Oude Schans 3, een goed voorbeeld van gaten vullen

Meer dan dertig jaar vormde dit gat een ontsierend element in de gevelwand van de Oudeschans (foto Herman Zeinstra, dec. 1955)
In de Amsterdamse binnenstad moeten niet alleen huizen worden gerestaureerd, maar dienen ook gaten te worden opgevuld. Veel van deze gaten zijn ontstaan in de koude hongerwinter van 1944-1945, toen huizen werden gesloopt voor het hout, dat als brandstof werd gebruikt. Ongeveer 1500 panden zijn in die tijd gesloopt. Het oude huis, gelegen op Oudeschans 3, is ook in die periode gesneuveld.

Tot 1975 heeft het stuk grond braak gelegen. In dat jaar werd het kavel van één are en 70 centiare gekocht voor f 35.000 door de architect Herman Zeinstra.

Dit moderne grachthuis staat 'op vlucht': de eerste voorgevel staat ongeveer 40 cm uit het lood.

Naar een eigen ontwerp liet hij er een modern grachthuis bouwen met hierin vier appartementen. De voorgevel en de achtergevel zijn loodrecht opgetrokken. Tegen de eigenlijke voorgevel aan is een tweede voorgevel geplaatst; deze is van beton en heeft gaten op die plaatsen, waar in de eigenlijke voorgevel ramen zitten. Op elke verdieping is deze op de vlucht geplaatste tweede voorgevel met glas verbonden met één daarachter gelegen raam. Zodoende ontstaan er erkers. Deze worden naar boven toe dieper, omdat de tweede voorgevel bijna 40 cm uit het lood staat. De ramen worden naar boven toe kleiner. Dit feit en het gegeven dat de voorgevel op de vlucht staat, laten duidelijk zien, dat de architect voor dit grachthuis inspiratie heeft opgedaan in de historische binnenstad. Hij ervaart Oud-Amsterdam als een stad met vooral gevelarchitectuur. De voorgevels noemt hij schilletjes. Zijn eigen gebroken wit geschilderde schil is op de onderste verdiepingen met beton 'verankerd' aan de eigenlijke voorgevel Aan de top is de schil met ijzeren stangen met de eigenlijke voorgevel verbonden.
Het huis, gelegen op een prachtig punt, heeft een schitterend uitzicht op de gave gevelwand van de Binnenkant en de Waalseilandsgracht. Het water van deze gracht komt vlak vóór het huis in het water van de Oudeschans. Het huis ligt bijna recht tegenover de Montelbaanstoren.

De dwarsdoorsnede laat vier appartementen zien. Het onderste appartement wordt bewoond door de architect die het huis heeft ontworpen. De indeling van de ruimte doet sterk denken aan het 17de-eeuwse idee van wonen met een 'voorhuis' (A), 'insteek' (C) en 'onderhuis' (F).

Het huis heeft op de begane grond aan de voorkant de bergingen en aan de achterkant de werkruimte van de architect; daarachter is nog een tuin. Op de beletage ligt het appartement van de architect en zijn vrouw. De grote ruimte van ±17 meter diep en ±6 meter breed heeft kamers op verschillende niveaus. De indeling van de ruimte doet sterk denken aan het 17de-eeuwse idee van wonen met een voorhuis, insteek en onderhuis. In het midden van de ruimte is een verdieping (C, zie dwarsdoorsnede) aangebracht. Deze staat in open verbinding met de rest van de ruimte en heeft een prachtig uitzicht op het 'voorhuis', het woongedeelte (A) en op de gracht. Achter deze kamer bevinden zich de slaap- en de badkamer (B), die via een smalle doorgang (D) zijn te bereiken. Recht onder deze kamers ligt de keuken (E). Via een trap kan men het 'onderhuis' bereiken, waar de tekentafels van de architect staan (F).
Dit voorbeeld laat duidelijk zien, hoe er gaten kunnen worden opgevuld. De architect heeft vergevorderde plannen voor een dubbel huis voor een gat aan de overkant, waar vroeger twee huizen hebben gestaan.

Hans Tulleners

(Uit: De Lamp van Diogenes 54, maart 1979.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.