Levend Amsterdam, hoe een stad met haar monumenten omgaat

Onder bovenstaande titel wordt door de Stichting Amsterdam Monumentenstad 1987 een boek voorbereid met een tweetalige tekst (Nederlands en Engels), terwijl van het voorwoord tevens een vertaling in het Frans en het Duits zal worden toegevoegd.

<i>Levend Amsterdam, hoe een stad met haar monumenten omgaat</i>, Amsterdam 1987
Levend Amsterdam, hoe een stad met haar monumenten omgaat, Amsterdam 1987

De omvang wordt circa 172 pagina's, formaat 21 x 26 cm, uitvoerig geïllustreerd met foto's in zwart wit. Voorlopig is de oplaag bepaald op 2000 exemplaren.

Internationaal bestaat een toenemende belangstelling voor de wijze waarop in Amsterdam, de grootste historische stadskern van Europa, de oude plattegrond en bebouwing opgenomen wordt in de stadsvernieuwing. Dat de attractie van Amsterdam voor het toerisme naar Nederland van essentieel belang is, behoeft geen betoog. Het bijzondere van de Amsterdamse werkwijze is de nauwe samenwerking tussen het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg en een groot aantal particuliere 'non-profit'-organisaties. Toen dit Bureau in 1953 werd opgericht, heeft men niet gekozen voor het in perfecte historische staat brengen van een beperkt stadsgebied, maar voor het stimuleren van particuliere initiatieven, gespreid over de hele oude stad, waardoor een brede herstelbeweging op gang werd gebracht. Over dit werk bestaan slechts incidentele publikaties in het Nederlands, een overzicht ontbreekt. Voor buitenlandse bezoekers die hier toch vaak naar vragen, is nog geen informatie beschikbaar.

Eindredacteur van het boek is dr. Richter Roegholt die zelf, behalve het voorwoord, aan de hand van vraaggesprekken met Henk Zantkuijl, het hoofdstuk heeft geschreven 'De stad verzorgt haar erfdeel'. Dit betreft enerzijds het stimuleren en begeleiden door de gemeente van particuliere restauratie-initiatieven, anderzijds het beheer van belangrijke monumentale stadsgebouwen, zoals de torens en het Amsterdams Historisch Museum, het vroegere Burgerweeshuis.

Over de Vereniging 'Hendrick de Keyser', de oudste restaurerende instelling van ons land, die in Amsterdam 75 kostbare panden in eigendom heeft, is een hoofdstuk geschreven door de directeur van de vereniging, ing. W. Raue. De Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel nv met een bezit van ruim 300 panden wordt behandeld door J. M. van der Veen. Het hoofdstuk 'Een tros van kleine stichtingen' (Diogenes, Claes Claesz. Hofje, de Pinto, het West-Indisch Huis e.a.) is van de hand van Geurt Brinkgreve, die tevens het hoofdstuk 'Het decoratieve detail' schreef. Drie particuliere eigenaren, ir. F. H. Fentener van Vlissingen, prof. dr. L. H. van Twee! en Cl. Merkelbach van Enkhuizen, vertellen over hun ervaringen bij het restaureren van de panden die zij zelf bewonen of verhuren. Mevrouw drs. J. Bierenbroodspot-Rudolph schreef over de zorg voor de jongere bouwkunst, van na 1850. M. Stokroos en mevrouw de Loches-Rambonnet, beiden medewerkers van het Bureau Monumentenzorg, behandelen de bruggen en het monumentenbehoud in het kader van de stadsvernieuwing.

De auteurs kennen hun onderwerpen uit eigen ervaring, de eindredacteur is verantwoordelijk voor de samenhang van het geheel. Uitgever is J. C. Gieben, gespecialiseerd in internationale wetenschappelijke publikaties. Medio mei 1987 moet het boek verschijnen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 103, mei 1987)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.