De woonschepen (vervolg)

Enkele dagen vóórdat de raadscommissie Algemene Zaken en Internationale Contacten op 13 april bijeenkwam, kregen wij bericht dat dan het woonschepenbeleid zou worden behandeld, en dat er gelegenheid zou zijn tot 'inspreken'. Een uitvoerige nota van de burgemeester, voorzitter van de commissie, was bijgevoegd. Tijd ontbrak om onze 'inspraak' met de vereiste grondigheid voor te bereiden.

Een herinnering kwam bij mij boven aan de winter 1953, toen de besturen van de zogenoemde oudheidkundige verenigingen Heemschut, Hendrick de Keyser, Amstelodamum en het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap op even korte termijn werden uitgenodigd om in de onverwarmde Zuiderkerk de ontwerpen te bekijken van de 'wederopbouwplannen' voor de Weesperstraat, de Jodenbreestraat, de Nieuwmarktbuurt en nog enkele kleinere gebieden. Duidelijk was dat burgemeester en wethouders een formele gelegenheid boden om een mening te uiten aan vertegenwoordigers van de burgerij die optraden als het geweten van de stad inzake de historische aanleg en bebouwing, maar dat het de bedoeling was, de voorstellen zo snel en zo geruisloos mogelijk door de gemeenteraad heen te loodsen. Zo is het gebeurd en de resultaten zijn te bewonderen in de Weesperstraat en de Jodenbreestraat. Dat in de Nieuwmarktbuurt het oude stratenpatroon gehandhaafd bleef, is te danken aan de Stichting de Pinto en vooral aan het verzet van de bewoners.

Sinds 1953 is er eindeloos gepraat over democratisering, openheid van bestuur en inspraak, maar als het over belangrijke zaken gaat houden burgemeester en wethouders nog altijd niet van andersluidende meningen. Voor zover er, wat de woonschepen in de binnenstadswateren betreft, kan worden gesproken van beleid, is dat te omschrijven als niet-handhaven van bepalingen, toegeven aan de eisen van overtreders, en dan verklaren dat zoiets ook eigenlijk de bedoeling was en bijdraagt tot de gezelligheid van de stad. Kortom: niet erg vastberaden, weinig heldhaftig en ombarmhartig jegens het monument-Amsterdam.
De uitdrukking 'wildgroei op het water' werd jaren geleden voor het eerst gebruikt door een wethouder van Amsterdam. Afgezien van het feit dat het praktisch onmogelijk zou zijn om alle woonschepen uit het Centrum te verwijderen, zullen er ook weinigen zijn die dat eisen. Wonen op het water is een erkende en gewaardeerde woonvorm geworden. Een niet te groot aantal voor bewoning ingerichte binnenvaartschepen misstaat niet in brede stadswateren, zoals de Amstel. Het gebruik van openbare ruimte verandert voortdurend. De maatregelen die nu nodig zijn om de binnenstad begaanbaar en toegankelijk te houden, ondanks de rijdende en geparkeerde bliklawine, waren een halve eeuw geleden ondenkbaar. Ook op het water verandert allerlei.
Dekschuiten zijn schaars geworden, rondvaartboten werden talrijk. Watertaxi en waterfiets of 'canal bike' deden hun intrede. Zo nu en dan ziet men een opgeknapte Zuiderzeebotter afgemeerd, en dat is een feestelijk gezicht. Belangrijk is dat al die vaartuigen ook inderdaad varen. Een op een betonnen bak gebouwde bungalow is echter niet bedoeld om te varen, die kan hoogstens met veel moeite worden versleept. Gewoonlijk wordt dan ook dat betonnen casco binnengesleept, en gaat de eigenaar zijn huis bouwen op een plek vanwaar de ark niet meer kan worden verwijderd, omdat deze te hoog is voor de bruggen. Dan treedt de 'gedoogsituatie' in, die nu volgens de nota van de burgemeester moet worden vervangen door definitieve legalisering.
Stel nu eens dat iemand het in zijn hoofd zou halen ergens op een zelfgekozen plek op een breed trottoir of in een park zo'n bungalow te bouwen; politie en Bouw- en Woningtoezicht zouden hem onmiddellijk sommeren, zijn spullen te verwijderen. Het water in de binnenstad is evenzeer openbare ruimte als de straten en plantsoenen, en daar wordt toegelaten wat op het land, terecht, verboden is.
Een klein lichtpuntje tijdens de hiervoor genoemde commissievergadering was dat ook de burgemeester erkende dat het niet onbillijk zou zijn, ook de mening te laat meetellen van bewoners van huizen aan het water, wier uitzicht geblokkeerd wordt door woonschepen voor hun deur. Onze vereniging acht het haar taak die mening te mobiliseren en met kracht naar voren te brengen. Misschien lukt het dan ten slotte een kentering te bereiken, zodat in de binnenstadsgrachten het aantal ligplaatsen en de toegelaten afmetingen geleidelijk worden beperkt. Dat houdt tevens in dat het gemeentebestuur zal moeten zorgen voor behoorlijke woonschiphavens op plaatsen, waar ook de bungalow-arken geen monumentaal stadsbeeld verstoren en geen buren hinderen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 110, juli 1988.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.