Nogmaals: de woonschepen

Een opvallend grote opkomst', constateerde gedeputeerde Sanders, toen hij op 23 februari 1987 in een van de statige zalen van het Haarlemse Provinciehuis de hoorzitting opende over het bestemmingsplan Westelijke Grachtengordel van Amsterdam. Veel leden van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad waren gekomen om te luisteren naar het betoog van hun raadsman mr. J.A.L. Rehbock tegen 'de wildgroei op het water' en naar de reactie daarop namens het gemeentebestuur.

Het bestemmingsplan wil namelijk niet alleen de huidige woonboten laten liggen, maar hun aantal zelfs uitbreiden. 'Een gedachtefout van burgemeester en wethouders die in strijd is met het met de mond beleden z.g. uitstervingsbeleid', zo stelde mr. Rehbock vast. Dat het wonen op het water een buitengewone charme heeft, wilde hij graag toegeven. Het is goedkoop, men is vrij van alle bepalingen die gelden voor walbewoners. Dit is een leemte die als discriminatie ten nadele van de huisbewoners moet worden uitgelegd, ten gunste van een relatief kleine groep waterbewoners die met hun bouwsels en staketsels een aanzienlijke schade toebrengen aan het stadsschoon.

Vrijbrief?

Waarom, zo vroeg mr. Rehbock zich af, moeten nu de lage-nummer grachtenhuizen worden getracteerd op een toevloed van woonboten, terwijl de 'Gouden Bocht' van de Herengracht, waar o.m. de burgemeester woont, daarvan verschoond blijft? Of is dit een vrijbrief om ook verder in de stad ligplaatsen in te nemen?

In hun antwoord op het bezwaarschrift van onze vereniging hadden burgemeester en wethouders opgemerkt dat sanering van het aantal woonschepen slechts mogelijk is, als daarvoor beleidsvoornemens aanwezig zijn en financiële middelen beschikbaar zijn. Welnu, zo constateerde mr. Rehbock, zowel de beleidsvoornemens als het geld ontbreken.
Een kras voorbeeld van het gemeentelijke 'beleid' biedt het bezwaarschrift van een appellant die een groot aantal monumenten in het eerste rak van de Herengracht heeft gerestaureerd, nadat burgemeester en wethouders hem schriftelijk hadden verzekerd dat dit deel van de Herengracht vrij van woonschepen zou blijven. De woonschepen liggen er nog en volgens het bestemmingsplan mogen er meer komen.

De conclusie van mr. Rehbock luidde: 'Hoewel woonschepen, mits in zeer beperkte mate, een ludiek element in een vrije stad als Amsterdam vormen, blijft de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad gekant tegen het begunstigingsbeleid. Het instrumentarium voor beheersing na legalisatie en/of uitbreiding ontbreekt ten enen male... Indien de gemeente iets gelegen is aan haar grachten, haar monumenten, haar bewoners en haar toeristenstroom, dan dient zij op haar schreden terug te keren'.

Goedkoop

Zeer lang van stof was vervolgens de woordvoerder van het Wijkcentrum d'Oude Stadt. Zijn bezwaren kwamen van de andere kant. Kraken en woonschepen waren juist goed, want dat leven goedkope woonruimte op. Wat volgens het wijkcentrum niet mocht was dat ruimten die in het niet al te nauwkeurige en achterhaalde bouwblokonderzoek in 1981 als woning of leegstaand werden vermeld, sindsdien voor bedrijfsdoeleinden, zoals hotels of kantoren, waren ingericht. Dat was illegaal. 'Zou u die lijn ook willen doortrekken naar de woonschepen?', vroeg de voorzitter. 'Nee', antwoordde de man van het wijkcentrum, die even van zijn stuk was gebracht. De woonschepen waren een verlevendiging van het stadsbeeld, en vooral: goedkoop, in tegenstelling tot de gerestaureerde huizen, dat was toch alleen maar speculatie en winstbejag. 'Ook ligplaatsen van woonschepen schijnen veel geld op te brengen', merkte de voorzitter op. De bezwaren die namens de Kamer van Koophandel naar voren werden gebracht stonden, zoals kon worden verwacht, haaks op die van het wijkcentrum. Dat de bestemmingen van het bouwblokonderzoek '81 nu werden vastgelegd, betekende volgens de zegsman van de Kamer van Koophandel verstikking van de dynamiek van de binnenstad, waar vele tienduizenden hun boterham verdienen. Scherp veroordeelde hij de legalisatie van het kraken.

Praatgroep

De gemeenteambtenaren die het bestemmingsplan moesten verdedigen, deden hun best, maar zij hadden het niet gemakkelijk. Het bleek dat in de 'praatgroep' bij de voorbereiding van het plan de woonschipbewoners wel héél sterk vertegenwoordigd waren geweest. De gemeente, zo zeiden zij, had juist een sterk en voorzichtig beleid gevoerd ten aanzien van de woonschepen, door de toevloed te beperken tot de kop en de staart van de grachtengordel. Het was een 'gedoogbeleid' geweest, met veel gevoel voor het culturele erfgoed. In de duplieken kwamen niet veel nieuwe gezichtspunten naar voren. Het wachten is nu op de beslissing van Gedeputeerde Staten.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 103, mei 1987)

[Beslissing van Gedeputeerde Staten]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.