenmaniakken is wel dat zij hun tijd niet besteden aan oeverloze diskussies en vrijblijvende plannenmakerij, maar dat zij overal bezig zijn om de binnenstad weer toonbaar en bewoonbaar te maken. Heel asociaal is dat. Puin met kletskoek verkoopt beter.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 32, juni 1975.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.