Herstelde heiligenbeelden

De stad in stilte versierd

Erfgoed is wat wij als samenleving de moeite waard vinden om van ons verleden te bewaren. Door poortjes en geveltoppen te doen restaureren of het Draaiorgelfestival te organiseren draagt de Stichting Heijmeijer van Heemstede hier letterlijk haar steentje aan bij. Ook als erfgoed is vernield, geroofd of vergaan, kan de herinnering daaraan harder zijn dan steen en voort blijven leven in ons gemeenschappelijk geheugen. Aan zo'n herinnering kan opnieuw vorm worden gegeven door het oprichten van een standbeeld of het aanbrengen van een plaquette etc. Om de geschiedenis levend te houden heeft de stichting een aantal heiligenbeelden opnieuw laten maken.
Afb.1:  Sint Nicolaas in de Sint Nicolaasstraat
hoek Oudezijds Voorburgwal

In Amsterdam dragen verschillende straten de naam van een heilige. Sommige van die straten of stegen - van stijgen (tegen de dijk op) - zijn genoemd naar de daar (destijds) gelegen kerken, kloosters of gasthuizen, zoals bijvoorbeeld de Sint Luciensteeg - naar het St.-Luciënklooster (14141578), dat na de Alteratie Burgerweeshuis werd - , de Sint Geertruidensteeg, een zijstraat van de Nieuwezijds Voorburgwal, die genoemd was naar het St.-Geertruiklooster (1432-1585), en de Onze Lieve Vrouwesteeg, naar de Onze Lieve Vrouwekapel, die van circa 1350 tot 1578 aan de Nieuwendijk stond, tegenover het O.L.V.-gasthuis. De herkomst van andere straatnamen die naar heiligen zijn genoemd, ligt minder voor de hand. 'Elders zijn het afbeeldingen van heiligen geweest, die een St. Pieterssteegje, een St. Jacobsgang en anderen van dien vorm in 't leven geroepen hebben [...] daar weder zette eene vrome vrouw de Moabitische Ruth in den gevel, die den naam gaf aan een Ruttengang. En namen als Paternostersteeg en Hemelrijk zijn ongetwijfeld aan soortgelijke afbeeldingen hunnen oorsprong verschuldigd',1 schreef de onderwijzer-geschiedkundige Jan ter Gouw (1814-1893), die wij kennen van zijn Uithangteekens. 'Behalve de genoemde afbeeldingen, die ten doel hadden, gevel of luifel te vercieren en het huis een naam te geven, had men oudtijds te Amsterdam, zoowel als elders, aan de hoekhuizen ook nog een ander soort van beeldjes van vrij wat hooger beteekenis, gewijde beeldekens, santen en santinnen in kleine kastjes of kapelletjes, welke het voorwerp waren van de devotie der buurtgenooten, die er gaarne hunne waskaars offerden [...] Sommige straten, aan welker hoek zulk een beeldje stond, hebben er den naam van ontleend. Vier daarvan zijn nog heden in gebruik; juist aan de beide hoofdstraten der oude stad, twee aan de Oude, en twee aan de Nieuwe Zijde: Sint-Jansstraat, Sint-Annenstraat, Sint-Nicolaasstraat en Sint-Jakobsstraat. Van deze vier was Sint Nicolaas de voornaamste, want hij was de patroon der stad, en overal bemind om zijne 'snoeperie ende slickerdemick’. (2)

Afb.2:  Sint Jacob

Van Walich Syvertsz. (1549-1606), die van 1592 tot 1593 kerkmeester was geweest van de Oude Kerk en een boekje had geschreven over de Roomse gebruiken die hij zich herin nerde van voor de Alteratie (1578), weten we 'datter een Sinte Nicolaes beeldt in eene Casse oft huysken op den hoeck van sijn straet [en de Kalverstraat] al hier stonde'. Op straathoeken in Brabant, Limburg, België of Beieren zien wij nog altijd dergelijke heiligenbeelden in een huisje of kastje. Bij dat beeld in de Sint Nicolaasstraat kwam de kapelaan van de Catharienenof Nieuwe Kerk iedere 5de december, na het ondergaan van de zon, met zijn misdienaarkens schoone liedekens zingen: 'Want als het lof inde nieuwe Kercke uyt was, soo ginghen de Capellaen ende de Sangmeester, met een deel van de Scholieren, hebbende alle haer Choor cleederen aen voor dat Beelt van Sinte Nicolaes staen, ende schoncken hem een deuntghen, t'welck gheeyndicht zijnde, viel men voor dat Beeldt neder op de knye, ende de capellaen sang het Oremus: Waer inne hy was biddende, dat wy door de verdiensten ende ghebeden van Sinte Nicolaes, vande brant des helsche vyers mochten verlost werden'.3 Deze traditie zou nu in ere hersteld kunnen worden, ware het niet dat er nauwelijks meer misdienaren zijn en de beoogde pastoor vaak zo vals zingt als een kraai.

Afb.2a: Sint Jacob op de hoek van de Sint Jacobsstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal

Ook was het volgens Sywertsz gebruikelijk op een feestdag heiligenbeelden te kleden met 'gouwe-Lakens Cappen aen ende des anderen daeghs roode fijne Fluwele Cappen, onder met sije frangje en Silvere, clinckende schellekens behangen'. Bij feesten van blijdschap gebeurde dat met witte en op feesten van droevenisse met zwarte koorkappen. Nog altijd zien we dit bij heiligenbeelden als de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch of Maria Sterre der Zee naast de O.L.V.-kerk te Maastricht, en overigens ook bij beelden in India of Nepal.

Afb.3:  Sint Anna in de Sint Annenstraat

'Van de beeldjes aan de drie andere straten: St. Jan, St. Anna en St. Jakob, weet ik niets bijzonders te vertellen, vervolgt Ter Gouw zijn relaas in de Amstelodamiana, 'alleen weten wij, dat zij vrij oud waren, want de straten waren al in de 15e eeuw er naar gedoopt, en St. Jakob had niet ver van zijne straat ook zijne kapel'. De oorspronkelijke beelden moeten dus in de late middeleeuwen zijn gemaakt en zijn waarschijnlijk tijdens of niet lang na de Beeldenstorm (1566) kapotgeslagen of verloren gegaan, al weten we nu - onverlet de intellectuele discussies tussen godsdienstgeleerden en hun aanzetten tot verandering - dat die beeldenstorm eerder een broodoproer was.

Heiligenbeelden teruggebracht

De Stichting Heijmeijer van Heemstede heeft zich de afgelopen jaren ingezet om deze vier heiligenbeelden terug te brengen. Maar wil je een beeld in het straatbeeld plaatsen, dan moet dat wel enigszins sporen met wat er ooit zat. De beeldhouwer moest dus een kenner zijn van de stijl en uitdrukking van rond 1450. Die werd gevonden in Ton Mooij, die de beelden op de Sint Jan in Den Bosch reconstrueerde. Voor onze stad hakte hij - behalve het beeld van de stedenmaagd bij de ingang van het Vondelpark - drie nieuwe beelden van Sint Nicolaas, Sint Anna en Sint Jacob. Zijn leerling Koen van Velzen maakte het beeld van Sint Jan. De beelden zijn vervaardigd uit Bentheimer zandsteen.

Sint Nicolaas was de patroon van (zeevarend) Amsterdam. Die zeelieden en het schip zijn later verbasterd tot kinderen in een ton. Het beeld dat de stichting (aan de kant van de Nieuwezijds Voorburgwal) in de Sint Nicolaasstraat heeft aangebracht zit als het ware ook in een huisje. De Sint zegent een schip in nood en er wordt zelfs een omgekomene een zeemansgraf in geduwd.

Afb.4:  Sint Jan in de Sint Jansstraat

Het beeld van Sint Jacob is getooid met zijn reisstaf, -hoed en -tas, met een kalebas die als waterkruik diende, en een vroegmiddeleeuwse rozenkrans: benen ringetjes, die elk aan één kant op een stukje leer zijn genaaid en die bij ieder gebed werden omgeklapt. Nu dit beeld is teruggebracht, begint hier de pelgrimsroute van Amsterdam naar Sint Jacob van Compostella. Mogelijk vertrokken de pelgrimstochten in de middeleeuwen vanaf de nabijgelegen St.-Jacobskapel; de Vijzelstraat heette vroeger Sint Jacobspad.

Sint Anna - 'Annen' is de genitief of tweede naamval - is afgebeeld als moeder, die haar dochtertje Maria leert lezen uit het (Oude) Testament. In de Sint Annendwarsstraat was alleen op de hoek een geschikte plek. Een daar tegenover wonende moslim gaf bij de onthulling aan dat hij goed op 't beeld zou passen, want Hanan en Maryam behoren immers ook tot zijn cultuur. Sint Jan is uitgebeeld in kameelharen vacht, met het lam, dat geslacht zal worden, en een schelp waarmee hij kan dopen.

De nieuwe beelden verlenen de middeleeuwse straten en stegen weer een ziel en versterken de beleving van het historische Amsterdam.

Jos Otten
Stichting Heijmeijer van Heemstede

Met dank aan Juliet Oldenburger
Foto's: Wim Ruigrok

Voetnoten
1. J. ter Gouw, Oorsprong en afleiding van de namen der grachten, eilanden, pleinen, straten, stegen, bruggen sluizen en torens dezer stad, Amsterdam 1866, p. 46.
2. J. ter Gouw, Amstelodamiana, dl. I, Amsterdam 1874, p. 102 e.v. Het eerste deel van dit boek is gewijd aan de herkomst van straatnamen.
3. Walich Sywertsz, Roomsche mysterien, ondeckt in een cleyn tractaetgen [...], Amsterdam 1604, zonder paginanummer.

(Uit: Binnenstad 303, apr./juni 2021)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.