Palmgracht 1-3

Zienswijze

Aan het Dagelijks Bestuur van het
stadsdeel Amsterdam-Centrum
p/a de Dienst Binnenstad
Postbus 202
1000 AE Amsterdam

Geacht college,

Voorgevel van de hoog opgerekte volumebouw.

Van 21 maart tot en met 3 april 2002 ligt een plan voor nieuwbouw op het perceel Palmgracht 1-3 ter inzage. Namens de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad deel ik u mee dat wij tegen dit plan bezwaren hebben. Een machtiging van de vereniging voeg ik bij.

De bebouwing op dit perceel heeft een lange voorgeschiedenis. Er zijn pogingen gedaan om het pand Palmgracht 3 op de rijksmonumentenlijst dan wel op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst te krijgen. Het eerste is niet gelukt en er bestaan plannen om tegen de afwijzende beschikking in beroep te gaan. De kans op succes lijkt echter minimaal. Op de aanvraag tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst is nog geen beslissing genomen. Dat zijn onzekere factoren. Zeker is in ieder geval dat het pand in het bestemmingsplan de aanduiding orde 2 heeft gekregen. Realisering van het voor beide percelen ingediende bouwplan, dat n geheel vormt, houdt sloop van Palmgracht 3 in. Er zal dus allereerst onderzocht moeten worden of er voldoende argumenten zijn om tot sloop over te gaan.
Een van de zaken die daarbij aan de orde komt is de vraag of de kwaliteit van de te realiseren nieuwbouw sloop rechtvaardigt. Wij menen dat dit niet het geval is, ook al pretendeert het nieuwbouwplan historiserend te zijn.

Naast het gat bevindt zich thans een 17de-eeuwse pandje met voorgevel uit 1908.

Om voor ons onduidelijke redenen is er voor gekozen om het smalle pand Palmgracht 3 nog smaller te maken. Tegelijk is het verhoogd met 5 meter. Het resultaat is een gevel waarvan de verhoudingen zeer onbevredigend zijn, nog even afgezien van de bovenmaatse gevelopeningen. Waarom de architect hier franse balkons heeft bedacht is bovendien een raadsel, gezien de plattegrond van de woningen en de orintatie; ze zijn disfunctioneel.
In het pogen om zoveel mogelijk bruikbare vierkante meters vloeroppervlak te krijgen heeft de kapverdieping een volstrekt onacceptabele vorm gekregen. Wij zijn er blij mee dat gekozen is voor een parcellering conform de oude toestand, dus een verdeling een twee duidelijk te onderscheiden panden. Dat achter de onderscheiden gevels doorlopende appartementen zijn gelegen accepteren wij daarbij. Deze tweedeling wordt echter op de kapverdieping volkomen tenietgedaan. Waar sprake zou moeten zijn van twee duidelijk gescheiden kappen, wellicht buiten de zichtlijnen op een bescheiden wijze verbonden, wordt hier bijna schaamteloos een kap geprojecteerd, die direct achter de voorgevel al iedere pretentie van scheiding loslaat. Dit is voor ons beslist niet aanvaardbaar. Bovendien levert het in de plattegrond ook nog eens niet meer dan een nauwelijks bruikbaar kamertje op.
Kijkend naar de regeling voor de goot- en bouwhoogte in het bestemmingsplan moet worden geconstateerd dat de hoogte van de achtergevel de toegestane goothoogte, want daarover hebben wij het hier, met 1,5 meter overschrijdt. Als u al vrijstelling zou willen verlenen - iets wat wij ons in deze hoeksituatie met een veel lagere belending nauwelijks voor kunnen stellen kan die niet verder gaan dan 1 meter.
Tot overmaat van ramp is het linker dakschild, dat zeer in het zicht vanaf de Brouwersgracht ligt, "gesierd" door een met zink beklede bovenmaatse dakkapel. De dakhelling van Palmgracht 3 overschrijdt ook nog eens de toegelaten 60 in ruime mate, iets wat mede leidt tot de vreemd uitgerekte trapgevel.
De conclusie kan onzes inziens geen andere zijn dan dat hier gepoogd is een veel te groot programma van eisen te realiseren. Dat heeft mede geleid tot een voor ons onaanvaardbaar ontwerp.
Wij bepleiten een herzien bouwplan met handhaving van de parcellering, een daarmee in overeenstemming zijnde kapvorm en een beperkter hoogte. Dat laatste is mede van belang gezien de zeer beperkte ruimte in deze hoeksituatie. Dat zal waarschijnlijk betekenen dat er een woning minder kan worden gebouwd, maar dat kan geen reden zijn om met een in ruimtelijk opzicht onaanvaardbaar bouwplan in te stemmen.
Alleen een in het historische beeld van de Palmgracht en de hoek van de Brouwersgracht passend bouwplan kan aanleiding vormen tot het slopen van een pand dat is ingedeeld in orde 2.

Hoogachtend,
namens de Vrienden van
de Amsterdamse Binnenstad,

J. Pinkse

Amsterdam, 29 maart 2002

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.