Het schetsplan-1969 voor de Jordaan

Aan het vouwblad dat de bewoners van de Jordaan eind 1969 in hun brievenbus vonden hadden twee gemeentelijke instanties veel zorg besteed. De Stadsdrukkerij leverde een perfect stuk drukwerk.

Afbraak in de Nieuwe Leliestraat, 1972. Hier verrees als pioniersproject van woningwetbouw een complex z.g. 'Nieuwenweg-woningen'.
Afbraak in de Nieuwe Leliestraat, 1972. Hier verrees als pioniersproject van woningwetbouw een complex z.g. 'Nieuwenweg-woningen'.

Op de ene zijde van het vel staat de plattegrond van de Jordaan, waarop de gesloopte of bouwvallige ·panden en de monumenten zijn aangegeven, en daar naast het toekomstbeeld, zoals de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken zich dat toen voorstelde. In kleuren zijn bestaande bebouwing, nieuwe bebouwing, erf, voetgangersgebied en fietspaden aangeduid. Op de andere zijde vindt men een brief van Burgemeester en Wethouders aan de Jordaanbewoners en een verklarende tekst over het plan. Schematische prentjes met cijfers vatten de doelstellingen samen: het aantal bewoners moest dalen van 20.700 naar 13.000, het aantal woningen van 8700 naar 4080, het totaal vloeroppervlak woningen van 63 ha naar 49 ha, maar het gemiddelde oppervlak per woning zou stijgen van 71 m2 naar 120 m2.

Meer dan een schetsplan

Voor Stadsontwikkeling was dit ontwerp méér dan een schets, er was een grondige studie aan voorafgegaan. De kaart en de cijfers gaven de overtuiging weer van de gemeentelijke experts dat het zó moest en niet anders. ' Laten wij vooral duidelijk zijn' , zo staat in de toelichting. 'Bij de discussies die wij reeds hebben gehad, gingen er stemmen op die meenden dat wij te ver gingen met onze ideeën, dat er van de Jordaan weinig overblijft, dat wij proberen een tuinstad in de binnenstad te maken. Wij delen die mening niet, wij hebben sterk de indruk dat een minder vergaande verbetering geen bevredigende woonsituatie zal geven en daardoor geen aantrekkingskracht op de bewoners zal uitoefenen. Evenmin delen wij de mening van heel veel mensen, die veel radicaler te werk willen gaan en die liefst een volledig nieuwe wijk willen zien verrijzen. Daarvoor is er teveel in en aan de Jordaan wat ons dierbaar is'.
Over het aspect volkshuisvesting, waarop nu alle gemeentelijke aandacht is geconcentreerd, lezen wij: 'De Jordaanvernieuwing zal veel geld vragen van de overheid en van particulieren, die willen herstellen of nieuw bouwen. Geld is er helaas maar mondjesmaat. Ook daar door duurt de uitvoering lang. Maar er is meer. De nieuwe en verbeterde woningen in een betere woonbouw zullen hogere huren moeten opbrengen. Alle waar is naar zijn geld. Het valt nog niet te overzien, hoeveel hoger de huren zullen zijn ... Het streven is erop gericht naast de ongetwijfeld duurdere woningen ook woningen in de lagere huurklassen te houden of tot stand te brengen ... '.

Protesten

Affiche van de Actiegroep Jordaad waarop de te slopen bebouwing in rood is aangegeven.
Affiche van de Actiegroep Jordaad waarop de te slopen bebouwing in rood is aangegeven.

Van de vele protesten tegen het plan-1969 vermelden wij er twee; het van grote kennis van zaken getuigende adres aan de Gemeenteraad van het Genootschap Amstelodamum, waarvan op deze bladzijden enkele passages zijn afgedrukt, en de affiche van de actiegroep Jordaad die eveneens is gereproduceerd. Meer dan alle gesproken en geschreven woorden heeft deze plaat, waarop nauwkeurig de bebouwing staat aangegeven die bij uitvoering van het schetsplan zou moeten verdwijnen, de gemoederen wakker geschud. Toch zou het onbillijk zijn om het schetsplan te beschouwen als een ambtelijke vergissing die maar liever vergeten moet worden. Het is hoe dan ook een belangrijk document, waarin veel is terug te vinden van het vroegere denken over wat toen sanering heette en nu stadsvernieuwing. Nu wij zoveel jaren verder zijn en in een bezuinigingsperiode verkeren is het gemakkelijk om te constateren dat het een ramp geweest zou zijn, wanneer het plan rechtskracht had gekregen. Alleen met een gigantisch budget en een snelle, harde. hand bij onteigening en verplaatsing van bewoners en bedrijven is een dergelijke onderneming uitvoerbaar. Zo heeft prefect Haussmann omstreeks 1860 een groot deel van Parijs laten afbreken voor de aanleg van de grote boulevards: de gevolgen van de gedwongen verhuizing zijn nog steeds merkbaar in de huurkazernes van de perifere arrondissementen.
De motivering van het schetsplan-1969 was weliswaar tegenovergesteld aan die van Haussmann, het ging Stadsontwikkeling om een gezonde woonwijk en allerminst om ' grandeur' en gendarmerie tactiek, maar het ontwrichtende effect van de sloopoperatie zou op een kleiner gebied nog ernstiger zijn geweest door het huidige tempo van de procedures.

Parkeren

Afgezien van de praktische uitvoerbaarheid van het geheel zijn er punten in het plan-1969 die nog steeds aandacht verdienen. In de toelichting staat: 'De knusse tafereeltjes op oude foto's en prenten, waar de kinderen op de straten speelden en de families op de stoepen zaten of uit het raam hingen, herinneren ons aan de tijd dat de smalle Jordaanstraatjes nog niet potdicht zaten met geparkeerde auto's. De auto geeft nu vaak ergernis, stank, kortom, vormt voor iedereen, ook voor de autobezitters zelf, een groot probleem '. Een van de doelstellingen was dan ook het stichten van enkele parkeergarages. In de huidige detail uitwerkingen van het globale bestemmingsplan worden wel zo nu en dan voetgangerszones voorzien, maar parkeergarages behoren voor het gemeente bestuur tot de 'onbespreekbare' zaken.
Een van de gevolgen is dat kleine, niet hinderlijke bedrijven die voor de levendigheid en de werkgelegenheid van de buurt van groot belang zijn, en die het konden volhouden dankzij lage huisvestingskosten, óf ophouden óf verhuizen, omdat zij voor hun klanten onbereikbaar worden.

Huurniveau

Interessant is ook de realistische kijk op het huurniveau, dat door nieuwbouw en woningverbetering onvermijdelijk om hoog gaat. Voorzichtig is geformuleerd dat 'het streven erop gericht is' om óók woningen in de lagere huurklassen te houden. Dat streven schijnt nu het uitsluitende doelwit van de stadsvernieuwing te zijn geworden, waarbij vergeten wordt dat slechte woningen nu eenmaal lage huren hebben en dat woningwetbouw een zwaar door de rijksoverheid gesubsidieerde sector vormt die geen monopolie kan opeisen. Ook voor mensen die de kostprijs voor hun woning wél kunnen betalen moet ruimte zijn. Maakt het plan-1969 de indruk van een monocultuur-produkt van stedebouwkundigen, die hun denkbeelden over een bruikbare binnenstadswijk hadden geprojecteerd op de Jordaan, de huidige praktijk lijkt een monocultuur van volkshuisvesters te worden. Schoot het één tekort in aandacht voor de kwaliteit van het historische gegeven, dan tekent zich nu een tekort af aan waardering voor de levendigheid, de variatie en het particuliere initiatief.

Monumentenzorg


6 september 1972: wethouder Lammers slaat de eerste paal. De avond ervoor had
een boze hoofdambtenaar opgebeld: het was zéér onbehoorlijk om een pas gekozen
wethouder daarvoor uit te nodigen, het was in strijd met de nog niet ingetrokken
Bevriezingsverordening Jordaan. Lammers kwam toch, uiterst opgewekt:
6 september 1972: wethouder Lammers slaat de eerste paal. De avond ervoor had een boze hoofdambtenaar opgebeld: het was zéér onbehoorlijk om een pas gekozen wethouder daarvoor uit te nodigen, het was in strijd met de nog niet ingetrokken Bevriezingsverordening Jordaan. Lammers kwam toch, uiterst opgewekt: "Een illegale paal slaan, om je rot te lachen". Het bestemmingsplan Jordaan, dat de stedenbouwkundige structuur handhaaft en daarmee ook de restauratie van het hofje legaliseert, was op 22 juni 1972 door de raad vastgesteld.

Er is nog een derde gemeentelijke instantie die zich intensief met de Jordaan bezighoudt, namelijk het Bureau Monumentenzorg. In 1978 verscheen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Bureau het boek De Jordaan, 28.000 meter gevelwand. Het bevat een nauwkeurige opmeting van alle gevelwanden in de Jordaan en een tweetal inleidende hoofdstukken 'Restaureren in de Jordaan' en 'Stadsvernieuwing en monumentenzorg'. Het eerste hoofdstuk eindigt aldus: 'Het aanzien van de Jordaan op 1 januari 1978 is hierachter als tijdsbeeld volledig weergegeven . Een scala van huistypen, architectuurvormen en gaten. Een stadsdeel in beweging. Breken en bouwen, behouden en vernieuwen, schoonheid naast verkrotting, gelukkig nog geen verstarring, hopelijk wel toekomst. De geschiedenis leert dat de Jordaan voor hetere vuren heeft gestaan. Restaureren zal men altijd in de Jordaan, wat wij dan ook onder restaureren mogen verstaan; want restaureren behoort bij leven en wonen. Het is het doorzetten van een transformatieproces. Zou een tikkeltje méér overheidshulp, maar minder bemoeiing misschien de weg openen naar een soepeler en op het werkelijke leven afgestemde regeneratie?'

Geurt Brinkgreve

ENKELE PASSAGES UIT HET ADRES VAN HET GENOOTSCHAP AMSTELODAMUM AAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM, VAN 6 APRIL 1970

In de loop der eeuwen is een groot gedeelte van de bebouwing in de Jordaan enige malen vervangen en vernieuwd. Dit gebeurde meestal incidenteel. De buurt wordt daarom gekenmerkt door een sterk gemengde bebouwing uit vier verschillende eeuwen van zeer uiteen lopende kwaliteit. Juist aan deze incidentele vernieuwingsprocessen dankt de Jordaan haar variëteit en levendige stadsbeeld. Tot het uitbreken van de tweede wereldoorlog is dit proces van geleidelijke vernieuwing voortgegaan. De oorlog bracht ook in de Jordaan sloopschade. Daarna geraakten de eigenaren van de huizen steeds meer in een toestand van apathie door de aankondiging van wederopbouw- en saneringsplannen, waarvan overigens ook al na de eerste wereldoorlog sprake was. De 'bevriezingsverordening' beperkte vervolgens de mogelijkheden tot nieuwbouw. Bovendien ontnam deze verordening de ondernemers de moed om in de af brokkelende buurt tot positieve daden te komen, voor zover binnen het bestaande volume wel gebouwd mocht worden. Hypotheeknemers werden huiverig in de Jordaan te investeren. Desondanks neemt de belangstelling voor het wonen in de Jordaan de laatste tijd voortdurend toe, hetgeen blijkt uit de vestiging van nieuwe bewoners uit alle lagen van de bevolking.
Het vouwblad stelt dat het aantal inwoners van de wijk in de loop der jaren is gedaald van 80.000 tot 20.000. Dit is niet verrassend indien men er rekening mede houdt dat de bevolking van de gehele binnenstad in de loop van de twintigste eeuw is gedaald van ruim 300.000 tot minder dan 100.000. De snellere ontvolking van de Jordaan ten opzichte van de gehele binnenstad is een begrijpelijk verschijnsel omdat deze wijk in het begin van deze eeuw duidelijk overbevolkt was. Het is een bekend gegeven dat deze exodus niet alleen verklaard wordt door ontevredenheid over de woonkwaliteit of door het proces van cityvorming. Vooral de voortdurend stijgende vraag naar meer (woon)ruimte per hoofd van de bevolking doet het aantal inwoners van alle bestaande woonwijken geleidelijk dalen. Uit de statistische gegevens op het vouw blad blijkt dat de huidige 20.700 bewoners van de Jordaan de beschikking hebben over 63 hectaren woon-vloeroppervlak. Dit is gemiddeld 30,45 vierkante meters per hoofd van de bevolking. Tabel drie op bladzijde 60 van het 'Voorontwerp van de Tweede Nota over de Amsterdamse binnenstad' vermeldt overigens - voor hetzelfde gebied! - 85,18 hectaren aan woon-vloeroppervlak, hetgeen overeen zou komen met 41,15 vierkante meters per hoofd van de bevolking. Deze cijfers steken stellig niet ongunstig af bij die der andere wijken van Amsterdam. Het thans beschikbare woon-vloeroppervlak per hoofd van de bevolking doet zelfs niet onder voor de nieuwste buitenwijken.
Wij zijn ons ten volle bewust dat de maatschappelijke structuur van de Jordaan snel verandert. De Jordaan is momenteel, ondanks de gesignaleerde gebreken, bijzonder in trek bij een avant-garde van studenten, kunstenaars en intellectuelen. Ook vreemdelingen vestigen zich hier nog steeds gaarne. Talloze buurtwinkeltjes die door de geleidelijke daling van het aantal inwoners en door de hogere eisen, die aan de moderne middenstander worden gesteld, hun deuren hebben moeten sluiten, worden heropend als mode- en specialiteiten-boetieks, antiekwinkels en kunstzaaltjes. De huidige Jordaan wordt onder meer gekenmerkt door een maatschappelijk sterk gemengde, jeugdige idealistische bevolking, die ondanks het onmiskenbare verval juist deze stadswijk met zijn kleine, intieme schaal en zijn veelzijdige karakter prefereert boven de wat zakelijke nieuwe woonwijken.
Wij zijn van mening dat het schetsplan, dat thans ter discussie is gesteld, niet uitgaat van de hier beschreven maatschappelijke situatie. Wij zijn er daarentegen van overtuigd dat weinig buurten in Amsterdam als juist de Jordaan zulke goede kansen bieden op een spontane rehabilitatie zonder ingrijpende wijzigingen in de gegeven structuur. Teneinde deze spontane rehabilitatie te bevorderen is onzes inziens een geheel ander beleid nodig dan het kostbare, tergend langdurige en deprimerende proces van ontruiming, afbraak en bloksgewijze nieuwbouw, dat het schetsplan voor stelt.
De stimulering van een spontane rehabilitatie zou de volgende maatregelen vereisen:
1. Bevordering van het stelsel van de bebouwing door restauratie van monumenten, verbetering en verticale samenvoeging van bouw-technisch redelijke maar te kleine woningen, herstel van huizen met technische gebreken en vervanging door incidentele nieuwbouw van bouwvallige en esthetisch onaantrekkelijke panden. Wij heb ben in dit verband geconstateerd dat op de linkerkaart van het vouwblad ruim 300 monumenten van de definitieve Rijkslijst niet zijn aangegeven.
2. Bevordering van het herstellen van de tuinen in de oorspronkelijke binnenterreinen door afbraak van loodsen en werkplaatsen van vooral die bedrijven, die door omwonenden blijkens een in te stellen enquête als hinderlijk worden ervaren.
3. Afzien van het openbreken van de bestaande bouwblokken. Hierdoor zou de beslotenheid en de intimiteit van het stadsbeeld worden verwoest, terwijl bovendien de bestaande achtergevels geen aantrekkelijke afsluiting zullen vormen van de voor gestelde openbare binnenterreinen.
4. Handhaving van het veelzijdig-gemengde grondgebruik door de aanwezigheid van winkels, kleine werkplaatsen en cafés tussen de woonbebouwing ook in de toe komst te tolereren.
5. Beperking van het verkeer in- de straatjes door parkeerverboden en inrij-verboden voor brede en lange voertuigen. De minder gewenste bedrijven zullen - voor zover zij niet zelf weggaan - langzamerhand door de overheid moeten worden verplaatst. Parkeergarages zullen zoveel mogelijk buiten de Singelgracht moeten worden gesitueerd. Wij mogen eraan herinneren dat de Jordaan bijna nergens breder is dan 400 meter, een maat, die momenteel in de Bijlmermeer als aanvaardbare loopafstand wordt gehanteerd. Het is zinvol het autoverkeer in de Jordaan te beperken. De verbreding van de karakteristieke straatjes en ook van de Rozengracht achten wij verwerpelijk. De verbreding van de Rozengracht en de bouw van een viaduct over de volle lengte van deze straat achten wij in flagrante strijd met de thans vrijwel algemeen aanvaarde gedachte dat het verkeer dient te worden aangepast aan de stad en niet omgekeerd.
Dit alles overwegende zijn wij dan ook van mening dat het voorgelegde schetsplan niet de juiste uitgangspunten heeft, daar het vrijwel geen blok in de Jordaan onaangetast laat en gehele delen van de wijk wil afbreken en door een ruim-verkavelde nieuwbouw wil vervangen. Wij achten het plan bovendien verwerpelijk omdat het geen plaats laat voor de autochtone bevolking en ook geen rekening houdt met de wensen van de vele jongeren, die zich bij voorkeur in de bestaande Jordaan vestigen.

(Uit: De Lamp van Diogenes 84, februari 1984)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.