[Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad]

Commissievergadering over Binnengasthuisterrein, 5 februari 2002

Oplossing BG-terrein is nabij

Wethouder Stadig vergist zich

De uitbreiding van het Oudemanhuiscomplex staat gedeeltelijk aan de Kloveniersburgwal.

Tijdens de raadsvergadering, die de uitgangspunten voor het bestemmingsplan voor het BG-terrein vaststelde, werd wethouder Stadig verzocht waar mogelijk te streven naar behoud en herstel van monumenten en de woningen te sparen. De wethouder sprak toen de hoop uit dat na verdere uitwerking van de plannen dit mogelijk zal blijken. Die mogelijkheid doet zich nu voor, door de nieuwbouw van de Oudemanhuispoort aan de Slijkstraat bij de planvorming te betrekken. Uit een studie van de UvA uit 1999, die tot de commissievergadering voor iedereen onbekend was, blijkt dat de faculteitsbibliotheek inclusief ondergrondse parkeervoorziening gerealiseerd kan worden door middel van vervangende nieuwbouw op de plek van de nieuwbouw van de Oudemanhuispoort. Deze locatie voldoet aan alle eisen gesteld door de UvA. Het argument van de UvA-vertegenwoordiger dat de grote collegezalen in het Oudemanhuispoort-complex onmisbaar zijn en niet in de te slopen rijksmonumenten kunnen worden ondergebracht, werd door een andere deskundige als onzin afgedaan. Een UvA-docent wist uit ervaring te melden dat het nieuwbouwgedeelte een ramp en volkomen disfunctioneel is. Hij wees er op dat de benodigde collegezalen aanzienlijk kleiner zijn en dus wel degelijk een plaats kunnen vinden in de monumenten op het BG-terrein. Tot verbazing van de aanwezigen stelde de wethouder vervolgens dat dit alternatief aan de Slijkstraat al in een eerder stadium onderzocht en afgewezen was. Dit is onjuist. Tijdens de gehele inspraakprocedure inclusief alternatievenonderzoek is dit alternatief nooit aan de orde geweest.

De tot sloop veroordeelde Theaterschool op het BG-terrein staat op de Rijksmonumentenlijst.

Met de weigering om het alternatief serieus in de lopende planvorming te betrekken, speelt de wethouder een gevaarlijk spel. De gemeente is wettelijk verplicht aannemelijk te maken dat sloop en nieuwbouw in plaats van behoud en herstel in een gebied, waarvoor een beschermd stadsgezicht geldt, onvermijdelijk is, dat wil zeggen dat alle alternatieven voor sloop van monumenten en aantasting van het beschermde stadsgezicht serieus zijn onderzocht. Wij vragen ons af waarom de wethouder op deze wijze verkiest te riskeren dat de plannen in een later stadium door het Rijk de Raad van State of de minister afgewezen worden. De beschuldiging van de wethouder dat de bewoners, studenten- en monumentenorganisaties verenigd in de Vereniging Openbaar en Leefbaar Binnengasthuisterrein e.o. vertragingstactieken toepassen spreken wij krachtig tegen: er wordt juist een alternatief aangedragen waardoor de UvA meteen kan bouwen, zonder dat tijdrovende procedures als het afvoeren van monumenten van de monumentenlijst nodig zijn.

Nieuwbouw Slijkstraat goed voorbeeld UvA-kwaliteit

Slijkstraat vroeger Slijkstraat tegenwoordig

De uit de jaren '60 stammende nieuwbouw van de UvA in de Slijkstraat, een uitbreiding van het Oudemanhuispoortcomplex, is een goed voorbeeld van de 'kwaliteit', die de UvA aan de binnenstad heeft toegevoegd. Andere voorbeelden zijn het Roeterseiland, het Bickerseiland en de UB aan het Singel. In de voordracht aan de Gemeenteraad schrijft het College dat de uitbreiding van het Oudemanhuiscomplex, "net als alle nieuwbouw na 1940, geen waardering (heeft) gekregen (op de waarderingskaart van het beschermd stadsgezicht). Het uitspreken van een afgewogen oordeel over deze bebouwing is vanwege de jonge leeftijd buitengewoon lastig: de benodigde historische afstand en dus het overzicht ontbreekt, dat nodig is voor een kwalitatief oordeel". Dan maar liever beschermde monumenten en betaalbare woningen slopen!

Slijkstraat tegenwoordig

Met de hierboven genoemde UvA-docent vragen wij ons af of de opstellers van deze tekst wel eens in de Slijkstraat zijn geweest. Een treuriger bebouwing in een historische binnenstad is nauwelijks denkbaar. De waarderingskaart heeft nieuwbouw na 1945 niet gewaardeerd. Dit betekent dat nieuwbouw in het beschermd stadsgezicht mag worden gesloopt. Als de gemeente ervoor kiest deze bebouwing te laten staan ten koste van beschermde monumenten op het BG-terrein is niet in alle redelijkheid vol te houden dat alles is gedaan om de monumenten en het stadsgezicht te ontzien. Inderdaad: de VVAB is niet voor een "bevroren stadsgezicht", zoals de wethouder ons in de schoenen schoof (tijdens de commissievergadering op 5 februari). De VVAB is er voor om de kwaliteit van de binnenstad te verbeteren door lelijke nieuwbouw te vervangen door iets beters. Of de architecten van de UvA in staat zijn nieuwbouw te ontwerpen die beter past in het beschermde stadsgezicht, valt nog te bezien, maar ze kunnen het wat ons betreft in het Oudemanhuiscomplex proberen. Daarmee kan de binnenstad alleen maar aan kwaliteit winnen en is ook een oplossing voor het BG-terrein nabij.

Beschermend bestemmingsplan

Ook het Oudemanhuiscomplex heeft een toren. Een schoorsteen van letterlijk en figuurlijk hoog niveau.

De politiek kan een positieve wending forceren door het bestemmingsplan een beschermend karakter te geven. Dat is nu niet het geval. De voordracht spreekt van "een balans tussen de vereiste dynamiek in de binnenstad en de wettelijke verplichting tot het opstellen van een beschermend bestemmingsplan". Ons inziens ligt het z nu net niet. Kenmerkend voor de binnenstad is het karakter van n van de mooiste en best bewaarde historische stadskernen van de wereld. De gemeenteraad heeft daarmee ingestemd door de minister positief te adviseren over de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht. Bij een bestemmingsplan gaat het om een zorgvuldige afweging van belangen, behoud versus dynamiek, enzovoort. Het aanwijzingsbesluit van het Rijk heeft die vrijheid belangrijk ingeperkt. Dat besluit impliceert dat de bestemmingsplannen conserverend moeten zijn en dus behoud/herstel in plaats van sloop/nieuwbouw. Alle mooie woorden ten spijt staat thans het licht op groen voor sloop van monumenten en oprichting van substantieel grotere bebouwing, inclusief een toren van 40 m hoog (volgens de wethouder "slechts zo hoog als de Munttoren"). Daarmee doorstaat dit bestemmingsplan niet de toets van artikel 36 van de Monumentenwet. (*)
De VVAB is van mening dat de gemeente op deze manier het besluit de binnenstad aan te wijzen als beschermd stadsgezicht op een gevaarlijke wijze uitholt. Er wordt niet meer gesproken van "behoud van cultuurhistorische waarden", maar van "inachtneming van cultuurhistorische waarden". Niet behoud en herstel maar "(ver)nieuwbouw" wordt in overeenstemming geacht met het idee van bescherming waaraan het gemeentebestuur gebonden is. Dat hele beschermingsidee wordt door dit gemeentebestuur niet als een kans gezien om de bestaande kwaliteiten te versterken en als uitgangspunt te nemen, maar als een lastige juridische beperking, een "verplichting" waaraan zij ongewenst en ongewild nu eenmaal moet voldoen. Dat is niet het enthousiasme dat wij bij de gemeente verwachten als het om de kracht van de binnenstad gaat, de unieke stedenbouwkundige kwaliteiten die zij van het Rijk moet beschermen.

Walther Schoonenberg

(*) Artikel 36, Monumentenwet
1. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Staatsblad 1985, 626). Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
2. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt.

[Meer lezen]