Waarom hellen oude huizen voorover?

Uit onze lezerskring kwam het verzoek iets te vertellen over een eigenschap van de oude huizen in Amsterdam die veel wandelaars opvalt: de gevels zijn zoals dat heet 'op vlucht' gebouwd, de top steekt uit vóór de rooilijn.

Het aardige van die vraag is dat niemand een definitief antwoord kan geven. Wel zijn er overwegingen die met elkaar enige verklaring bieden.

Overweging 1

De eerste is de historische. Zoals wij weten was hout het oudste bouwmateriaal in onze streken. Het middeleeuwse Amsterdam bestond in hoofdzaak uit skeletbouw in hout, de openingen tussen de stijlen werden aanvankelijk gedicht met vlechtwerk en leem, later met planken, ten slotte met baksteen. De traditie van die vakwerkbouw heeft elders langer standgehouden dan hier, vooral in Duitsland en in de Elzas. Daar ziet men ook duidelijk dat de bouwers bij elke hogere verdieping aan de voorzijde een stukje vloeroppervlak wonnen boven de straat. Constructief was dat bij de hecht verbonden houtskeletten geen enkel probleem. Wegens het brandgevaar kwamen in Amsterdam voorschriften om harde materialen te gebruiken voor de woningscheidende bouwmuren en de dakbedekkingen: de huizenbouw 'versteende'. De houten pui, grotendeels met ruiten gevuld, is echter nog lang gangbaar gebleven, en vaak zien wij dat boven de puibalk het muurwerk de middeleeuwse traditie van het overstek heeft vastgehouden. Het is aannemelijk dat het als een recht van de bouwheer gold om die strookjes ruimte aan de voorzijde van zijn huis toe te voegen, ook toen de gevels geheel in één vlak uit metselwerk werden opgetrokken. De bouw is nu eenmaal eeuwenlang een zeer traditioneel bedrijf geweest. Achtergevels staan nooit op vlucht, die staan loodrecht.

Overweging 2

Een tweede overweging is van praktische aard. Verhuizen ging tot voor kort - en gaat soms nog steeds - met touw en blok, vastgehaakt aan de hijsbalk in de geveltop. Het risico dat bij het hijsen de ramen van de lager gelegen verdiepingen worden beschadigd, wordt minder naarmate de haak verder boven de rooilijn uitsteekt. Op vlucht gebouwde gevels voldoen dan beter dan te lood staande.

Overweging 3

Een ander praktisch voordeel is de bescherming tegen het doorslaan van regen. De dunne baksteenmuren zonder spouw zijn nu eenmaal niet waterdicht. Waterlijsten, olieën van het metselwerk, maar ook de vlucht van de gevel beperken de kans dat het regenwater binnendringt.

Overweging 4

De belangrijkste verklaring is vermoedelijk niet van historische of praktische, maar van kunstzinnige aard. De rijkdom van de Amsterdamse gevels zit vooral in de top. Gevelstenen, deuromlijstingen en stoepen dragen vaak het hunne bij aan de verlevendiging, maar de bekroningen in hun onuitputtelijke variatie vormen de pronkstukken van de Amsterdamse gevels. Deze zijn lang niet altijd voor een bepaald pand gemaakt; steenhouwers hadden klauwstukken in diverse uitvoeringen in voorraad. Dure huizen hebben soms eenvoudiger gevelbekroningen dan smalle arbeidershuizen in de Jordaan. Die rijkdom in de top ziet de voorbijganger pas goed, wanneer het huis even voorover helt, en dat zullen de bouwers in de 17de en 18de eeuw terdege hebben beseft. Na de opheffing van de gilden in de Franse tijd verdwenen of verslapten veel ambachtelijke tradities. Ook het op vlucht bouwen raakte in onbruik. Wanneer een jonger pand tussen twee oudere in de grachtenwand staat, dan lijkt het te lood gebouwde achterover te vallen, en dat is een vreemd gezicht. In de Bouwverordening is daarom tegenwoordig een bepaling van kracht die terwille van de samenhang van de gevelwanden toestaat om tussen oude belendingen opnieuw op vlucht te bouwen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 106, nov. 1987.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.