De Larmag-toren in de wachtkamer

Een verheugend bericht in de kranten van 24-25 september. Gedeputeerde Staten weigeren het gemeentebestuur van Amsterdam de vereiste toestemming om, met gebruikmaking van de zogenaamde anticipatieprocedure in artikel 19 van de Wet Ruimtelijke Ordening, bouwvergunning te verlenen voor de Larmag-toren.
De Larmagtoren

Dat wetsartikel is namelijk alleen bedoeld om vertraging te voorkomen bij urgente bouwplannen die weliswaar in onderdelen afwijken van een voor de omgeving geldend bestemmingsplan, maar waartegen geen zwaarwegende bezwaren bestaan. De wijziging van het bestemmingsplan komt dan later, en zodoende is de mogelijkheid afgesneden om daartegen in beroep te gaan.
Artikel 19 is echter in de praktijk een sluipweg geworden, waarvan gemeentebestuurders, die hun verkiezingsverhalen over inspraak en luisteren naar de burgerij prompt vergeten, zodra zij op het kussen zitten, maar al te graag gebruik maken om, bij voorkeur in de vakantietijd, een omstreden bouwplan met een vluggertje door te drukken. De enige barrière is dan de benodigde toestemming van Gedeputeerde Staten. Die hebben in dit geval de noodrem gehanteerd. G.S. zijn van mening dat de belangen, gemoeid met het bouwplan, bepaald niet groter zijn dan de belangen van degenen die daar bezwaar tegen maken, en aan wie door de bedoelde procedure de mogelijkheid zou worden onthouden om hun inzichten tot bij de Kroon te bepleiten. Bovendien menen G.S. dat er op het ogenblik in Amsterdam geen dringende behoefte bestaat aan de 50.000 m kantoorruimte die in de toren tot stand zou moeten komen. Conclusie: de gemeente moet, zoals dat hoort, netjes een bestemmingsplan maken voor het Teleport-gebied, dat op grond van steekhoudende stedebouwkundige argumenten aangeeft waar en in welke mate hoogbouw daar verantwoord is.

Terwijl het bouwplan ter visie lag, verscheen in het Gemeenteblad een "herzien stedebouwkundig programma van eisen Teleport", waarin onder meer betere criteria werden beloofd voor de toetsing van bouwplannen aan het stedebouwkundige kader, zoals bouwlijnen, floorspace-index, stringentere bouwhoogten en zo meer. De Larmag-toren, zo staat er, "is opgenomen als incident en niet beschouwd als start van een nieuwe ontwikkeling". In het bezwaarschrift dat onze vereniging indiende tegen het bouwplan zelf en tegen de anticipatieprocedure, wordt opgemerkt: "Aangezien het hoogbouwbeleid, voor zover aanwezig, hinkt van incident naar incident - Okura, Nederlandsche Bank, Wagon Lits, Carré enzovoort - hebben wij 'weinig vertrouwen in die mededeling".

De heer Lars Magnusson kan erop rekenen dat de verenigingen die opkomen voor het stedebouwkundige en architectonische karakter van Amsterdam alle mogelijkheden van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zullen benutten om in beroep te gaan tegen een bestemmingsplan dat een toren van meer dan 200 meter toelaat. Dat kan een paar jaar duren, en misschien komt het plan dan terecht in het archief van de rampen, waarvoor onze stad is gespaard gebleven. De rampen die zich wél voltrokken hebben, zoals het gebouw Byzantium, zijn al erg genoeg.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 136, okt. 1992)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.