Bouwstop op Amstelstraat

Tijdens de tervisielegging van de verbouwingsplannen van Heineken voor de Amstelstraat hoek Wagenstraat bleek het stadsdeel al toestemming gegeven te hebben om met de werkzaamheden te beginnen. De vereniging vroeg een bouwstop, zodat eventuele zienswijzen in die beslissing kunnen worden meegenomen. Inmiddels heeft de vereniging een zienswijze ingediend.
De hoek Amstelstraat / Wagenstraat bestaat uit fraaie traditioneel-Amsterdamse winkel-woonhuizen, gerestaureerde Rijksmonumenten. Volgens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (thans RACM) hebben deze panden geen monumentale waarde omdat ze 'herbouwd' zijn.

Het kenbaar maken van een zienswijze zou weinig zin hebben als ondertussen de monumentale waarden worden aangetast. Door te bouwen zonder monumentenvergunning en dus zonder bouwvergunning wordt de gangbare procedure op onwettige wijze doorbroken en worden burgers waaronder onze vereniging beroofd van hun wettelijke rechten om hun zienswijze kenbaar te maken zodat deze kan worden meegewogen in de besluitvorming van het stadsdeel.

Bij bezoek ter plaatse is gebleken dat Heineken begonnen is het pand te 'strippen' zonder de monumentale onderdelen te slopen - die momenteel ter discussie staan - voordat de Monumentenvergunning is verleend. Desalniettemin is de toestemming die het stadsdeel heeft gegeven, naar onze mening, tegen de wet.

De vereniging is in gesprek met Heineken over de aanpassingen die zij aan de panden wil verrichten. Er zijn belangrijke toezeggingen gedaan: Heineken is bereid de plannen aan te passen om aan onze wensen tegemoet te komen.
Overigens is ter plaatse ook geconstateerd dat de panden in 1970 zeker niet geheel zijn herbouwd: niet alleen de bakstenen van de gevels en de topgevels, ook de zij- en achtermuren zijn voor het grootste deel oud.

Ter informatie volgt hier een samenvatting van de door het Bureau Monumenten & Archeologie, de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten uitgebrachte adviezen.

Advies Bureau Monumenten & Archeologie (BMA)

BMA heeft in zijn advies gesteld dat de materile monumentale waarde van de panden gering is. Het gaat hier om een herbouw uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, waarbij de gevels en de hoofdstructuur van de beide monumenten grotendeels dan wel geheel nieuw zijn opgetrokken. Inpandig is de oude indeling niet bewaard gebleven. Bovendien is toen in het pand een trap aangebracht die een inbreuk is op de historische structuur.
De nu voorgenomen ingreep voorziet in een zodanige aantasting van de hoofdstructuur dat van een verdergaande verschraling van de monumentale waarde van de panden gesproken kan worden. BMA heeft erop gewezen dat door het verwijderen van de insteekvloer en de volledige verdiepingvloer in nr. 31 een ruimte van 6410mm hoog ontstaat, die niet past bij de typologie van het Amsterdamse woonhuis. Het verwijderen van alleen de vloer van de insteekverdieping is wat het bureau betreft wel mogelijk. omdat in dat geval de inwendige indeling nog aansluit bij de indeling van de buitengevel.
BMA adviseerde bij het verwijderen van de zoldervloer in nr. 29 de balken te handhaven om zo de inwendige structuur afleesbaar te houden. BMA constateerde tevens dat het aantal, de afmetingen en de vormgeving van de nieuw te maken openingen in de bouwmuren eveneens verdergaande aantastingen van de structuur betekenen.

Advies Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM)

Bezwaar. De historische binnenstad is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Hier worden hoge eisen gesteld aan behoud van de kwaliteit van de bebouwing en de gebouwde omgeving. Het pand is een Rijksmonument. Het voorstel betreft het wijzigen van het interieur t.b.v. een nieuwe winkelfunctie. Hierbij worden o.a. op nr. 29 vrijwel de gehele zoldervloer en op nr. 31 zowel de insteekverdieping als de eerste verdiepingsvloer verwijderd. Het pand heeft beperkte monumentale waarde, want het betreft een volledige reconstructie uit de jaren '70 van de vorige eeuw. Echter de commissie is van mening dat behoud van de monumentale hoofdstructuur van het pand (zoals vloeren op oorspronkelijk nivo handhaven) van groot belang is. De commissie vindt de ingreep te ingrijpend voor de panden en adviseert bij de gewenste herbestemming de bestaande structuur te respecteren en de nieuwe functie zorgvuldiger in te vlechten. Het verwijderen van de insteekvloer ontmoet geen bezwaren.

Advies Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)

De RACM merkt in zijn advies op dat de voorgestelde ingrepen normaliter als veel te ingrijpend moeten worden beschouwd. Daarbij wordt gedoeld op het verwijderen van een balklaag (insteek), het verwijderen van een vloerveld en het doorbreken van perceelscheidende zijgevels. In dit geval kan de RACM toch met de plannen instemmen, omdat de panden in de jaren 1970 vrijwel geheel opnieuw zijn opgebouwd en er materieel gezien geen monumentale waarden meer zijn. Zo is het te verwijderen vloerveld in nr. 31 van beton en is de insteekvloer 20ste-eeuws hout gemaakt.
De Rijksdienst geeft in zijn advies tevens aan dat gezien de geringe monumentale waarde van de panden hij de mogelijkheid open houdt om na uitvoering van de werkzaamheden een nadere waardestelling uit te voeren. Dit met het doel vast te stellen of de panden de status van rijksmonument nog verdienen. De Rijksdienst sluit niet uit dat de uitkomst zou kunnen zijn dat de panden van de Rijksmonumentenlijst worden afgevoerd.

Standpunt van de vereniging

De panden zijn in de jaren zeventig gedeeltelijk herbouwd met gebruik van afkomende bouwmaterialen, zoals de bakstenen en de topgevels. Dat is niet slecht gedaan. De panden hebben zich gevoegd in het beschermd stadsgezicht en zijn vanwege hun traditioneel-Amsterdamse karakter zonder twijfel de fraaiste panden in de Amstelstraat. Van monumentale waarde is om die reden onzes inziens wel sprake, al is het alleen maar omdat het karakteristieke stadsbeeld en de geveltoppen bewaard zijn gebleven. Het is bovendien zo goed gedaan, dat alleen specialisten kunnen zien dat de panden (gedeeltelijk) zijn herbouwd. Destijds dacht de Rijksdienst voor de Monumentenzorg daar ook zo over, getuige het feit dat de panden ingeschreven bleven in het rijksregister.
De vereniging is het eens met het adviezen van het Bureau Monumenten & Archeologie en de Commissie voor Welstand en Monumenten dat de voorgenomen ingreep een aantasting van de hoofdstructuur en een verdergaande verschraling van de monumentale waarde van de panden betekent. Het betreft dan vooral de verdiepingsvloer van nummer 31 waardoor een hoogte ontstaat die niet past bij de typologie van het Amsterdamse woonhuis. Het dreigement van de Rijksdienst dat de panden van de Monumentenlijst gaan als de werkzaamheden worden uitgevoerd, is een extra argument om de Monumentenvergunning voor het tervisie liggende bouwplan niet te verlenen. Echter, in een gesprek met Heineken bleek het bedrijf bereid het bouwplan nog eens te bekijken en met name het verwijderen van de vloer van de eerste verdieping van nummer 31 te heroverwegen.

De vereniging heeft principile bezwaren tegen de ongefundeerde stelling dat een met de oude bouwmaterialen en in de oude verschijningsvorm al dan niet gedeeltelijk herbouwd monument per definitie geen monumentale waarde zou hebben. Dat is een eenzijdige en modieuze interpretatie van de Monumentenwet. De Monumentenwet definieert de in het Monumentenregister ingeschreven objecten als alle vr tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. De vraag is of het hierbij gaat om de authenticiteit van de afzonderlijke bouwstenen als bakstenen, balken en planken of om de oorspronkelijke vorm van een levend monument met een bouwgeschiedenis die tot op heden doorloopt? De enige eis die de Monumentenwet stelt is dat het pand oorspronkelijk langer dan vijftig jaar geleden is gebouwd. Dit is bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een geschil tussen Stadsherstel en de Rijksdienst over Leidsegracht 106 hoek Raamdwarsstraat in 1999.
Het afvoeren van de panden van de Rijksmonumentenlijst - zoals kennelijk de intentie is van RACM - betekent tevens dat de panden - ook de gevels die wij van groot belang voor het stadsgezicht achten - vogelvrij worden. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat er honderden panden zoals deze in de Amsterdamse binnenstad zijn.

[ Verzoek tot bouwstop]
[ Zienswijze]

(WS, 12/8/2007, gewijzigd 2/9/2007)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.