Binnen de Vierde Uitleg van 1662 is de Kerkstraat aangelegd als dienststraat ter ontsluiting van de achter de grachtenhuizen te bouwen koetshuizen. De panden Keizersgracht 524 en 526 kregen een groot koetshuis, dat in 1758 werd verbouwd en het aanzien kreeg zoals weergegeven op het schilderij van Hendrik Keun, dat wordt bewaard in het Rijksmuseum (afb. 1). Dit koetshuis behoort tot de belangrijkste monumenten van de Amsterdamse binnenstad. Boven de stallen van het koetshuis bevonden zich twee koetsierswoningen, elk met een eigen zolder met hijsbalk en vlieringluik – de hijsbalken aan de voorgevel in de Kerkstraat verraden de plaats van de twee achter de voorgevel gelegen zadeldaken.
Achter het koetshuis verrees nog een lager tuinhuis, eveneens behorend bij de tuinen van de panden aan de Keizersgracht. Tezamen vormen de gevels van koets- en tuinhuis de architectonische afsluiting van het grachtenhuis-complex aan de Keizersgracht en de daarbij behorende keurtuin. Ter opluistering van dit geheel werd de achtergevel van het koetshuis aan de tuinzijde voorzien van nissen met beelden van Ceres en Hercules en werd de gevel bekroond met een attiek, bestaande uit een balustrade en een midden verhoging met wa- pen en kuif. Omdat het niet de bedoeling was dat het personeel in de grachtentuin kon kijken, is de achtergevel van het koetshuis 'blind'.
De attiek op de koetshuisgevel was al eerder verdwenen, maar werd in 1976 aan de hand van het schilderij van Hendrik Keun opnieuw gesneden door Hans ’t Mannetje en Maarten Robert van het restauratieatelier Uilenburg (afb. 2). Ook het centrale opzetstuk op het lager gelegen tuinhuis keerde destijds terug. In de periode 1968-1986 was Hans ’t Manne tje (1944-2016) de drijvende kracht achter dit restauratieatelier in de Uilenburger syna goge, waar hij talrijke jonge mensen heeft opgeleid in het ambachtelijke restaureren van gebeeldhouwde bouwfragmenten. Binnen de grote restauratiestroom van de jaren zeventig en tachtig vervulde het atelier een belangrijke rol bij restauratieprojecten; veel verdwenen decoratieve onderdelen keerden in deze periode in het stadsbeeld terug.
In 2021 ontdekte de VVAB echter dat de attiek van het koetshuis was verdwenen. Van het afgenomen opzetstuk restten slechts enkele losse onderdelen. In een handhavingsverzoek heeft de vereniging het stadsdeel hier toen op gewezen. Vanwege de beeldbepalende waarde van de attiek heeft de gemeente de eigenaar toen opgelegd om deze in de oorspronkelijke hoedanigheid terug te brengen, waarbij werd aangegeven dat de restauratie omgevingsvergunningplichtig is. De nieuwe eigenaar bleek hiertoe bereid.
In overleg met Monumenten en Archeologie is toen een nieuw ontwerp voor de attiek gemaakt, dat door een computer in een 3D-model is vertaald. Het centrale middenornament is daarna in verschillende onderdelen geprint op een 3D-printer, die vervolgens aan elkaar zijn gelijmd. De nieuwe attiek is dus niet van hout maar van kunststof: het materiaal was afkomstig van oude PET-flessen. Het ontwerp is bovendien nog verbeterd door een deskundige, bekend met de achttiende-eeuwse vormentaal. In de middenverhoging uit 1976 bleken namelijk twee handen aanwezig: de ornamentiek aan de linkerzijde was niet helemaal gelijk aan die aan de rechterkant. Dit is nu gelijkgetrokken. Vervolgens is de middenverhoging met plamuur afgewerkt en handmatig bijgewerkt, waarbij de randen scherper zijn aangezet om het karakter van de oorspronkelijke houtbewerking te imiteren. Hoewel een kenner wel kan zien dat de ornamentiek uit de computer komt, is dit vanuit de tuin niet te zien. Al met al is de vormgeving van het middenornament heel geslaagd. Overigens zijn niet alle onderdelen nu van kunststof: de hoekstukken, één van de vazen daarop en de reling van de balustrade zijn nog 'origineel', dat wil zeggen afkomstig van van de attiek van Hans ’t Mannetje.
Het nieuwe opzetstuk is kortom op een totaal andere manier gemaakt dan in 1976. Een opmerkelijke ontwikkeling, ook vanwege de gekozen methodiek waarover in monumentenland het laatste woord nog niet is gezegd. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de toekomst voor het restauratieambacht? Is het onvermijdelijk dat we binnen de monumentenzorg steeds meer van dergelijke technieken gaan gebruiken? De betrokken adviseur, beeld- en ornamentsnijder, ondervond overigens dat het productieproces met gebruik van de computer meer ambachtelijk was dan hij van tevoren had gedacht.
Helaas wordt de feestvreugde over de terugkeer van de attiek
getemperd door een ernstige fout die de gemeente niet op tijd heeft
opgemerkt. Het linkerdeel van de balustrade telt nu namelijk één
baluster minder dan het rechterdeel (afb. 3). Hierdoor staat het
linker hoekstuk van de attiek niet recht boven de hoekliseen van de
gevel, terwijl deze liseen visueel in het hoekstuk door zou moeten lopen. Dit is meer dan een
schoonheidsfoutje want de hele symmetrie van de gevel wordt erdoor verstoord. Een bewoner van het tegenover gelegen pand op de
Keizersgracht – oud-conservator van het Rijksmuseum – geeft aan
dat de attiek hem pijn doet aan de ogen en hij eigenlijk niet meer
uit het raam kan kijken.
Hoe heeft het zo mis kunnen gaan? Eerst dachten wij dat we
misschien zelf hadden zitten slapen en de vergunning hadden gemist. De afdeling Vergunningen
gaf echter aan voor dit adres geen
vergunning te kunnen vinden.
Hieruit maken wij op dat het opmerkelijke idee om het linkerdeel
van de balustrade in te korten
niet door de welstandscommissie is beoordeeld. Navraag leert echter dat M&A de reconstructie wel heeft begeleid. Waar is het dan
fout gegaan?
Bij het aanbrengen van de
attiek bleek dat de 'buurman' de
linkerkant van de kroonlijst van
het koetshuis inmiddels met een
(buiten zijn perceel uitstekende)
goot had overbouwd. Hierop is
besloten de attiek aan die zijde
in te korten. Was het echter niet
beter geweest de goot te verleggen of desnoods een blokje uit
het linker hoekstuk van de attiek
te zagen, zodat de symmetrie in
ieder geval gehandhaafd bleef?
Ons handhavingsverzoek uit
2021 had moeten leiden tot een
vergunningsprocedure, zoals de
gemeente ons in haar antwoord
ook in het vooruitzicht had
gesteld. Binnen een vergunningstraject had uit de tekeningen
kunnen blijken dat boven de
lijst een goot aanwezig was en
had naar een oplossing hiervoor
kunnen worden gezocht. De
reconstructie heeft echter vergunningsvrij plaatsgevonden,
waardoor er geen corrigerende
terugkoppeling is geweest.
M&A geeft intussen te kennen dat zij achteraf heeft geconstateerd dat de reconstructie
‘licht’ afwijkt van de tekening,
maar dat zij de reconstructie 'historisch verantwoord' acht.
En alsof hier helemaal niets
aan de hand is verkondigt zij
op haar website (in de rubriek
'Erfgoed van de week') dat "met
de gereconstrueerde attiek het
oorspronkelijke beeld van het
rijksmonument werd hersteld" en dat "met veel inzet van de
eigenaar op een overtuigende en
onderhoudsarme wijze aan beeldherstel is gedaan, waardoor de
gevel nu door (alleen) de achterburen voor lange tijd weer in al
zijn pracht te bewonderen is".
Wij zijn met de gemeente in gesprek over deze kwestie.
(Een versie van dit artikel verscheen in: Binnenstad 316/317, voorjaar 2025.)
(WS, 27/3/2025)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel 2 reacties op dit artikel.
ongelofelijk dat degene die het nieuwe werk geplaatst heeft dit links zomaar ingekort heeft. Het is inderdaad geen gezicht. Laat degene die dit gedaan heeft het op eigen kosten herstellen . Dit werk is nu helemaal verpest.
L.W.P. Evers 10/9/2025 20:52:31
Ongelofelijk wat een verhaal! En fantastisch dat de attiek weer is teruggekeerd. Hulde aan onze vasthoudende secretaris Walther Schoonenberg!
Gr JR
mr Jaap Rehbock 28/3/2025 17:56:15