De plafondschildering van Keizersgracht 265

In het pand Keizersgracht 265 bevindt zich een plafondschildering op stuc uit de eerste helft van de 18de eeuw. De schildering is aangebracht op de eerste verdieping van het achterhuis, aan de tuinzijde. In die ruimte is de kunsthandel Barbara Farber gevestigd (geopend dinsdag t/m zaterdag van 13-18 uur). Wie de schildering eens wil bekijken, kan dat doen tijdens de openingsuren van de galerie.
Het plafond in de zaal van Keizersgracht 265

De zaal waarin de schildering zich bevindt, beslaat de volledige breedte van het huis en heeft drie ramen naar de 20 meter diepe tuin op het Oosten. Aan het eind van de ochtend kan er nog net een streek zon door de ramen schijnen. Dat was ook zo, toen ik de schildering voor het eerst bekeek. Door de centrale deur stapte ik de zeer licht geschilderde hoge zaal binnen, voorzien van spotjes die naar beneden gericht waren op tentoongestelde schilderijen langs de wanden. De zonnestralen zorgden nog net voor een lichtflits langs het plafond aan de noordkant van de zaal. Mijn oog werd daardoor sterk naar dit deel van het plafond toegetrokken. In één oogopslag zag ik wat de schildering voorstelde. Hier werd uitgebeeld de Ontmoeting van de koningin van Sheba en koning Salomo, een bekend verhaal uit de Bijbel. Thuis vond ik onder l. Koningen 10 van het Oude Testament de gehele beschrijving van het in Keizersgracht 265 uitgebeelde verhaal. Samen met ds. René Süss en met de Statenbijbel onder de arm (als klassiek archeoloog ben ik niet zo bijbelvast) heb ik de voorstelling nog eens uitgebreid bekeken. Het is verrassend en inspirerend om op deze wijze een plafondschildering te 'lezen'. Het geheel gaat ineens voor je leven.
Het plafond meet circa 9 bij 6 meter. De schildering van de Ontmoeting van de koningin van Sheba en koning Salomo is gevat in een zware geprofileerde vierpaslijst, voorzien van ornamenten. In de vier hoeken, buiten de lijst, zijn de personificaties van de vier destijds bekende werelddelen te vinden.

Het middendeel, in de vierpas, is op illusionistische wijze beschilderd met een soort barokke overkoepeling. Op de plaats echter, waar men een gewelf zou verwachten, is een bewolkte luchtte zien met zonnestralen. Daar, waar de geschilderde architectuur aansluit op de vierpas, is een soort balustrade geschilderd, waarop en waarachter zich het tafereel van de Ontmoeting van de koningin van Sheba en koning Salomo afspeelt. Vanaf de deur valt je blik het eerst op twee muzikanten. De rechter is een trommelaar, die met een enorme zwier zijn armen met stokken in de lucht heft. Links van hem een trompetter, die zijn instrument richt naar het hoofdmotief van de voorstelling: de ontmoeting van koningin en koning.
Hier zit koning Salomo op een troon onder een baldakijn. De troon staat op een verhoging die voorzien is van treden. Langs de traptreden die leiden naar zijn troon tel ik acht leeuwekoppen. In de Statenbijbel, l. Kon. 10.19 lees ik:
'Deze troon had zes trappen en het hoofd van achteren was rond'. Voorts in l. Kon. 10.20: 'En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen ...'. Links en rechts van de koning drie paleiswachten met gepluimde helmen en speren puntig in de lucht gestoken. De koning draagt een romeins harnas en een losse mantel over de schouder. Met zijn rechterhand in zijn zij en in zijn linker een staf kijkt hij naar zijn hoge bezoekster, de jonge koningin van Sheba, en haar gevolg. De koningin is rijk gekleed. Ze draagt een lichte zijden japon en strengen parels in het haar en om haar hals. Haar rode mantel met hermelijnen rand is over de balustrade gedrapeerd. Ze spreidt haar handen uit in de opperste verbazing. Zie l. Kon. 10.45:
'Als nu de koningin van Sheba zag al de wijsheid van Salomo en het huis welke hij gebouwd had, ... zoo was er geen geest meer in haar...' (d.w.z. ze was sprakeloos). Direct achter de koningin ziet men een donkere bediende met een tulband, nog verder links drie vrouwelijke bedienden van de koningin. De eerste tilt een gouden kruik op de balustrade, de tweede komt aangesneld met een gouden vat en de derde draagt een stapel hout op het hoofd (l. Kon.10.10): '.. en zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds en zeer veel specerijen en kostelijk gesteente ... Voorts zeer veel almugginhout (waarschijnlijk sandelhout)'.
Deze scène, met de vrouwelijke bedienden van de koningin van Sheba, bevindt zich tegenover de al beschreven trommelaar en trompetter.
Tegenover de koningin van Sheba en koning Salomo zijn twee baardige gespierde mannen afgebeeld, in gesprek met elkaar. De linker houdt een stapel samengebonden planken op het hoofd. Rechts van de twee mannen staan drie zwaar beladen kamelen. Zie hierover l. Kon. 10.1-2:
'En toen de koningin van Sheba het gerucht (nl. over de wijsheid en rijkdom) van Salomo hoorde ... (kwam ze) te Jeruzalem met een zwaar heir (groot gevolg) met kamelen, dragende specerijen'.

Het lijkt waarschijnlijk dat de onbekende schilder van de plafondschildering van Keizersgracht 265 deze ontwerptekening uit 1712 van Daniël Marot geraadpleegd heeft.
(foto uit het boek van Peter Fuhring 'Design into art, drawings for architecture and ornament, the Lodewijk Houthakker collection')

Het aardige van de schildering is dat wij door de illusionistische wijze van schilderen, a.h.w. toeschouwer zijn van de feestelijke ontmoeting die zich boven onze hoofden afspeelt. Over onze hoofden heen communiceren de vrij zware figuren, geschilderd in helder koloriet, met elkaar in woord, blik en gebaar. Opvallend is de wijze, waarop de lichtinval is gebruikt. Niet koning Salomo, maar de koningin van Sheba wordt in het volle licht gezet. Zij is de belangrijkste persoon van de voorstelling. De hierboven behandelde schildering is direct op het stuc van het plafond aangebracht. Dat gebeurde liggend op een stellage en vereiste naast vakmanschap een grote dosis ervaring. Wie de meester is geweest, die deze schildering maakte, is vooralsnog niet bekend. Wel is er een ontwerptekening bekend van de hand van Daniël Marot uit 1712. Het is een tekening uit een serie van vijf. De getekende voorstelling laat weliswaar de vier werelddelen zien, maar er zijn sterke overeenkomsten met de compositie van de plafondschildering van Keizersgracht 265. Van Daniël Marot (1663-1752) weten we dat zijn ontwerpen door andere schilders werden uitgewerkt.
Tevens is bekend, wie in de eerste helft van de 18de eeuw, de periode dat de schildering ontstond, in het huis Keizersgracht 265 gewoond hebben. Dat was de groothandelaar in zijde en garen, Abraham Romswinckel (1657-1738), die bovendien geheimraad was en resident te Amsterdam van de koning van Pruisen in 1712. De datering van 1712 van de ontwerptekening en het ontwerp, de wijsheid van koning Salomo en de handel, maken het waarschijnlijk dat Romswinckel de opdrachtgever is geweest.

Janneke Cok

Janneke Cok - Escher (41) heeft aan de Universiteit van Amsterdam kunstgeschiedenis der klassieke oudheid gestudeerd. Zij maakt momenteel een videofilm over industriële archeologie voor het Gemeentearchief van Den Haag. Zij voert tevens een onderzoek uit naar Romeinse keizersportretten, gereproduceerd in de 17de en 18de eeuw.

(Uit: Binnenstad 118, dec. 1989)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.