[Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad]

Weteringschans 211-217

Zienswijze

Aan het College van Burgemeester
en Wethouders van Amsterdam
p / a de Dienst Binnenstad
Postbus 202
1000 AE Amsterdam

Geacht college,

Van 11 tot en met 24 oktober 2001 ligt een bouwaanvrage voor het perceel Weteringschans 211-217 inclusief het naastgelegen doodlopende straatje ter inzage. Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad deel ik u mede dat wij tegen deze aanvrage bezwaren hebben. Een machtiging van de vereniging voeg ik bij.

Het bouwplan: de voorgevel aan de Weteringsschans. Het bouwplan: de achtergevel aan de Lijnbaansgracht.

Onze bezwaren betreffen allereerst het bebouwen van het straatje. De panden 211-217 en 219 zijn zeer duidelijk als hoekpanden gebouwd. Of het ooit de bedoeling is geweest ter plaatse een extra brug over de Lijnbaansgracht te maken is ons niet bekend. Morfologisch is het echter zeer goed zichtbaar dat aaneenbouwen van beide panden nimmer in de bedoeling heeft gelegen. Dat betekent niet dat er nooit verandering in de situatie zou kunnen komen, ware het niet dat het pand Weteringschans 219 vanwege zijn architectonische kwaliteiten samen met 221 en 223 is aangemerkt als een pand behorende tot orde 2 en dat deze panden zelfs zijn genomineerd als gemeentelijk monument.

Weterinschans 219-223
(foto C.L. Alons)

De zijgevel van Weteringschans 219 is zeer zorgvuldig gedetailleerd, heeft een geblokte onderverdieping, wordt geleed door twee uitgebouwde schoorstenen, lijsten en sierelementen en vormt een wezenlijk onderdeel van het totale beeld. Wij zijn van mening dat deze zijgevel in ieder geval in het zicht moet blijven en dat de kenmerkende vrije situering ter linkerzijde van het complex Weteringschans 219-223 moet worden gehandhaafd.
Het nieuwbouwplan ontkent op een botte manier de aanwezige waarden, want het sluit blijkens de ter inzage liggende tekeningen naadloos aan op het buurpand. Hoe dat kan zonder een ingrijpende aantasting van de zijgevel van nummer 219 is ons niet duidelijk, evenmin als de civielrechtelijke aspecten daarvan.

De zijgevels van Weterinschans 213-217 (boven) en 219 (rechts)
(foto's C.L. Alons)

Alleen al gezien het bovenstaande is naar ons oordeel het ingediende plan niet aanvaardbaar. Los daarvan roept het plan bij ons ook overigens geen overmatig enthousiasme op.
Aan het voorschrift dat de beganegrondverdieping aan de straatzijde minimaal 3,50 meter hoog moet zijn wordt naar de letter voldaan, maar er is in werkelijkheid helemaal geen sprake van een hoofdverdieping, zoals uit de indeling blijkt. Het gevelbeeld sluit aan bij die indeling; het suggereert dan ook een dienstverdieping. Daarmee wordt naar onze mening de bedoeling van de bepaling ontkracht. Door de zware omlijsting van het portiek ervaren wij de maat daarvan als onbevredigend. De dakkapellen zijn qua vorm afgeleid van de entree en de aan de linkerzijde doorgetrokken voorgevel. Qua detaillering vinden wij ze echter niet passen in het straatbeeld en de verdeling in het dakvlak lijkt ons niet fraai.

Ons belangrijkste bezwaar betreft echter de achtergevel. Deze gevel is door zijn situering aan de Lijnbaansgracht in feite ook een voorgevel maar daarmee is in de vormgeving in het geheel geen rekening gehouden. De nu voorgestelde gevel, die in het volle zicht vanaf de Lijnbaansgracht ligt, is onzes inziens in het historische stadsbeeld niet aanvaardbaar.
Daarbij komt dat aan de zijde van de Lijnbaansgracht het hek van het geprojecteerde dakterras zeer goed zichtbaar is. Dat leidt tot beeldverstoring, die nog wordt verergerd door het feit dat het hek slechts over iets meer dan de helft van het pand loopt. Als een dakterras echt gewenst is, is dat naar onze mening in deze situatie alleen aanvaardbaar wanneer de noodzakelijke terrasafscheiding op een goede manier in het totaalontwerp is ge´ntegreerd. Voor de zorg waarmee de toegang tot het dakterras is vormgegeven willen wij overigens graag onze waardering uitspreken.
Onze conclusie moet zijn dat het ontwerp zowel op zichzelf als in verband met de grove aantasting van de zeer waardevolle belending niet aanvaardbaar is.

Hoogachtend,

namens de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

J. Pinkse

Amsterdam, 19 oktober 2001