In memoriam ir. J.H. Mulder

Het overlijdensbericht van mejuffrouw ir. J.H. Mulder, in de wandeling bekend als Kootje Mulder, zal veel Amsterdammers hebben getroffen. Als opvolgster van de internationaal bekende Van Eesteren aan het hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst Publieke Werken was ir. Mulder geen opvallende figuur.

Wat haar beleid kenmerkte - want beleid was de leiding die zij gaf! - waren niet de spectaculaire projecten of uitspraken, maar de zorgvuldige aandacht voor het detail, het zoeken naar de beste oplossing voor veelal tegenstrijdige eisen.
Haar liefde ging vooral uit naar het Amsterdamse Bos, waarvan de aanleg voor een groot deel door haar werd ontworpen. Ook de liefhebbers van de binnenstad hebben echter reden om haar dankbaar te zijn. Hoe Stadsontwikkeling onder Van Eesteren dacht over de binnenstad is af te lezen uit de wedempbouwplannen-1953: Weesperstraat, Jodenbreestraat, Nieuwmarkt - en zo meer. Verkeersdoorbraken, krotopruiming en cityvorming waren de richtlijnen. De activiteit was geconcentreerd op de stadsuitleg volgens het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan; het Centrum zou daarbij moeten worden aangepast. In de jaren zestig en zeventig tekende zich de kentering af. Dat ging bepaald niet vanzelf. De vinnige strijd om de Jordaan en de Nieuwmarktbuurt is nog niet vergeten. De oppositie - enerzijds uit de hoek van de monumentenverdedigers, anderzijds uit buurt-actiegroepen-, kon zich daarbij niet realiseren, hoeveel moeite en hoeveel tijd het kost om een groot ambtelijk apparaat van koers te doen veranderen. De diensten werken door volgens jaren tevoren genomen besluiten van het gemeentebestuur - zij kunnen niet anders, ook al zouden sommige ambtenaren het liever anders willen.

Onder het wethouderschap van Joop den Uyl, die zowel Publieke Werken als Economische Zaken beheerde, waren burgemeester en wethouders altijd bereid om aan de wensen uit het bedrijfsleven tegemoet te komen. Het heeft maar weinig gescheeld, of de tuinen in de Keurblokken waren opgeofferd ter wille van parkeerruimte. De grote verdienste van mejuffrouw Mulder in die kritieke fase is geweest haar voorzichtige begeleiding, en haar opzet om ongewenste ontwikkelingen af te remmen en zo mogelijk te voorkomen.
Als geen ander kon zij luisteren. In de vergaderingen van de raadscommissie van bijstand voor de Publieke Werken was haar bijdrage in de vaak verhitte discussies overtuigend door de rustige, bescheiden naar voren gebrachte deskundigheid. Dat de binnenstad in die jaren gespaard is gebleven voor de uitvoering van agressieve hoogbouwplannen - de Parool-toren aan het Rokin was niet het enige gevaar van dien aard - is zeker te danken aan het hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling.
Terwijl het ambtelijk apparaat en de grote meerderheid van de Raad nog van mening waren dat de Jordaan eigenlijk voor driekwart afgebroken zou moeten worden om daar een behoorlijke woonbuurt te kunnen inrichten, was mejuffrouw Mulder bereid om voorzitter te worden van de Stichting Claes Claesz Hofje.
Het Claes Claesz Hofje is het eerste grote herstelplan in de Jordaan geweest volgens de nu vanzelfsprekend geachte uitgangspunten: handhaving van de historische structuur en bebouwing, met verbetering van de woonaccommodatie. Het was een stadvernieuwingsproject 'avant la lettre'. Zonder deze voorzitter zou het plan waarschijnlijk op een van de vele bureaucratische klippen zijn vastgelopen. Amsterdam heeft veel aan haar te danken.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 113, februari 1989)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.